<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351414_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Epe 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 25 maart 2016, nr. 36817</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Epe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-09-18</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikel 19, lid 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016-01086</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Epe 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit </vet></al><al/><al><vet>DE RAAD DER GEMEENTE EPE</vet></al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders gelet op artikel 147 en
                        149 van de Gemeentewet en titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Vast te stellen de Algemene subsidieverordening Epe 2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Algemene groepsvrijstellingsverordening</vet>: verordening (EG)
                                nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt
                                verenigbaar worden verklaard (“de algemene
                                groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later
                                daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="b."><al><vet>College</vet>: college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Epe;</al></li><li nr="c."><al><vet>De-minimisverordening</vet>: verordening (EG) nr. 1998/2006 van
                                de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van
                                de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en
                                verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese
                                Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004
                                (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende
                                Europese regelgeving;</al></li><li nr="d."><al><vet>Eenmalige subsidie</vet>: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar
                                subsidie wil verstrekken;</al></li><li nr="e."><al><vet>Europees steunkader</vet>: een mededeling, richtsnoer,
                                kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van
                                staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese
                                Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het
                                Verdrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="f."><al><vet>Jaarlijkse subsidie</vet>: subsidie die per (boek)jaar of voor
                                een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                maximaal vier jaar wordt verstrekt;</al></li><li nr="g."><al><vet>Onderneming</vet>: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of
                                wijze van financiering, die een economische activiteit
                                uitoefent;</al></li><li nr="h."><al><vet>Raad</vet>: raad van de gemeente Epe;</al></li><li nr="i."><al><vet>Verdrag</vet>: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                Unie.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                            het college voor de programma’s in de volgende pijlers van de begroting,
                            met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening
                            een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in
                            artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies
                            waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is):</al><lijst><li nr="a."><al>Sociaal;</al></li><li nr="b."><al>Ruimte;</al></li><li nr="c."><al>Economie;</al></li><li nr="d."><al>Bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is,
                            kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van
                            toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling)
                        vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover
                        van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie
                        in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de
                        subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader
                            noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze
                            verordening en deze aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                            gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar
                            het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                            verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van
                            het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in
                            aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                            steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen
                            ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                            voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van
                            verdeling van de betrokken subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                    heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                            overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                            op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                            verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                            college</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de volgende gegevens;</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                    nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze
                                    activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen
                                    aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde
                                    activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken
                                    daarvan;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li nr=""><al>1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in
                                    welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of
                                    zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr=""><al>2° een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening
                                    (de-minimisverklaring).</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een
                                    rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve
                                    op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een
                            exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het
                            jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe
                            aan de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt
                            ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop
                            de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend 13 weken voordat de
                            aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de
                            subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                            artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de
                            aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                            artikel 7, tweede, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                            van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de
                            termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft
                            genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar
                                    is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                    terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de
                                    Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar
                                    met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder
                            geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze
                                    onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                                    verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                                    subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk
                                    voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                    Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is
                                    met de interne markt;</al></li><li nr="g."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en
                            onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter
                            uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of
                            een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                        verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                            subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
                            niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal
                            worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat direct aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger informeert het college direct schriftelijk
                            over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                    van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot
                                    ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                    kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                    gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of
                                    bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden
                            verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de
                            subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer
                            dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot
                            het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan
                            verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De
                            verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en
                            wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of; </al></li><li nr="b."><al>verleend en binnen dertien weken, nadat de activiteiten
                                    uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld, tenzij
                                    toepassing wordt gegeven aan het volgende lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de
                            aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te
                            tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn
                            verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13
                            weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt
                            direct een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende
                            subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 3 wordt in het geval van een
                            verlening van een subsidie voor de uitvoering van werkzaamheden op grond
                            van een ingediende offerte geen voorschot verstrekt, maar vindt
                            uitbetaling plaats nadat de subsidie ambtshalve is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 5.000, maar ten hoogste € 50.000 dient de
                            subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde
                            activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt
                            aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger een
                            aanvraag tot vaststelling in:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                    uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde
                                    activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                    gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan
                                    verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                    jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop; en</al></li><li nr="d."><al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                    accountant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                            andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van
                            een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling
                            anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 4 weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden
                            aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een
                            aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                            bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en
                            onder a, b of c, is ingediend, kan het college de subsidie-ontvanger
                            schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen
                            deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve
                            vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van
                            uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met
                            gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de
                            subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven
                            wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening
                            voorgeschreven definities.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                            eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3
                            en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
                            subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die
                            onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te
                            dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                            hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie en werkt terug
                            tot 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig wordt de <vet>Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe
                                2010</vet> ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2015 zijn de
                            bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 2010 van
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Subsidieverordening erfgoed gemeente Epe 2010 wordt ingetrokken op
                            het moment dat de subsidieregeling instandhouding erfgoed gemeente Epe
                            in werking treedt</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            Gemeente Epe 2015.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Epe, 22 januari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, Ir. H. van der Hoeve MPA</ondertekening><ondertekening>de griffier, V. Smit</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In een ASV gaat het er in feite om dat er voor verschillende typen subsidies
                    eigen aanvraag- en beslistermijnen kunnen worden voorgeschreven. In het nieuwe
                    model hebben we dus alleen een onderscheid gemaakt bij de artikelen over de
                    beslis- en aanvraagtermijnen en daarbij vermeld voor wat voor type subsidie
                    welke termijn geldt.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving</vet></al><al>Aanvullend op de definities van de modelverordening, zijn een aantal extra
                    definities opgenomen. Deze definities komen uit de ASV 2010 van de gemeente Epe.
                    De termen college, raad, jaarlijkse subsidie en eenmalige subsidie worden in de
                    verordening of in de bijbehorende aanvraagformulieren vaak gebruikt.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte</vet></al><al><cursief>Eerste lid </cursief></al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten
                    over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening
                    (hierna: ASV) van toepassing is. </al><al>Het eerste lid, aanhef, is tevens de <vet>delegatiebepaling </vet>aan het
                    college m.b.t. het besluiten over het verstrekken van subsidies.</al><al/><al>De bevoegdheid om aan de subsidie voorwaarden te verbinden (als bedoeld in
                    artikel 4:33 van de Awb) volgt direct uit de bevoegdheid om te besluiten over
                    het verstrekken van subsidies en is daarom hier geschrapt. Dat het college de
                    begroting en een eventueel subsidieplafond in acht moeten nemen spreekt
                    vanzelf.</al><al/><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies op de genoemde beleidsterreinen, met
                    uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een
                    uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23,
                    derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig
                    is.</al><al/><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van
                    de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele
                    subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college
                    de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe
                    aanleiding bestaat. </al><al/><al><vet>Artikel 3. Subsidieregelingen</vet></al><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en
                    verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor
                    zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die
                    voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van
                    uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. </al><al/><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                    betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze
                    van verdelen van het subsidieplafond. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Europees steunkader</vet></al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt
                    het college daartoe bevoegd.</al><al/><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                    Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het
                    Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard
                    alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het
                    betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij subsidies waarop de
                    de-minimisverordening van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking
                    komen voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening
                    (lid 5). </al><al/><al><vet>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>De raad stelt de subsidieplafonds vast (lid 1). Vervolgens bepaalt het college
                    bij subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met artikel
                    4:26, tweede lid, van de Awb). Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door
                    de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het
                    subsidieplafond te verlagen (derde en vierde lid). </al><al/><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met
                    de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in bepaalde
                    gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een
                    begrotingsvoorbehoud te maken (vijfde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 6. Aanvraag </vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem
                    vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In het
                    tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag
                    overlegd dienen te worden.</al><al/><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt
                    verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het
                    Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn
                    een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden.
                    Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd
                    van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                    staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder
                    1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de
                    grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te
                    kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverordening gevraagd worden
                    (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                    de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de
                    subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al><al/><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde
                    lid).</al><al/><al><vet>Artikel 7. Aanvraagtermijn</vet></al><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden
                    verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college
                    besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het
                    eerste tot en met derde lid (vierde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 8. Beslistermijn</vet></al><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op
                    een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies
                    per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college
                    besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste
                    en tweede lid (derde lid).</al><al/><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie
                    aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een
                    eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie
                    wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van
                    het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens
                    teruggevorderd dient te worden. </al><al/><al><vet>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden</vet></al><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen
                    4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden
                    aangevuld.</al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In
                    aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een
                    terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het
                    college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al/><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de
                    subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen
                    beschikt.</al><al/><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de
                    Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
                    Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel
                    zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in
                    dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                    (derde lid).</al><al/><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan
                    weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze
                    overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is
                    goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking
                    die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke
                    cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun.
                    In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de
                    subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te
                    verkrijgen. Een subsidie die is, of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op
                    een andere grond worden geweigerd.</al><al/><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling
                    nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die
                    specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al><al/><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en
                    teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de
                    bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</vet></al><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere
                    verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan
                    de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in aanvulling op
                    wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de
                    Awb).</al><al/><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                    verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een
                    grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking tot
                    verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de
                    subsidie tot stand is gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</vet></al><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van vertrouwen
                    worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In
                    plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidie-ontvanger bij
                    niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 9). Achteraf kan een
                    risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidie-ontvanger.</al><al/><al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de
                    subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in
                    te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                    subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al/><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid),
                    wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten
                    moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde
                    termijn ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is
                    een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin speciale
                    rapportageverplichtingen worden opgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en €
                    50.000</vet></al><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidie-ontvangers subsidie tussen €
                    5.000 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag
                    tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk
                    verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht
                    (tweede lid). Ingevolge artikel 8 wordt de wijze van verantwoording al bij het
                    besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidie-ontvanger bekend
                    gemaakt.</al><al/><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening
                    al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen
                    daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en
                    activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of
                    andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook
                    bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat
                    duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de
                    subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid,
                    in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een
                    inhoudelijk verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</vet></al><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                    er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Subsidievaststelling</vet></al><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn
                    waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                    aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                    ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn
                    – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn –
                    biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</vet></al><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                    subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan
                    en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de
                    subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop een Europees
                    steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en
                    kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>