<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351297_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 82937</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0035362&amp;g=2015-01-08">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe beleidsregels</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1156590</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van Purmerend van 4 januari 2022, GB 17127 d.d. 14 januari 2022, is deze beleidsregel bekrachtigd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38868</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38869</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38870</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Purmerend,</al><al/><al>Overwegende dat het van belang is de Wmo richtlijn indicatieadvisering Hulp
                        bij het Huishouden vanaf 1 januari 2015 te blijven hanteren bij het
                        verstrekken van de maatwerkvoorziening voor huishoudelijke
                        ondersteuning,</al><al/><al>Besluit vast te stellen de</al><al/><al>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><al>Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is elke
                            gemeente in Nederland verplicht voorzieningen te verlenen ter
                            compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1,
                            eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet, ondervindt in zijn
                            zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, op het gebied van
                            maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen een huishouden
                            te voeren.</al><al>De voorwaarden waaronder kan de gemeente deels zelf bepalen. In de
                            Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015 (hierna: de
                            Verordening) staan de kaders voor de Wet maatschappelijke ondersteuning
                            specifiek voor Purmerendse burgers die een beroep doen op de Wmo. </al><al>De Wmo richtlijn indicatiestelling hulp bij het huishouden Wmo Purmerend
                            2012 (hierna: de richtlijn), gaat gedetailleerder in op het onderdeel
                            Hulp bij het Huishouden. </al><al>Actuele (beleids)ontwikkelingen, nieuwe inzichten, ervaringen uit de
                            praktijk en jurisprudentie hebben ertoe geleid dat de gemeente Purmerend
                            een herziene richtlijn heeft opgesteld die als afwegingskader dient bij
                            het indiceren van hulp bij het huishouden.</al><al>Bij het opstellen deze richtlijn is gebruik gemaakt van, het protocol
                            Gebruikelijke Zorg (april 2005) van het Centrum Indicatiestelling Zorg
                            (CIZ) en de Wmo-richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden
                            versie 1.0 (december 2006) van het CIZ. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>UITGANGSPUNTEN HULP BIJ HET HUISHOUDEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.1</nr><titel>Als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden</titel></kop><structuurtekst><al>Hulp bij het huishouden (HbH) kan aan de orde zijn als er beperkingen
                            zijn bij het voeren van een huishouden. Het huishouden disfunctioneert
                            of dreigt te disfunctioneren.</al><al>De beperkingen kunnen een gevolg zijn van aandoeningen van somatische,
                            psychogeriatrische of psychiatrische aard dan wel ten gevolge van een
                            verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Ook een
                            psychosociaal probleem kan een grondslag zijn voor een indicatie hulp
                            bij het huishouden. </al><al>Een disfunctionerend huishouden kan zich uiten in vervuiling (van de
                            woning of van kleding), verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, persoonlijke
                            verzorging, voeding en vocht) of ontreddering van zichzelf of van
                            afhankelijke huisgenoten.</al><al>Wanneer er onduidelijkheid bestaat over de gezondheidssituatie van de
                            HbH aanvrager (of huisgenoten) kan er medisch advies worden opgevraagd. </al><al>Aan de hand van een ingediende aanvraag voor HbH zal de consulent in
                            gesprek gaan met de aanvrager. Hierbij is het uitgangspunt om dit in
                            gezamenlijkheid met eventuele andere huisgenoten te doen in de
                            betreffende woning. Om tot een indicatie voor HbH te kunnen komen zal de
                            consulent samen met de aanvrager (en huisgenoten) een inventarisatie
                            maken van de activiteiten die vanwege iemands beperkingen dienen te
                            worden overgenomen middels HbH omdat er geen andere oplossing mogelijk
                            is. </al><al>De omvang van de toe te kennen hulp bij het huishouden wordt na een
                            optelling van het aantal minuten per over te nemen activiteit,
                            uitgedrukt in uren, waarbij wordt afgerond naar boven op halve uren.
                        </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.2</nr><titel>Deskundigheden en activiteiten van hulp bij het huishouden</titel></kop><structuurtekst><al>Hulp bij het huishouden is als voorziening veelomvattend.</al><al>Binnen Purmerend bestaan 3 deskundigheden van hulp bij het
                            huishouden:</al><lijst><li nr="·"><al>HbH 1; de nadruk bij deze categorie ligt op het overnemen van
                                    huishoudelijke taken</al></li><li nr="·"><al>HbH 2; naast het overnemen van huishoudelijke taken speelt ook
                                    de organisatie van het huishouden een belangrijke rol</al></li><li nr="·"><al>HbH 3; de nadruk bij deze categorie hulp bij het huishouden ligt
                                    op ontregeling van het huishouden </al></li></lijst><al>Binnen elk van deze deskundigheden bestaan er verschillende
                            activiteiten. </al><al><onderstreept>HBH1: huishoudelijke taken</onderstreept></al><lijst><li nr="·"><al>Schoonmaken van het huis, licht en zwaar</al></li><li nr="·"><al>Wassen, drogen, vouwen en strijken</al></li><li nr="·"><al>Opruimen van de kamers</al></li><li nr="·"><al>Bedden opmaken, afhalen en verschonen</al></li><li nr="·"><al>Beperkte verzorging van huisdieren </al></li><li nr="·"><al>Opruimen huishoudelijke afval</al></li><li nr="·"><al>Broodmaaltijden bereiden;</al></li><li nr="·"><al>Warme maaltijd opwarmen en in uitzonderlijke situaties warme
                                    maaltijden bereiden;</al></li><li nr="·"><al>In uitzonderlijke situaties een boodschappenlijst
                                    samenstellen</al></li><li nr="·"><al>Signaleren van veranderingen in de gezondheids- en sociale
                                    situatie</al></li><li nr="·"><al>Signaleren is binnen de organisatie geborgd via
                                    wijkteamcoördinator of leidinggevende.</al></li><li nr="·"><al><onderstreept>HBH2: organisatie van het huishouden
                                    </onderstreept></al></li><li nr="·"><al>Huishoudelijke werkzaamheden (zie onder HBH1)</al></li><li nr="·"><al>Dagelijkse organisatie van het huishouden</al></li><li nr="·"><al>Gebruikelijke verzorging (helpen met zelfverzorging) voor
                                    inwonende kinderen (in relatie totgebruikelijke
                                    zorg)</al></li><li nr="·"><al>Signaleren van veranderingen in de gezondheids- en sociale
                                    situatie</al></li><li nr="·"><al>Adviseren en/of verwijzen – zo mogelijk activeren</al></li><li nr="·"><al>Actief handelen n.a.v. signalen van verandering in de situatie
                                    van de cliënt door de helpende</al></li></lijst><al><onderstreept>HBH3: nadruk op ontregeling van het
                                huishouden</onderstreept></al><al>Ontregeling kan meerdere oorzaken en redenen hebben waaronder psychische
                            problemen, licht psychiatrische problemen, licht psychogeriatrische
                            problemen, een verstandelijke beperking, opvoedproblemen of een
                            combinatie van problemen</al><lijst><li nr="·"><al>Huishoudelijke werkzaamheden (zie onder HBH1)</al></li><li nr="·"><al>Organisatie van het huishouden (zie onder HBH2)</al></li><li nr="·"><al>Signalering van verandering/verergering/vermindering
                                    problematiek door de helpende</al></li><li nr="·"><al>Zorg afstemmen met andere hulpverleners</al></li><li nr="·"><al>Aanmelden voor doorverwijzing naar/inschakelen van andere
                                    hulpverlening</al></li><li nr="·"><al>Opstellen of bijstellen van een zorgplan</al></li><li nr="·"><al>Lichte vorm van psychosociale begeleiding</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.3</nr><titel>De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk/ gebruikelijke
                            zorg</titel></kop><structuurtekst><al>Onder een leefeenheid wordt verstaan “alle bewoners die een
                            gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden
                            te voeren”.</al><al>Indien tot de leefeenheid, waar de HbH aanvrager deel van uitmaakt, één
                            of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk
                            te verrichten, komt men niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden.
                            Er is dan sprake van gebruikelijke zorg.</al><al>Gebruikelijke zorg is de ondersteuning die huisgenoten geacht worden
                            elkaar te bieden, omdat zij als leefeenheid een gemeenschappelijk
                            huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid
                            hebben voor het functioneren van dat huishouden. </al><al>In het kader van het indicatieonderzoek zal de consulent in principe
                            persoonlijk met alle huisgenoten in gesprek te gaan. Hierbij is het
                            uitgangspunt om dit in gezamenlijkheid met de HbH aanvrager te
                            doen.</al><al>Het principe van gebruikelijke zorg heeft een verplichtend karakter en
                            hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie,
                            cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke
                            werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het
                            verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.</al><al>Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de
                            betreffende ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig
                            samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen,
                            veronderstellen we dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten
                            bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden
                            van een leefeenheid. Het eventuele positieve advies voor hulp bij het
                            huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de
                            zorgvrager en een evenredig deel van het schoonmaken van de
                            gemeenschappelijke ruimten. Denk aan woongroepen, kamerverhuur of
                            meerdere generaties in een huis.</al><al>Indien uit (<vet>medisch)</vet> onderzoek blijkt dat een huisgenoot
                            aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking,
                            handicap of probleem waardoor redelijkerwijs de activiteiten niet
                            overgenomen kunnen worden is gebruikelijke zorg niet van
                            toepassing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.4</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een mogelijke indicatie voor hulp bij het huishouden wordt rekening
                            met de mogelijkheden van de mantelzorg. Onderzocht wordt of de
                            mantelzorger (bepaalde) huishoudelijke activiteiten nu en in de toekomst
                            kan en wil blijven geven. Dit houdt bijvoorbeeld in dat wordt gekeken
                            naar de gezondheid van de mantelzorger en eventuele (dreigende)
                            overbelasting. Daarnaast wordt ook bekeken of de HbH aanvrager de
                            mantelzorg wil (blijven) ontvangen. Als dat het geval is, dan worden
                            deze activiteiten in mindering gebracht op de toe te kennen Hulp bij het
                            Huishouden. De consulent zal in het kader van het indicatieonderzoek in
                            principe persoonlijk met alle mantelzorgers in gesprek te gaan. Hierbij
                            is het uitgangspunt om dit in gezamenlijkheid met de HbH aanvrager te
                            doen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.5</nr><titel>Algemene hulpmiddelen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en
                            voorliggende voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><nr>1.5.1</nr><titel>Algemene hulpmiddelen</titel></kop><al>Algemene (technische) hulpmiddelen hebben voorrang op individuele
                            voorzieningen. Waar nodig zal een individuele voorziening worden
                            verstrekt. Hoe de keuze zal worden gemaakt is altijd een individuele
                            afweging.</al><al>Voorbeelden van algemene (technische) hulpmiddelen:</al><al>Afwasmachine, aangepast bestek, het plaatsen van een verhoging voor een
                            wasmachine, een wasdroger, een stofzuiger.</al><al>Als een algemeen technisch hulpmiddel niet aanwezig is maar wel
                            gerealiseerd kan worden en een goede oplossing biedt, is dit voorliggend
                            op het inzetten van hulp bij het huishouden.</al><al>Hierbij wordt geen rekening gehouden met de persoonlijke opvattingen
                            over de inzet van deze hulpmiddelen door de HbH aanvrager. Zo is de
                            aanschaf van een afwasmachine en wasdroger in beginsel algemeen
                            gebruikelijk. De consulent zal echter ook kijken naar individuele
                            aspecten zoals of er voldoende ruimte in de woning is voor het plaatsen
                            van zo'n apparaat en de hoeveelheid was/vaat die dient te worden
                            gereinigd. </al></artikel><artikel><kop><nr>1.5.2</nr><titel>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</titel></kop><al>Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening waarover de
                            HbH aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn
                            handicap of beperking, zou kunnen beschikken. Deze voorzieningen worden
                            als algemeen gebruikelijk beschouwd. Wat in een concrete situatie als
                            algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende
                            maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. </al><al>Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen:</al><al>de kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op
                            school, voor- of naschoolse opvang), oppascentrales, sociale alarmering,
                            boodschappen service, maaltijdservice, klussendienst, ramenwasservice,
                            dagrecreatie voor ouderen, hondenuitlaatservice etc. </al></artikel><artikel><kop><nr>1.5.3</nr><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Voorliggende voorzieningen zijn voorzieningen, waarop voor zover op
                            grond van enige andere wettelijke regeling of privaatrechtelijke
                            verbintenis, aanspraak bestaat. </al><al>De voorliggende voorziening moet beschikbaar en passend zijn. Als dit
                            niet het geval is, dan is er geen sprake van een voorliggende
                            voorziening. De consulent moet de sociale kaart goed in beeld hebben,
                            zodat adequaat beoordeeld kan worden of een voorliggende voorziening
                            daadwerkelijk beschikbaar en passend is. </al><al>Voorbeelden van voorliggende <vet>wettelijke</vet> voorzieningen:</al><al>Zorgverzekeringswet (ZvW), Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet, Wet werk
                            en bijstand (Wwb), Wet op kinderopvang, etc.</al><al>Een wettelijke voorziening die het probleem kan oplossen is in deze
                            altijd voorliggend op de Wmo. </al></artikel><artikel><kop><nr>1.5.4</nr><titel>Collectieve voorzieningen</titel></kop><al>De gemeente Purmerend is aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn
                            voor wat betreft het organiseren van collectieve voorzieningen in de
                            vorm van bv. een wasservice. Op het moment dat deze is gerealiseerd
                            wordt hier bij de indicatiestelling van hulp bij het huishouden rekening
                            mee gehouden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.6</nr><titel>Particuliere huishoudelijke hulp</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn mensen die om verschillende redenen gedurende perioden in hun
                            leven gebruik maken van een particuliere hulp. Indien dat het geval is,
                            zal er in beginsel geen hulp bij het huishouden worden verstrekt op
                            grond van de Wmo. Bij elke aanvraag voor hulp bij het huishouden zal
                            individueel worden onderzocht óf en in welke mate iemand gebruik maakt
                            van een particuliere hulp. De volgende uitgangspunten worden hierbij
                            gehanteerd.</al><lijst><li nr="1."><al>Als een HbH aanvrager 9 maanden van een jaar particuliere hulp
                                    heeft en op het moment van de aanvraag nog steeds hulp heeft die
                                    activiteiten overneemt (waarmee de HbH aanvrager bij het voeren
                                    van het huishouden problemen ondervindt) dan wordt de
                                    particuliere hulp als algemeen gebruikelijk beschouwd voor de
                                    overgenomen activiteiten en volgt er een negatieve
                                    indicatie.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer er in de financiële situatie van de HbH aanvrager iets
                                    verandert (bv verlies van baan ten gevolge van een beperking)
                                    waardoor de particuliere hulp niet gecontinueerd kan worden, kan
                                    aanspraak gemaakt worden op de voorziening hulp bij het
                                    huishouden.</al></li><li nr="3."><al>Als een HbH aanvrager 9 maanden van een jaar particuliere hulp
                                    heeft en op het moment van de aanvraag nog steeds hulp heeft
                                    maar die niet alle activiteiten overneemt (waarmee de HbH
                                    aanvrager bij het voeren van het huishouden problemen
                                    ondervindt) dan kan er een indicatie komen voor de activiteiten
                                    die niet overgenomen worden. </al></li></lijst><al>Hierbij kan worden gedacht aan de situatie dat iemand al gedurende enige
                            tijd een particuliere hulp heeft voor het doen van een aantal
                            huishoudelijke activiteiten, maar waarbij uitbreiding noodzakelijk is
                            vanwege een verslechterde gezondheidssituatie. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.7</nr><titel>Revalideren</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer bepaalde aandoeningen die de oorzaak vormen voor de
                            huishoudelijke beperkingen naar de mening van de arts nog
                            behandelmogelijkheden biedt, kan in de regel geen hulp bij het
                            huishouden positief worden geïndiceerd. Het gaat hierbij dan met name om
                            Moeilijk Objectiveerbare Aandoeningen (MOA) en psychische aandoeningen.
                            Hulp bij het huishouden kan in een dergelijke situatie immers
                            antirevaliderend werken. Wel kan hulp bij het huishouden naast een te
                            volgen behandeling of revalidatie positief worden geadviseerd. Hierover
                            is afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijke indicatie heeft
                            dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het
                            behandel- of revalidatietraject.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.8</nr><titel>Technische hulpmiddelen en woonvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Er wordt geen positieve indicatie voor hulp bij het huishouden afgegeven
                            als de problemen van de HbH aanvrager afdoende kunnen worden opgelost
                            met technische hulpmiddelen of woonvoorzieningen (zie ook 1.5.1).</al><al>Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke
                            apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen
                            uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden ook voor een helpende
                            aanwezig te zijn. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van al aanwezige
                            hulpmiddelen, zoals een wasdroger of een afwasmachine. Als dergelijke
                            apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden
                            bieden voor het probleem, is de aanschaf van een afwasmachine en
                            wasdroger in beginsel algemeen gebruikelijk (zie voor nadere uitwerking
                            1.5.1). </al><al>Woonvoorzieningen kunnen bijvoorbeeld keukenaanpassingen zijn of het
                            plaatsen van een verhoging voor een droger/wasmachine. Hulpmiddelen
                            kunnen ook gefinancierd zijn uit een andere betalingsregeling, gericht
                            op of aangepast aan de handicap van de HbH aanvrager (bijv. Regeling
                            hulpmiddelen).</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.9</nr><titel>Het hebben van een huisdier</titel></kop><structuurtekst><al>Het hebben van een huisdier is een keuze.Voor het uitlaten van
                            huisdieren bestaan voorliggende voorzieningen. Extra schoonmaak in
                            verband met dieren kan alleen in een acute situatie voor maximaal 6
                            weken worden geïndiceerd waarna zelf naar een oplossing gezocht moet
                            worden. Extra schoonmaak ten behoeve van hulphonden is geen keuze en kan
                            structureel vallen onder hulp bij het huishouden. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.10</nr><titel>Probleemgezinnen</titel></kop><structuurtekst><al>Een probleemgezin is een gezin waarbij de ouders (tijdelijk) niet in
                            staat zijn de (volledige) regie te voeren over het gezin. Bij de
                            indicatiestelling wordt rekening gehouden met de al aanwezige wijze van
                            zorgverlening. Bij de indicatie wordt deskundigheid 2 of 3 ingezet met
                            een bijpassend aantal uren. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.11</nr><titel>Spoedhulp</titel></kop><structuurtekst><al>Hulp kan binnen 24 uur worden ingezet wanneer dit nodig is. Spoedhulp is
                            aan de orde wanneer het niet uitstelbare taken betreft zoals de
                            verzorging van kinderen of het bereiden/klaarzetten van maaltijden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.12</nr><titel>Overlijden (geïndiceerde) partner</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer een indicatie betrekking heeft op meerdere personen in een
                            leefeenheid en iemand van de leefeenheid komt te overlijden dan is het
                            de plicht van de geïndiceerde dit te melden aan het Loket Wmo. De hulp
                            mag maximaal 4 weken worden gecontinueerd op grond van de
                            oorspronkelijke indicatie. Zo heeft de achterblijvende partner 4 weken
                            de tijd om de (veranderde) indicatie op zijn/haar naam te kunnen laten
                            zetten. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>1.13</nr><titel>Geplande operatie/ziekenhuisopname</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer (op korte termijn) een ziekenhuisopname gepland staat en de
                            verwachting bestaat dat na ontslag uit het ziekenhuis hulp nodig is, dan
                            bestaat de mogelijkheid om voor een korte periode geïndiceerd te worden.
                            Bij dit soort gevallen is het van belang dat de HbH aanvrager zich meldt
                            bij het Loket Wmo zodra bekend is dat er in de nabije toekomst een
                            operatie/ziekenhuisopname zal plaatsvinden. Deze tijdigheid is
                            noodzakelijk zodat er voldoende tijd aanwezig is voor de consulent om
                            onderzoek te doen naar de mogelijkheden van iemand om de problemen met
                            hulp bij het huishouden zelf in het eigen netwerk op te kunnen laten
                            lossen, d.m.v. mantelzorg. Omdat het hierbij gaat om tijdelijke
                            indicaties gaat zal veel aandacht worden besteed aan de mogelijke eigen
                            oplossingen binnen het eigen netwerk. Wanneer er wel een HbH indicatie
                            wordt afgegeven op grond van de Wmo dan zal dit een minimale indicatie
                            zijn vanwege het kortdurende karakter.</al><al>De aanvrager voor HbH zal zich dus tijdig moeten melden bij het Loket
                            Wmo, de indicatie kan echter pas definitief worden afgegeven na
                            telefonisch contact vlak voor de ontslagdatum. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>GEBRUIKELIJKE ZORG</titel></kop><structuurtekst><al>Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders
                            en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze
                            als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een
                            gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het
                            huishouden.</al><al>Gebruikelijke zorg is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is
                            die gemeenschappelijk een woning bewoont. Uitwonende kinderen vallen
                            hier dus buiten.</al><al>Werk (of vrijwilligerswerk) en opleiding van huisgenoten zijn geen reden
                            om hulp bij het huishouden toe te kennen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.1</nr><titel>Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting</titel></kop><structuurtekst><al>Indien uit <vet>(medisch)</vet> onderzoek blijkt dat een huisgenoot
                            aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking,
                            handicap of chronisch psychisch/psychosociaal probleem waardoor
                            redelijkerwijs de huishoudelijke activiteiten niet overgenomen kunnen
                            worden is gebruikelijke zorg niet van toepassing.</al><al>Een consulent moet altijd onderzoeken of een leefeenheid, gegeven de
                            voor die leefeenheid geldende gebruikelijke zorg, door de (chronische)
                            uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en
                            overbelasting dreigt. Er dient onderzoek gedaan te worden naar de
                            verhouding tussen draagkracht en draaglast van de individuele HbH
                            aanvrager.</al><al>Factoren die van invloed kunnen zijn op de draagkracht zijn bijvoorbeeld
                            de lichamelijke en/of geestelijke conditie van de partner of huisgenoot
                            maar ook het sociale netwerk en de wijze van omgaan met problemen.
                            Factoren die van invloed kunnen zijn op draagkracht zijn bijvoorbeeld de
                            mate waarin er sprake is van (on)planbare zorg, het ziektebeeld en de
                            prognose, bijkomende problemen van sociale, emotionele of relationele
                            aard.</al><al>Wanneer partner of huisgenoot door de combinatie van een (volledige)
                            baan of opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te
                            raken, zal er door de consulent altijd medisch advies worden opgevraagd
                            om de overbelasting te objectiveren. </al><al>Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie
                            van werk, het voeren van een huishouden en andere activiteiten dan werk
                            en huishouden, gaan werk en het voeren van een huishouden voor. Het
                            beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een
                            indicatie voor hulp bij het huishouden te krijgen.</al><al>In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door
                            de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot,
                            kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de
                            gebruikelijke zorg worden gerekend. In principe zal die indicatie van
                            korte duur zijn (max. 3 maanden) om de leefeenheid de gelegenheid te
                            geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te
                            passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het
                            plotseling overlijden van de andere ouder overbelast dreigt te raken
                            door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende
                            kinderen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.2</nr><titel>Fysieke afwezigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Indien de huisgenoot van een zorgvrager vanwege werk fysiek niet
                            aanwezig is wordt hiermee bij het indiceren uitsluitend rekening
                            gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven
                            etmalen gaat. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend
                            karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan
                            offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. </al><al>Wanneer iemand aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen van
                            huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een
                            éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke zorg worden
                            geleverd.</al><al>Wanneer de fysieke afwezigheid van de partner minder dan 7 etmalen
                            bedraagt, zal er altijd onderzocht moeten worden of de huisgenoot
                            feitelijk kan voorzien in het verlenen van de zorg, dit speelt met name
                            een rol bij de niet-uitstelbare taken. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.3</nr><titel>Uitzonderingen gebruikelijke zorg</titel></kop><structuurtekst><al>In bepaalde situaties kan er iets soepeler worden omgegaan met
                            “gebruikelijke zorg”.</al><lijst><li nr="-"><al>In terminale situaties (levensverwachting is minder dan 3
                                    maanden) is het ontlasten van de huisgenoot in de vorm van hulp
                                    bij het huishouden mogelijk.</al></li><li nr="-"><al>Bij het plotseling overlijden van een van de ouders met als
                                    gevolg dat de achterblijvende ouder wordt belast met de
                                    opvoeding en verzorging van de kinderen in combinatie met werk.
                                    Ook in deze situatie kan tijdelijk (3 maanden) hulp bij het
                                    huishouden worden ingezet om de ouder de kans te geven op zoek
                                    te gaan naar andere oplossingen.</al></li><li nr="-"><al>Indien de aanwezige huisgenoten niet (meer) leerbaar zijn voor
                                    wat het uitvoeren van huishoudelijke taken. Dit betreft een
                                    individuele beoordeling.</al></li><li nr="-"><al>Voorkomen van crisis en ontwrichting bij verzorging en opvang
                                    van gezonde kinderen; indien opvang van gezonde kinderen
                                    noodzakelijk is heeft de inzet van een voorliggende voorziening
                                    een verplichtend karakter. Indien de voorliggende voorziening
                                    niet beschikbaar is- een consulent moet zich hier van op de
                                    hoogte stellen – kan tijdelijke inzet van hulp bij het
                                    huishouden noodzakelijk zijn.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.4</nr><titel>Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding</titel></kop><structuurtekst><al>Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de
                            gebruikelijke zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke
                            verzorging van partners. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt niet.
                            Bij uitval van de verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden
                            naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet
                            thuiswonende ouder door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde
                            afspraken tussen de ex-echtgenoten. </al><al>Voor die perioden dat de kinderen bij de verzorgende -uitgevallen- ouder
                            zijn kan er dan een indicatie voor opvang zijn. Als de zorgplicht door
                            de niet-verzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we
                            de situatie als een eenoudergezin.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.5</nr><titel>Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaar</titel></kop><structuurtekst><al>Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de
                            niet-uitstelbare taken. Hetverzorgen van -gezonde- kinderen valt ook
                            onder de hulp bij het huishouden.</al><al>· <vet>Niet-uitstelbare</vet> taken zijn maaltijd verzorgen/opwarmen, de
                            kinderen verzorgen, afwassen en opruimen;</al><al>· <vet>Wel-uitstelbare</vet> taken zijn wasverzorging, zwaar
                            huishoudelijk werk: stofzuigen, sanitair, keuken, bedden
                            verschonen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.6</nr><titel>Bijdrage van kinderen aan het huishouden</titel></kop><structuurtekst><al>In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan
                            gaat deconsulent ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun
                            leeftijd en psychosociaalfunctioneren, een bijdrage kunnen leveren aan
                            de huishoudelijke taken.</al><lijst><li nr="·"><al> Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de
                                    huishouding.</al></li><li nr="·"><al> Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen
                                    mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden
                                    als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding
                                    in de wasmand gooien.</al></li><li nr="·"><al> Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen, naast bovengenoemde
                                    taken ook helpen met het halen van kleine boodschappen,
                                    stofzuigen en de wasverzorging, met daarnaast ook het op orde
                                    houden van hun eigen kamer, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen,
                                    bed verschonen.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Taken voor jongvolwassenen</onderstreept></al><al>Van een jongvolwassene wordt verwacht dat deze het gehele dan wel het
                            grootste deel van de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire
                            verzorger uitvalt. Bij de mogelijke indicatiestelling wordt heel
                            expliciet rekening gehouden met de individuele situatie en de
                            gezinssamenstelling. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>NORMERING HUISHOUDELIJKE HULP IN MINUTEN</titel></kop><structuurtekst><al>Er worden standaard normtijden gehanteerd bij het indiceren van hulp bij
                            het huishouden. Deze normtijden vormen de basis, in zijn algemeenheid
                            worden deze in Purmerend als acceptabel bevonden. Aan de hand van deze
                            normtijden zal altijd per HbH aanvrager een individuele afweging worden
                            gemaakt. Afwijkingen van normtijden dienen te worden gemotiveerd.</al><al>De normtijden worden per week weergegeven. Een aantal taken zullen
                            dagelijks moeten plaatsvinden. Daarnaast zijn er wekelijks terugkerende
                            taken en er zijn een aantal taken waar een grotere interval voor
                            bestaat. De normtijden zijn allemaal gebaseerd op wekelijkse minuten.
                        </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.1</nr><titel>Uitgangspunten normtijden hulp bij het huishouden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>In eerste instantie is de grootte van de woning (sociale
                                    woningbouw ) leidend, daarna pas het aantal volwassen personen.
                                    Het hebben van een grotere (vrijstaande) woning leidt niet tot
                                    meerhulp c.q. een hogere indicatie </al></li><li nr="-"><al>Voor de aanwezigheid van kinderen kan meerhulp worden
                                    geïndiceerd.</al></li><li nr="-"><al>Het hebben van huisdieren is een eigen keuze; hiervoor wordt in
                                    beginsel geen meerhulp geïndiceerd, alleen in uitzonderlijke
                                    situaties een tijdelijke indicatie van max. 6 weken, zie ook
                                    1.9.</al></li><li nr="-"><al>Bij bepaalde problematiek, zoals bv. incontinentie en COPD
                                    (waarbij woningsanering voorliggend is) wordt niet standaard
                                    meerhulp geïndiceerd. Het betreft een individuele beoordeling
                                    dan wel op basis van medisch advies.</al></li><li nr="-"><al>De over te nemen activiteiten, in de vorm van normtijden, worden
                                    bij elkaar opgeteld en worden naar boven, op halve uren
                                    afgerond. Dit kan betekenen dat er extra ruimte/tijd in de
                                    indicatie is opgenomen waar geen direct over te nemen
                                    activiteiten aan zijn gekoppeld. Afhankelijk van het totaal zal
                                    bekeken worden of de ingezette hulp wekelijks, tweewekelijks,
                                    driewekelijks etc. kan worden ingezet. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.2</nr><titel>Boodschappen</titel></kop><structuurtekst><al>Het inkopen van boodschappen wordt niet geïndiceerd. De
                            boodschappenservice is algemeen gebruikelijk en voorhanden.</al><al>In situaties waar sprake is van een regieprobleem of daar waar de HbH
                            aanvrager dusdanig beperkt is dat diegene niet in staat is om een
                            boodschappenlijst samen te stellen kan dit geïndiceerd worden. </al><lijst><li nr="-"><al>boodschappenlijst samenstellen <vet>5 of</vet><vet>10 min. per
                                        week (max. 1 x week)</vet></al></li><li nr="-"><al>inruimen boodschappen <vet>5 of 10 min. per week</vet><vet>(max.
                                        1 x week</vet></al><al/><al><vet>Max. </vet><vet> 15 min. per week</vet></al><al/></li><li nr="-"><al><vet>Meerhulp</vet> is mogelijk (max. 15 min.) indien er
                                    kinderen jonger dan 12 jaar in de leefeenheid zijn. Dit is o.a
                                    afhankelijk van de samenstelling van de leefeenheid en de
                                    benodigde hoeveelheid boodschappen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.3</nr><titel>Bereiding broodmaaltijd</titel></kop><structuurtekst><al>Broodmaaltijd bereiden (brood smeren)</al><al>Broodmaaltijd klaarzetten</al><al>Tafel dekken en afruimen</al><al>Koffie/thee zetten</al><al>Opruimen/afwassen/inruimen afwasmachine</al><al/><al>-<vet>15 minuten per keer, max. 1 x dag</vet></al><al/><al>Het uitgangspunt is dat ochtends de boterhammen voor ’s avonds worden
                            klaargemaakt en afgedekt worden bewaard in koelkast.</al><al>Indien kinderen &lt;12 jaar zie kindverzorging </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.4</nr><titel>Opwarmen warme maaltijd</titel></kop><structuurtekst><al>Warme maaltijd opwarmen</al><al>Warme maaltijd klaarzetten/tafel dekken</al><al>Opruimen/afwassen/inruimen afwasmachine</al><al/><al>-<vet>20 minuten per keer, max. 1 x dag</vet></al><al/><al>Maaltijdservice en kant en klaar maaltijden zijn voorliggend en algemeen
                            gebruikelijk.</al><al>Het bereiden van warme maaltijden wordt alleen in heel uitzonderlijke
                            situaties geïndiceerd. (hele specifieke diëten die niet verkrijgbaar
                            zijn via maaltijdservice)</al><al>Indien kinderen &lt;12 jaar zie kindverzorging</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.5</nr><titel>Licht huishoudelijk werk in huis: kamers opruimen</titel></kop><structuurtekst><al>Stof afnemen</al><al>Opruimen</al><al>Afwassen</al><al>Bed opmaken</al><al/><al>Woning met 1 of 2 slaapkamer(s), 1 of 2 persoonshuishouden</al><al/><al>-<vet>max.</vet><vet>45 minuten per week</vet></al><al/><al>Woning met 3 slaapkamers, 1 of 2 persoonshuishouden </al><al/><al>- <vet>max.</vet><vet>60 minuten per week</vet></al><al/><al>- <vet>Meerhulp:</vet></al><lijst><li nr="1."><al> max. 15 min. extra is mogelijk per kind jonger dan 5 jaar</al></li><li nr="2."><al>max. 30 min. extra bij hoge vervuilingsgraad ten gevolge van
                                    de</al><al> beperking of noodzaak extra hygiëne ten gevolge van de </al><al> aandoening.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.6</nr><titel>Zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, wc/badkamer schoonmaken</titel></kop><structuurtekst><al>Stofzuigen/nat afnemen </al><al>Dweilen, soppen van sanitair en keuken</al><al>Bedden verschonen</al><al/><al>Woning met 1 of 2 slaapkamer(s), 1 persoonshuishouden</al><al/><al>-<vet>max.</vet><vet>90 minuten per week</vet></al><al/><al>Woning met 1 of 2 slaapkamer(s), 2 persoonshuishouden</al><al/><al>-<vet>max.</vet><vet>120 minuten per week</vet></al><al/><al>Woning met 3 slaapkamers, 1 persoonshuishouden</al><al/><al>-<vet>max.</vet><vet>120 minuten per week</vet></al><al/><al>Woning met 3 slaapkamers, 2 persoonshuishouden</al><al/><al>-<vet>max.</vet><vet>150 minuten per week</vet></al><al/><al>V.w.b. de normtijden van het nat schoonmaken (grondig) van badkamer en
                            keuken is rekening gehouden met een 3-wekelijks terugkerende activiteit.
                            V.w.b. het zemen van de binnenkant van de ramen betreft dit eens in de
                            12 weken. </al><al/><al><vet>Meerhulp:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>max. 15 min. extra is mogelijk per kind jonger dan 13 jaar</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>max. 30 min. extra bij hoge vervuilingsgraad ten gevolge van
                                    de</al><al> beperking of noodzaak extra hygiëne ten gevolge van de
                                    aandoening.</al></li><li nr="3."><al>max. 30 min. hulphond</al></li><li nr="4."><al>max. 30 min. (tijdelijk 6 weken) bij huisdier in acute
                                    situatie</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.7</nr><titel>Wasverzorging</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><al>Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine</al><al>Was drogen in droogmachine/was ophangen</al><al>Vouwen, strijken, opbergen</al><al>Eenpersoonshuishouden, met droger </al><al/><al>-<vet>max. 45 minuten per week</vet></al><al/><al>Eenpersoonshuishouden, zonder droger </al><al/><al>-<vet>max. 60 minuten per week</vet></al><al/><al>Twee persoonshuishouden, met droger </al><al/><al>-<vet>max. 75 minuten per week</vet></al><al/><al>Twee persoonshuishouden, zonder droger</al><al/><al>-<vet>max. 90 minuten per week</vet></al><al/><al><vet>Meerhulp:</vet>1. </al><lijst><li nr="1."><al>max. 30 min. extra is mogelijk per kind jonger dan 13 jaar,
                                    afhankelijk van samenstelling leefeenheid.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>max. 20 min. extra is mogelijk per kind tussen de 13 en 17
                                    jaar,</al><al> Afhankelijk van samenstelling leefeenheid.</al></li><li nr="3."><al>max. 30 min. mogelijk bij bedlegerigheid, transpiratie/speeksel,
                                    chemo.</al></li></lijst><al>Het strijken van enige bovenkleding is opgenomen in de normtijd.
                            Onderkleding en handdoeken/theedoeken/beddengoed wordt gevouwen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.8</nr><titel>Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen</titel></kop><structuurtekst><al>Indien er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of
                            beide oudersondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de
                            kinderen, wordt er eerstnagegaan wat mantelzorg opvangt, en wat
                            vrijwilligers als vervangende mantelzorg,algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen en voorliggende voorzieningen kunnen opvangen.</al><al>Oppas en opvang van gezonde kinderen vallen in principe niet onder de
                            Wmo, daarvoor zijn andere, algemeen gebruikelijke en voorliggende
                            voorzieningen voorhanden zoals kinderopvang/crèche. </al><al>Indien de consulent constateert dat de voorliggende en algemeen
                            gebruikelijke voorzieningen niet aanwezig of niet toepasbaar zijn of
                            zijn uitgeput, is bij uitval van de ouder in een éénoudergezin
                            afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind, een advies
                            voor hulp bij het huishouden mogelijk. Deze indicatie kan tot 40 uur per
                            week afgegeven worden voor oppas en opvang van gezonde kinderen. Een
                            dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 3 maanden),
                            de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden.</al><al/><al><vet>-</vet><vet> max. 40 uur per week</vet></al><al>De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de
                            ouderrol op zich te nemen.</al><al/><al>Kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op
                            school, voor en na schoolse opvang) is altijd voorliggend. </al><al/><al>Een kind van 3 maanden of ouder kan gebruik maken van een
                            kinderdagverblijf voor max. 5 dagen.</al><al/><al>Voor kinderen tot en met 7 jaar geldt:</al><al>Naar bed brengen/uit bed halen </al><al><vet>10 minuten per keer per kind</vet></al><al><vet> Max. 4 keer per 24
                            uur</vet></al><al/><al>Wassen (incl. tanden poetsen) en kleden </al><al><vet>30 minuten per dag per kind</vet></al><al><vet> Max. 2 keer per 24 uur</vet></al><al/><al>Eten en/of drinken geven </al><al><vet>30 minuten per broodmaaltijd </vet></al><al><vet>45 minuten per warme maaltijd</vet></al><al/><al>Babyvoeding:flesje </al><al><vet>20 minuten per keer</vet></al><al/><al>Luier verschonen </al><al><vet>10 minuten per keer, </vet></al><al><vet>max. 5 keer per 24 uur</vet></al><al/><al>Naar school/crèche brengen </al><al><vet>15 minuten per keer</vet></al><al/><al>Een aantal activiteiten kan ook noodzakelijk zijn voor kinderen ouder
                            dan 7 jaar. De te indiceren activiteiten zullen in goed overleg met de
                            consulent worden vastgesteld.</al><al>Het is hierbij mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op
                            hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind.
                            De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van
                            het kind. </al><al/><al><vet>Meerhulp</vet>: </al><al>gedragsproblematiek bij kinderen</al><al> Spelen/opvoeding</al><al/><al><vet>Meer-minderhulp</vet>:</al><al> leeftijd van de kinderen</al><al/><al>Maximale duur voor de opvang is 3 maanden</al><al>Verzorging/en of tijdelijke opvang van kinderen is minimaal HbH 2.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.9</nr><titel>Organisatie van het huishouden (als er sprake is van een
                            regieprobleem)</titel></kop><structuurtekst><al>Aanbrengen/ handhaven structuur </al><al><vet>30 minuten per week</vet></al><al/><al>Organisatie administratie huishouden</al><al><vet>30 minuten per week</vet></al><al/><al>Instructie huishouden (omgaan met hulpmiddelen, licht huishoudelijk
                            werk, wasverzorging)</al><al><vet> 30 minuten per keer, max. 3
                                keer per week, max. 6 weken</vet></al><al/><al><vet>Meerhulp</vet>: </al><lijst><li nr="1."><al>max. 15 min. per week is mogelijk bij communicatieproblemen
                                </al></li><li nr="2."><al>max. 30 min. per week is mogelijk bij kinderen jonger dan 16
                                    jaar</al><al/></li></lijst><al>Organisatie van het huishouden is minimaal HbH 2.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.10</nr><titel>Meer en/of minderhulp</titel></kop><structuurtekst><al>Indien de consulent constateert dat er meer of minder hulp
                            benodigd/voldoende welke niet expliciet in voorgaande paragrafen is
                            beschreven dan bestaat de mogelijkheid de extra of verminderde hulp al
                            dan niet in tijdelijke vorm (niet) te indiceren. Dit dient altijd goed
                            te worden gemotiveerd. </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Purmerend, 23 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Purmerend,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, </ondertekening><ondertekening>M.J.H. Smulders</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de Burgemeester,</ondertekening><ondertekening>D. Bijl</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1 A</nr><titel>Specificatie normtijden per taak</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Purmerend/i247650.pdf">Bijlage 1 A</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>De ICF: FUNCTIES</titel><subtitel>(bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</subtitel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Purmerend/i247651.pdf">Bijlage 2</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>De ICF: ACTIVITEITEN EN PARTICIPATIE</titel><subtitel><vet>(bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</vet></subtitel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Purmerend/i247652.pdf">Bijlage 3</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Inleiding </al><al/><al>HOOFDSTUK 1 UITGANGSPUNTEN HULP BIJ HET HUISHOUDEN </al><al>1.1 Als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden
                        </al><al>1.2 Deskundigheden en activiteiten van hulp bij het huishouden
                        </al><al>1.3 De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk/ gebruikelijke
                            zorg </al><al>1.4 Mantelzorg </al><al>1.5 Algemene hulpmiddelen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en
                            voorliggende voorzieningen </al><al>1.5.1 Algemene hulpmiddelen </al><al>1.5.2 Algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>1.5.3 Voorliggende voorzieningen </al><al>1.5.4 Collectieve voorzieningen </al><al>1.6 Particuliere huishoudelijke hulp </al><al>1.7 Revalideren </al><al>1.8 Technische hulpmiddelen en woonvoorzieningen </al><al>1.9 Het hebben van een huisdier </al><al>1.10 Probleemgezinnen </al><al>1.11 Spoedhulp </al><al>1.12 Overlijden (geïndiceerde) partner </al><al>1.13 Geplande operatie/ziekenhuisopname </al><al>HOOFDSTUK 2 GEBRUIKELIJKE ZORG </al><al>2.1 Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting </al><al>2.2 Fysieke afwezigheid </al><al>2.3 Uitzonderingen gebruikelijke zorg </al><al>2.4 Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding </al><al>2.5 Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaar </al><al>2.6 Bijdrage van kinderen aan het huishouden </al><al>HOOFDSTUK 3 NORMERING HUISHOUDELIJKE HULP IN MINUTEN </al><al>3.1 Uitgangspunten normtijden hulp bij het huishouden </al><al>3.2 Boodschappen </al><al>3.3 Bereiding broodmaaltijd </al><al>3.4 Opwarmen warme maaltijd </al><al>3.5 Licht huishoudelijk werk in huis: kamers opruimen </al><al>3.6 Zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, wc/badkamer schoonmaken
                        </al><al>3.7 Wasverzorging </al><al/><al>3.8 Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen </al><al>3.9 Organisatie van het huishouden (als er sprake is van een
                            regieprobleem) </al><al>3.10 Meer en/of minderhulp </al></bijlage></regeling></body></cvdr>