<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351280_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 82928</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=160&amp;g=2015-01-01">Gemeentewet, art. 160 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1156590</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, </al><al/><al>gelet op artikel 160 van de gemeentewet, </al><al/><al>besluit vast te stellen het </al><al/><al><vet>Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatwerkvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>sociaal en persoonlijk functioneren;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden;
                                    </al></li><li nr="c."><al>financiën;</al></li><li nr="d."><al>dagbesteding (sociaal evt. arbeidsmatig); </al></li><li nr="e."><al>ondersteuning zelfzorg;</al></li><li nr="f."><al>huisvesting;</al></li><li nr="g."><al>kortdurend verblijf;</al></li><li nr="h."><al>een woonvoorziening; </al></li><li nr="i."><al>een vervoersvoorziening;</al></li><li nr="j."><al>een rolstoel of andere hulpmiddelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ‘ondersteuningsplan’ dat wordt opgesteld tussen de aanbieder en
                                de aanvrager is een integraal onderdeel van de beschikking krachtens
                                artikel 10 van de verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage kan worden opgelegd zo lang als iemand gebruik maakt van
                                de maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De grondslag voor het berekenen van de bijdrage is gelimiteerd tot
                                een bedrag gelijk aan de kostprijs van de voorziening inclusief
                                onderhoud, keuring en reparatie. De bijdrage mag niet hoger zijn dan
                                de werkelijke kosten van deze voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor rolstoelen, sportrolstoelen en hulpmiddelen voor minderjarigen
                                is op grond van wet- en regelgeving geen bijdrage verschuldigd. Voor
                                cliënten van 18 jaar en ouder geldt de vrijstelling alleen voor
                                rolstoelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of
                                Pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige welke
                                is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, is art 2.1.5 lid
                                1 van de wet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor beschermd wonen geldt de bijdrage zoals benoemd in hoofdstuk 3
                                van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Hoogte en duur bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom
                                wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing
                                aan een woning, wordt voor de berekening van de bijdrage de
                                kostprijs gebaseerd op de kostprijs van de woningaanpassing plus de
                                eventuele kosten voor onderhoud, keuring en reparatie en wordt geïnd
                                gedurende maximaal 39 periodes van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorziening bestaat uit een individuele
                                vervoersvoorziening, bestaat voor de berekening van de bijdage de
                                kostprijs uit de aanschafprijs van een nieuwe voorziening plus de
                                kosten voor het onderhoud, keuring en reparatie van de voorziening.
                                De aanschafprijs van de voorziening wordt voor de maximale duur van
                                39 perioden van 4 weken in rekening gebracht. Het onderhoud van de
                                voorziening wordt gedurende de gehele gebruiksperiode van de
                                voorziening in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval van een bijdrage bij hulp bij het huishouden,
                                individuele begeleiding, en persoonlijke verzorging in de vorm van
                                een persoonsgebonden budget of alfacheque , bestaat de kostprijs van
                                de maatwerkvoorziening uit de waarde van het verstrekte
                                persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de bijdrage voor begeleiding groep wordt de
                                kostprijs gebaseerd op het laagste dagdeeltarief van maximaal 4 uur
                                dagbesteding zoals overeengekomen met de door de gemeente
                                gecontracteerde zorgaanbieders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de berekening van de bijdrage voor sociaal en persoonlijk
                                functioneren, ondersteuning en regie bij het voeren van een
                                huishouden en financiën wordt de kostprijs gebaseerd op het laagste
                                uurtarief zoals is overeengekomen met de door de gemeente
                                gecontracteerde zorgleveranciers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de berekening van de bijdrage voor kortdurend verblijf wordt de
                                kostprijs gebaseerd op het laagste etmaal tarief zoals is
                                overeengekomen met de door de gemeente gecontracteerde
                                zorgaanbieder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Bijdrage maatschappelijke opvang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage wordt bepaald per etmaal.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor ieder etmaal, of
                                    een gedeelte van het etmaal, waarop hij gebruik maakt van
                                    opvang.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het gestelde in artikel 3.1 juncto, paragraaf 4,
                                    artikel 3.20, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, is
                                    de bijdrage gelijk aan het bedrag voor de feitelijke kosten voor
                                    huisvesting en begeleiding van de cliënt tot een maximum van €
                                    500,- per maand voor een alleenstaande en tot een maximum van €
                                    812,50 voor gehuwden.</al><al>Het college indexeert jaarlijks op 1 januari het genoemde bedrag
                                    aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie (als
                                    genoemd in artikel 3.7 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).</al></li><li nr="4."><al>Het college int de bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Klanttarief aanvullend openbaar vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het aanvullend openbaar vervoer betaalt de geïndiceerde persoon
                                een bedrag dat vergelijkbaar is met het zonetarief van de OV chippas
                                en bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>voor een reguliere rit: € 0,90 voor het basistarief en €
                                        0,15 per reiskilometer;</al></li><li nr="-"><al>voor een prioritaire rit: € 1,60 voor het basistarief en €
                                        0,30 per reiskilometer.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Persoonsgebonden budget (Pgb)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanvrager dient, om in aanmerking te kunnen komen voor een Pgb,
                                    een persoonlijk plan in waarin het verzoek om een Pgb wordt
                                    gemotiveerd en onderbouwd.</al></li><li nr="2."><al>Verstrekking in de vorm van een Pgb kan worden geweigerd
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                            duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat
                                            dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met
                                            een Pgb;</al></li><li nr="b."><al>eerder willens en wetens misbruik is gemaakt van een
                                            Pgb;</al></li><li nr="c."><al>doelmatigheidsoverwegingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Om de budgethouder volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het
                                    Pgb dient te worden aangeschaft en aan welke vereisten de aan te
                                    schaffen ondersteuning dient te voldoen, wordt een zo nauwkeurig
                                    mogelijk omschreven programma van eisen bij de beschikking
                                    gevoegd.</al><al>Wordt dan toch een maatwerkvoorziening aangeschaft die niet aan
                                    het programma van eisen voldoet, dan is gehandeld in strijd met
                                    de beschikking en kan het Pgb alsnog geweigerd worden. </al><al>In het geval van hulp bij het huishouden zal de ingezette hulp
                                    voor type HbH 2 en HbH 3 van gelijkwaardig niveau moeten zijn
                                    als de natura-variant. Type HbH 2 en 3 kunnen niet worden
                                    ingezet door een persoon uit het eigen netwerk, tenzij deze
                                    persoon de professionele achtergrond heeft die vereist is. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>In geval een Pgb wordt verleend voor de duur van een bepaalde
                                    periode, vangt de periode aan op de dag waarop het recht op de
                                    maatwerkvoorziening is ontstaan.</al></li><li nr="5."><al>Een Pgb voor de aanschaf van een hulpmiddel of voorziening is
                                    mede bestemd voor het onderhoud, de reparaties en de verzekering
                                    van de voorziening.</al></li><li nr="6."><al>Voor de kosten van ondersteuning of bemiddeling bij de besteding
                                    of de verantwoording van het Pgb wordt geen bijdrage
                                    verleend.</al></li><li nr="7."><al>Aanvrager dient zijn medewerking aan een gecontracteerde
                                    aanbieder ter verlenen om tot een prijsopgave te komen die
                                    noodzakelijk is voor de vaststelling van het maximale Pgb.</al></li><li nr="8."><al>Een Pgb kan alleen worden aangevraagd ten behoeve van
                                    ondersteuning die hier ten lande wordt verstrekt.</al></li><li nr="9."><al>Het deel van het toegekende Pgb dat niet wordt besteed aan de
                                    geïndiceerde ondersteuning of voorziening, wordt niet
                                    uitgekeerd, of dient te worden terugbetaald aan het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Invulling Pgb door personen uit het sociale netwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een toegekend Pgb kan uitsluitend na toestemming van het college
                                worden besteed aan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassing of
                                andere maatregelen die worden betrokken uit het netwerk van de
                                aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toestemming om het Pgb in te laten vullen door iemand uit het
                                sociale netwerk van de aanvrager wordt in ieder geval geweigerd
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van gebruikelijke hulp; </al></li><li nr="b."><al>het gaat om een persoon die hetgeen nu geboden gaat worden
                                        eerder om niet heeft geboden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Hoogte Pgb</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bedragen voor het Pgb voor begeleiding en dagbesteding door
                                    een professionele zorgverlener bedraagt maximaal 100% van het
                                    goedkoopste arrangementsbedrag. De bedragen voor 2015 zijn
                                    opgenomen in bijlage 1.</al></li><li nr="2."><al>Voor de levering van hulp bij het huishouden geldt de
                                    uitzondering dat door een particuliere hulp, de hoogte voor het
                                    Pgb ongeveer 75% bedraagt van het natura tarief, hulp bij het
                                    huishouden door een professionele zorgaanbieder bedraagt
                                    vervolgens ongeveer 90% van het natura tarief.</al><al>De bedragen voor 2015 zijn opgenomen in bijlage 1.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De hoogte van een Pgb waarmee een niet professionele
                                    zorgverlener met uitzondering van lid 2 wordt betaald, bedraagt
                                    maximaal € 20,- per uur overeenkomstig de AWBZ tarieven
                                    2014.</al></li><li nr="4."><al>Het Pgb voor vervoersvoorzieningen, rolstoelen en losse
                                    woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde
                                    gelijkwaardig aan de in de betreffende situatie te verstrekken
                                    voorziening in natura, bij de door de gemeente gecontracteerde
                                    leverancier en kan op declaratiebasis worden verhoogd met een
                                    bedrag voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het bedrag voor
                                    onderhoud en reparatie dat de gemeente betaalt voor een
                                    dergelijke voorziening die in natura wordt verstrekt. Binnen de
                                    natura-variant zijn er per voorziening meerdere mogelijkheden
                                    met hieraan verschillende tarieven verbonden. Om de tegenwaarde
                                    van de goedkoopst compenserende voorziening in natura te kunnen
                                    bepalen is daarom vaak een passing nodig bij de leverancier. Op
                                    het moment dat de budgethouder een passing weigert wordt er van
                                    uitgegaan dat de goedkoopste voorziening binnen de
                                    natura-variant-mogelijkheden adequaat is zodat het Pgb-bedrag
                                    hierop wordt afgestemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- Maatwerkvoorziening bestaande uit woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college te verlenen woonvoorzieningen kunnen bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening van niet-bouwkundige en niet-woontechnische
                                        aard in of aan de woning;</al></li><li nr="b."><al>een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of
                                        aan de woning, waaronder begrepen het bezoekbaar maken van
                                        de woning;</al></li><li nr="c."><al>onderhoud, keuring, reparatie en eventueel verwijderen van
                                        voorzieningen in de woning;</al></li><li nr="d."><al>een uitraasruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wijze van verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>De voorziening als bedoeld in artikel 4.1, lid 1, onderdeel
                                        a, wordt verstrekt in natura of in de vorm van een Pgb.</al></li><li nr="b."><al>De voorzieningen als bedoeld in artikel 4.1, lid 1,
                                        onderdelen b, c en d, worden verstrekt in de vorm van een
                                        PGB.</al></li><li nr="c."><al>De voorziening als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a wordt
                                        in geval van een Pgb uitbetaald aan de aanvrager.</al></li><li nr="d."><al>De voorzieningen als bedoeld in artikel 4.1, onderdelen b en
                                        c en d worden uitbetaald aan de eigenaar van de woning,
                                        tenzij het college anders beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In uitzondering op lid 1, geldt voor cliënten die een financiële
                                tegemoetkoming voor een woonvoorziening hebben toegewezen gekregen
                                vóór 1 januari 2015 het recht op financiële tegemoetkoming blijft
                                bestaan. De betreffende bedragen voor deze cliënten zijn opgenomen
                                in de bijlage 1 Vergoedingenlijst Pgb’s 2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- Maatwerkvoorziening bestaande uit vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college te verlenen vervoersvoorziening kunnen bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een collectief systeem van aanvullend vervoer;</al></li><li nr="b."><al>een open buitenwagen (scootmobiel);</al></li><li nr="c."><al>een gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="d."><al>een andere speciaal voor de doelgroep bedoelde
                                        vervoersvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>een aanpassing aan een motorvoertuig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouders en/of de partners en/of de kinderen tot en met 12 jaar,
                                die woonachtig zijn op hetzelfde adres, kunnen tegen een gelijk
                                gereduceerd tarief met de aanvrager meereizen in het collectief
                                systeem van aanvullend vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleider van de persoon die recht heeft op de voorziening als
                                bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onderdeel a, kan gratis meereizen in
                                het collectief systeem van aanvullend vervoer indien de bedoelde
                                persoon zonder die begeleiding niet kan reizen of zich op de plaats
                                van bestemming niet zelfstandig kan verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wijze van verstrekken van de vervoersvoorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>De voorziening genoemd in lid 1, onderdeel a, wordt in
                                        natura verstrekt. </al></li><li nr="b."><al>De voorzieningen genoemd in lid 1, onderdelen b, c, d en e
                                        worden in natura of in de vorm van een Pgb verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorziening in natura of het maximale Pgb bedrag voor
                                autoaanpassingen, waar een eigen bijdrage voor is verschuldigd wordt
                                vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door
                                het college goedgekeurde offerte.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Pgb voor de autoaanpassing bedraagt maximaal € 2.163,- indien de
                                persoon met beperkingen geïndiceerd is voor het collectieve
                                vervoersvoorziening maar niet in aanmerking wil komen voor de
                                collectieve voorziening. Deze autoaanpassing kan alleen verstrekt
                                worden in plaats van het collectief vervoer als deze voor een
                                periode van minimaal 5 jaar adequaat geacht wordt. Voor deze vorm
                                van Pgb is geen eigen bijdrage verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergoeding bedoeld in lid 6 is een gemaximeerde vergoeding en
                                wordt niet vaker dan eens per vijf jaar verstrekt. Het bedrag geldt
                                tevens als bijdrage voor het onderhoud en de reparatie van de
                                verstrekte autoaanpassing. Gedurende deze periode van 5 jaar bestaat
                                geen recht op het AOV, tenzij de aanvrager de autoaanpassing naar
                                rato terugbetaalt aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien op grond van lid 6 een Pgb voor autoaanpassing wordt
                                toegekend kan in aanvulling daarop geen ondersteuning voor gebruik
                                van de eigen auto of (rolstoel)taxi worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In uitzondering op lid 1, geldt voor cliënten die een financiële
                                tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening hebben toegewezen
                                gekregen vóór 1 januari 2015 het recht op financiële tegemoetkoming
                                bestaan. De betreffende bedragen voor deze cliënten zijn opgenomen
                                in de bijlage Vergoedingenlijst Pgb’s 2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Maatwerkvoorziening bestaande uit rolstoelvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Rolstoelvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college te verlenen rolstoelvoorziening kan bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een handbewogen rolstoel;</al></li><li nr="b."><al>een elektrische rolstoel;</al></li><li nr="c."><al>aanpassingen aan de rolstoel;</al></li><li nr="d."><al>een sportrolstoel of andere sportvoorziening voor
                                        recreatieve sportbeoefening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen als bedoeld in artikel 6.1, lid 1, onderdelen a, b
                                en c, worden in natura of in de vorm van een PGB verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget voor de in lid 1, onderdeel d, bedoelde
                                sportrolstoel, of een andere sportvoorziening is mede bestemd als
                                tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de
                                aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en
                                bedraagt maximaal € 2.890,-.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van dit besluit indien de onverkorte
                            toepassing van dit besluit tot onbillijkheden van overwegende aard zou
                            leiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in dit besluit geldende bedragen kunnen jaarlijks door het
                                college worden aangepast conform de ontwikkelingen van de
                                consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek, te rekenen over de periode oktober tot oktober.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid wordt het klanttarief van de
                                aanvullend openbaar vervoerritten aangepast aan de prijsontwikkeling
                                overeenkomstig de Openbaar Vervoertarieven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit kan worden aangehaald als 'Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning Purmerend 2015’.</al></li><li nr="2."><al>Het ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Purmerend
                                    2014’ wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015 of de dag na
                                    bekendmaking indien de dag van bekendmaking na 1 januari 2015
                                    ligt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Purmerend, 23 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Purmerend,</ondertekening><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>M.J.H. Smulders</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>D. Bijl</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Vergoedingenlijst Pgb’s 2015</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="60*"/><colspec colname="col2" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Resultaat</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Pgb</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>Sociaal en persoonlijk functioneren </vet></al><al>Maximaal 100% van het goedkoopste arrangementsbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 36,27 per uur (p.u.)</al><al>€ 95,23 p.u. ZG Visueel</al><al>€ 40,83 p.u. ZG Auditief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>Ondersteuning en regie bij het voeren van een
                                            huishouden</vet></al><al>Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden,
                                        waar een eigen bijdrage voor is verschuldigd, bestaat uit
                                        twee varianten. </al><al>·De eerste variant heeft betrekking op de levering van hulp
                                        bij het huishouden door een particuliere hulp. De bij deze
                                        variant horende tarieven bedragen voor HbH 2 en HbH 3
                                        ongeveer 75% van het natura-tarief. Voor HbH 1 wordt dit
                                        tarief gelijkgesteld aan de waarde van de alfacheque.</al><al>·De tweede variant heeft betrekking op de levering van hulp
                                        bij het huishouden door een professionele zorgaanbieder. De
                                        bij deze variant horende tarieven bedragen ongeveer 90% van
                                        het natura-tarief.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uurtarief behorende bij een persoonsgebonden budget voor
                                        hulp bij het huishouden door een particuliere hulp
                                        bedraagt:</al><al>HbH 1: € 13,72</al><al>HbH 2: € 18,40 </al><al>HbH 3: € 19,40</al><al>Het uurtarief behorende bij een persoonsgebonden budget voor
                                        hulp bij het huishouden door een professionele organisatie
                                        bedraagt:</al><al>HbH 1: € 18,90 </al><al>HbH 2: € 21,40</al><al>HbH 3: € 23,40</al><al>Het uurtarief behorende bij de alfacheque voor hulp bij het
                                        huishouden door een particuliere hulp bedraagt:</al><al>HbH 1: € 13,72</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>Financiën</vet></al><al>Maximaal 100% van het goedkoopste arrangementsbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 36,27 p.u</al><al>€ 95,23 p.u. ZG Visueel</al><al>€ 40,83 p.u. ZG Auditief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<vet>Dagbesteding (sociaal evt. arbeidsmatig)</vet></al><al>Maximaal 100% van het goedkoopste arrangementsbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 28,24 per dagdeel (p.d.)</al><al>€ 40,83 p.d. ZG Auditief</al><al>€ 40,83 p.d. Z.G. Visueel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<vet>Ondersteuning zelfzorg</vet></al><al>Maximaal 100% van het goedkoopste arrangementsbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 28,24 per dagdeel</al><al>€ 40,83 p.d. ZG Auditief</al><al>€ 40,83 p.d. Z.G. Visueel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<vet>Huisvesting</vet></al><al>N.v.t.</al></entry><entry colname="col2"><al>N.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<vet>Kortdurend verblijf</vet></al><al>De hoogte van het Pgb voor kortdurend verblijf bedraagt
                                        maximaal € 116,-, dit is inclusief overnachting en exclusief
                                        individuele en ondersteuning of dagbesteding</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 116,- per etmaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>h-1. Een woonvoorziening</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van een Pgb voor een woonvoorziening is
                                        afhankelijk van het doel van de aanvraag en maximaal </al><al>€ 2.774,- of gelijk aan de prijs voor de goedkoopste
                                        adequate voorziening in natura.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>i-1. Een vervoersvoorziening</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van het Pgb is de prijs van de goedkoopste
                                        voorziening in natura.</al><al>Voor taxikosten bedraagt het Pgb maximaal € 1.665,-
                                        p.jr.</al><al>Voor de rolstoeltaxi bedraagt het Pgb maximaal € 2.472,-
                                        p.jr.</al><al>Het Pgb voor de autoaanpassing bedraagt maximaal € 2.163,-
                                        indien de persoon met beperkingen geïndiceerd is voor het
                                        collectieve vervoersvoorziening maar niet in aanmerking wil
                                        komen voor de collectieve voorziening. Deze autoaanpassing
                                        kan alleen verstrekt worden in plaats van het collectief
                                        vervoer als deze voor een periode van minimaal 5 jaar
                                        adequaat geacht wordt. Voor deze Pgb is geen eigen bijdrage
                                        verschuldigd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>j. Een rolstoel of andere hulpmiddelen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van het Pgb voor een rolstoel is de prijs van de
                                        goedkoopst adequate voorziening in natura.</al><al>De hoogte van het Pgb voor een sportrolstoel/voorziening
                                        bedraagt maximaal € 2.890,-.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.<vet>Niet professionele zorgverlening</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van een Pgb waarmee een niet professionele
                                        zorgverlener met uitzondering van artikel 3.3 lid 3 wordt
                                        betaald, bedraagt maximaal € 20,- per uur overeenkomstig de
                                        AWBZ tarieven 2014.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.<vet>Persoonlijke verzorging</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 36,27 p.u.</al><al>€ 36,27 p.u. extra</al><al>€ 36,27 p.u. verzorging speciaal</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overgangsrecht financiële tegemoetkoming</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="60*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>h-2.Woonvoorzieningen</vet></al><al>Bestaande cliënten houden het recht op hun financiële
                                        tegemoetkoming.</al></entry><entry colname="col2"><al>De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                                        herinrichtingskosten, waar een eigen aandeel voor is
                                        verschuldigd, bedraagt</al><al>a.€ 2.774</al><al>b.€ 4.161 voor personen die op verzoek van de gemeente een
                                        aangepaste woning vrijmaken.</al><al>De financiële tegemoetkoming voor woningsanering, waar een
                                        eigen aandeel voor is verschuldigd, bedraagt, wanneer het
                                        gaat om het vervangen van zachte door harde vloerbedekking,
                                        inclusief eventueel ondertapijt, egaliseren, legkosten,
                                        maximaal € 13,15 per vierkante meter. </al><al>Voor woningsanering gelden de volgende
                                        afschrijvingstermijnen: </al><al>-is een artikel nieuwer dan 2 jaar: 100% vergoeding</al><al>-is een artikel 2-4 jaar oud: 75% vergoeding</al><al>-is een artikel 4-6 jaar oud: 50% vergoeding</al><al>-is een artikel 6-8 jaar oud; 25% vergoeding</al><al>-is een artikel 8 jaar of ouder: geen vergoeding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>i-2. Vervoersvoorzieningen</vet></al><al>Bestaande cliënten houden dus recht op hun financiële
                                        tegemoetkoming</al></entry><entry colname="col2"><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt
                                        voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal </al><al>€ 1.434,- . Voor deze financiële tegemoetkoming is een eigen
                                        aandeel verschuldigd.</al><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt
                                        voor gebruik van een bruikleenauto bedraagt maximaal €
                                        856,-. Voor deze financiële tegemoetkoming is een eigen
                                        aandeel verschuldigd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Lijst Specialistische Zorgaanbieders</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Lumpsum tot 1 juli 2015</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tariefafspraken</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heliomare</al></entry><entry colname="col2"><al>Cumulus Home B.V.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het-Mennistenerf</al></entry><entry colname="col2"><al>Afasiecentrum Amsterdam</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Odion </al></entry><entry colname="col2"><al>Altijd Zorg Aanwezig</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Parnassia Groep</al></entry><entry colname="col2"><al>AristoZorg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Philadelphia Zorg</al></entry><entry colname="col2"><al>Dagbesteding De Ontmoeting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Prinsenstichting</al></entry><entry colname="col2"><al>Joost Zorgt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RIBW Zaanstreek Waterland West-Friesland</al></entry><entry colname="col2"><al>Leger des Heils</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Enzo </al></entry><entry colname="col2"><al>Madeliefje Thuiszorg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Evean Zorg</al></entry><entry colname="col2"><al>Perspectief GZ</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Hervormd Centrum Pennemes</al></entry><entry colname="col2"><al>Praktijk de Regenboog</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Landzijde</al></entry><entry colname="col2"><al>Psygro B.V.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Odibaan</al></entry><entry colname="col2"><al>Raphaëlstichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting wonen en zorg purmerend</al></entry><entry colname="col2"><al>RegioZorgWest</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgcirkel</al></entry><entry colname="col2"><al>Saen Professionals</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Sema Zorg BV</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Sensa Zorg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>TSN Thuiszorg Nederland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>stichting MIES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Stichting Omring</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Stichting PartiCura</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Stichting WLG NH-Midden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Studio Witlof</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>SuS ondersteunende begeleiding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Thuiszorg La Vie!</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>ThuiszorgInHolland B.V.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Tzorg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>ViVa! Zorggroep</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voorzet Arbeid BV</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Waterlandswelzijn</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>WmoBuroFlo/ Leekerweide</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Nieuwe zorgaanbieders kunnen in de loop van 2015 instromen. </al><tussenkop>Landelijke aanbieders Zintuiglijke beperkingen (ZG)</tussenkop><tussenkop>Aanbieders ZG</tussenkop><al>Bartimeus</al><al>De Noorderbrug</al><al>Koninklijke Visio</al><al>Kalorama</al><al>De Gelderhorst</al><al>Robert Coppes</al><al>GGMD</al><al>Kentalis</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>Tarieven aanbieders</titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>14 partijen zijn conform artikel 20.2 van de Deelovereenkomst met
                            betrekking tot financiering in de periode van 1 januari 2015 tot 1 juli
                            2015 de volgende tarieven in bijgaande tabellen overeengekomen. Per 1
                            juli 2015 geschiedt de financiering met inachtneming van artikel 20.4
                            van de Deelovereenkomst. – obv arrangementen en geldende
                            beschikkingen.</al></li><li nr="·"><al>Voor de overige 30 aanbieders gelden de tarieven zoals opgenomen in de
                            bijlage.</al></li><li nr="·"><al>Lumpsumbedrag is inclusief vervoer. Vervoer is gebaseerd op het gebruik
                            2014 en tarieven 2014. De tariefskorting van 17% is niet van toepassing
                            op de vervoerstarieven.</al></li><li nr="·"><al>Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten in het kader van de Wmo 2015 ook
                            verantwoordelijk voor de ondersteuning van cliënten met een zintuiglijke
                            beperking. Van de totale groep cliënten met een zintuiglijke beperking
                            heeft een gering aantal cliënten behoefte heeft aan specialistische
                            ondersteuning. Deze behoefte is er omdat deze mensen vaak, naast de
                            zintuiglijke beperking, te maken hebben met andere (vaak verstandelijke
                            en/of psychiatrische) beperkingen. Deze combinatie van beperkingen maakt
                            het complex. Reguliere begeleiding volstaat bij deze cliënten niet,
                            waardoor het vaak noodzakelijk is om specialistische begeleiding in te
                            zetten door een zorgaanbieder gespecialiseerd in het werken voor en met
                            mensen met een zintuiglijke handicap (ZG). Het aanbod van
                            specialistische ondersteuning voor deze doelgroep wordt voor het
                            grootste gedeelte door een beperkt aantal landelijke ZG-aanbieders in
                            Nederland geleverd.</al><al/><al>Om de continuïteit van ondersteuning te kunnen waarborgen is in 2012 het
                            besluit genomen door het ministerie van VWS en de VNG om voor deze
                            specifieke groep, de mensen met een zintuiglijke beperking die deze
                            specialistische vorm van ondersteuning nodig hebben, landelijke
                            inkoopafspraken te maken. De Algemene Ledenvergadering van de VNG heeft
                            op de ALV van 19 juni 2014 ingestemd met de mandatering aan de VNG van
                            het sluiten van raamcontracten en het maken van afspraken met
                            specialistische aanbieders. </al><al/><al>De belangrijkste redenen voor de landelijk inkoop zijn:</al><lijst><li nr="»"><al>Er zijn maar weinig of helemaal geen cliënten per gemeente.
                                    Daardoor is het moeilijk voor een individuele gemeente om op dit
                                    terrein inkoop deskundigheid op te bouwen. Dat kan beter
                                    centraal opgebouwd worden.</al></li><li nr="»"><al>Aanbieders van deze ondersteuning zijn niet in staat om
                                    afspraken te maken met individuele gemeenten (uitval van
                                    aanbod).</al></li><li nr="»"><al>De doelgroep is dusdanig kwetsbaar en de begeleiding zo
                                    specialistisch dat gemeenten weinig mogelijkheden hebben om voor
                                    de doelgroep een ander gekanteld aanbod te organiseren.</al></li></lijst><al>Deze landelijke afspraken hebben alleen betrekking op de
                            functies/producten waarover afspraken zijn gemaakt met de 8 landelijke
                            aanbieders.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting Besluit Maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2015</titel></kop><al>Vanaf 1 januari 2015 treedt de Wmo 2015 in werking en worden gemeenten
                    verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning aan burgers die
                    zelf onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie.
                    De verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgebreid met taken vanuit de
                    landelijke Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten). </al><al>In de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Purmerend 2015 zijn
                    gemeentelijke keuzes vastgelegd. Deze keuzes worden verder uitgewerkt in de
                    nadere regels en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning. In dit Besluit
                    maatschappelijke ondersteuning zijn de financiële regels voor de uitvoering van
                    de Wmo 2015 opgenomen. </al><al>Dit Besluit is afgeleid van de landelijke AMvb “Uitvoeringsbesluit Wmo 2015”. In
                    dit besluit zijn nadere regels gesteld om te borgen dat in alle gemeenten een
                    uniforme systematiek voor het vaststellen van inkomens- en vermogensafhankelijke
                    bijdragen in de kosten worden gehanteerd.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1.1 </tussenkop><al>Volgens artikel 1.1 van het Wmo besluit 2015 van de gemeente Purmerend kan het
                    resultaat van een maatwerkvoorziening bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>sociaal en persoonlijk functioneren;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden; </al></li><li nr="c."><al>financiën;</al></li><li nr="d."><al>dagbesteding (sociaal evt. arbeidsmatig); </al></li><li nr="e."><al>ondersteuning zelfzorg;</al></li><li nr="f."><al>huisvesting;</al></li><li nr="g."><al>kortdurend verblijf;</al></li><li nr="h."><al>een woonvoorziening; </al></li><li nr="i."><al>een vervoersvoorziening;</al><al/></li></lijst><al>De arrangementen vormen de invulling voor de maatwerkvoorziening voor
                    eerdergenoemde resultaten. 2015 zal een overgangsjaar zijn, in het arrangement
                    komt er een vast bedrag voor de in te zetten ondersteuning per 4 weken en wordt
                    er een resultaat met de aanbieder en de cliënt afgesproken. Met de klant kan
                    worden afgesproken welke activiteiten gedaan moeten worden. Wanneer er sprake is
                    van de noodzaak voor ondersteuning – in de vorm van maatwerkvoorziening – wordt
                    een aanvraag ingediend en ondersteuningsplan opgesteld. Onder ondersteuning
                    wordt verstaan de diensten en producten die nodig zijn om de doelstellingen te
                    behalen van de door de gemeente geformuleerde arrangementen. De diensten en
                    producten worden geboden door de zorgaanbieders die zijn aanbesteed door de
                    gemeente.</al><al>Nieuwe cliënten maar ook burgers die in 2015 geherindiceerd worden, gaan over in
                    het model van arrangementen dat in de inkoop is afgesproken. Dit geldt zowel
                    voor activiteiten rondom begeleiding, dagbesteding als voor hulp bij het
                    huishouden en kortdurend verblijf.</al><al><cursief>Beschermd wonen</cursief></al><al>Voor beschermd wonen zal gelden dat de indicatie niet leidend zal zijn voor de
                    financiering. Voor de financiering is leidend de daadwerkelijke zorg die wordt
                    geleverd.</al><al>Voor het eerste halfjaar zal er m.b.t. de arrangementen met een
                    lumpsumfinanciering worden gewerkt voor de 14 grootste aanbieders, met de
                    overige 30 aanbieders zijn tariefafspraken gemaakt. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 – Bijdrage in de kosten van een
                    maatwerkvoorziening</tussenkop><al>Gemeenten dienen jaarlijks aan het CAK door te geven welke parameters zij
                    gebruiken voor de berekening van de bijdragen in de kosten. </al><al>Er zijn 3 verschillende sectoren: VVT, GZ en GGZ. Om de bijdrage te kunnen
                    berekenen voor nieuwe cliënten wordt voor 2015 het laagste tarief opgevoerd bij
                    het CAK. Cliënten waarvan de AWBZ indicatie voor bovenstaande activiteiten
                    doorloopt in 2015 noemt men overgangsklanten. Deze cliënten behouden voor 2015
                    het recht op de zorg en de bijdrage zoals die onder de AWBZ systematiek geldt.
                    Onder het overgangsjaar leveren de zorgaanbieders aan de cliënten dus dezelfde
                    producten en uren als in 2014. Dit betekent voor de bijdrage van de klant dat
                    het CAK de bijdrage berekent conform wet- en regelgeving AWBZ, inclusief het
                    uurtarief van 14,00 euro in 2014 en € 14,20 in 2015.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.1 / 2.2</tussenkop><al>De verstrekking is altijd gebaseerd op de kostprijs van een goedkoopst adequate
                    voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen
                    voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is. Indien
                    aanvrager een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de
                    meerkosten voor rekening van aanvrager. In dergelijke situaties zal de
                    verstrekking plaatsvinden in de vorm van een PGB gebaseerd op de goedkoopst
                    adequate voorziening. </al><al>In het Uitvoeringsbesluit wordt in paragraaf 3 de bepaling van de bijdrage voor
                    beschermd wonen beschreven. De gemeente heft een bijdrage voor deze
                    maatwerkvoorziening en volgt daarmee de systematiek die in het
                    Uitvoeringsbesluit is opgenomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 2.4 klanttarief aanvullend openbaar vervoer</tussenkop><al>In artikel 2.4 worden de tarieven aangegeven die een cliënt dient te betalen bij
                    gebruikmaking van het collectief vervoer. Dit vervoerssysteem biedt vervoer van
                    deur tot deur met behulp van auto’s en (rolstoel) busjes. Dit vervoerssysteem is
                    alleen toegankelijk voor geïndiceerden (met begeleiders) en wordt door de
                    gemeente ingekocht.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 – Persoonsgebonden budget (Pgb)</tussenkop><al>Het laagste tarief wordt gehanteerd voor de berekening van het Pgb bedrag in
                    2015. Hiermee wordt zoals beschreven in artikel 3.3, lid 1 uitgegaan van de
                    goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura (zie bijlage 1). Voor AWBZ
                    cliënten die hun ondersteuning middels Pgb verzilveren en de indicatie nog
                    doorloopt na 2015, geldt overgangsrecht. Budgethouders behouden hun recht op
                    continuïteit van hun zorg tot het einde van de indicatie en uiterlijk tot 1
                    januari 2016. Deze Pgb houders kan geen korting worden opgelegd. Wijzigingen in
                    het Pgb budget voordat de indicatie verloopt, kan uitsluitend na een gesprek met
                    de cliënt en diens instemming met de wijziging.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.1 / 3.2 </tussenkop><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
                    In hoofdstuk 3 volgt een verdere uitwerking van de bepalingen uit de
                    verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.3 lid 2</tussenkop><al>Geldt tevens voor beschermd wonen</al><al/><tussenkop>Artikel 3.3 lid 3</tussenkop><al>Alfacheque</al><al>Het contract met Baanstede eindigt op 1 januari 2015. In het kader van het
                    overgangsrecht ontvangen de cliënten tot en met 2,5 uur alsnog ondersteuning tot
                    1 juli 2015 in de vorm van de alfacheque. Cliënten met 3 uur of meer uren
                    ondersteuning middels alfacheque, zullen worden herbeoordeeld in 2015.</al><lijst><li nr="a."><al>De alfacheques worden per periode van 4 weken aan de rechthebbende
                            verstrekt in een aantal dat gelijk is aan het aantal uren HbH waarvoor
                            de rechthebbende in de betreffende periode is geïndiceerd.</al></li><li nr="b."><al>Voor elk uur hulp dat de particuliere hulp daadwerkelijk huishoudelijke
                            hulp verleent aan de rechthebbende, geeft de rechthebbende aan de
                            particuliere hulp één alfacheque.</al></li><li nr="c."><al>De particuliere hulp kan de ontvangen alfacheques eenmaal per periode
                            van vier weken ter verzilvering aanbieden aan BaanStede. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 – woonvoorzieningen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 4.1 Woonvoorzieningen</tussenkop><al>De financiële tegemoetkoming voor woonvoorzieningen is niet meer mogelijk in de
                    Wmo 2015 omdat de nieuwe wet de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming te
                    verstrekken niet meer voorkomt. In het overgangsrecht (art 8.9 Wmo) is opgenomen
                    dat het recht op een voorziening dat onder de huidige wetgeving is toegekend
                    blijft bestaan. Bestaande cliënten houden dus recht op hun financiële
                    tegemoetkoming. De bedragen voor deze groep zijn opgenomen in bijlage 1
                    Vergoedingenlijst PGB’s 2015. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 – Vervoersvoorzieningen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 5.1 Vervoersvoorzieningen</tussenkop><al>Zie toelichting artikel 4.1. tevens van toepassing op
                    vervoersvoorzieningen.</al><al>De bedragen voor deze cliënten zijn opgenomen in bijlage 1 Vergoedingenlijst
                    PGB’s 2015. </al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1.1 Algemeen </al><al>Hoofdstuk 2 - Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening
                        </al><al>Artikel 2.1 Algemeen </al><al>Artikel 2.2 Hoogte en duur bijdrage </al><al>Artikel 2.3 Bijdrage maatschappelijke opvang </al><al>Artikel 2.4 Klanttarief aanvullend openbaar vervoer </al><al>Hoofdstuk 3 - Persoonsgebonden budget (Pgb) </al><al>Artikel 3.1 Algemeen </al><al>Artikel 3.2 Invulling Pgb door personen uit het sociale netwerk
                            </al><al>Artikel 3.3 Hoogte Pgb </al><al>Hoofdstuk 4 - Maatwerkvoorziening bestaande uit woonvoorzieningen
                        </al><al>Artikel 4.1 Woonvoorzieningen </al><al>Hoofdstuk 5 - Maatwerkvoorziening bestaande uit vervoersvoorzieningen
                        </al><al>Artikel 5.1 Vervoersvoorziening </al><al>Hoofdstuk 6 - Maatwerkvoorziening bestaande uit rolstoelvoorziening
                        </al><al>Artikel 6.1 Rolstoelvoorziening </al><al>Hoofdstuk 7 - Slotbepalingen </al><al>Artikel 7.1 Hardheidsclausule </al><al>Artikel 7.2 Indexering </al><al>Artikel 7.3 Citeertitel en inwerkingtreding </al></bijlage></regeling></body></cvdr>