<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35122_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Rheden 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 13-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Rheden 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2001-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>div. artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Rheden 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in
                                        exploitatie brengen van gronden: het door of met medewerking
                                        van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                                        waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                                        zaken gebaat worden.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig
                                        aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn
                                        gelegen die gebaat worden door de voorzieningen van openbaar
                                        nut die door of met medewerking van de gemeente worden
                                        getroffen.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of
                                        rechthebbende van een in het exploitatie-gebied gelegen
                                        onroerende zaak welke als gevolg van het door of met
                                        medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                        openbaar nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al>kostenbegroting: begroting van kosten
                                        en opbrengsten op basis waarvan de door een exploitant
                                        verschuldigde exploitatiebijdrage wordt vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken en werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven;</al></li><li nr="b."><al> riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1 vermelde werken en werkzaamheden buiten
                                    het exploitatiegebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken hierdoor direct dan wel indirect
                                    worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen Burgemeester
                                en Wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de Gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                        artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zoveel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al> Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan
                                worden gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor
                                                de verwezenlijking van de bestem-ming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van
                                                vrijmaken van opstallen -met inbegrip van de zich in
                                                de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels- persoonlijke rechten en lasten,
                                                eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijk lasten
                                                alsmede de kosten van schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en
                                                -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt
                                                tenminste verstaan: de kosten verband houdende met
                                                het opstellen van structuur- en bestemmingsplannen,
                                                het opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voorzover deze verband houden met
                                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                                                alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                                onderzoeken, voor-bereiding, en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover
                                                dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met rente-opbrengsten;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1 en 2 van
                                        dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate van
                                        de baat die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening.</al><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van
                                        hetgeen hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen,
                                dan wel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1, sub a, is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1, sub a, bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door Burgemeester en Wethouders te bepalen
                                grondslag, die voorziet in de aanwezige verschillen in baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente,
                                indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatie-overeenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeen-komst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De Gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatie-overeenkomst na vaststelling van een kostenbegroting,
                                zoals bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al> het tijdvak waarbinnen de onder a genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al> de ten laste van de exploitant komende bijdrage,
                                        vastgesteld volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatie-overeenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van € 4,54, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d, bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1, onder a van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing gegeven aan artikel 3, tweede
                                lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als volgt
                                bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d, bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                                exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het
                                                tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige
                                                toepassing;</al></li><li nr="2."><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan
                                                kosten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub
                                                1, onder b tot en met f, voorzover de uitvoering van
                                                de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden
                                                voor risico en rekening komt van de exploitant.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1,
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de Gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door Burgemeester en Wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslis-sing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de in
                                artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut verstrekt. Tevens
                                wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te
                                dienen bij de Gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot het
                                in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 7.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al> ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbijbehorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken Burgemeester en Wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.</al><al> Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerpovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst,
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken Burgemeester en Wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatie-bijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitvoering verordening</titel></kop><al>De Gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                            kostenverhaalsbesluit, overdragen aan het College van Burgemeester en
                            Wethouders. De Gemeenteraad kan met betrekking tot de over te dragen
                            bevoegdheden beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatie-overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de Gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting, zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de ‘Bouwexploitatieverordening’, zoals
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 28 januari 1936 en laatstelijk
                                gewijzigd op 28 augustus 1962, van toepassing tot twee jaren nadat
                                de ten behoeve van dat exploitatie-gebied getroffen en/of te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                ‘Bouwexploitatieverordening’, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van
                                28 januari 1936 en laatstelijk gewijzigd op 28 augustus 1962, van
                                toepassing tot op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat,
                                indien tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                besloten, laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee
                                jaren nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekend-making ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de ‘Bouwexploitatieverordening’, zoals
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 28 januari 1936 en laatstelijk
                                gewijzigd op 28 augustus 1962, met dien verstande dat zij van
                                toepas-sing blijft voor de gevallen zoals bedoeld in artikel 15,
                                tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening
                            gemeente Rheden 1999’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De Steeg, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van Rheden,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Afdeling I Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De exploitatieverordening is van toepassing, indien medewerking wordt verleend
                    aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt verstaan het van
                    gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor een onroerende
                    zaak wordt gebaat.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van baatbelasting. Dit
                    betekent dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden getroffen waardoor een
                    reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van een
                    exploitatie-overeenkomst mogelijk is.</al><al>In het tweede lid is bepaald, dat de Gemeenteraad gebieden kan aanwijzen, die
                    als een ‘exploitatiegebied’ zullen gelden. Hiermee wordt het bijvoorbeeld
                    mogelijk onroerende zaken die in het kader van de stads- en dorpsvernieuwing
                    binnen de bebouwde kom worden heringericht etc. in voorkomende gevallen onder de
                    werking van deze verordening te laten vallen.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Voorzieningen van openbaar nut</vet></al><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                    vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet
                    opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden -vanwege het doel van deze werken-
                    niet gerekend tot die werken die nodig zijn voor het in
                        <onderstreept>exploitatie</onderstreept> brengen van gronden.</al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren van
                    bodemonderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de ondergrond van
                    voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee verband houdende kosten
                    niet op een andere wijze kunnen worden verhaald. Hierbij moet met name worden
                    gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering, zoals onder meer is bepaald in
                    de Wet bodembescherming.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                    redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende nettokosten te verhalen via
                    de gemeentelijke en particuliere grondexploitatie.</al><al>Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende milieuwetgeving
                    nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen. Gedacht moet worden aan
                    het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het verwijderen van
                    bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder veroorzaakt.</al><al>Tenslotte is aangegeven, dat ook werken die als zogenaamde ‘bovenwijkse
                    voorzieningen’ worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van
                    openbaar nut, voorzover deze werken direct, dan wel indirect baat opleveren voor
                    de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag
                    in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang, dat een dergelijke omslag
                    van kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan,
                    indien de gemeente beschikt over een structuurplan, reeds geschieden bij de
                    vaststelling van het structuurplan. De beleidsmatige onderbouwing kan echter
                    zonder bezwaren tevens plaatsvinden op basis van een beleidsnota, waarbij de
                    toerekening van de kosten van bovenwijkse voorzieningen over de diverse
                    toekomstige en eventuele bestaande bestemmingsplannen wordt onder-bouwd.</al><al/><al><vet>Afdeling II Exploitatie op initiatief van de gemeente</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3 Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</vet></al><al>Hoewel het sluiten van een exploitatie-overeenkomst nimmer zal kunnen en mogen
                    worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                    voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van de gemeente
                    kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut ligt derhalve bij de gemeente.</al><al>In sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid kunnen
                    zijn tot het <onderstreept>zelfstandig</onderstreept> treffen van dergelijke
                    voorzieningen van openbaar nu op de gronden die in eigendom zijn van de
                    exploitant.</al><al/><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <onderstreept>openbare</onderstreept>
                    voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn, indien
                    garanties aanwezig zijn omtrent met name de kwaliteit van de uitvoering. De door
                    de gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die
                    eisen, die zij zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen.
                    Wel zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering, kwaliteitseisen,
                    garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van voorzieningen van
                    openbaar nut aan gemeente etc. Dergelijke aanvullende eisen zijn opgenomen in
                    artikel 7, vierde lid, van deze verordening.</al><al>De uitvoering van openbare voorzieningen door de exploitant zal niet betekenen,
                    dat geen financiële bijdrage aan de gemeente verschuldigd is. Ook indien wordt
                    gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk dat alsnog
                    een financiële bijdrage wordt verleend in de kosten van onder meer
                    planvoorbereiding, ambtelijk apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de
                    (extra) kosten van voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel,
                    alsmede in artikel 8, derde lid, is hiervoor een regeling opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Vaststelling kostenverhaalsbesluit</vet></al><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de orde bij
                    de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste gevallen gaat de
                    gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan te zullen verwerven. Deze
                    gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en worden uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt, <onderstreept>vaak pas lopende de realisatie van een
                        bestemmingsplan</onderstreept>, duidelijk dat niet alle gronden in eigendom
                    zullen kunnen worden verkregen.</al><al>Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren van
                    kostenverhaal (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds 2 jaar geleden getroffen)
                    alsmede in belang der rechtszekerheid is de bepaling opgenomen, dat voordat met
                    de uitvoering van werken wordt begonnen door de Gemeenteraad wordt bepaald
                    volgens welke strategie de te maken kosten worden verhaald.</al><al>Daarbij wordt aangegeven via een kostenbegroting welke voorzieningen worden
                    getroffen, alsmede wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze
                    voorzieningen zal worden gebaat. In sommige gevallen kan dit baatgebied afwijken
                    van het gebied, zoals dat is bepaald via de gangbare exploitatie-opzet.
                    Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalsbesluit is de
                        <onderstreept>strategie</onderstreept> die toegepast zal gaan worden bij het
                    verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven, dat de gemeente de
                    voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze
                    gronden. Mocht dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in
                    eerste instantie een exploitatie-overeenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op
                    basis van wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen.</al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven,
                    dat aanvullend kostenverhaal via baatbelasting kan plaatsvinden. Onder
                    baatbelasting wordt in deze verordening verstaan: de baatbelasting (nieuwe
                    stijl), die ter vervanging van de tot 1 januari 1995 geldenden baat- en
                    bouwgrondbelasting in de Gemeentewet is opgenomen (zie artikel 222 van de
                    Gemeentewet, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Invoeringswet van de
                    wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet (Stbl. 1994, 420). Hiermee zal dan
                    tevens zijn voldaan aan de in artikel 222 Gemeentewet opgenomen verplichting tot
                    het vaststellen van een bekostigingsbesluit.</al><al>Het kostenverhaalsbesluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.</al><al>Op grond van artikel 4, lid 2, sub c, maakt de kostenbegroting onderdeel uit van
                    het kostenverhaalsbesluit. In de praktijk is het niet in alle gevallen mogelijk
                    de begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling van het kostenverhaalsbesluit
                    geheel gereed te hebben. Om deze reden is onder c bepaald dat de kostenbegroting
                    ook later kan worden vastgesteld. In dat geval dient de kostenbegroting nog
                    afzonderlijk te worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 5 De kostenbegroting</vet></al><al>In de kostenbegroting zijn de kosten en opbrengsten verband houdende met het
                    verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden opgenomen.
                    Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te zijn tussen de
                    verschillende kosten- en opbrengstenelementen en het exploitatiegebied. Gezien
                    de diversiteit van de werken en werkzaamheden is het niet mogelijk een
                    limitatieve opsomming van de met de medewerking verband houdende kosten te
                    geven. Dit zal van geval tot geval kunnen verschillen. De wijze van toerekening
                    zal plaatsvinden op basis van de baat die alle in het exploitatiegebied
                    opgenomen onroerende zaken zullen hebben van de te treffen voorzieningen van
                    openbaar nut</al><al>Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die bestemd zijn voor particuliere
                    exploitatie. De mate van baat kan daarbij onderling variëren als gevolg van
                    verschillen in ligging, bestemming en <onderstreept>objectieve</onderstreept>
                    gebruiks-mogelijkheid van de desbetreffende onroerende zaak. </al><al>Het uitgangspunt bij de kostentoerekening zal steeds zijn, dat het
                        <onderstreept>totale</onderstreept> gebied door de gemeente in exploitatie
                    zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt met de uitgangspunten
                    die zijn neergelegd in de gemeentelijke exploitatieopzet. Belangrijk zal daarbij
                    zijn of de laatstgenoemde exploitatie-opzet voldoende rekening heeft gehouden
                    met de verschillen in baat tussen de gebate onroerende zaken. Wij verwijzen
                    hierbij naar het gestelde in artikel 13 van de verordening.</al><al>Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen eisen zowel gelden voor een
                    kostenbegroting, behorende bij een kostenverhaalsbesluit, als voor een
                    begroting, welke naar aanleiding van een aanvraag om medewerking (gebaseerd op
                    afdeling III van de Exploitatieverordening) wordt vastgesteld.</al><al>Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de inbrengwaarde
                    van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd voor de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut in de kostenbegroting wordt opgenomen. Deze
                    inbrengwaarde kan daarmee ook betrekking hebben op onroerende zaken die wel door
                    de voorzieningen gebaat worden maar niet als gevolg van die voorzieningen
                    geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
                    bestaande te handhaven bebouwing binnen een exploitatiegebied.</al><al>Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de inbrengwaarde
                    van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen.</al><al>De aanduiding ‘geschikt worden voor bebouwing’ is afkomstig van de tot 1 januari
                    1995 geldende bouw-grondbelasting en maakte onderdeel uit van de drie voor deze
                    belastingen bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor bebouwing, het
                    beter geschikt worden voor bebouwing alsmede het in een voordeliger positie
                    komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van de te treffen
                    voorzieningen).</al><al>Naast de toepassing in de grondexploitatie is de Exploitatieverordening eveneens
                    van toepassing op het verhaal van kosten van baatopleverende voorzieningen,
                    welke geen onderdeel uitmaken van de grondexploitatie. Hierbij kan het
                    bijvoorbeeld gaan om de herinrichting van centrumgebieden of de aanleg van
                    riolering in het buitengebied. In het vijfde lid is bepaald dat de inbrengwaarde
                    van de gebate objecten niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen
                    indien de te treffen voorzieningen in hoofdzaak niet gericht zijn op het
                    geschikt maken voor bebouwing van onroerende zaken. Wel is het mogelijk de
                    inbrengwaarde van de tot voorzieningen van openbaar nut bestemde gronden in de
                    begroting op te nemen. </al><al>De toepassing van het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen dat de in de
                    beide artikelleden beschreven situaties zich ook gelijktijdig kunnen voordoen.
                    Dit zal het geval zijn, indien sprake is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot
                    de grondexploitatie behorende voorzieningen voor onder meer bestaande
                    bebouwing.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Grondslag voor toerekening baat</vet></al><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                    kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                    meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                    onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en gebruiksfactoren is
                    het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag
                    ter bepaling van de omvang van de exploitatiebijdrage. Ingeval de
                    grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoet komt aan de aanwezige
                    baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot vaststelling van een
                    afwijkende grondslag.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Inhoud exploitatie-overeenkomst</vet></al><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan, dat in navolging van het reeds genomen
                    kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatie-overeenkomst als eerste
                    en centrale methode van kostenverhaal is aan te merken.</al><al>Wij willen duidelijk benadrukken, dat het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst -evenals iedere andere overeenkomst- is gebaseerd op
                    wilsovereenstemming. Dit betekent dat een exploitant niet kan worden verplicht
                    tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan
                    van een exploitatie-overeenkomst ligt bij de Gemeenteraad.</al><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen
                    de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op
                    basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid, bepaald
                    dat de Gemeenteraad pas kan besluiten tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst, nadat de betreffende kostenbegroting is
                    vastgesteld.</al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van de Exploitatieverordening
                    geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst tot stand komt op basis van
                    een aanvraag.</al><al/><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst, bevat
                    artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet
                    voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende
                    gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor
                    voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de
                    gemeente. In de situatie dat sprake is van een overdracht van gronden, is in het
                    eerste lid de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte
                    wordt opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen welke kunnen worden
                    toegepast, indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de
                    particuliere exploitant.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Vaststelling exploitatiebijdrage</vet></al><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit, dat
                    overeenkomstig artikel 5, tweede lid, de kostentoerekening is opgesteld met het
                    uitgangspunt, dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn geheel
                    in exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                        <onderstreept>gemiddelde</onderstreept> prijs van de inbrengwaarde van alle
                    gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een
                    gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna -waar nodig- zal worden gecorrigeerd
                    voor verschillen in ligging etc. Het zal duidelijk zijn, dat de particuliere
                    exploitant op deze prijs de waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten
                    behoeve van de exploitatie als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze vermindering kan
                    afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is een regeling
                    nodig voor bindende vaststelling van deze inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                    vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf
                    uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft
                    de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten, die de gemeente maakt
                    of zal maken in verband met de planuitvoering, -voorbereiding en -toezicht, maar
                    ook met betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden, dan wel
                    een bovenwijks karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente
                    blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven
                    methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak
                    van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering plaats van de
                    daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de
                    exploitant worden gerealiseerd.</al><al>Als gevolg van het bepaalde in artikel 5, vierde en vijfde lid, dient de wijze
                    van berekening van de exploitatiebijdrage in die situaties dienovereenkomstig te
                    worden aangepast. In artikel 8, lid 4, is bepaald dat, indien de in artikel 5,
                    vierde en/of vijfde lid beschreven situatie toepassing heeft verkregen, de wijze
                    van berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de
                    correctie van de inbreng-waarde is beperkt tot de gronden die bestemd zijn voor
                    het treffen van voorzieningen en door de exploitant aan de gemeente in eigendom
                    worden afgestaan.</al><al/><al><vet>Afdeling III Exploitatie op verzoek van de exploitant</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9 De aanvraag</vet></al><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar nut kan
                    het voorkomen, dat een particuliere exploitant de gemeente verzoekt tot het
                    treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op zichzelf staande
                    voorzieningen zijn, die specifiek betrekking hebben op de onroerende zaak van
                    één of enkele exploitanten.</al><al>Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de situatie, waarin een tuincentrum
                    de gemeente verzoekt op basis van artikel 19 WRO mee te werken aan de
                    uitbreiding van de winkelruimte door middel van een wijziging van een
                    bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het voorkomen, dat van gemeentewege
                    wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van parkeergelegenheid en
                    bijvoorbeeld de aanleg van in- en uitvoegstrook vanaf de openbare weg.
                    Dergelijke voorzieningen kunnen onder de werking van afdeling III van deze
                    verordening worden gebracht.</al><al/><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen, dat indien een
                    aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een verzoek om
                    vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend, waarbij in geval van verlenen
                    van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                    openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit <onderstreept>voordat over de
                        bouwaanvraag wordt beslist</onderstreept> aan de aanvrager bekend wordt
                    gemaakt.</al><al>De aanvrager zal daarbij een raming ontvangen van de door de gemeente te maken
                    kosten. Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat vooraf­gaand aan de
                    beslissing over de bouwaanvraag een financiële afweging te maken van de aan deze
                    exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat gesteld
                    alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Beslissing op de aanvraag</vet></al><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan
                    worden verleend door middel van het sluiten van een overeenkomst op basis van
                    artikel 7 van de verordening.</al><al>Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de medewering
                    kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding van de aanvraag
                    opgenomen in gevallen waarin de procedure van de vaststelling/goedkeuring van
                    een onderliggend bestemmingsplan nog niet is afgerond.</al><al>Tenslotte is de bepaling opgenomen, dat, ingeval een aanvraag is ontvangen voor
                    een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is genomen door de
                    Gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant bekend wordt gemaakt.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de Gemeenteraad reeds eerder heeft
                    aangegeven, dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd is
                    dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het insturen
                    van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen met een
                    exploitatie-overeenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                    ontwerp-exploitatie-overeenkomst direct kan plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Afdeling IV Relatie gronduitgifte en andere
                        kostenverhaalsinstrumenten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 11 Relatie baatbelasting</vet></al><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat in
                    een te sluiten exploitatie-overeenkomst de bepaling wordt opgenomen, dat met
                    betrekking tot de uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal verhaal zal
                    plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is niet in strijd met de Grondwet (i.c.
                    privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van toerekening via
                    exploitatie-overeenkomst overeen-stemt met de wijze van toerekening bij een
                    eventueel toe te passen fiscaal verhaal.</al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid gewenst, dat
                    indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst, hem wordt medegedeeld, dat overeenkomstig het eerder
                    genomen kostenverhaalsbesluit door de Gemeenteraad over kan worden gegaan tot
                    het instellen van een baatbelasting.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Relatie andere overeenkomsten</vet></al><al>Steeds meer komt het voor, dat door de gemeente overeenkomsten worden gesloten
                    met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald project. Wij spraken
                    dan van een publiek-private samenwerking (PPS).</al><al>Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut vaak nog totaal andere elementen. Ter voorkoming
                    van onnodig complexe contracten worden deze elementen vaak alle tezamen in één
                    overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald, dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten geen
                    bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door exploitant
                    verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde in
                    deze exploitatieverordening.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</vet></al><al>Op basis van dit artikel wordt aangegeven, dat de wijze van toerekening van de
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut, zoals opgenomen in deze verordening,
                    zoveel mogelijk zal worden toegepast bij de kostprijsberekening bij
                    gemeentelijke gronduitgifte. In beginsel is de methodiek van ‘baattoerekening’,
                    zoals beschreven in de artikelen 5 en 6 van de verorde­ning, te onderscheiden
                    van de methodiek van berekening van de gronduitgifteprijzen, indien wordt
                    overgegaan tot gemeentelijke grondexploitatie. Uit een oogpunt van
                    rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het van uitermate groot belang, dat het
                    verhaal van kosten via de gemeentelijke gronduitgifte is afgestemd op het niveau
                    van kostenverhaal via toepassing van de exploitatieverordening c.q. via
                    baatbelasting.</al><al>Dit betekent niet, dat de gronduitgifteprijs gelijk behoeft te zijn aan de
                    bruto-financiële bijdrage zoals bepaald in artikel 8 van de verordening.</al><al>Laatstgenoemde prijs is naast de hoogte van de kostprijs afhankelijk van de
                    economische marktsituatie, aanwezige concurrentieverschillen etc.</al><al/><al><vet>Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14 Uitvoering verordening</vet></al><al>De bevoegdheid tot het aangaan van een exploitatie-overeenkomst, ongeacht of dit
                    geschiedt op initiatief van de gemeente of van de exploitant, berust in beginsel
                    bij de Gemeenteraad. Via dit artikel wordt de mogelijkheid geboden deze
                    bevoegdheid over te dragen aan Burgemeester en Wethouders.</al><al>Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de vaststelling van het
                    kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening. De
                    besluit­vorming met betrekking tot de te voeren grond- en
                    kosten-verhaalsstrategie behoort bij uitstek toe aan het beleidsbepalend orgaan
                    i.c. de Gemeenteraad. Daarnaast moet erop worden gewezen, dat het
                    kostenverhaalsbesluit tevens de functie vervult van het zogenaamd
                    ‘bekostigingsbesluit’ als voorwaarde voor de invoering van een baatbelasting. De
                    bevoegdheid tot vaststelling van het bekostigingsbesluit is op grond van de
                    wettelijke bepalingen voorbehouden aan de Gemeenteraad. </al><al>Bepaald is dat de Gemeenteraad terzake de over te dragen bevoegdheden
                    beleidsregels kan vaststellen.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Overgangsbepaling</vet></al><al>De overgangsbepaling is bedoeld voor die situaties, waarbij op het moment van
                    inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang is gemaakt met
                    de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat ervan uit, dat
                    het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet plaatsvinden
                        <onderstreept>voordat</onderstreept> met de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut wordt aangevangen. </al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden,
                    waarbij op de datum van inwerkingtreding de te treffen voorzieningen van
                    openbaar nut niet zijn voltooid en voor welke gebieden geen
                    kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 is genomen. De toepassing van
                    deze bepaling zal bijvoorbeeld aan de orde zijn in exploitatiegebieden ten
                    behoeve waarvan vóór de datum van inwerkingtreding van de verordening een
                    bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet) ten
                    behoeve van een mogelijk in te stellen baatbelasting is vastgesteld.</al><al/><al>Daarnaast voorziet deze bepaling erin, dat de verordening ook kan worden
                    toegepast voor in uitvoering zijnde exploitatiegebieden, waarvoor ten tijde van
                    de inwerkingtreding van de verordening niet reeds een bekostigingsbesluit was
                    vastgesteld. Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een
                    kostenverhaals-besluit) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een
                    zoveel mogelijk aan deze afwijking aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door de Gemeenteraad vast te stellen
                    kostenbegroting, die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op
                    het gestelde in artikel 4, eerste lid, dient ook de vast te stellen
                    kosten-begroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>