<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351105_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG GEMEENTE SMALLINGERLAND 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79151.html">Elektronisch Gemeenteblad, 24-12-2014 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Smallingerland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, art. 8, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36">Participatiewet, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>9 december 2014, volgnr. 6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening langdurigheidstoeslag wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG GEMEENTE SMALLINGERLAND 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Smallingerland ;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid en
                        artikel 36 van de Participatiewet;</al><al/><al/><al>B E S L U I T: </al><al/><al>vast te stellen de VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG GEMEENTE
                        SMALLINGERLAND 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>inkomen : totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                    Participatiewet , met dien verstande dat voor de zinsnede "een
                                    periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan" moet
                                    worden gelezen "de referteperiode". Een bijstandsuitkering wordt
                                    , in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van
                                    het recht op de individuele inkomenstoeslag als inkomen
                                    gezien;</al></li><li nr="c."><al>peildatum : datum waartegen een persoon individuele
                                    inkomens-toeslag aanvraagt;</al></li><li nr="d."><al>referteperiode : periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="e."><al>Gehuwdennorm : de norm van artikel 21 onderdeel c van de
                                    wet;</al></li><li nr="f."><al>WTOS : Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                    schoolkosten;</al></li><li nr="g."><al>WSF 2000 : Wet Studiefinanciering;</al></li><li nr="h."><al>College : het college van burgemeester en wethouders van
                                    Smallingerland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering en onvoorziene gevallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gevallen waarin deze regeling niet voorziet , beslist het
                                college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Recht op individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van
                                een hebben van een langdurig , laag inkomen is voldaan als gedurende
                                de referteperiode het gemiddelde inkomen per maand niet hoger is dan
                                115 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende in de referteperiode is uitgesloten van
                                het recht op bijstand wordt de referteperiode met eenzelfde periode
                                verlengd . Bij het berekenen van het gemiddelde inkomen wordt de
                                periode van uitsluiting vervolgens buiten beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er is uitzicht op inkomensverbetering indien één van de
                                belanghebbende gedurende de referteperiode een opleiding volgt of
                                heeft gevolgd als bedoeld in de WTOS dan wel een studie volgt of
                                heeft gevolgd als genoemd in de WSF 2000. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt door het college
                                vastgesteld en vastgelegd in het Besluit Bijzondere Bijstand
                                Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                                op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
                                eerste lid, van de wet , komt de rechthebbende echtgenoot in
                                aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die
                                voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening langdurigheidstoeslag , vastgesteld door de raad van de
                            gemeente Smallingerland in zijn vergadering van 6 april 2010 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening individuele
                                inkomenstoeslag gemeente Smallingerland 2015".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 9 december
                        2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip
                    van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te
                    zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de
                    invoering van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de
                    langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de
                    langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds
                    die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1
                    januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag.
                    Het verlenen van de toeslag is geen gebonden bevoegdheid meer, maar een
                    discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele
                    inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                    daarvoor. Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in
                    aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen personen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht
                    aan personen aan wie in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een
                    schending van een arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan
                    personen die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen.</al><al/><al><cursief>Vast te leggen regels in verordening</cursief></al><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                    een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het
                    verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de
                    Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’.
                    Op grond van deze verordening is geen sprake van een laag inkomen bij een
                    inkomen hoger dan 115 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij
                    verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden. Het
                    college kan in de verordening aangeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op
                    inkomensverbetering'. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op
                    inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van
                    de persoon. </al><al>In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die
                    omstandigheden in ieder geval worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al></li><li nr="-"><al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering
                            te komen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Overgangsrecht</cursief></al><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                    langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening overgangsrecht
                    op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte langdurigheidstoeslagen, omdat
                    artikel 78z van de Participatiewet voorziet in algemeen overgangsrecht met
                    betrekking tot de wijzigingen in de Participatiewet als gevolg van de
                    inwerkingtreding van de Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB
                    op 1 januari 2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                    langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken die na
                    de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een dergelijke
                    toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op basis van de
                    toepasselijke verordening recht had op langdurigheids-toeslag, behoudt dat
                    onverkort, ongeacht of hij voldoet aan de voorwaarden die per 1 januari 2015
                    zijn gesteld in artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening. </al><al>Toekenning van het recht op individuele inkomenstoeslag tegen een datum gelegen
                    op of ná 1 januari 2015 is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in
                    artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden. </al><al/><al><cursief>Wijziging leefvorm</cursief></al><al>De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een persoon kan
                    wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gehuwden
                    individuele inkomenstoeslag aanvragen, maar zij over een gedeelte van de
                    referteperiode als alleenstaande moeten worden aangemerkt. Personen moeten dan
                    ook over dat deel van de referteperiode aan de voorwaarden voldoen om voor
                    individuele inkomenstoeslag in aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel
                    gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al> Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening.</al><al/><al><cursief>Inkomen</cursief></al><al>Met betrekking tot het begrip 'inkomen' is een van de wet afwijkende definitie
                    opgenomen. </al><al>Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de verordening
                    regels te geven met betrekking tot het begrip ' langdurig , laag inkomen' is de
                    gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 van
                    de wet nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de
                    in bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde ( en ook de oor de wetgever
                    bedoelde ) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 van de wet. </al><al/><al>In afwijking van artikel 32 van de wet wordt algemene bijstand voor de
                    beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking
                    genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking
                    worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere
                    bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte
                    individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing moet worden gelaten bij de
                    vaststelling van het inkomen. Het wordt niet wenselijk geacht een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat
                    dit het ongewenst effect kan hebben dat een persoon geen recht op een
                    individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in
                    de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                    verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde vóór 1
                    januari 2015.</al><al/><al><cursief>Peildatum</cursief></al><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag
                    aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een
                    persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen
                    heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de
                    omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De
                    peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in
                    beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om
                    individuele inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere
                    omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en
                    de jurisprudentie rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al><al/><al><cursief>Referteperiode</cursief></al><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode
                    van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel
                    3 onder ‘Langdurig’.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Indienen verzoek</vet></al><al>Artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet is dusdanig gewijzigd dat een
                    persoon een verzoek tot verlening van individuele inkomenstoeslag kan indienen.
                    Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen op aanvraag verkrijgbaar. Onder
                    aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al><al/><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 3 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                    gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan
                    om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend
                    door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de
                    Participatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Langdurig laag inkomen</vet></al><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                    ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. </al><al/><al><cursief>Langdurig</cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de
                    peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld
                    in artikel 1 van deze verordening. </al><al/><al><cursief>Laag inkomen</cursief></al><al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan gemiddeld 115 % van de
                    toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>De methode van het kijken naar het gemiddelde loon maakt dat iemand die wegens
                    werkaanvaarding een korte periode een inkomen boven bijstandsniveau heeft gehad
                    niet zonder meer zijn recht op een individuele inkomenstoeslag kwijt is. Een
                    dergelijk gevolg zou namelijk een negatieve prikkel zijn bij het aanvaarden van
                    werk. Dit geldt temeer als een belanghebbend geen of maar weinig zekerheid heeft
                    over de duur van dit werk. Het is evenwel niet de bedoelding dat een
                    belanghebbende perioden waarin hij een inkomen boven de bijstandsnorm heeft kan
                    middelen met periode waarin hij vanwege de aanwezigheid van een
                    uitsluitingsgrond , zoals bijvoorbeeld detentie , geen recht op bijstand had (
                    lid 2 )</al><al/><al>De wetgever biedt de gemeenten nadrukkelijk de mogelijkheid om ook aan werkenden
                    een individuele inkomenstoeslag te verstrekken. In deze verordening wordt dat
                    ook mogelijk gemaakt. Van personen die langdurig rond moeten komen van een laag
                    inkomen kan gezegd worden dat zij geen uitzicht hebben op inkomensverbetering.
                    Daarbij maakt het niet uit , uit welke bron dit inkomen is: personen die al
                    jaren moeten rond komen van een laag salaris of uitkering hebben door dit gebrek
                    aan arbeidsmarktperspectief geen spoedig uitzicht op inkomensverbetering.</al><al/><al>In het derde lid worden studenten expliciet uitgesloten van de individuele
                    inkomenstoeslag. Het kabinet heeft in de nota van toelichting bij het
                    wetsontwerp langdurigheidstoeslag aangegeven dat studenten niet worden geacht te
                    behoren tot de doelgroep van de langdurigheidstoeslag . De overweging hierachter
                    is dat bij studenten , die zich met het studie voorbereiden op het
                    beroepsonderwijs op hoger niveau , sprake is van uitzicht p inkomensverbetering.
                    Dit standpunt is in door de invoering van de Participatie niet gewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag</vet></al><al>Om niet jaarlijks de verordening te hoeven aanpassen is gekozen om de hoogte van
                    de individuele inkomenstoeslag vast te laten stellen door het college. Dit was
                    ook in de verordening langdurigheidstoeslag opgenomen</al><al/><al>In het tweede lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 van de wet
                    gegeven voor situatie waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten
                    van het rechtop een individuele inkomenstoeslag ingevolgde artikel 11 of artikel
                    13 lid 1 van de wet. De wet voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de
                    rechthebbende echtgenoot , terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor
                    gehuwden in dergelijke situatie ook niet opportuun is </al><al/><al>NB. Dit tweede lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is
                    van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de
                    wet. Indien één van de beide gehuwden niet in aanmerkring komt voor het recht op
                    een individuele inkomenstoeslag wegens het niet voldoen aan de voor voorwaarden
                    genoemd in artikel 36 van de wet of in deze verordening , hebben beide
                    echtgenoten geen recht op een individuele inkomens-toeslag. Het recht op een
                    individuele inkomenstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk. toe. Zij moeten
                    daarom ook allebei , zowel afzonderlijk als gezamenlijk , aan de voor-waarden
                    voldoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>