<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351002_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-81501.html">Gemeenteblad, nr. 81501, 24 december 2014 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerendezaakbelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220 tot en met 220h">Gemeentewet, artikelen 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14RV000059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De "Verordening onroerendezaakbelastingen 2014", vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2013, gewijzigd bij</al><al>raadsbesluit van 29 januari 2014, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2015, met dien verstande dat zij van</al><al>toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>De datum van ingang van de heffing op grond van de "Verordening onroerendezaakbelastingen 2015" is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><cursief>Raadsbesluit</cursief></vet></al><al/><al>Voorstelnummer: 14RV000059</al><al/><al>Onderwerp: Vaststellen belastingverordeningen 2015</al><al/><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>gehoord het Debat in de raad d.d. 10 december 2014; - gelet op de
                                artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/></li></lijst><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de: <onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING
                            VAN </onderstreept></al><al><onderstreept>ONROERENDEZAAKBELASTINGEN 2015</onderstreept></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden ter zake van binnen
                                de gemeente gelegen onroerende zaken twee belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit of
                                        beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                        noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van de onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd om
                                        de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die
                                        zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de Basisregistratie
                                Kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor
                                de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                                voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                                teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de
                                in onderdeel a. bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen
                                van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet
                                van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met
                                uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                                zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                                uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                                worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                                organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken
                                die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                                zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn
                                aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten
                                gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken,
                                abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="k."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer
                                zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige
                                onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="l."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt voor de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,2970%</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting voor onroerende zaken die</al></li><li nr="1."><al>in hoofdzaak tot woning dienen 0,2248%</al></li><li nr="2."><al>niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3712%</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijn of de gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerendezaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2014”, vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 18 december 2013, gewijzigd bij raadsbesluit van 29 januari
                        2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, van
                        deze verordening genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>INWERKINGTREDING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, of zo dit
                                later is, met ingang van de eerste dag na die van de
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>CITEERTITEL</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerendezaakbelastingen
                        2015”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Baarn, gehouden</ondertekening><ondertekening>op 17 december 2014. </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>