<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35098_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening regelende de bevordering van het actief deelnemen aan culturele, sportieve en educatieve activiteiten en maatschappelijke participatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">DinkellandVisie 23 september 2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bijdragefonds gemeente Dinkelland 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-08-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening regelende de bevordering van het actief deelnemen aan culturele,
            spor-tieve en educatieve activiteiten en maatschappelijke participatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Dinkelland;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 juli 2004;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is in een verordening vast te leggen onder
                        welke voorwaarden een in-gezetene van de gemeente Dinkelland in aanmerking
                        kan komen voor een bijdrage uit het bijdragefonds;</al><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen</al><al/><al><vet>de ‘Verordening regelende de bevordering van het actief deelnemen aan
                            culturele, spor-tieve en educatieve activiteiten en maatschappelijke
                            participatie’</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375);</al></li><li nr="b."><al>Awb : de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="c."><al>bijdragefonds : een door de gemeenteraad van Dinkelland
                                    ingesteld fonds, ten laste waarvan, met inachtneming van de in
                                    deze verordening opgenomen bepalingen, bijdragen aan ingezetenen
                                    van de gemeente Dinkelland kunnen worden toegekend ten behoeve
                                    van culturele, sportieve en educatieve activiteiten en
                                    maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="d."><al>bijdrage : een bijdrage ten behoeve van culturele, sportieve en
                                    educatieve activiteiten en maatschappelijke participatie als
                                    hiervoor onder c bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>aanvrager : de alleenstaande van 18 jaar of ouder c.q. de ouder
                                    respectievelijk vertegenwoordiger van een leefeenheid met een
                                    zelfstandig inkomen, niet zijnde een inkomen op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 c.a., die een aanvraag indient voor een
                                    bijdrage op grond van het bijdragefonds in verband met actieve
                                    deelname van de aanvrager zelf en/of één of meer personen van de
                                    leefeenheid aan een culturele, sportieve of educatieve
                                    activiteit dan wel maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="f."><al>persoon : degene die in de gemeente Dinkelland woonachtig is en
                                    die daadwerkelijk en actief deelneemt aan tenminste één
                                    culturele, sportieve en/of educatieve activiteit, blijkend uit
                                    een op naam gesteld abonnement of lidmaatschap van deze
                                    activiteit(en) en/of een betalingsbewijs respectievelijk
                                    betalingsbewijzen hiervan, afhankelijk van de
                                    activiteit(en);</al></li><li nr="g."><al>inkomen : het inkomen als bedoeld in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.4
                                    van de wet;</al></li><li nr="h."><al> leefeenheid : gehuwden c.q. ongehuwd samenwonenden van 18 jaar
                                    of ouder, al dan niet met één of meer ten laste komende kinderen
                                    respectievelijk de alleenstaande ouder van 18 jaar of ouder, met
                                    één of meer ten laste komende kinderen;</al></li><li nr="i."><al>alleenstaande : degene van 18 jaar of ouder met een zelfstandig
                                    inkomen, niet zijnde een inkomen op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 c.a., die niet behoort tot een
                                    leefeenheid;</al></li><li nr="j."><al>ten laste komend kind : het in Nederland woonachtige eigen kind
                                    of stiefkind, jonger dan 18 jaar, voor wie de aanvrager
                                    aanspraak op kinderbijslag op grond van de Algemene
                                    Kinderbijslagwet kan maken als gevolg van het volgen van
                                    onderwijs door dat kind aan de basisschool of voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>ingezetene :</al></li><li nr="1."><al>degene die in de gemeente Dinkelland woonachtig is en Nederlan
                                    der is; </al></li><li nr="2."><al>met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                    gelijkgesteld de in de gemeente Dinkelland verblijvende
                                    vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin
                                    van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet
                                    2000;</al></li><li nr="3."><al> met toepassing van artikel 6 juncto artikel 7 van deze
                                    verordening kunnen in de gemeente Dinkelland verblijvende
                                    vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel 8, onder a tot
                                    en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000, voor de toepassing
                                    van deze verordening gelijk worden gesteld:</al><al>a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een
                                    vol- kenrechtelijke organisatie; of</al><al>b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden
                                    in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreem-
                                    delingenwet 2000, rechtmatig in de gemeente Dinkelland ver-
                                    blijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de
                                    Vreemdelingenwet 2000;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben
                            dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Awb, tenzij daarvan
                            uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een bijdrage wordt uiterlijk vóór 1 maart volgend op het
                            kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft schriftelijk ingediend
                            bij het college, door middel van een door het college vast te stellen
                            aanvraagformulier, onder overlegging van inkomens- en vermogensgegevens
                            van de aanvrager c.q. de leefeenheid en de relevante bewijsstukken als
                            bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager is verplicht inzage te verlenen in bescheiden die gegevens
                            bevatten die, naar het oordeel van het college, van belang zijn bij de
                            beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een mondeling verzoek om een bijdrage wordt ten behoeve van de
                            aanvrager, met inachtneming van het bepaalde in het eerste en tweede
                            lid, op schrift gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover aan het hiervoor gestelde in het eerste, tweede en/of derde
                            lid is voldaan, wordt op een aanvraag zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                            geval binnen acht weken na de datum van ontvangst, door het college
                            beslist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beslissing van het college op de aanvraag wordt schriftelijk en met
                            inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de Awb aan de
                            aanvrager medegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden om voor een bijdrage in aanmerking te komen</titel></kop><al>Voor een bijdrage op grond van deze verordening komen ingezetenen van de
                        gemeente Dinkelland in aanmerking, voor zover wordt voldaan aan de volgende
                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>het netto inkomen van de aanvrager c.q. de leefeenheid bedraagt niet
                                meer dan 110% van de op de aanvrager c.q. leefeenheid van toepassing
                                zijnde bijstandsnorm op grond van de wet, verhoogd of verlaagd met
                                de op de aanvrager c.q. de leefeenheid van toepassing zijnde
                                verhogingen respectievelijk verlagingen overeenkomstig het bepaalde
                                in de Toeslagenverordening WWB gemeente Dinkelland 2004;</al></li><li nr="2."><al>de betalingscapaciteit van de aanvrager c.q. de leefeenheid is
                                ontoereikend om, binnen een verantwoorde besteding van het
                                (gezins)inkomen, zelf te voorzien in de kosten waarvoor een bijdrage
                                wordt gevraagd;</al></li><li nr="3."><al>de inkomensontwikkeling en/of betalingscapaciteit van de aanvrager
                                c.q. de leefeenheid ondergaan binnen een tijdsbestek van zes maanden
                                na de datum van indiening van de aanvraag naar verwachting geen
                                aanmerkelijke verbetering van 25% of meer;</al></li><li nr="4."><al>uit de bij de aanvraag overgelegde bescheiden en bewijsstukken als
                                bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f blijkt deelname aan
                                tenminste één culturele, sportieve en/of educatieve activiteit door
                                de aanvrager zelf en/of van één of meer tot de leefeenheid van de
                                aanvrager behorende personen, alsmede dat de desbetreffende kosten
                                daartoe zijn gemaakt;</al></li><li nr="5."><al>het bij de aanvrager c.q. de leefeenheid aanwezig vermogen,
                                vastgesteld overeenkomstig het be-paalde in Hoofdstuk 3, paragraaf
                                3.4 van de wet, mag niet meer bedragen dan de op moment van aanvraag
                                op de aanvrager c.q. de leefeenheid toepasselijke vermogensgrens als
                                bedoeld in artikel 34, lid 3 van de wet;</al></li><li nr="6."><al>voor de kosten waarvoor een bijdrage op grond van deze verordening
                                wordt verzocht, kan geen aanspraak worden gedaan op een voorliggende
                                voorziening, hierbij inbegrepen de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Niet relevante inkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Niet tot het netto inkomen als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 1
                            wordt gerekend: </al><al>a. inkomsten op grond van de Algemene Kinderbijslagwet;</al><al>b. inkomsten op grond van de Huursubsidiewet;</al><al>c. een woonkostentoeslag op grond van de wet;</al><al>d. uitkeringen en vergoedingen ten behoeve van de aanvrager c.q. de
                            leefeenheid voor specifieke, bij de aanvraag concreet aan te tonen
                            kosten;</al><al>e. inkomsten uit arbeid of uitkeringen op grond van de sociale
                            zekerheidswetgeving, waaronder een uitkering op grond van de wet, van
                            thuisinwonende personen van 18 jaar of ouder;</al><al>f. bij de aanvraag aanwezig vermogen als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onder 5;</al><al>g. inkomsten uit vermogen van de aanvrager c.q. de leefeenheid, voor
                            zover dat vermogen niet meer bedraagt dan de toepasselijke
                            vermogensgrens als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inkomsten die, ingevolge artikel 31, lid 2 van de wet niet tot de
                            middelen behoren c.q. (gedeeltelijk) worden vrijgelaten worden, in het
                            kader van de toepassing van deze verordening, buiten beschouwing
                            gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan het bepaalde in artikel 3 wordt voldaan, bedraagt de bijdrage
                            in de kosten van één of meer culturele, sportieve en/of culturele
                            activiteiten:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een leefeenheid maximaal € 140,00 per kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande maximaal € 70,00 per kalenderjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage als vermeld in lid 1 wordt verhoogd met een bedrag van
                            maximaal € 70,00 per kalenderjaar voor elk ten laste komend kind als
                            bedoeld in artikel 1, aanhef en onder j.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover bij de aanvrager c.q. de leefeenheid in het desbetreffende
                            kalenderjaar sprake is van kosten van bezoek aan een schouwburg wordt de
                            bijdrage als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d tevens voor dat
                            kalenderjaar verhoogd met 50% van de aantoonbaar gemaakte kosten, tot
                            een maximum per persoon per kalenderjaar van:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 21,00 voor een seizoenskaart;</al></li><li nr="b."><al>€ 7,00 per toegangskaart, op basis van maximaal 3
                                    schouwburgbezoeken per kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Uitvoering verordening</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening, in gevallen waarin deze verordening
                            niet voorziet.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard leidt, kan het college afwijken van het
                        in deze verordening bepaalde en terzake op individuele gronden een nadere
                        beslissing nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de raad inzake de uitvoering
                        van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening bijdragefonds
                        gemeente Dinkelland 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke Referendumwet treedt
                                deze verordening in werking op 1 oktober 2004.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de in het eerste lid vermelde datum vervalt de
                                Verordening bijdragefonds ge- meente Dinkelland 2003.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 16 september
                        2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mr. O.J.R.J. Huitema Mr. F.P.M. Willeme</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al> Toelichting Verordening bijdragefonds gemeente Dinkelland 2004</al><al/><al/><al>Het fonds beoogt, door middel van het toekennen van bijdragen:</al><lijst><li nr="·"><al>het actief deelnemen aan culturele, sportieve en/of educatieve
                            activiteiten en maatschappelijke participatie van personen met een
                            minimuminkomen te bevorderen;</al></li><li nr="·"><al>het doorbreken van een sociaal en/of maatschappelijk isolement c.q. het
                            trachten te voorkomen dat een persoon met een minimuminkomen hierin
                            geraakt;</al></li><li nr="·"><al>het voorkomen c.q. bestrijden dat personen met een minimuminkomen in een
                            achterstandssituatie (dreigen te) geraken.</al><al/></li></lijst><al>Ingezetenen van de gemeente Dinkelland met een minimuminkomen kunnen, op
                    aanvraag en onder overlegging van de nodige bewijsstukken van deelname en
                    betaalbewijzen, voor een bijdrage op grond van het bijdragefonds in aanmerking
                    komen, voor zover:</al><lijst><li nr="·"><al>sprake is van een totaal netto inkomen, dat niet meer mag bedragen dan
                            maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm op grond van de Wet
                            werk en bijstand (WWB), inclusief een toeslag of verlaging op grond van
                            de Toeslagenverordening gemeente Dinkelland 2004;</al></li><li nr="·"><al>de betalingscapaciteit ontoereikend is om, binnen een verantwoorde
                            besteding van het (gezins)-inkomen, zelf te voorzien in de kosten
                            waarvoor een bijdrage wordt gevraagd;</al></li><li nr="·"><al>de inkomensontwikkeling en/of betalingscapaciteit binnen een tijdsbestek
                            van zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag naar
                            verwachting geen aanmerkelijke verbetering van 25% of meer
                            ondergaan;</al></li><li nr="·"><al>uit de bij de aanvraag overgelegde bewijsstukken deelname aan tenminste
                            één culturele, sportieve en/of educatieve activiteit blijkt, alsmede dat
                            de desbetreffende kosten daartoe zijn gemaakt;</al></li><li nr="·"><al>aanwezig vermogen op moment van aanvraag niet meer bedraagt dan de
                            vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, lid 3 van de WWB;</al></li><li nr="·"><al>voor de kosten waarvoor een bijdrage op grond van deze verordening wordt
                            verzocht geen aanspraak op een voorliggende voorziening (waaronder een
                            beroep op de WWB) kan worden gedaan;</al></li><li nr="·"><al>voldaan wordt aan de begripsbepaling ‘ingezetene’ zoals vastgelegd in de
                            verordening;</al></li><li nr="·"><al>geen sprake is van inkomsten op grond van de Wet studiefinanciering 2000
                            of van een vergelijkbaar inkomen.</al><al/></li></lijst><al>Per leefeenheid (gezin, ongehuwd samenwonenden of een alleenstaande ouder van 18
                    jaar of ouder met een zelfstandig inkomen) kan, indien aan de voorwaarden tot
                    verstrekking van een bijdrage wordt voldaan, een bijdrage worden verstrekt van
                    maximaal € 140,00 per kalenderjaar. Voor een alleenstaande van 18 jaar of ouder
                    met een zelfstandig inkomen is deze bijdrage maximaal € 70,00 per
                    kalenderjaar.</al><al/><al>De bijdrage kan worden aangevraagd voor bijvoorbeeld de volgende kosten in
                    verband met deelname aan een culturele, sportieve en/of educatieve activiteit
                    dan wel maatschappelijke participatie (geen volledige opsomming):</al><lijst><li nr="·"><al>abonnement op de plaatselijke openbare bibliotheek;</al></li><li nr="·"><al>zwemabonnement bij het plaatselijke zwembad;</al></li><li nr="·"><al>lidmaatschap van plaatselijke sportvereniging(en);</al></li><li nr="·"><al>abonnement op (kerk)telefoon;</al></li><li nr="·"><al>aanschaf van een identiteitsbewijs of paspoort;</al></li><li nr="·"><al>cursusgeld voor educatieve en/of sociaal-culturele activiteiten.</al><al/></li></lijst><al>De bijdrage wordt verhoogd met een bedrag van maximaal € 70,00 per kalenderjaar
                    voor elk ten laste van de aanvrager komend kind tot 18 jaar, waarvoor de
                    aanvrager aanspraak op kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet
                    kan maken, als gevolg van het volgen van onderwijs door dat kind aan de
                    basisschool of voortgezet onderwijs.</al><al> Daarnaast kan, indien aan de voorwaarden tot verstrekking van een bijdrage
                    wordt voldaan, tevens per gezinslid of voor een alleenstaande een bijdrage
                    worden verstrekt in verband met kosten van bezoek aan een schouwburg. Deze
                    bijdrage bedraagt 50% van de aantoonbaar gemaakte schouwburgkosten, tot een
                    maximum per gezinslid of alleenstaande per kalenderjaar van € 21,00 voor een
                    seizoenskaart en € 7,00 per toegangskaart, op basis van maximaal 3
                    schouwburgbezoeken per kalenderjaar.</al><al/><al>Op de daartoe ingediende aanvragen wordt door het college beslist. In
                    incidentele situaties kan het college afwijken van het bepaalde in de
                    verordening (toepassing hardheidsclausule) en op individuele gronden een nadere
                    beslissing nemen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>