<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Asten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.asten.nl">Gemeenteblad 19-12-14</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Asten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362">artikelen 2.1.3, 2.1.4,eerste, tweede, derde enzevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6,vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-12-07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44284</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Asten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Asten;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        oktober 2014;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4,eerste, tweede, derde enzevende
                            lid<cursief>, </cursief>2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6,vierde
                            lid<cursief>,</cursief> en 2.6.6, eerste lid, van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Burgers van 24 november 2014;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>vast te stellen de Verordening maatschappelijke
                                ondersteuningPeelgemeente Asten 2015</al></li><li nr="2."><al>In te trekken de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                                Peelgemeente Asten 2014</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Aanvraag: een verzoek aan het college om in aanmerking te komen
                                    voor een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>Algemene voorziening; aanbod van diensten of activiteiten dat,
                                    zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van gebruikers, toegankelijk
                                    is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet
                                    speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die
                                    algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan
                                    vergelijkbare producten;</al></li><li nr="d."><al>Beperkingen: moeilijkheden die een cliënt heeft met het
                                    uitvoeren van activiteiten; </al></li><li nr="e."><al>Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van
                                    de wet;</al></li><li nr="f."><al>Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met
                                    informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan
                                    het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het
                                    verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het
                                    gebied van maatschappelijke onder- steuning, preventieve zorg,
                                    zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
                                    inkomen;</al></li><li nr="g."><al>College: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="h."><al>Diensten: maatwerkvoorziening niet zijnde hulpmiddelen of
                                    woningaanpassingen; </al></li><li nr="i."><al>Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
                                    in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders,
                                    inwonende kinderen of andere huisgenoten;</al></li><li nr="j."><al>Huisgenoot: iedere persoon met wie cliënt gemeenschappelijk een
                                    woning bewoont;</al></li><li nr="k."><al>Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="l."><al>Ingezetene van een gemeente: inwoner van een gemeente waarbij de
                                    feitelijke plek / plaats waar iemand verblijft of woont bepalend
                                    is; </al></li><li nr="m."><al>Klacht jegens een aanbieder: iedere uiting van onvrede over een
                                    handeling, of het nalaten daarvan, dat gevolgen heeft voor een
                                    cliënt, door de aanbieder of door een persoon die voor een
                                    aanbieder werkzaam is;</al></li><li nr="n."><al>Maatschappelijke ondersteuning:</al><lijst><li nr="1."><al>bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en
                                            vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van
                                            voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een
                                            beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente,
                                            alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk
                                            geweld,</al></li><li nr="2."><al>ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie
                                            van personen met een beperking of met chronische
                                            psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in
                                            de eigen leefomgeving,</al></li><li nr="3."><al>bieden van beschermd wonen en opvang;</al></li></lijst></li><li nr="o."><al>Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en
                                    mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten,
                                    hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:</al><lijst><li nr="1."><al>ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen
                                            kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van
                                            de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer,
                                            alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                            maatregelen,</al></li><li nr="2."><al>ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het
                                            daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en
                                            andere maatregelen,</al></li><li nr="3."><al>ten behoeve van beschermd wonen en opvang;</al></li></lijst></li><li nr="p."><al>Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                    beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
                                    van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                                    Zorgverzeke- ringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een
                                    tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt
                                    verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;</al></li><li nr="q."><al>Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="r."><al>Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                    wet;</al></li><li nr="s."><al>Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere
                                    personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;</al></li><li nr="t."><al>Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere
                                    voorziening dan in het kader van de Wmo 2015 waarmee aan de
                                    hulpvraag wordt tegemoet gekomen;</al></li><li nr="u."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                                    bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt;</al></li><li nr="v."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PROCEDURE EN CRITERIA MAATWERKVOORZIENING EN TEGEMOETKOMING VOOR
                            MEERKOSTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De melding en het onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De melding van een hulpvraag kan schriftelijk, telefonisch,
                                mondeling of elektronisch door of namens een cliënt bij het college
                                worden ingediend. Het college bevestigt de ontvangst van een melding
                                schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet
                                treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
                                maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
                                onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                                kostenloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt
                                uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek,
                                bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid
                                gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel
                                2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke
                                gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig
                                mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige
                                gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het
                                onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                                kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een
                                identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college
                                in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als
                                bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een
                                persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de
                                wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding
                                in de gelegenheid het plan te ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundige(n) (namens
                                het college) en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan
                                wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s)
                                en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                        cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke
                                        hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn
                                        zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te
                                        verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd
                                        wonen of opvang;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere
                                        personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering
                                        van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te
                                        voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of
                                        opvang;</al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                        mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                        voorziening of door het verrichten van maatschappelijk
                                        nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn
                                        zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om
                                        met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien
                                        in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende
                                        voorzieningen of de samenwerking met zorgverzekeraars en
                                        zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en
                                        partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp,
                                        onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een
                                        zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op
                                        de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                        participatie of aan beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="i."><al>de bijdrage in de kosten die de cliënt met toepassing van
                                        het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet
                                        verschuldigd zal zijn, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt
                                        ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3,
                                vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college
                                dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het
                                gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt
                                de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd
                                het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt
                                afzien van een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het gesprek bevestigt het college aan de cliënt schriftelijk de
                                uitkomsten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden meegenomen
                                in het schrijven zoals bedoeld in lid 2 . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan schriftelijk, telefonisch,
                            mondeling of elektronisch door of namens de cliënt bij het college
                            worden ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter
                                compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie
                                die de cliënt ondervindt. De maatwerkvoorziening levert een passende
                                bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang
                                mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter
                                compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen
                                en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
                                verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk
                                geweld. De maatwerkvoorziening levert, een passende bijdrage aan het
                                voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang
                                en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                                wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te
                                handhaven in de samenleving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een cliënt komt voor een maatwerkvoorziening zoals genoemd in de
                                leden 1 en 2 in aanmerking indien en voor zover de beperkingen of
                                problemen niet verminderd of weggenomen kunnen worden middels:</al><lijst><li nr="a."><al>inzet van eigen kracht van de aanvrager; en/of</al></li><li nr="b."><al>inzet van gebruikelijke hulp; en/of</al></li><li nr="c."><al>inzet van mantelzorg; en/of</al></li><li nr="d."><al>inzet van hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
                                        en/of</al></li><li nr="e."><al>mogelijkheden tot gebruikmaking van algemeen gebruikelijke
                                        voorzieningen; en/of</al></li><li nr="f."><al>mogelijkheden tot inzet van voorliggende voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als deze
                                langdurig noodzakelijk is om de beperkingen genoemd in lid 1 en
                                problemen genoemd in lid 2 op te heffen of te verminderen.
                                Uitzondering hierop is de maatwerkvoorziening voor diensten die voor
                                korte duur kan worden geindiceerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college
                                de goedkoopst adequate voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Weigeringsgronden maatwerkvoorziening</titel></kop><al>Een gevraagde voorziening wordt niet toegekend of een gevraagde
                            voorziening wordt afgewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de een cliënt niet aan het bepaalde in het voorgaande
                                    artikel 2.7 leden 1 tot en met 4 voldoet;</al></li><li nr="b."><al>indien cliënt geen ingezetene is conform artikel 2.3.5 eerste
                                    lid van de wet en de begripsbepaling “ingezetene” van artikel
                                    1.1 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van
                                    aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen of psychische of
                                    psychosociale problemen waarvoor de maatwerkvoorziening wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon
                                    met beperkingen of problemen voorafgaand aan het moment van
                                    beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college
                                    vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of
                                    het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de
                                    voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan
                                    beoordelen;</al></li><li nr="e."><al>indien een voorziening reeds eerder krachtens deze, of een
                                    eerdere Verordening maatschappelijke ondersteuning is verstrekt
                                    en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
                                    is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte
                                    voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
                                    niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;</al></li><li nr="f."><al>indien cliënt niet voldoet aan de in artikel 2.9 van deze
                                    verordening gestelde</al><al> voorwaarden en verplichtingen;</al></li><li nr="g."><al>indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de noodzaak tot ondersteuning ten behoeve van
                                            zelfredzaamheid en participatie voor de cliënt
                                            redelijkerwijs vermijdbaar was; en</al></li><li nr="2."><al>van de cliënt redelijkerwijs verwacht had mogen worden
                                            dat hij maatregelen zou hebben getroffen die de
                                            hulpvraag overbodig had gemaakt. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Advisering en medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, de cliënt of bij
                                gebruikelijke hulp zijn relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a"><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen;</al></li><li nr="b"><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        of onderzoeken als dit van belang wordt geacht voor de
                                        beoordeling van een aanvraag om een
                                        maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Client alsook diens relevante huisgenoten in het kader van
                                gebruikelijke hulp, hebben de verplichting mee te werken aan de
                                oproep en bevraagd /of onderzocht te worden. Deze medewerkingsplicht
                                behelst ook de verplichting om aan het college, gevraagd en
                                ongevraagd, mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn
                                op het recht op de voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Tegemoetkoming voor meerkosten</titel></kop><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen in welke gevallen en in
                            welke mate en onder welke voorwaarden een financiele tegemoetkoming voor
                            meerkosten kan worden verstrekt als alternatief voor een
                            maatwerkvoorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BIJDRAGE VOOR VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                                algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a"><al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning; en</al></li><li nr="b"><al>voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
                                        maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode
                                        waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit
                                        maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het
                                        inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een
                                woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de
                                onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een
                                op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek
                                is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder
                                het gezag uitoefent over een cliënt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                        verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>dat voor een nader te omschrijven groep van personen op de
                                        bijdrage voor één of meerdere algemene voorzieningen een
                                        korting kan gelden; en</al></li><li nr="c."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                        bijdrage is en de eventuele hoogte van de korting zoals
                                        genoemd onder sub b. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze de kostprijs
                                van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb wordt
                                vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>INHOUD BESCHIKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de
                                beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a"><al>wat de te treffen voorziening is en voor welk resultaat de
                                        verstrekking in natura verstrekt wordt;</al></li><li nr="b"><al>de eventuele duur en eventuele omvang van de
                                        verstrekking;</al></li><li nr="c"><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt; en</al></li><li nr="d"><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een bijdrage wordt cliënt daarover in de
                                beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Verstrekking als pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb
                                wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a"><al>voor welk resultaat het pgb gebruikt moet worden, eventueel
                                        aangevuld met een Programma van Eisen waaraan bij de
                                        besteding voldaan moet worden;</al></li><li nr="b"><al>wat de omvang van het pgb is en hoe deze omvang tot stand is
                                        gekomen;</al></li><li nr="c"><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb bedoeld
                                        is en</al></li><li nr="d"><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van de
                                        besteding van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een bijdrage wordt cliënt daarover in de
                                beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>HET PGB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het pgb wordt zo vastgesteld dat de cliënt daarmee een voorziening
                                kan kopen, huren of betrekken die gelijkwaardig is aan een
                                voorziening in natura. In de regel is het pgb gelijk aan de
                                werkelijke kosten van de door de aanvrager aan te schaffen, te huren
                                of te betrekken voorziening. Maximumbedrag van het pgb is het bedrag
                                dat het college aan haar leverancier of aanbieder betaalt voor de
                                goedkoopst adequate voorziening inclusief, - in geval van
                                hulpmiddelen -, de kosten van onderhoud, reparatie en eventuele
                                kosten verbonden aan een verplichte WA-verzekering. Voor wat betreft
                                de looptijd dan wel de afschrijvingsduur van een pgb voor
                                hulpmiddelen wordt in beginsel aansluiting gezocht bij de
                                afschrijvingstermijn zoals die wordt gehanteerd door de leveranciers
                                met wie de gemeente een contract heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van
                                pgb-tarieven en de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Voorwaarden pgb door personen uit sociaal netwerk</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden
                            betreffende het tarief, een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt de
                            mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en
                            andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het
                            sociaal netwerk<cursief>. </cursief>Daarbij heeft in ieder geval als
                            uitgangspunt te gelden dat bij de inzet van het sociaal netwerk een
                            lager tarief heeft te gelden dan bij de inzet van een professionele
                            derde.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>PROCEDURELE BEPALINGEN ROND WIJZIGING, INTREKKING EN
                            TERUGVORDERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is
                            verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en uit eigen beweging aan
                            het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                            redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op
                            het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Intrekking en beëindigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan onverminderd artikel 2.3.10 van de wet een besluit,
                                genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk
                                intrekken of het verleende recht beëindigen indien:</al><lijst><li nr="a"><al>niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of
                                        verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening
                                        waaronder gestelde voorwaarden en verplichtingen in de
                                        toekenningsbeschikking begrepen;</al></li><li nr="b"><al>op grond van gegevens een besluit is genomen en gebleken is
                                        dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                        gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                        genomen;</al></li><li nr="c"><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb
                                        is aangewezen;</al></li><li nr="d"><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                        achten;</al></li><li nr="e"><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een
                                        ander doel gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het verlenen van een maatwerkvoorziening of pgb
                                wordt ingetrokken als blijkt dat de cliënt niet langer ingezetene is
                                conform artikel 2.4 onder b van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien
                                blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling van het
                                geldbedrag niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening
                                waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Terugvordering en invordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval de aanspraak op een maatwerkvoorziening of pgb is
                                ingetrokken of beëindigd kan een op basis daarvan reeds uitbetaalde
                                pgb dan wel een verstrekte maatwerkvoorziening in natura al dan niet
                                in geldswaarde geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de invordering van de ten onrechte verleende geldsom maakt het
                                college, indien mogelijk, gebruik van haar bevoegdheid tot
                                verrekening met in de toekomst uit te betalen pgb.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>KWALITEIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Kwaliteitseisen aanbieders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen, door in ieder geval:</al><lijst><li nr="a"><al>de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en
                                        cliëntgericht te verstrekken;</al></li><li nr="b"><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie
                                        van de cliënt;</al></li><li nr="c"><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                        zorg;</al></li><li nr="d"><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                        werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen
                                        handelen in overeenstemming met de professionele standaard,
                                        zoals geldend in hun branche.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de gestelde kwaliteitseisen door periodieke
                                overleggen met de aanbieders, een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt
                                ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Kwaliteit pgb</titel></kop><al>Het college kan, uit het oogpunt van beoordeling kwaliteit van de
                            geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, onderzoek doen naar de
                            bestedingen van pgb’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering maatwerkvoorziening door
                                derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren maatwerkvoorzieningen, in
                                ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a"><al>het brutoloon en de overige arbeidsvoorwaarden, conform de
                                        in de branche van toepassing zijnde cao;</al></li><li nr="b"><al>de aard en eventuele omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="c"><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d"><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                        personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                        werkoverleg;</al></li><li nr="e"><al>kosten voor bijscholing van het personeel; en</al></li><li nr="f"><al>de marktprijs van de voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Klachtregeling aanbieders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van
                                klachten van cliënten ten aanzien van de door hen, krachtens deze
                                verordening, geleverde maatwerkvoorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                                overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                                ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders van diensten stellen een regeling vast voor de
                                medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de
                                aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                                periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mantelzorgers van clienten in de gemeente ontvangen jaarlijks een
                                blijk van waardering voor hun inzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk
                                van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente
                                bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Krachtens de Inspraakverordening Participatieraad Asten betrekt het
                                college, ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval
                                cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het
                                beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming
                                over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om
                                hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze regels, indien toepassing van het
                            besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Besluitvorming en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover in deze verordening geen beperkingen zijn opgelegd is het
                                college bevoegd tot alle besluiten ter uitvoering van deze
                                verordening en de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Asten
                                2014 wordt ingetrokken per 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de eerdere Verordeningen
                                maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Asten en die gelden op
                                het moment van inwerkingtreding van deze Verordening blijven van
                                kracht tot aan het moment dat zij van rechtswege vervallen, worden
                                ingetrokken of beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning Peelgemeente Asten 2014 en waarop nog niet is beslist
                                bij het in werking treden van onderhavige verordening, worden
                                afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                                Peelgemeente Asten 2014.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift tegen een besluit dat is
                                genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, wordt beslist
                                met inachtneming van het bepaalde in de Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning Peelgemeente Asten 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. H.G. Vos</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Asten/i247600.pdf">Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>