<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-81425.html">Gemeenteblad, nr. 81425, 24 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=223">Gemeentewet, artikel 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14RV000059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De "Verordening forensenbelasting 2014", vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2015, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>De datum van ingang van de heffing op grond van de "Verordening forensenbelasting 2015" is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet><cursief>R</cursief></vet><vet><cursief>aadsbesluit</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Voorstelnummer</al></entry><entry colname="col2"><al>: 14RV000059</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>: Vaststellen belastingverordeningen 2015</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2014;</al></li><li nr="-"><al>gehoord het Debat in de raad d.d. 10 december 2014; - gelet op artikel 223, van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de: <onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTING 201</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept></al><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept></al><al><onderstreept>Begripsomschrijvingen</onderstreept></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept></al><al><onderstreept>Belastbaar feit en belastingplicht</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al></li><li nr="2."><al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept></al><al><onderstreept>Vrijstellingen</onderstreept></al><al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.</al><al/><al><onderstreept>A</onderstreept><onderstreept>rtikel 4</onderstreept></al><al><onderstreept>Maatstaf van heffing</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar is vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval geen heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.</al></li><li nr="4."><al>De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></al><al><onderstreept>Belastingtarief</onderstreept></al><al>De belasting bedraagt bij een waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 200.000 of minder € 266,00</al></li><li nr="b."><al>meer dan € 200.000, doch minder dan € 300.000 € 772,00</al></li><li nr="c."><al>€ 300.000 of meer € 980,00.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>6</onderstreept></al><al><onderstreept>Belastingjaar</onderstreept></al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>7</onderstreept></al><al><onderstreept>Wijze van heffing</onderstreept></al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept><onderstreept> Ontstaan van de belastingschuld</onderstreept></al><al>De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. </al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>9</onderstreept></al><al><onderstreept>Termijnen van betaling</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijn of de gestelde termijnen.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>10</onderstreept></al><al><onderstreept>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</onderstreept></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van forensenbelasting.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>1</onderstreept></al><al><onderstreept>Overgangsrecht</onderstreept></al><al>De “Verordening forensenbelasting 2014”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept></al><al><onderstreept>Inwerkingtreding</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, of zo dit later is, met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept></al><al><onderstreept>Citeertitel</onderstreept></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting 2015”.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering, </al><al>op 17 december 2014. </al><al>griffier voorzitter</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>