<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35059_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening baatbelasting riolering, cluster G4</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 22-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering, cluster G4</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 222, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING BAATBELASTING RIOLERING, CLUSTER G4
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>Een onroerende zaak</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li>
            <li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li>
            <li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens
                                    zijn indeling is bestemd om als afzonderlijke geheel te worden
                                    gebruikt;</al></li>
            <li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde
                                    eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de
                                    omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>1. Onder de naam “Baatbelasting riolering, cluster G4” wordt in de vorm
                            van een heffing ineens een directe belasting geheven van de onroerende
                            zaken gelegen in de gemeente binnen de streeparcering op de bij deze
                            verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1
                            december 2005 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde
                            voorzieningen die tot stand zijn gebracht door of met medewerking van
                            het gemeentebestuur;</al>
          <al>2. de in het eerste lid bedoelde voorziening omvat:</al>
          <al>de aanleg van riolering.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>1. De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak,
                            als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht;</al>
          <al>2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het
                            tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt
                            geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting bij de aanvang van het
                            belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          <al>3. Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                            artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                            overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                            onroerende zaak niet geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Tarief</titel>
          </kop>
          <al>De belasting bedraagt per onroerende zaak € 3.850,00.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</titel>
          </kop>
          <al>1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                            belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting gedurende dertig jaren. Het verzoek genoemd in de eerste
                            volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                            schriftelijk bij in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                            Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend;</al>
          <al>2. het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar;</al>
          <al>3. de jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                            verschuldigde, berekend op basis van een periode van dertig jaren en een
                            rentevoet van 4,5%;</al>
          <al>4. de belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                            worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van
                            de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog
                            te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van
                            4,5%;</al>
          <al>5. ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                            heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak, als
                            bedoeld in het eerste lid, eindigt of wijzigt als gevolg van het
                            overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van
                            het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de
                            resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                            overeenkomstig het vierde lid van dit artikel;</al>
          <al>6. in afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de
                            in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
                            overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
                            binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
                            schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                            Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Wijze van belastingheffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede termijn twee maanden later.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            baatbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2006;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting
                                riolering, cluster G4”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </al>
        <al>Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit </al>
        <al>Artikel 3. Belastingplicht </al>
        <al>Artikel 4. Maatstaf van heffing </al>
        <al>Artikel 5. Tarief </al>
        <al>Artikel 6. Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                                belasting </al>
        <al>Artikel 7. Wijze van belastingheffing </al>
        <al>Artikel 8. Kwijtschelding </al>
        <al>Artikel 9. Termijnen van betaling </al>
        <al>Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders </al>
        <al>Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>