<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350572_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 Tytsjerksteradiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 Tytsjerksteradiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                            2015</titel></kop><structuurtekst><al/><al>(Verordening rioolheffingen 2015 registratienr. FJZ 2015/13)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>onder water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                    hemelwater of grondwater;</al></li><li nr="c."><al>onder perceel: een eigendom bestaande uit een onroerende zaak of
                                    een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="d."><al>onder belastingobject: een eigendom bestaande uit een roerende
                                    of een onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'rioolheffing' wordt geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, en </al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater
                                        direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                        afgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>van de gebruiker van een eigendom van waaruit geen
                                        afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                        wordt afgevoerd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel a, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt
                                degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de
                                kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
                                tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b en onderdeel c wordt als gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte
                                        als bedoeld in artikel 4 - ten gebruik is afgestaan: degene
                                        die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte,
                            met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als
                            een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt
                                geheven per aangesloten (direct of indirect) eigendom. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt
                                geheven per aangesloten (direct of indirect) eigendom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt
                                geheven per eigendom niet aangesloten (direct of indirect) op de
                                gemeentelijke riolering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a,
                                bedraagt per eigendom voor de eigenaar € 57,00 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b,
                                bedraagt voor een:</al><lijst><li nr="a."><al>één persoonshuishouding, € 97,20 per jaar, per aangesloten
                                        eigendom (woningen);</al></li><li nr="b."><al>meer persoonshuishouding, € 115,80 per jaar, per aangesloten
                                        eigendom (woningen, kleinschalige woonvormen);</al></li><li nr="c."><al>gebruiker, € 146,40 per jaar, per aangesloten eigendom
                                        waarbij wonen geen deel uitmaakt van het gebruik, met
                                        uitzondering van zorgcentra (tehuizen), zowel bij
                                        bedrijfsmatig als niet- bedrijfsmatig gebruik.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c
                                bedraagt € 54,00 per jaar, per eigendom voor de gebruiker van
                                woonruimte of bedrijfsruimte (zelfstandig gedeelte), niet (direct of
                                indirect) aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is
                                verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b en
                                onderdeel c, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de
                                belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffing als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, in de
                                loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd over
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
                                heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met
                                betrekking tot het eigendom voor de heffing als bedoeld in artikel
                                3, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, in de loop van het
                                belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als
                                er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                                binnen de gemeente verhuist en daar een ander eigendom in gebruik
                                neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>1.De heffing als bedoeld in artikel 6 lid 3 wordt niet opgelegd voor
                            niet- woningen in de categorie trafo’s, telefonie- en zendmasten.
                            Daarnaast zijn garageboxen en schiphuizen vrijgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente
                                is gemachtigd tot automatische incasso moeten de aanslagen worden
                                betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt
                                op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval
                                het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                rioolrechten of andere heffingen of belastingen gelijk of meer is
                                dan € 3.176,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn
                                welke vervalt 3 maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het lid 1
                                t/m 3 gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing ” vastgesteld bij raadsbesluit van 19
                            december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 lid 2
                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking doch niet voor de in lid 2 genoemde
                                datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing ”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>