<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350537_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, d.d. 9-12-2014, nr. 64792</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 102.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, art. 100.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 76m.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/070/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening onderwijshuisvesting gemeente Roermond 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Roermond;</vet></al><al/><al>gezien de verkregen instemming van de bevoegde gezagsorganen;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de Wet op het
                        primair onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra en artikel
                        76m van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 14 oktober
                        2014; </al><al/><al>besluit:</al><al/><al> vast te stellen de <vet>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                            gemeente Roermond 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>- aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het
                            bekostigen van een voorbereidingskrediet;</al><al>- aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al><al>- advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                            artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel
                            93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76f,
                            negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>- bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair
                            onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet
                            onderwijsbekostigde openbare of bijzondere school die geheel
                            of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
                            grondgebied van de gemeente;</al><al>- lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                            bewegingsonderwijs;</al><al>- minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al><al><cursief>- </cursief>nevenvestiging: deel van een school dat door de
                            minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de
                            artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16,
                            tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                            bekostiging in aanmerking is gebracht;</al><lijst><li nr="-"><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 94 Wet op de expertisecentra en
                                    artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="-"><al>programma: programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en
                                    artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>school:</al></li></lijst><al>1°. school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voor
                            basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
                            onderwijs;</al><al>2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs:
                            school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet
                            speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als
                            bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling
                            voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8
                            van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                            onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; </al><al>3°. school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor
                            voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar
                            algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en
                            voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet
                            op het voortgezet onderwijs;</al><lijst><li nr="-"><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als
                                    bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="-"><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                            bestaande uit:</al><al>1°. nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor
                            bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een gebouw waarin
                            een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan
                            niet op dezelfde locatie;</al><al>2°. uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al><al>3°. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand gebouw
                            voor het huisvesten van een school;</al><al>4°. verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het
                            huisvesten van een school; </al><al>5°. terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening als
                            bedoeld in 1° tot en met 4°;</al><al>6°. inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen voor
                            zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is
                            bekostigd;</al><al>7°. inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door het
                            rijk of de gemeente is bekostigd;</al><al>8°. medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al
                            bij een andere school in gebruik is of van een lokaal
                            bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw,
                                    onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval
                                    van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor
                                    het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorbereidingskredietopstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend. </titel></kop><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 2,
                            kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het opstellen
                            van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststellen vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder
                                    1 en 2 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in
                                    bijlage IV opgenomen normbedragen.</al></li><li nr="2."><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                    vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in
                                    artikel 3 wordt vastgesteld op 8% van het geraamde
                                    investeringsbedrag bij projecten tot een bruto oppervlakte van
                                    2500m2 respectievelijk 5% bij projecten met een grotere
                                    oppervlakte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij
                            wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                            formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                        wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en
                                        moet uiterlijk 31 januari van het jaar waarin van het
                                        betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen.
                                        Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college
                                        vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het
                                        college niet in behandeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het
                                    gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste
                                    voorziening, bestaande uit:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>1°. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school voor basisonderwijs, de speciale school voor
                                    basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als
                                    het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in
                                    artikel 2, onderdeel a, onder de voorwaarde dat de prognose
                                    overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het
                                    college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde
                                    gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele
                                    prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt
                                    onderschreven;</al></lid><lid><lidnr/><al>2°. als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of
                                    gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw
                                    als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, of herstel van
                                    een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een
                                    bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat
                                    de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden
                                    vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr/><al>3°. als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een
                                    voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de
                                    feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten
                                    voor het bekostigen van de voorziening of, als de aanvraag
                                    betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet
                                    als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting.</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                            voorziening, en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel
                                            2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding
                                            van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden
                                            gerealiseerd.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager voor 15 februari
                                            schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in
                                            het eerste of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft
                                            tot 15 maart (de hersteldatum) de gelegenheid de
                                            ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet
                                            gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in
                                            behandeling.</al></li><li nr="3."><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                            mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de
                                            betrokken school op 1 oktober van het jaar waarin het
                                            programma wordt vastgesteld, is de aanvrager verplicht
                                            dat aantal voor 15 oktober te registeren in de
                                            Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering
                                            Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de
                                            gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit
                                            schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager
                                            de gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na
                                            de datum van ontvangst van de mededeling. Als de
                                            registratie niet alsnog binnen drie dagen is verstrekt,
                                            neemt het college de aanvraag niet in behandeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen </titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen voor15 meieen
                                opgave van de aanvragen die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend
                                en geeft daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen.
                                Paragraaf 2.2 Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en
                                overzicht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag
                                        nader toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen 2
                                        maanden na de hersteldatum, bedoeld in artikel 7, tweede
                                        lid.</al></li><li nr="2."><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de
                                        aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de
                                        vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het
                                        college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                        kostenbegroting moet worden aangepast.</al></li><li nr="3."><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van
                                        het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht,
                                        bedoeld in paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                                aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                                overleg geen overeenstemming is bereikt over de
                                                hoogte van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Dit overleg vindt plaatst uiterlijk 15 september van het
                                        jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen
                                        programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden
                                        ten minste2 weken voor de door het college vastgestelde
                                        datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van
                                        het overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></li><li nr="3"><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                        maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan
                                        het overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                        bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                        overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                        reactie van het college hierop worden opgenomen in het
                                        verslag. Het verslag wordt binnen een maand na het overleg
                                        toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                        verzoeken een advies uit te brengen over het
                                        conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk
                                        gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies
                                        wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de
                                        relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de
                                        vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de
                                        daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen
                                        in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                        Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                        beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld
                                        in het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies
                                        zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij het toezenden van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
                                        In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
                                        bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                        noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden
                                        van het afschrift van het advies.</al></li><li nr="8."><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats
                                        binnen 2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de
                                        bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van
                                        dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag,
                                        bedoeld in het vierde lid.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                        vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                        onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                        voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op
                                        uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het
                                        programma betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besluiten tot het vaststellen van het
                                        bekostigingsplafond, het programma en het overzicht worden
                                        door het college binnen 2 weken na de datum waarop het
                                        besluit is genomen bekend gemaakt door het toezenden of
                                        uitreiken van het besluit aan de aanvragers. Gelijktijdig
                                        stelt het college de overige bevoegde gezagsorganen
                                        schriftelijk in kennis van de genomen besluiten.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter
                                        inzage gelegd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt
                                        het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop
                                        de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd.
                                        In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is
                                        voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover
                                        van toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet
                                                op het primair onderwijs artikel 101 van de Wet op
                                                de expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het
                                                voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting
                                                door de aanvrager worden ingediend;</al></li><li nr="c."><al>als dit van toepassing is, een andere wijze waarop
                                                de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met
                                                inachtneming van het beschikbaar te stellen
                                                bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het college het bouwplan en de
                                                begroting toetst, en of het naar het oordeel van het
                                                college noodzakelijk is bij het toetsen van het
                                                bouwplan en de begroting rekening te houden met
                                                feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten
                                                opzichte van het moment waarop het programma is
                                                vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan
                                                worden herzien;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording
                                                over het besteden van de beschikbaar te stellen
                                                middelen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet
                                        tot overeenstemming heeft geleid legt het college
                                        schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het
                                        verslag binnen 4 weken na het overleg. Als de aanvrager niet
                                        binnen twee weken nadat het verslag is ontvangen
                                        schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van
                                        het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                        overeenstemming te zijn bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het
                                        college binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een
                                        beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt.
                                        Het bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt
                                        het college dit binnen 4 weken nadat het verslag is
                                        vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt
                                        gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de
                                        voorziening wordt opgeschort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten 
                                    en omstandigheden; overleggen offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid,
                                        is bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de
                                        voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke
                                        kosten, de bijbehorende begroting in bij het college. Het
                                        bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover
                                        gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 13, eerste lid.
                                        Gelijktijdig vermeldt het bevoegd gezag het tijdstip waarop
                                        de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met
                                        het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt
                                        verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen 6 wekennadat de stukken
                                        zijn ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende
                                        begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het
                                        college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze
                                        termijn verlengen met maximaal 6 weken. Als niet binnen de
                                        gestelde termijn is besloten, wordt geacht instemming te
                                        zijn verleend met de bouwplannen en de begroting en start de
                                        bekostiging op het door de aanvrager aangegeven tijdstip.
                                        Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum
                                        van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende
                                        begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start
                                        respectievelijk na de datum waarop de instemming geacht
                                        wordt te zijn verleend hiervan schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                        vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                        aanbieding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden.
                                Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig
                                tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het
                                programma geplaatste voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor 1 oktober van het jaar waarop het programma betrekking
                                        heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een
                                        koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij
                                        voor 15 oktobereen afschrift aan het college. De
                                        aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze
                                        verplichtingen wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwopdrachten en overeenkomsten zijn
                                                onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al>bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het
                                                werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal
                                                werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt
                                                opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al>huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum
                                                van inwerkingtreding, alsmede de duur van de
                                                overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al>koopovereenkomsten vermelden de datum van
                                                aankoop.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het
                                        overschrijden van de in het eerste lid bedoelde termijn
                                        veroorzaakt wordt door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager
                                                zijn toe te rekenen, en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voor 1 septembereen schriftelijk
                                                gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn
                                                heeft ingediend bij het college.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college beslist voor15 septemberop een
                                        verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging
                                        van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke
                                        datum de termijn wordt verlengd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                            voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt zo spoedig
                            mogelijk ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van
                            een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de
                                    gegevens genoemd in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden
                                    waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum waarop
                                    de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens
                                    als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft
                                    vervolgens 2 weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als
                                    dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in
                                    behandeling.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is
                                    ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk
                                    mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                    beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de
                                    beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet
                            binnen vier maanden na de beschikking, bedoeld in het eerste lid, met
                            betrekking tot de voorziening een bouwopdracht is gegeven dan wel een
                            koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Uitvoeren beslissin</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19
                                    eerste lid waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de
                                    artikelen 13, 14, 15 en 16 tweede tot en met vierde lid is
                                    daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid,
                                    eerste volzin, een termijn van 3 weken geldt.</al></li><li nr="2."><al>Binnen 4 maanden na bekendmaking van een beslissing als bedoeld
                                    in het eerste lid geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit
                                    hij een koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt
                                    hij binnen een termijn van twee weken een afschrift aan het
                                    college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze
                                    verplichting wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor
                            een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="a."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                    voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III, deel
                                    C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd
                                    gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de artikelen 6
                                    of 17 heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie
                                    en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die
                                    school of instelling gangbare berekeningswijze;</al></li><li nr="c."><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een school;</al></li><li nr="d."><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs van
                                    een school, of</al></li><li nr="e."><al>een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs niet
                                    volledig wordt benut, wat blijkt uit het lesrooster van de
                                    school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                    gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Omschrijving leegstan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                    vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                    vastgestelde ruimtebehoefte.</al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs
                                    als:</al><lijst><li nr="a."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs,
                                            ende som van het aantal klokuren gebruik dat
                                            door het college is vastgesteld minder is dan 40
                                            klokuren;</al></li><li nr="b."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage
                                            III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het
                                            lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het
                                            bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                            lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                            aantoont dat dit niet het geval is;</al></li><li nr="c."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs[, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet
                                            onderwijs, en de som van de berekeningswijzen, bedoeld
                                            onder a en b, minder is dan 40 klokuren.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Nalaten vorderen</titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand
                            van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in
                            gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het
                            onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden
                            in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover met de
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het daarover zo
                                    spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="3."><al>Binnen 4 weken nadat het programma is vastgesteld of binnen 1
                                    week na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het
                                    college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt schriftelijk
                                    mede dat gevorderd wordt.</al></li><li nr="4."><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                    geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor
                                            wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor
                                            gevorderd wordt of, als het betreft het
                                            bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt, en</al></li><li nr="f."><al>de ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                            vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                            genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleind</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college met
                            het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                    onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li><li nr="c."><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het
                                    onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder van het
                                    medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag een
                                    redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang kan
                                    nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd gezag
                            waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd
                            wordt. Als het overleg heeft geleid tot afspraken, worden ook deze
                            opgenomen in de schriftelijke mededeling. Als het overleg niet tot
                            volledige overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de
                            beslissing van het college over de punten waarover geen overeenstemming
                            was bereikt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                    toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt
                                    gesloten.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                    bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat
                                    voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                    gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                    school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                    achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></li><li nr="2."><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                    onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een
                                    staat van onderhoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                    opgemaakt in opdracht van het college.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag.</al></li><li nr="5."><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                    achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk
                                    deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het
                                    bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de
                                    werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te
                                    stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming
                                    wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder
                                    gevolgd wordt.</al></li><li nr="6."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Gebruik lokaal bewegingsonderwijsdoor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 april voorlopig vast het
                                    aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor
                                    basisonderwijs een speciale school voor basisonderwijs, een
                                    school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en
                                    voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet
                                    speciaal onderwijs] in het daaropvolgende schooljaar aanspraak
                                    maakt.</al></li><li nr="2."><al>Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het
                                    aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op
                                    de school staat ingeschreven.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 1 mei
                                    een rooster op voor het gebruik van de lokalen
                                    bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt met de
                                    volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs,
                                            bedoeld in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het
                                            lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als
                                            eerste ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs,
                                            en</al></li><li nr="c."><al>het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één lokaal
                                            bewegingsonderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig
                                    is vastgesteld, binnen twee weken daarvan in kennis van het
                                    rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens
                                    vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd;</al></li><li nr="b."><al>het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het
                                            bewegingsonderwijs is toegewezen, en</al></li><li nr="c."><al>de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                            plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De bevoegde gezagsorganen kunnen binnen twee weken na toezending
                                    van het voorlopig rooster reageren op het voorstel.</al></li><li nr="6."><al>Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een
                                    overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor
                                    1 mei. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de
                                    bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel.</al></li><li nr="7."><al>Het college stelt het rooster voor 15 junidefinitief
                                    vast en houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde
                                    gezagsorganen. Het betreffende besluit wordt binnen twee weken
                                    kenbaar gemaakt aan bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="8."><al>Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te
                                    roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="9."><al>Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid
                                    uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit
                                    beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra
                                    wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van
                                    de school. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Indexering</titel></kop><al> Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening onderwijshuisvesting gemeente Roermond 2009 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening is niet van toepassing op het Bisschoppelijk
                                    College Broekhin afdeling Swalmen;</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                    huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 oktober
                        2014..</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>