<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35052_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening baatbelasting riolering, cluster G3</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 22-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering, cluster G3</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 222, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening baatbelasting riolering, cluster G3
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>Een onroerende zaak:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li>
            <li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li>
            <li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens
                                    zijn indeling is bestemd om als afzonderlijke geheel te worden
                                    gebruikt;</al></li>
            <li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde
                                    eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de
                                    omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam “Baatbelasting riolering, cluster G3” wordt in de vorm
                                van een heffing ineens een directe belasting geheven van de
                                onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de streeparcering op
                                de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart,
                                die op 1 december 2005 zijn gebaat door de in het tweede lid
                                genoemde voorzieningen die tot stand zijn gebracht door of met
                                medewerking van het gemeentebestuur;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>de in het eerste lid bedoelde voorziening omvat:</al>
            <al>de aanleg van riolering.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak,
                                als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op
                                het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting bij de aanvang
                                van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                                overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van
                                die onroerende zaak niet geheven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Tarief</titel>
          </kop>
          <al>De belasting bedraagt per onroerende zaak € 3.850,00.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende dertig jaren. Het verzoek genoemd in
                                de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van
                                de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>de jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van dertig jaren en
                                een rentevoet van 4,5%;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>de belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                                worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
                                van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
                                plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                                rentevoet van 4,5%;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak,
                                als bedoeld in het eerste lid, eindigt of wijzigt als gevolg van het
                                overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
                                van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
                                de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                overeenkomstig het vierde lid van dit artikel;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>in afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van
                                de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse
                                heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek
                                daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                                ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede
                                lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te
                                worden ingediend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Wijze van belastingheffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                                verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en de tweede termijn twee maanden later.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en invordering van de
                                baatbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2006;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting
                                riolering, cluster G3”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </al>
        <al>Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit </al>
        <al>Artikel 3. Belastingplicht </al>
        <al>Artikel 4. Maatstaf van heffing </al>
        <al>Artikel 5. Tarief </al>
        <al>Artikel 6. Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                                belasting </al>
        <al>Artikel 7. Wijze van belastingheffing </al>
        <al>Artikel 8. Kwijtschelding </al>
        <al>Artikel 9. Termijnen van betaling </al>
        <al>Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders </al>
        <al>Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>