<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350295_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten van het financiële beleid alsmede op de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Dongen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële beheersverordening 2015 gemeente Dongen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 149 en 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiele beheersverordening 2015 gemeente Dongen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen;</al><al/><al>gelet op de artikelen 149 en 212 van de gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de “Financiële beheersverordening
                        gemeente Dongen”, zoals vastgesteld op 4 maart 2009, te wijzigen;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al>Verordening op de uitgangspunten van het financiële beleid alsmede op de
                        regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële
                        organisatie van de gemeente Dongen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>team iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordingsplicht naar het college heeft.</al></li><li nr="b."><al>administratie het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken
                                    en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Dongen en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie de financiële administratie is een
                                    onderdeel van de administratie en omvat het systematisch maken
                                    en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Dongen, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="·"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="·"><al>het beheren van vermogenswaarden;</al></li><li nr="·"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="·"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="·"><al>het afleggen van rekening en verantwoording.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding.</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer het uitoefenen van bestuur en toezicht op het
                                    beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                    gemeente Dongen.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid Het in overeenstemming zijn met de begroting en
                                    van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder
                                    gemeentelijke regelingen.</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                    maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de
                                    beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt
                                    bereikt.</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid de mate waarin de gemeente erin slaagt met de
                                    geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde
                                    maatschappelijke effecten te bereiken.</al></li><li nr="i."><al>planning en control ontwikkelen, invoeren en beheren van beleids
                                    en beheersingsinstrumentarium met betrekking tot het
                                    (strategisch) beleid alsmede het financieel-, juridisch-,
                                    personeel-, organisatie-, communicatie- en informatiserings- en
                                    financieringsbeleid.</al></li><li nr="j."><al>netto schuld Bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Begroting en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De programmabegroting is ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven
                                indeling in het “Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De programmabegroting bevat op hoofdlijnen de
                                programmabeschrijvingen en maatschappelijke effecten die worden
                                nagestreefd, alsmede de middelen die daarvoor beschikbaar zijn, één
                                en ander zo mogelijk uitgedrukt in relevante prestatiecijfers en
                                kengetallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="·"><al>Programmabeschrijving;</al></li><li nr="·"><al>Maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="·"><al>Thema's;</al></li><li nr="·"><al>Doel thema's;</al></li><li nr="·"><al>Overzicht beoogde resultaten, waaronder:</al><lijst><li nr="a."><al>Inspanning.</al></li><li nr="b."><al>Resultaat.</al></li><li nr="c."><al>Indicator.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde resultaten en de maatschappelijke
                                effecten, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid
                                zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Thema's</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting wordt per programma een overzicht gegeven van de
                                thema's die zijn opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor regels die bewerkstelligen dat de
                                uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                verloopt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de budgetten in de financiële administratie waaraan de
                                        lasten en baten door middel van kostentoerekening worden
                                        toegerekend, eenduidig zijn toe te wijzen aan de thema's en
                                        programma’s.</al></li><li nr="b."><al>de budgetten binnen de thema's en voor investeringen
                                        eenduidig worden toegewezen aan de budgethouders.</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de programma’s niet worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inzetten van budgetten van het ene thema voor het andere vindt
                                plaats door middel van een collegebesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatievoorziening en de
                                rechtmatigheid van de beheerhandelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de periodieke interne toetsing van
                                bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de
                                bestuurlijke informatievoorziening en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets genoemd in
                                lid 3 voor een plan van verbetering. Het college neemt op basis van
                                het plan van verbetering maatregelen voor herstel van
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Budgetbewaking en tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder budgetbewaking wordt verstaan het periodiek signaleren van
                                overschrijdingen (budgetbewaking in engere zin) en eventueel andere
                                afwijkingen van het budget alsmede de (bedrijfseconomische) analyse
                                van de verschillen tussen budget en werkelijkheid (budgetbewaking in
                                ruimere zin).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college rapporteert periodiek de raad over de realisatie van de
                                politiek bestuurlijke speerpunten van het begrotingsjaar via
                                raadsinformatiebrieven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college rapporteert periodiek (minimaal 2x per jaar) over de
                                realisatie van de begroting aan de raad via de bestuursrapportages
                                (Beraps) </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hierbij behorende begrotingswijzing gaat in op afwijkingen
                                betreffende de baten en lasten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Managementteam (MT) stelt periodiek een managementrapportage
                                (marap) op over de financiële ontwikkeling van de budgetten. Deze
                                marap’s worden aan het College aangeboden..</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Gemeenterekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenterekening is ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven
                                indeling in het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                                Gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt jaarlijks verantwoording af over de programma’s via
                                beantwoording van de vragen:</al><lijst><li nr="·"><al>wat hebben we bereikt? (=beoogd effect en resultaten)</al></li><li nr="·"><al>wat hebben we daarvoor gedaan? (=inspanning)</al></li><li nr="·"><al>wat heeft het gekost?</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Kaderstellingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Reserves en Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft jaarlijks bij de programmabegroting een overzicht
                                van de reserves en voorzieningen. De bijbehorende bestedingsplannen
                                worden opgenomen in de investeringsbegroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt daarbij de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd
                                in het Beleidskader Reserves en voorzieningen. Daarin is
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de instelling van een reserve of voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de voeding en onttrekking van/aan de reserve of
                                        voorziening;</al></li><li nr="c."><al>de eventuele normering, bandbreedte;</al></li><li nr="d."><al>de rentetoerekening;</al></li><li nr="e."><al>de looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Beleidskader Reserves en voorzieningen wordt minimaal elke vijf
                                jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt omtrent het waarderen, activeren en afschrijven
                                van activa de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in het
                                Beleidskader Waarderen en afschrijven van activa. Daarin is
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de duur van de afschrijving naar soort, vastgelegd in de
                                        afschrijvingstabel </al></li><li nr="b."><al>de wijze van afschrijven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Beleidskader Waarderen en afschrijven van activa wordt minimaal
                                elke vijf jaar geactualiseerd en aan de raad ter vaststelling
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitgangspunten in de nota waarderen en afschrijven activa zijn
                                richtinggevend, uitzonderingen op het beleid worden afzonderlijk aan
                                de raad ter besluitvorming voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Waardering openstaande vorderingen en invorderingsbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor regels voor inning en waardering van
                                openstaande vorderingen. Deze regels worden vastgelegd in de
                                beleidsnota invorderingsbeleid gemeente Dongen dat ter vaststelling
                                aan de raad wordt aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regels voor inning en waardering van openstaande vorderingen zijn
                                gebaseerd op gangbare bedrijfseconomische principes.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit beleidskader wordt minimaal elke vijf jaar geactualiseerd en aan
                                de raad ter vaststelling aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Grondslagen lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de hoogte van de lokale heffingen van de
                                gemeente Dongen wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd,
                                met als uitgangspunt dat tarieven kostendekkend en marktconform
                                dienen te zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kostentoerekening worden alle kosten meegenomen die
                                samenhangen met de door de gemeente geleverde inspanning c.q.
                                diensten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor het correct uitvoeren van de richtlijnen zoals vastgelegd
                                in het door de raad vastgestelde Treasurystatuut. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regels ter uitvoering van de taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                zijn in het treasurystatuut vastgelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Treasurystatuut wordt minimaal elke vijf jaar geactualiseerd en
                                aan de raad ter vaststelling aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Paragrafen in begroting en jaarstukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><al>De paragrafen in de begroting en de jaarstukken bestaan minimaal
                            uit:</al><lijst><li nr="A."><al>Lokale heffingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                            overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en
                                            kosten bij de aanvang van het begrotingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de
                                            paragraaf lokale heffingen verslag van de opbrengsten
                                            per lokale heffing; het volume en bedrag aan
                                            kwijtscheldingen; de kostendekkendheid, de ontwikkeling
                                            van de lokale lastendruk voor huishoudens en
                                            bedrijven.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Weerstandsvermogen</al><lijst><li nr="1."><al>Het college geeft bij de begroting en gemeenterekening
                                            in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
                                            inzicht in de belangrijkste risico´s van materieel
                                            belang op concernniveau. </al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt er voor dat de nota risicomanagement
                                            en weerstandsvermogen jaarlijks wordt geactualiseerd en
                                            ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden.</al></li></lijst></li><li nr="C."><al>Onderhoud Kapitaalgoederen</al><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                    paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang
                                    van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallige
                                    onderhoud aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken,
                                    straatmeubilair, riolering en gebouwen; </al></li><li nr="D."><al>Financiering</al><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt voor het aantrekken en uitzetten van
                                            gelden, het verlenen van gemeentegaranties, het
                                            kasbeheer, de administratieve organisatie en interne
                                            controle van de financieringsfunctie worden de regels in
                                            acht die zijn opgenomen in het Treasurystatuut.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in
                                            de paragraaf financiering verslag van het risicobeheer
                                            (kasgeldlimiet, renterisiconorm), de kredietrisico’s op
                                            leningen, beleggingen en gemeentegaranties, de opgenomen
                                            geldleningen, de uitzettingen, het kasbeheer en de
                                            informatievoorziening.</al></li></lijst></li><li nr="E."><al>Bedrijfsvoering</al><al>In het onderdeel bedrijfsvoering van de begroting wordt ingegaan
                                    op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven;
                                    in het onderdeel bedrijfsvoering bij de jaarstukken wordt
                                    gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
                                    aangaande de bedrijfsvoering en over nieuwe ontwikkelingen;
                                </al></li><li nr="F."><al>Verbonden Partijen</al><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf
                                    verbonden partijen ingegaan op nieuwe participaties, het
                                    beëindigen van bestaande participaties, het wijzigen van
                                    bestaande belangen en het aanwezig zijn van problemen bij
                                    bestaande participaties. Van elk van de verbonden partijen wordt
                                    bij de begroting en jaarstukken een opgave verstrekt van:</al><lijst><li nr="·"><al>het openbaar belang;</al></li><li nr="·"><al>het eigen en vreemd vermogen en het resultaat, voor
                                            zover bekend;</al></li><li nr="·"><al>het financieel belang en de zeggenschap.</al></li></lijst></li><li nr="G."><al>Grondbeleid</al><al>Het college draagt zorg voor een nota Grondbeleid die jaarlijks
                                    wordt geactualiseerd en ter vaststelling aan de raad wordt
                                    aangeboden. Daarin is opgenomen de strategische visie van het
                                    toekomstig grondbeleid van de gemeente. Ook wordt daarin
                                    aandacht besteed aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                    projecten (complexen), de voorraadverwerving en uitgifte van
                                    gronden, tussentijdse winstneming, waardering niet in
                                    exploitatie genomen gronden, de wijze van activeren van kosten
                                    en de autorisatie van kredieten door de gemeenteraad.</al><al>In de paragraaf grondbeleid in de begroting en de jaarstukken
                                    wordt ingegaan op de uitvoering van de beleidsanalyse en de
                                    financiële ontwikkelingen zoals winst/verliesverwachtingen en de
                                    verwerving van gronden.</al></li><li nr="H."><al>Meerjarig subsidieprogramma</al><al>Het college biedt eens in de vier jaar het meerjarig
                                    subsidieprogramma aan. Dit programma bevat het kader voor de
                                    verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de
                                    toegekende subsidies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De financiële administratie en organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De financiële administratie</titel></kop><al>Het college zorgt er voor dat:</al><lijst><li nr="1."><al>De inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording Provincies
                                    en Gemeenten en andere relevante wetgeving.</al></li><li nr="2."><al>De administratie zodanig van opzet en werking is dat zij
                                    dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>verstrekking van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang vorderingen, schulden, voorraden etc;</al></li><li nr="b."><al>het verschaffen van informatie aan de
                                            budgethouders;</al></li><li nr="c."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen, de begroting en de geldende
                                            wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vereiste informatie wordt verstrekt aan het Rijk, de
                                    Provincie en de Europese Unie alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>De financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten. </al></li><li nr="2."><al>Een adequate scheiding van taken, functies en bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    is gewaarborgd.</al></li><li nr="3."><al>Verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li><li nr="4."><al>Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2015, met dien
                                verstande dat de begroting en de jaarstukken met ingang van de
                                begroting voor het jaar 2015 voldoen aan de bepalingen van deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de “Financiële beheersverordening gemeente
                                Dongen”, zoals vastgesteld op 4 maart 2009.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            beheersverordening 2015 gemeente Dongen”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dongen, 18 december 2014</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>,voorzitter</ondertekening><ondertekening>,griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Ter voorkoming van verwarring is het noodzakelijk dat de begripsdefinities
                    duidelijk zijn. In Dongen kennen we de programmabegroting met acht programma’s.
                    Onder ieder programma zijn vervolgens thema's opgenomen. De raad stelt kaders en
                    controleert op het niveau van de programma’s, het college stuurt op het niveau
                    van de thema's. De uitvoerende vakdiensten werken met budgetten. </al><al>Een voorbeeld ter verduidelijking. De raad zorgt voor een afgewogen programma
                    Werk en Inkomen, waarbinnen de thema's "re-integratie en arbeidsmarktbeleid" en
                    "inkomensvoorziening en minimabeleid" aan de Dongense bevolking worden
                    aangeboden. Het college draagt er vervolgens zorg voor dat Dongenaren die recht
                    hebben op bijvoorbeeld inkomensondersteuning ook daadwerkelijk en volgens de
                    regels worden geholpen. Voor de betreffende uitvoerende dienst is het van belang
                    welke vorm van inkomensondersteuning kan of moet worden verleend, algemene
                    bijstand of een vorm van bijzondere bijstand (budgetten).</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Programmabegroting</tussenkop><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast. </al><al>De gemeente bepaalt zelf het aantal en de inhoud van de programma’s van de
                    begroting en kan daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen
                    politiek-bestuurlijke wensen. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma’s stelt de raad de indeling
                    vast. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling wijzigen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Thema's</tussenkop><al>De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het college een begroting naar thema's op. Het college is vrij in het aantal
                    thema's en de indeling daarvan. De begroting naar thema's is in de systematiek
                    van het ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ geen onderdeel van de begroting.
                    De raad kan van oordeel zijn dat hij bij de programmabegroting en verantwoording
                    een overzicht wil hebben van welke thema's er bij de programma’s horen. Dit
                    wordt geregeld in het eerste lid.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Uitvoering begroting</tussenkop><al>In artikel 4 legt de raad het college een aantal verplichtingen op die voor een
                    goede uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt
                    bepaald dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de
                    doelmatigheid van de uitvoering moet waarborgen. Lid 2 stelt eisen voor de
                    onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van de begroting naar
                    thema's. In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels; het
                    vaststellen van uitvoeringsregels is de bevoegdheid van het college.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Interne controle</tussenkop><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college aan de verplichting
                    genoemd in met name artikel 4, eerste lid, zal kunnen voldoen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Budgetbewaking en tussentijdse rapportage </tussenkop><al>Artikel 6 formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning &amp; control
                    functie van de raad. De raad geeft namelijk aan welke informatie het college
                    standaard dient te verstrekken evenals de frequentie waarmee de informatie moet
                    worden verstrekt. Op basis van deze informatie kan de raad de uitvoering van de
                    begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Gemeenterekening</tussenkop><al>Artikel 7 is het sluitstuk van de begrotingscyclus: de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het college en de controle van de raad daarop. De
                    gemeenterekening is ingedeeld overeenkomstig de in het Besluit begroting en
                    verantwoording Provincies en Gemeenten voorgeschreven indeling. </al><al/><tussenkop>Artikel 8. EMU- saldo</tussenkop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                    aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook
                    zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. </al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                    overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                    actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen
                    van de begroting.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Artikel 9 betreft de kaders voor reserves en voorzieningen. </al><al/><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>Artikel 10 betreft de kaders voor waardering, activering en afschrijving van
                    activa. </al><al/><tussenkop>Artikel 11. Waardering openstaande vorderingen en
                    invorderingsbeleid</tussenkop><al>Artikel 11 draagt het college op regels te stellen voor waardering van
                    debiteuren en overige vorderingen en voor het invorderingsbeleid.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Grondslagen lokale heffingen</tussenkop><al>In artikel 12 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd. De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk
                    politieke besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en
                    de geraamde kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In
                    dit artikel worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen
                    gegeven.</al><al>Het uitgangspunt is dat heffingen en tarieven kostendekkend en marktconform
                    moeten zijn. Dit geldt ook voor gesubsidieerde instellingen. Als zij hierdoor in
                    financiële problemen komen, kan gekozen worden voor aanvullende subsidiëring. </al><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke
                    vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                    activa en voor rioolheffing en reinigingsrechten de compensabele BTW. </al><al>De begroting en jaarstukken zijn exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort
                    rechten en heffingen is echter in de wet bepaald dat ze meegenomen worden in de
                    kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft, ook al wordt de
                    BTW gecompenseerd. </al><al/><tussenkop>Artikel 13. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Artikel 212 bevat het expliciete voorschrift dat de verordening
                    een onderdeel over de financieringsfunctie heeft. De gemeente Dongen heeft de
                    regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en
                    limieten van de financieringsfunctie, alsmede inzake de administratieve
                    organisatie van de financieringsfunctie in het Treasurystatuut vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Prijzen economische activiteiten</tussenkop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege
                    uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan
                    voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na
                    bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente
                    (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente moet binnen zes weken een
                    besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in
                    artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken,
                    gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
                    bezwaarschrift is verstreken. </al><al>Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de
                    bestuursrechter.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor
                    de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van
                    leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze
                    uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. </al><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege
                    uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan
                    voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na
                    bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente
                    (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente moet binnen zes weken een
                    besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in
                    artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken,
                    gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
                    bezwaarschrift is verstreken. </al><al>Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de
                    bestuursrechter.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor
                    de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van
                    leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze
                    uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. </al><al/><tussenkop>Artikel 15. Paragrafen</tussenkop><al>In dit artikel worden de verplicht voorgeschreven paragrafen nader uitgewerkt.
                    Per onderdeel is aangegeven bij welk thema waarover en in welke vorm moet worden
                    gerapporteerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. De financiële administratie</tussenkop><al>In artikel 14 worden de kaders gegeven voor de inrichting van de gemeentelijke
                    administraties. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze
                    zal deze zaken wel moeten vastleggen voor de aansturing van de ambtelijke
                    organisatie. </al><al/><tussenkop>Artikel 17. De financiële organisatie</tussenkop><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan het zich moet houden.</al><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                    worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. </al><al/><tussenkop>Artikel 18. Inwerkingtreding</tussenkop><al>De nieuwe verordening artikel 212 Gemeentewet gaat in per 1 januari 2015. </al><al/><tussenkop>Artikel 19. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>