<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350267_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van het rioolrecht Havenschap Moerdijk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen/download.aspx?qvi=55957">Provinciaal Blad, 2015, 167</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Havenschap Moerdijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0307286</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>leges</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Havenschap Moerdijk 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42009</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van het rioolrecht Havenschap Moerdijk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN BESTUUR VAN HET HAVENSCHAP MOERDIJK;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING HAVENSCHAP
                        MOERDIJK 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder::</al><lijst><li nr=""><al><vet>riolering</vet>: de riolering van het Havenschap Moerdijk mede
                                het voor de openbare dienst bestemde water begrepen, voor zover
                                gelegen binnen het beheersgebied van het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr=""><al><vet>afvalwater</vet>: water en stoffen die worden afgevoerd via de
                                riolering van het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr=""><al><vet>eigendom</vet>: een roerende of een onroerende zaak;</al></li><li nr=""><al><vet>verbruiksperiode</vet>: de periode waarop de afrekening van het
                                waterleidingbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr=""><al><vet>beheersgebied</vet>: het gebied zoals omschreven in artikel 3
                                van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk, herziening
                                1997 en laatstelijk gewijzigd op 20 september 2013, en aangegeven op
                                de bij die Gemeenschappelijke Regeling behorende kaart.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder de naam “rioolheffing” wordt een recht geheven van de gebruiker
                            van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de
                            riolering van het Havenschap Moerdijk wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt als
                            gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al> degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
                                    dan niet krachtens zakelijk recht of persoonlijk recht
                                    gebruikt;</al></li><li nr="b."><al> ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 3 – ten gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Geen rioolheffing ingevolge deze verordening wordt geheven van een
                            eigendom in gebruik bij het Havenschap Moerdijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de heffing
                        geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande
                        dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden
                        gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal
                            kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd en
                            naar de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                            kubieke meters water dat in de aan het begin van het belastingjaar
                            voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of
                            opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al> watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of;</al></li><li nr="b."><al> bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al><al/><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water lager is
                            dan de som van de hoeveelheden toegevoerd en/of opgepompt water,
                            verminderd met de hoeveelheid water dat niet als afvalwater is
                            afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Wijze van heffing</titel></kop><al>De heffing wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De heffing als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van
                            het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de
                            heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar
                            aanvangt, is de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van
                            het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de
                            heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar
                            eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het
                            einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing
                            van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde
                            aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een bestuurlijke boet is opgelegd, dan is deze invorderbaar in
                            twee gelijke termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                            van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden na de eerste
                            vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, in
                            geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete
                            op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                            maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt,
                            ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of
                            meer doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing
                        en invordering van rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verhouding tot provinciale en gemeentelijke
                            verordeningen</titel></kop><al>Verordeningen van de provincie Noord-Brabant of de gemeente Moerdijk die
                        hetzelfde onderwerp regelen als de onderhavige verordening houden op te
                        gelden voor zover deze verordeningen tevens van toepassing zijn op het
                        beheersgebied van het Havenschap Moerdijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Toewijzen van bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met betrekking tot de in artikel 2 bedoelde heffing gelden de
                            bevoegdheden en de verplichtingen van de in artikel 227a, lid 2
                            Provinciewet vermelde functionarissen, voor de daarachter genoemde
                            colleges of functionarissen: </al><lijst><li nr="a."><al> het college van gedeputeerde staten: het dagelijks bestuur van
                                    het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr="b."><al> de provincieambtenaar, belast met de heffing van provinciale
                                    belastingen: de ambtenaar van het Havenschap Moerdijk belast met
                                    de heffing van de in artikel 2 bedoelde heffing;</al></li><li nr="c."><al> de provincieambtenaar, belast met de invordering van
                                    provinciale belastingen: de ambtenaar van het Havenschap
                                    Moerdijk belast met de invordering van de in artikel 2 bedoelde
                                    heffing;</al></li><li nr="d."><al> de provincieambtenaren belast met de heffing of de invordering
                                    van provinciale belastingen: de ambtenaren van het Havenschap
                                    Moerdijk belast met de heffing of invordering van de in artikel
                                    2 bedoelde heffing;</al></li><li nr="e."><al> de als belastingdeurwaarder aangewezen provincieambtenaar: de
                                    daartoe aangewezen ambtenaar van het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr="f."><al> de provinciale staten: de Raad van Bestuur van het Havenschap
                                    Moerdijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aangewezen ambtenaren als bedoeld in lid 1 belast met de heffing of
                            de invordering van de in artikel 2 bedoelde heffing, kunnen hun
                            bevoegdheden ter zake krachtens mandaat overdragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De 'Verordening rioolrecht Havenschap Moerdijk 2014, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 19 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich
                            voor 1 januari 2015 hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De 'Verordening rioolheffing Havenschap Moerdijk 2013, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 13 december 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich
                            voor 1 januari 2014 hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                            Havenschap Moerdijk 2015".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van Bestuur van 18
                        december 2014.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN BESTUUR VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de secretaris F.J. van den Oever</ondertekening><ondertekening>de voorzitter Y.C.M.G. de Boer</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Bijlage</titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage bij de Verordening Rioolheffing Havenschap Moerdijk
                            2015</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i247500.pdf">Tarieventabel rioolheffing Havenschap Moerdijk</extref></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening Rioolheffing Havenschap Moerdijk
                        2015</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2005 wordt door Havenschap Moerdijk een rioolheffing
                    geheven, die een grondslag heeft in de Verordening op de heffing en de
                    invordering rioolheffing. De invoering van deze rioolheffing is ingegeven door
                    het gegeven voor Havenschap Moerdijk een bekostigingsgrondslag te creëren voor
                    het onderhoud en de vervanging van het rioolstelsel dat op het terrein van
                    Havenschap Moerdijk is gelegen. De rioolheffing wordt gebaseerd op het aantal
                    kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom direct of indirect wordt
                    afgevoerd op het rioolstelsel van het Havenschap Moerdijk.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al>Daar waar sprake is van een verschil ten opzichte van de Verordening Rioolrecht
                    2014 wordt dit per artikellid aangegeven.</al><al><vet>Artikel 1</vet> Met het opnemen van begripsomschrijvingen wordt beoogd de
                    eenvoud en de leesbaarheid van de verordening te bevorderen.</al><al>In het eerste onderdeel is aangegeven dat onder de <vet>riolering </vet>van het
                    Havenschap Moerdijk mede het voor de openbare dienst bestemde water wordt
                    begrepen. Van ‘voor de openbare dienst bestemd' is sprake indien de bezittingen,
                    werken of inrichtingen van het Havenschap Moerdijk strekken ten algemenen nutte.
                    Zowel van de rioolbuizen als van het oppervlaktewater kan dat worden gezegd. Het
                    oppervlaktewater zal veelal tevens een andere bestemming hebben, zoals die van
                    openbare waterweg, vaarweg of afwateringskanaal. Ook in die gevallen is het
                    gebruik van het openbare water voor rioleringsdoeleinden een gebruik
                    overeenkomstig de bestemming.</al><al>In het tweede onderdeel is aangegeven wat voor de toepassing van de verordening
                    wordt verstaan onder <vet>afvalwater</vet>. Het begrip afvalwater is zo ruim dat
                    alle stoffen die via de riolering worden afgevoerd daarmee onder de heffing
                    gebracht kunnen worden.</al><al>In het derde onderdeel is aangegeven dat onder <vet>eigendom </vet>wordt
                    verstaan een roerende of een onroerende zaak. In de fiscale wetgeving wordt met
                    het begrip eigendom nogal eens onroerende zaak bedoeld. De verordening beoogt
                    echter ook roerende eigendommen die op de riolering van Havenschap Moerdijk zijn
                    aangesloten in de heffing te betrekken. Bij roerende eigendommen die op de
                    riolering van Havenschap Moerdijk zijn aangesloten kan bijvoorbeeld worden
                    gedacht aan caravans, woonboten.</al><al>In het vierde onderdeel is aangegeven wat onder ‘<vet>verbruiksperiode</vet>’
                    moet worden verstaan. De uit de afrekening blijkende hoeveelheid van het
                    waterleidingbedrijf afgenomen en het opgepompte water is van belang voor de
                    vaststelling van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater, waarvoor in artikel 4,
                    tweede lid, regels zijn gegeven.</al><al>In het vijfde onderdeel is aangegeven wat onder <vet>beheersgebied </vet>moet
                    worden verstaan. Dit betreft het beheersgebied van het Havenschap. Hier wordt
                    dan ook verwezen naar de tekening die is gevoegd bij de laatste wijziging van de
                    Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk op 20 september 2013 bij besluit
                    van Provinciale Staten van Noord-Brabant met nummer 160/13.</al><al><vet>Artikel 2</vet> In dit onderdeel gaat het om de heffing die wordt geheven
                    ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare
                    dienst bestemde bezittingen van of werken of inrichtingen die bij het Havenschap
                    Moerdijk in gebruik zijn. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een
                    eigendom van waaruit direct of indirect op de riolering van het Havenschap
                    Moerdijk wordt geloosd. De heffing heeft een juridische basis in artikel 10
                    (zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van de Raad van Bestuur van 8 juli
                    2004) van de gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk en artikel 223 van
                    de Provinciewet.</al><al>Eerste lid Van de gebruiker van het eigendom wordt een heffing geheven wegens
                    het afvoeren van afvalwater vanuit het eigendom op de riolering van Havenschap
                    Moerdijk. De woorden 'direct of indirect' zijn om redenen van duidelijkheid
                    opgenomen. Het direct of indirect afvoeren van afvalwater hangt samen met het
                    direct of indirect aangesloten zijn van het eigendom op de riolering van
                    Havenschap Moerdijk.</al><al>Tweede lid In het tweede lid is geregeld wie als genothebbende krachtens
                    eigendom, bezit of beperkt recht moet worden aangemerkt indien het eigendom een
                    onroerende zaak is.</al><al><vet>Artikel 3</vet> In dit artikel is bepaald dat, indien gedeelten van een
                    eigendom zelfstandig kunnen worden gebruikt, de rechten ter zake van ieder
                    afzonderlijk gedeelte worden geheven. Bedoeld worden dan gedeelten die ieder als
                    zelfstandige en onafhankelijke eenheid kunnen worden gebruikt. Wanneer
                    dergelijke gedeelten, die naar indeling zijn bestemd om ieder als afzonderlijk
                    geheel te worden gebruikt toch gezamenlijk als één geheel worden gebruikt, dan
                    wordt de heffing ter zake van de gezamenlijke gedeelten geheven, waarbij die
                    gezamenlijke gedeelten dan als één eigendom worden aangemerkt.</al><al><vet>Artikel 4</vet> Eerste lid Deze afgevoerde hoeveelheid afvalwater wordt
                    gesteld op de hoeveelheid water die in een bepaalde periode naar het eigendom is
                    toegevoerd of is opgepompt. De hoeveelheid water wordt uitgedrukt in kubieke
                    meters. Het begrip 'toevoeren' dient ruim te worden opgevat. Ook hemelwater valt
                    onder dit begrip.</al><al>Tweede lid Behalve door toevoer van water kan het eigendom ook van water worden
                    voorzien door het oppompen van water. De hoeveelheid opgepompt water kan worden
                    berekend aan de hand van de gegevens van de pompinstallatie, waarover in het
                    derde lid nog een bepaling is opgenomen. Als periode waarover de hoeveelheid
                    toegevoerd of opgepompt water bepalend is voor de afgevoerde hoeveelheid
                    afvalwater geldt de periode voorafgaande aan het belastingjaar.</al><al>Tevens is in dit artikellid een herleidingmogelijkheid opgenomen. Deze
                    herleiding dient er toe om vast te kunnen stellen hoeveel water naar een
                    eigendom is toegevoerd of is opgepompt in een periode van twaalf maanden indien
                    de verbruiksperiode niet gelijk is aan twaalf maanden. Bij die herleiding wordt
                    een gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend.</al><al>Derde lid Op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                    Grondwaterwet (Stb. 1981, 392), is degene die grondwater onttrekt verplicht de
                    hoeveelheid onttrokken grondwater te meten en daarvan aantekening te houden.
                    Daarmee is een deel van de hoeveelheid opgepompt water bekend en kunnen deze
                    gegevens mede worden gebruikt voor de berekening van de hoeveelheid afgevoerd
                    water. Tevens kan water worden opgepompt waarop of wel het bepaalde in artikel
                    11 van de Grondwaterwet niet van toepassing is (bijvoorbeeld bij het oppompen
                    van oppervlaktewater), of wel de in dat artikel verplicht gestelde meting niet
                    wordt uitgevoerd.</al><al>Voor die gevallen is artikel 4, derde lid van de verordening geschreven. In een
                    dergelijke situatie kan de hoeveelheid opgepompt water worden berekend aan de
                    hand van een watermeter of een bedrijfsurenteller.</al><al>Vierde lid Indien de belastingplichtige niet al het toegevoerde of opgepompte
                    water als afvalwater afvoert op de riolering van Havenschap Moerdijk, dient de
                    op andere wijze afgevoerde hoeveelheid in mindering gebracht te worden op de in
                    het derde lid berekende hoeveelheid. Het gaat in dit artikellid om berekenbare
                    hoeveelheden die op andere wijze worden afgevoerd. Hierbij kan het met name gaan
                    om waterverwerkende industrieën (bierbrouwerij, limonadefabriek) of afvoer van
                    water op niet openbaar water. Tevens kan zich de situatie voordoen dat water
                    wordt geïnfiltreerd. In dat geval geldt ook de verplichting dat deze hoeveelheid
                    dient te worden gemeten en dat daarvan aantekening wordt gehouden (artikel 11,
                    tweede lid, van de Grondwaterwet).</al><al><vet>Artikel 5</vet> Het belastingjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.
                    Hiervoor is met name gekozen omdat het heffen van de heffing dat van de eigenaar
                    of (andere) gebruiker wordt geheven gekoppeld is aan de rechtstoestand aan het
                    begin van het belastingjaar. Indien belastingjaar en kalenderjaar samenvallen,
                    is de toestand op 1 januari van belang.</al><al><vet>Artikel 6</vet> De wijze van heffing van de rioolheffing is in deze
                    verordening bepaald op heffing bij wege van aanslag.</al><al><vet>Artikel 7</vet> Eerste lid In het eerste lid is de heffing verschuldigd bij
                    het begin van het belastingjaar of het begin van de belastingplicht.</al><al>Tweede en derde lid In de leden twee en drie zijn regels gegeven indien de
                    belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt of eindigt. Er dient
                    een tijdsevenredige herleiding plaats te vinden, waarbij gedeelten van een maand
                    niet worden meegerekend. Op deze wijze wordt bereikt dat iedere gebruiker voor
                    de door hem afgevoerde hoeveelheid afvalwater in de heffing wordt
                    betrokken.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>Artikel 7 lid 3 in Verordening 2014</vet></al></entry><entry><al><vet>Artikel 7 lid 3 in Verordening 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom
                                        voor de heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het
                                        belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                        zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                                        verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van
                                        de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
                                            <cursief>tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                                            bedraagt dan € 10,00.</cursief></al></entry><entry><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom
                                        voor de heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het
                                        belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                        zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                                        verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van
                                        de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
                                    </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Vierde lid In dit lid wordt aangegeven dat een belastingaanslag lager dan €
                    10,00 niet zal worden geheven. Ingeval van verenigde aanslagen op één
                    aanslagbiljet (de aanslagen worden gecombineerd) en zal de ondergrens van €
                    10,00 daarop ook van toepassing zijn.</al><al><vet>Artikel 8</vet> In deze verordening is geopteerd voor betaaltermijnen die
                    aansluiten bij de door de Belastingsamenwerking West-Brabant gehanteerde
                    betaaltermijnen voor de aanslagen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>Artikel 8 lid 1 in Verordening 2014</vet></al></entry><entry><al><vet>Artikel 8 lid 1 in Verordening 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de
                                        Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in
                                        twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                        laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                        twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></entry><entry><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de
                                        Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in
                                        twee gelijke <cursief>termijnbedragen</cursief> waarvan de
                                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                        maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld
                                        en de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>Artikel 8 lid 2 in Verordening 2014</vet></al></entry><entry><al><vet>Artikel 8 lid 2 in Verordening 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete is invorderbaar in
                                        twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                        laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                        twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></entry><entry><al><cursief>Indien een bestuurlijke boete is opgelegd, dan is
                                            deze</cursief> invorderbaar in twee gelijke
                                            <cursief>termijnbedragen</cursief> waarvan de eerste
                                        vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                        die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                                        tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Artikel 9</vet> In dit artikel is de mogelijkheid gegeven voor het
                    Dagelijks Bestuur – indien daar noodzaak voor is - om nadere regels te geven met
                    betrekking tot de heffing en invordering van rioolheffing.</al><al><vet>Artikel 10</vet> Van de kwijtscheldingsbevoegdheid voor de rioolheffing
                    wordt geen gebruik gemaakt.</al><al><vet>Artikel 11</vet> Dit artikel regelt de verhouding tussen de bovenstaande
                    verordening en overige provinciale en gemeentelijke verordeningen die hetzelfde
                    onderwerp regelen.</al><al><vet>Artikel 12</vet> Dit artikel regelt de toewijzing van bevoegdheden en de
                    verplichtingen van de in artikel 227a, lid 2 Provinciewet vermelde
                    functionarissen, voor de daarachter genoemde colleges of functionarissen.</al><al>Artikel 13 Eerste, tweede en derde lid Bekendmaking van deze verordening
                    geschiedt door middel van publicatie. De dag na die van de bekendmaking treedt
                    de verordening in werking. .</al><al>Daarnaast worden in deze Verordening 2015 de Verordening Rioolrecht 2014 en de
                    Verordening Rioolheffing 2013 ingetrokken met dien verstande dat zij van
                    toepassing blijven op belastbare feiten die zich voor respectievelijk 1 januari
                    2015 en 1 januari 2014 hebben voorgedaan.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>Artikel 13 in Verordening 2014</vet></al></entry><entry><al><vet>Artikel 13 in Verordening 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al/><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                        eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al/><al>2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014.</al><al/><al>3.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                        rioolrecht Havenschap Moerdijk 2014".</al></entry><entry><al>1. De 'Verordening rioolrecht Havenschap Moerdijk 2014,
                                        vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2013 wordt
                                        ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                        van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor 1
                                        januari 2015 hebben voorgedaan. </al><al/><al>2. De 'Verordening rioolheffing Havenschap Moerdijk 2013,
                                        vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2012 wordt
                                        ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                        van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor 1
                                        januari 2014 hebben voorgedaan.</al><al/><al/><al>3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                        eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al/><al>4. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Tarieventabel</vet> De tarieven worden met 1,25% verhoogd. Schematisch ziet
                    deze verhoging er als volgt uit:</al><al><vet>Tarieven 2014</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>1</al></entry><entry><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt
                                        voor een eigendom dat wordt gebruikt, per eigendom, per
                                        belastingjaar:</al></entry><entry><al>€ 390,00</al></entry></row><row><entry><al>1.1.</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater tot en met 500
                                        m<sup>3</sup></al></entry><entry><al>€ 780,00</al></entry></row><row><entry><al>1.2</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater van
                                        501m<sup>3</sup> tot en met 1000 m<sup>3</sup> het onder 1.1
                                        vermelde bedrag verhoogd met </al></entry><entry><al/><al>€ 780,00</al></entry></row><row><entry><al>1.3 </al></entry><entry><al>voor de afgevoerde hoeveelheid afvalwater vanaf 1.001
                                        m<sup>3 </sup>de som van de onder 1.1 en 1.2 vermelde
                                        bedragen verhoogd met een bedrag per m<sup>3 </sup>boven de
                                        1.000 <sup>m3</sup>.</al></entry><entry><al/><al/><al>€ 0,83</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Tarieven 2015</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>1</al></entry><entry><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt
                                        voor een eigendom dat wordt gebruikt, per eigendom, per
                                        belastingjaar:</al></entry><entry><al>€ 395,00</al></entry></row><row><entry><al>1.1.</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater tot en met 500
                                        m<sup>3</sup></al></entry><entry><al>€ 790,00</al></entry></row><row><entry><al>1.2</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater van
                                        501m<sup>3</sup> tot en met 1000 m<sup>3</sup> het onder 1.1
                                        vermelde bedrag verhoogd met </al></entry><entry><al/><al>€ 790,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De Raad van Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk
                    ,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de secretaris</al></entry><entry><al>de voorzitter</al></entry></row><row><entry><al>F.J. van den Oever</al></entry><entry><al>Y.C.M.G. de Boer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>