<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Dronten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 24-12-2014, nr. 81553</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene verordening ondergrondse infrastructuren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, artikelen 5.2 en 5.4, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Belemmeringenwet privaatrecht, artikel 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 149, 154, 156 en 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B14.001531</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer, vervoer en waterstaat</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Dronten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 4 november 2014, No.
                        B14.001531</al><al>gelet op artikel 149, 154, 156 en 229 van de Gemeentewet, artikel 1 van
                        de Belemmeringenwet Privaatrecht en de artikelen 5.2 en 5.4, vierde lid,
                        van de Telecommunicatiewet.;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van december 2014;</al><al/><al> BESLUIT</al><al>Vast te stellen: deAlgemene verordening inzake werkzaamheden in
                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en
                        leidingen gemeente Dronten” (<vet>Algemene Verordening Ondergrondse
                            Infrastructuren gemeente Dronten)</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1:</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a.bovengrondse voorzieningen:</al><al>transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel
                            voorzieningen uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel
                            j. van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden
                            geplaatst;</al><al>b.college Dronten: </al><al>college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten; </al><al>c.coördinatieverplichting: </al><al>de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en
                            opruiming van alle kabels en/of leidingen in de gehele openbare grond
                            binnen de gemeentelijke grenzen; </al><al>d.gedoogplichtige:</al><al>degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de </al><al>Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid, </al><al>van de Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke) vergunning; </al><al>e.grondroerder: </al><al>degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of
                            leiding (graaf)werkzaamheden worden verricht; </al><al>f.(huis)aansluiting:</al><al>het gedeelte van de kabel en/of leiding door openbare grond dat een </al><al>netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een </al><al>onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, </al><al>van de Wet Waardering Onroerende Zaken;</al><al>g.Instemmingsbesluit: </al><al>besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag
                            van voorgenomen werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar
                            elektronisch telecommunicatienetwerk; </al><al>h.kabels en/of leidingen: </al><al>kabels en/of leidingen als onderdeel van een openbaar net(werk),
                            daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-,
                            verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen,
                            lassen, etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze
                            verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een
                            producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen,
                            ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van
                            deze kabels en/of leidingen zijn kabels als bedoeld in de
                            Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en
                            distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en
                            dienstleidingen), waterleidingen en kabels en/of leidingen ten behoeve
                            van industriële netwerken; </al><al>i.netbeheerder: </al><al>de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor
                            de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte
                            Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar)
                            elektronisch communicatienetwerk; </al><al>j.net of netwerk: </al><al>samenstel van ondergrondse kabels en/of leidingen, bestemd voor het
                            transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van
                            informatie (een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel
                            1.1. onder e en h van de Telecommunicatiewet);</al><al>k.niet-openbare kabels: </al><al>kabels en/of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze en/of leidingen
                            behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden; </al><al>l.openbare gronden: </al><al>openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onder aa, van de
                            Telecommunicatiewet; </al><al>m.registratiesysteem:</al><al>(digitaal) systeem van de gemeente waarin meldingen, vergunningen en
                            instemmingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en
                            alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente
                            en/of de grondroerder.</al><al>n.spoedeisende werkzaamheden: </al><al>reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een
                            ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het
                            betreffende net is opgetreden en/of schade ontstaat; </al><al>o.vergunning: </al><al>besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag
                            van voorgenomen werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen,
                            uitgezonderd voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                            telecommunicatienetwerk; </al><al>p.werkzaamheden:</al><al>handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het </al><al>opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in
                            verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of
                            leidingen; </al><al>q.werkzaamheden van niet ingrijpende aard:</al><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in aangebrachte
                            voorzieningen (mantelbuizen); </al><al>reparaties of onderhoudswerk aan kabels en/of leidingen met een
                            gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet
                            vallend onder onderdeel n. van dit artikel 1; </al><al>het maken van (huis)aansluitingen, zoals bedoeld in onderdeel f. van
                            artikel 1, tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25) meter,
                            waarbij geen verhardingen (uitgezonderd voetpaden) of groenvoorzieningen
                            (uitgezonderd gras) worden gekruist; </al><al>het maken van een montagegat c.q. lasgat; een opbreking met beperkte
                            afmeting, maximaal 5 m², die wordt gemaakt t.b.v. het plaatsen van een
                            handhole, de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het
                            opgraven van een kabelrol t.b.v. (huis)aansluitingen, het maken van
                            aftakkingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen, voor
                            inspectiedoeleinden, tenzij in één van bovenstaande gevallen
                            verhardingen (uitgezonderd voetpaden) of groenvoorzieningen
                            (uitgezonderd gras) worden gekruist; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Coördinatie van werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college, zoals bedoeld in onderdeel b. van artikel 1, is belast
                                met de coördinatie van werkzaamheden, zoals bedoeld in onderdeel p.
                                van artikel 1, in of op openbare gronden, zoals bedoeld in onderdeel
                                l. van artikel 1, voor zover de gemeente Dronten deze gronden
                                beheert, in bezit heeft dan wel daarover coördinatieverplichtingen,
                                zoals bedoeld in onderdeel c. van artikel 1, heeft, in verband met
                                de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen,
                                zoals bedoeld in onderdeel h. van artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij deze coördinatie worden mede betrokken andere werkzaamheden in
                                of op openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bevordert het medegebruik van voorzieningen, waarbij in
                                ieder geval de technische mogelijkheden in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: </al><lijst><li nr="a."><al>de wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding en
                                        opruiming van kabels en/of leidingen;</al></li><li nr="b."><al>het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>het opstellen van voorschriften op het gebied van markering
                                        en afzetting; </al></li><li nr="d."><al>het toepassen van proefsleuven;</al></li><li nr="e."><al>de omgang met kabels en leidingen in verontreinigde gronden,
                                        rond watergangen en (stedelijk) groen en op verhardingen
                                        boven kabels en leidingen;</al></li><li nr="f."><al>informatie-uitwisseling tussen gemeente netbeheerders, zoals
                                        bedoeld in onderdeel i. van artikel 1, en overige
                                        belanghebbenden, zoals omwonenden;</al></li><li nr="g."><al>redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12, lid
                                        1, van de Woningwet.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2:</nr><titel>WERKZAAMHEDEN INZAKE KABELS EN/OF LEIDINGEN, UITGEZONDERD KABELS TEN
                            DIENSTE VAN EEN OPENBAAR ELEKTRONISCH TELECOMMUNICATIENETWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Reikwijdte van hoofdstuk 2 van deze verordening</titel></kop><al>Hoofdstuk 2 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden
                            in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of
                            leidingen, met uitzondering van werkzaamheden die onder de reikwijdte
                            van hoofdstuk 3 vallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vergunningen/melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning, zoals
                                bedoeld in onderdeel o. van artikel 1, werkzaamheden uit te voeren
                                in of op openbare gronden inzake de aanleg, instandhouding of
                                opruiming van kabels en/of leidingen en/of bovengrondse
                                voorzieningen, zoals bedoeld in onderdeel a van artikel 1, te
                                plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een grondroerder, zoals bedoeld in onderdeel e. in artikel 1, die
                                werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met het
                                college ten einde een aanvraag voor een vergunning voor te bereiden.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als
                                bedoeld in onderdeel q. van artikel 1, is geen vergunning, als
                                bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan met
                                een (digitale) melding vooraf aan het college. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel, moet 5
                                werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een
                                (digitale) melding worden gedaan aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel n. van artikel
                                1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te
                                worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding
                                uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering
                                gemotiveerd worden gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt
                                dat de uitgevoerde werkzaamheden vergunningsplichtig zijn, dient er
                                alsnog een vergunning aangevraagd te worden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het melden van aanvang en einde werkzaamheden, zoals bedoeld in
                                onderdeel q. van artikel 1, dient plaats te vinden conform de
                                uitvoeringsvoorschriften, zoals van kracht in de Gemeente Dronten.
                            </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar
                                publiekrechtelijke taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen acht
                                weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen, zoals
                                bedoeld in onderdeel d. van artikel 1, zijn betrokken dan beslist
                                het college binnen acht weken na de dag van ontvangst van de
                                volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft beslist
                                het college binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van de
                                melding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
                                deelt het college dit schriftelijk aan de aanvrager mede en noemt
                                het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de vergunning wel
                                tegemoet kan worden gezien. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het verstrekken van een vergunning kan door het college worden geweigerd
                            in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast; de bereikbaarheid van
                                    gronden en gebouwen; </al></li><li nr="d."><al>de ondergrondse ordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen of intrekken vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de netbeheerder niet binnen een half jaar na het
                                        onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden
                                        als omschreven in de vergunning is begonnen; </al></li><li nr="b."><al>de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een
                                        aaneengesloten periode van zes maanden stil liggen; </al></li><li nr="c."><al>de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft
                                        gesteld; </al></li><li nr="d."><al>de vergunning is verleend ten gevolge van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens; </al></li><li nr="e."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven; </al></li><li nr="f."><al>de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
                                    </al></li><li nr="g."><al>na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                        college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
                                        het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                                        tegemoetgekomen; </al></li><li nr="h."><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van
                                        openbaar belang en algemeen nut; </al></li><li nr="i."><al>er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van
                                        gemeente, behorende tot de openbare grond, aan derden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                vergunning dan nadat het college de houder van de vergunning heeft
                                gehoord. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de
                                verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) te
                                verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>WERKZAAMHEDEN INZAKE KABELS TEN DIENSTE VAN EEN OPENBAAR ELEKTRONISCH
                            TELECOMMUNICATIENETWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Reikwijdte van hoofdstuk 3 van deze verordening</titel></kop><al>Hoofdstuk 3 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden
                            in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van: </al><lijst><li nr="1."><al>kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de
                                    Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar
                                    elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1,
                                    onder h, van de Telecommunicatiewet; en </al></li><li nr="2."><al>ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als
                                    bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instemmingsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een instemmingbesluit
                                werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden inzake de
                                aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen en/of
                                bovengrondse voorzieningen te plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college ten einde een aanvraag voor een
                                instemmingsbesluit, zoals bedoeld in onderdeel h. van artikel 1,
                                voor te bereiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
                                gedoogplichtige dan de gemeente Dronten wordt uiterlijk vier weken
                                na ontvangst van de aanvraag voor een instemmingsbesluit het college
                                schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
                                (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
                                gedoogplichtige(n). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als
                                bedoeld in onderdeel q. van artikel 1, is geen instemmingsbesluit,
                                als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan
                                met een (digitale) melding vooraf aan het college. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, moet 5
                                werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een
                                (digitale) melding worden gedaan aan het college.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel n. van artikel
                                1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te
                                worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding
                                uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering
                                gemotiveerd worden gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt
                                dat de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, dient er
                                alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het instemmingsbesluit vervalt indien daarvan geen gebruik wordt
                                gemaakt binnen een half jaar na de datum waarop het besluit
                                onherroepelijk is geworden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het melden van aanvang en einde werkzaamheden dient plaats te vinden
                                conform de uitvoeringsvoorschriften. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar
                                publiekrechtelijke taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een instemmingsbesluit
                                binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn
                                betrokken dan beslist het college binnen acht weken na de dag van
                                ontvangst van de volledige aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft beslist
                                het college binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van de
                                melding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
                                deelt het college dit schriftelijk aan de aanvrager mede en noemt
                                het daarbij een redelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit
                                wel tegemoet kan worden gezien. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>AANVRAGEN EN MELDEN VAN GRAAFWERKZAAMHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot het afgeven van een vergunning of
                                        instemmingsbesluit dient ten minste acht weken voor de
                                        aanvang van de werkzaamheden bij het college te zijn
                                        ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Voor het aanvragen van een vergunning of instemmingsbesluit
                                        dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college
                                        vastgestelde (digitale) formulieren en/of
                                        registratiesysteem, zoals bedoeld in onderdeel m. van
                                        artikel 1. </al></li><li nr="3."><al>Bij een aanvraag voor een vergunning of instemmingsbesluit
                                        dienen de volgende gegevens te worden verstrekt: </al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van
                                        Koophandel van de netbeheerder bij de eerste aanvraag van
                                        ieder kalenderjaar; </al></li><li nr="b."><al>een schriftelijke machtiging als het een aanvraag betreft
                                        voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of
                                        leidingen voor of namens een netbeheerder; </al></li><li nr="c."><al>naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaar,
                                        beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen en van
                                        de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden,
                                        alsmede de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde
                                        een Nederlands sprekende contactpersoon voor de
                                        werkzaamheden; </al></li><li nr="d."><al>een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik
                                        van de kabels en/of leidingen; </al></li><li nr="e."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        aard van de werkzaamheden; </al></li><li nr="f."><al>een verkeers- en bereikbaarheidsplan; </al></li><li nr="g."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>een (digitale) GBKN tekening (DWG- of PDF-formaat schaal 1:500) met
                                legenda, </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop
                                aangegeven een opgave van het gewenste tracé en diepteligging; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek betreffende de
                                beschikbare ruimte; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>de maatregelen die de bereikbaarheid van in de openbare gronden
                                aanwezige kabels en/of leidingen waarborgen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>een opgave van de objecten (bovengrondse voorzieningen en de
                                afmetingen daarvan, handholes c.q. distributiepunten, brandkranen,
                                etc.), zowel van permanente als tijdelijke aard, die ten tijde van
                                de werkzaamheden worden geplaatst en de situering daarvan op de
                                tekening; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>de doorsnede van de kabel en/of leiding(goot) en lengte en breedte
                                van de te graven sleuf; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de
                                werkzaamheden. </al><al>4.Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van
                                elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op het tweede
                                lid, bij de aanvraag tevens de volgende gegevens te worden
                                verstrekt: </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik wordt genomen
                                en een opgave van het aantal kabels dat niet direct in gebruik wordt
                                genomen. </al><lijst><li nr="5."><al>Bij een melding ten behoeve van spoedeisende werkzaamheden
                                        en werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen de
                                        volgende gegevens te worden verstrekt: </al><lijst><li nr="1."><al>een schriftelijke machtiging indien het een aanvraag
                                                betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming
                                                van kabels en/of leidingen voor of namens een
                                                netbeheerder; </al></li><li nr="2."><al>naam, adres en woonplaatsgegevens van de eigenaar,
                                                beheerder en exploitant van de kabels en/of
                                                leidingen, naam en adres van de (onder)aannemer(s)
                                                die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de
                                                naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een
                                                Nederlands sprekende contactpersoon voor de
                                                werkzaamheden; </al></li><li nr="3."><al>het adres van de graaflocatie; </al></li><li nr="4."><al>de dagtekening van de melding; </al></li><li nr="5."><al>de lengte van de sleuf die wordt opengebroken; </al></li><li nr="6."><al>het oppervlak dat wordt opengebroken indien het
                                                alleen een montagegat betreft. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de te
                                        verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen
                                        te worden verstrekt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning, het instemmingsbesluit en aan
                                meldingsplichtige werkzaamheden nadere voorschriften of beperkingen
                                verbinden in het belang van: </al><lijst><li nr="1."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="2."><al>veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
                                        verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het
                                        verkeer; </al></li><li nr="3."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder
                                        mede verstaan wordt de bescherming van eventuele
                                        archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en
                                        beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving;
                                    </al></li><li nr="4."><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede
                                        verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
                                        gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud
                                        ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale
                                        evenementen als weekmarkten en kermissen; </al></li><li nr="5."><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het
                                        zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond
                                        aanwezige werken, het niet in gevaar brengen of zonder
                                        noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede
                                        verstaan worden werken ten behoeve van een
                                        afvaltransportsysteem (OAT), de riolering en de levering of
                                        het transport van elektronische informatie, gas, water en
                                        elektriciteit. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid,
                                kunnen slechts betrekking hebben op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg,
                                instandhouding, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels
                                en/of leidingen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen,
                                die door derden of de gemeente Dronten tegen marktconforme prijzen
                                ter beschikking worden gesteld; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken;
                            </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het
                                netwerk, zoals bedoeld in onderdeel j. van artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en/of leidingen en medegebruik van
                                voorzieningen moet gebeuren conform in de gemeente van toepassing
                                zijnde uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 3. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de
                                grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de
                                staat, waarin deze vlak voor aanvang van de werkzaamheden wordt
                                aangetroffen, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier
                                (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een
                                grondroerder werkzaamheden wenst uit te voeren, verlangt het college
                                specifiek schadeherstel ten einde de situatie terug te brengen in de
                                oude staat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een
                                vergunning, instemmingsbesluit en meldingen zijn leges verschuldigd,
                                conform de Legesverordening van de gemeente Dronten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een grondroerder maakt op verzoek van het college bij de aanleg van
                                kabels en/of leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk
                                (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan
                                wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen.
                                Indien dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering
                                vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vooroverleg dan wel een door het college geïnitieerd overleg
                                naar aanleiding van een aanvraag voor vergunning of
                                instemmingsbesluit is er mede op gericht te bepalen of en zo ja
                                langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
                                bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels en/of leidingen, dient de grondroerder een alternatief
                                tracé te kiezen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5:</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien
                                van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk op verzoek van de gemeente zijn de wettelijke
                                regels van de Telecommunicatiewet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien
                                van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden en niet vallend
                                onder het eerste lid gelden de volgende bepalingen (tenzij en voor
                                zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen
                                partijen): </al><lijst><li nr="a."><al>De netbeheerder is verplicht op aanwijzing van de gemeente
                                        over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het
                                        verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten
                                        dienste van zijn netwerk; </al></li><li nr="b."><al>Eventuele compensatie wordt verleend op basis van een
                                        publiekrechtelijke regeling of schriftelijk vastgelegde
                                        (privaatrechtelijke) afspraken; </al></li><li nr="c."><al>Nadeelcompensatie wordt verder uitsluitend verleend op basis
                                        van een gespecificeerd kostenoverzicht; </al></li><li nr="d."><al>Het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering,
                                        verlegging of aanpassing van kabels en/of leidingen elkaars
                                        schade zo veel mogelijk beperken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een aanwijzing tot het nemen van maatregelen ten aanzien van
                                kabels en/of leidingen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over
                                tot de uitvoering, doch niet later dan zestien (16) weken na de
                                datum van ontvangst van de aanwijzing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien ten gevolge van werkzaamheden, niet zijnde gemeentelijke
                                werkzaamheden, verplaatsing, wijziging of verwijdering van enig
                                eigendom van de gemeente noodzakelijk is, dan wel ten behoeve van
                                werkzaamheden speciale voorzieningen moeten worden getroffen, komen
                                de kosten ervan voor rekening van de opdrachtgever, tenzij er
                                redelijkerwijs aanleiding bestaat om de kosten over meerdere
                                partijen te verdelen, dan wel om geen kosten in rekening te brengen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Niet-openbare kabels en leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                                opruiming van niet-openbare kabels en/of leidingen, zoals bedoeld in
                                onderdeel k. van artikel 1, in openbare wegen en wateren is het
                                bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het opnemen van het eerste lid van dit artikel in deze verordening
                                houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Dronten met betrekking
                                tot niet-openbare kabels en/of leidingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval
                                de bij de gemeente Dronten bekende netbeheerders en andere betrokken
                                of belanghebbende partijen worden uitgenodigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit overleg worden de plannen van de gemeente Dronten en van de
                                diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen
                                besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van
                                deze verordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6:</nr><titel>HANDHAVINGS- EN TOEZICHTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bevoegdheden college</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de werkzaamheden
                            stil te leggen, indien er wordt gewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning, instemmingsbesluit of zonder toestemming
                                    ingeval van meldingsplicht;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van de voorschriften zoals opgenomen in de
                                    vergunning of het instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>in afwijking van de nadere regels;</al></li><li nr="d."><al>in afwijking van de voorschriften uit de vergunning of het
                                    instemmingsbesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschrift, of een beperking of voorschrift verbonden aan een
                            vergunning, instemmingsbesluit of bij toestemming ingeval van
                            meldingsplicht wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7:</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde
                                verordening wordt de huidige Telecommunicatieverordening gemeente
                                Dronten, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 27 mei 1999,
                                ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten genomen krachtens de verordening als bedoeld in artikel
                                21, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als de besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met
                                toepassing van deze verordening een beslissing genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te
                            behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en
                            billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de
                            bepalingen van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>"Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Dronten". </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 18 december</ondertekening><ondertekening>De raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.Petrusma mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING: ALGEMENE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>Het doel van deze toelichting is informatie, aanvulling en nadere uitleg te
                    verstrekken met betrekking tot de Algemene Verordening Ondergrondse
                    Infrastructuren (AVOI), zowel voor gebruik binnen de gemeente als voor de
                    netbeheerders. De actuele versie van de toelichting is steeds bepalend.</al><al>De AVOI heeft als doel de regie en coördinatie uniform te regelen met betrekking
                    tot werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    alle kabels en/of leidingen in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen. </al><al>De AVOI reguleert de werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij de
                    (weg)verharding, maar ook bermen en groenvoorzieningen etc. wordt opgebroken. De
                    AVOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast en maatschappelijke
                    kosten ten gevolge van werkzaamheden in de openbare ruimte: proactieve
                    regie<sup/>; meer grip en sturing op werkzaamheden; het waarborgen van
                    bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie tijdens werkzaamheden;
                    uniforme regels en sanctiemogelijkheden en een efficiënt gebruik van de openbare
                    ruimte. </al><al>Belangrijk uitgangspunt is dat werkzaamheden alleen in de openbare ondergrond
                    mogen worden uitgevoerd na voorafgaand akkoord van burgemeester en wethouders. </al><al>Volgens de AVOI wordt iedere aanvraag van elke netbeheerder eenduidig behandeld.
                    Het verschil in wettelijke grondslag (Telecommunicatiewet e.a.) is geen reden om
                    de aanvragen verschillend te behandelen. De AVOI geeft ook invulling aan de
                    conform de Telecommunicatiewet verplichte Telecommunicatieverordening.</al><tussenkop>Kaders voor de gemeentelijke bevoegdheden en rollen</tussenkop><al>De gemeentelijke bevoegdheden vloeien voort uit de Gemeentewet, de
                    Belemmeringenwet Privaatrecht, de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene
                    Plaatselijke Verordening, de WION, de Telecommunicatiewet en uit (eventuele)
                    contractuele afspraken met netbeheerders. </al><al>De gemeente is in vele rollen betrokken bij werkzaamheden in de openbare ruimte
                    onder andere als grondeigenaar, ruimtelijk planner, aanlegger van
                    infrastructuur, verkeersregelaar, bodembeschermer, etc. etc.. In het belang van
                    de gemeente, burgers, bedrijven en netbeheerders moet een zorgvuldig, uniform en
                    integraal beleid gevoerd worden bij voorbereiding, uitvoering en nazorg van
                    werkzaamheden in openbare gronden. </al><al>Ondanks de verschillende uitgangsposities van partijen wordt door de gemeente
                    harmonisering en uniformering en gelijke behandeling nagestreefd. Het opbreken
                    van de openbare ruimte dient tot zo min mogelijk overlast en schade te leiden,
                    met waarborging van veiligheid en bereikbaarheid en voorkoming van verstoring
                    van openbare orde en ondergrondse ordening. </al><al>De grondroerders zijn verantwoordelijk voor juiste en tijdige gegevensverwerking
                    en moeten voldoen aan de wettelijke plicht tot zorgvuldig graven. Ten aanzien
                    van het ontwerp, voorbereiding, uitvoering en beheer van de werkzaamheden dient
                    voldaan te worden aan de uniforme (uitvoerings-)voorschriften die door de
                    burgemeester en wethouders zijn vastgelegd in het Handboek Kabels &amp;
                    Leidingen.</al><tussenkop>Twee regimes voor kabels en leidingen</tussenkop><al>Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen werkzaamheden in verband met de
                    aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk en werkzaamheden in verband met aanleg,
                    instandhouding en opruiming van overige kabels en leidingen.</al><al>Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (Tw), dat de aanbieder van
                    een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft
                    werkzaamheden uit te voeren, slechts overgaat tot het verrichten van deze
                    werkzaamheden indien het voornemen daartoe schriftelijk is gemeld aan het
                    college van burgemeester en wethouders en de aanbieder van het college van
                    burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen voor de uitvoering van de
                    werkzaamheden (artikel 5.4, eerste lid, van de Tw). De Telecommunicatiewet
                    bepaalt daarbij (onder andere) eveneens dat het college van burgemeester en
                    wethouders in het instemmingsbesluit bijzondere voorschriften kan opnemen
                    (artikel 5.4, tweede en derde lid, van de Tw) en dat de gemeenteraad met
                    betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels
                    vaststelt (artikel 5.4, vierde lid, van de Tw).</al><al>Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving. In
                    de meeste gemeenten wordt de vergunning voor de werkzaamheden verleend op grond
                    van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), enkele gemeenten kennen reeds
                    een afzonderlijke kabel- en leidingenverordening.</al><al>In deze verordening is voor elk regime een apart hoofdstuk met bepalingen
                    opgenomen. </al><al>Hoofdstuk 2 is van toepassing op de werkzaamheden voor wat betreft de
                    (zogenoemde) overige kabels en leidingen (verstrekking van een vergunning).
                    Hoofdstuk 3 is van toepassing op werkzaamheden voor wat betreft kabels die ten
                    dienste staan of komen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk
                    (verstrekking van een instemmingsbesluit).</al><tussenkop>Publiekrechtelijke vergunning of instemming en privaatrechtelijke
                    toestemming</tussenkop><al>De vergunning of instemming voor het uitvoeren van werkzaamheden in verband met
                    de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen is van
                    publiekrechtelijke aard. Dat wil zeggen dat de verkrijger van de vergunning of
                    instemming het recht krijgt om (tijdelijk en onder bepaalde voorwaarden) de
                    openbare orde te mogen verstoren, dit om de gewenste werkzaamheden te kunnen
                    uitvoeren.</al><al>De vergunning ofinstemming tot het uitvoeren van werkzaamheden geeft
                    geen privaatrechtelijke toestemming aan de vergunning- of instemmingverkrijger
                    om daadwerkelijk de werkzaamheden uit te voeren. De verkrijger van de vergunning
                    ofinstemming dient daartoe eveneens een privaatrechtelijke toestemming
                    te verkrijgen van de eigenaar van de openbare gronden. Indien de gemeente
                    eigenaar van de gronden is, dan kan de gemeente tegelijkertijd met de vergunning
                    ofinstemming eveneens een privaatrechtelijke toestemming geven aan de
                    vergunningverkrijger, zodat deze kan overgaan tot de uitvoering van de
                    werkzaamheden. Als een derde eigenaar van de grond is, ligt dat anders. Het
                    college kan in dat geval de aanvrager erop wijzen dat hij niet eerder met de
                    werkzaamheden kan aanvangen alvorens hij ook privaatrechtelijke toestemming
                    heeft verkregen van deze derde.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al>Niet alle (sub)artikelen worden automatisch van een toelichting voorzien. Er
                    wordt slechts een toelichting gegeven indien een nadere uitleg noodzakelijk
                    wordt geacht.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>College van burgemeester en wethouders: </al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de AVOI af te handelen en te handhaven, waarbij deze voor wat betreft de
                    uitvoering naar wens en behoefte uit praktische overweging gemandateerd kunnen
                    worden aan één of meer daartoe aangewezen ambtenaren.</al><al>Net of netwerk:</al><al>De definitie is afgeleid van de omschrijving zoals die gehanteerd wordt in de
                    Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De omschrijving maakt
                    met name duidelijk dat het om ondergrondse netten gaat, en dan zowel de
                    distributie- en transportnetten voor energie (gas, water, elektriciteit) als de
                    elektronische communicatienetwerken (zoals specifiek geregeld in en krachtens de
                    Telecommunicatiewet). In de tekst wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt
                    tussen de termen net en netwerk.</al><al>Kabels en/of leidingen:</al><al>Verzamelbegrip; Kabels en/of leidingen zijn onderdeel van een openbaar totaal
                    net(werk), daaronder ook begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-,
                    verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen, etc.)
                    en andere hulpmiddelen, behalve voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen
                    liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer. Ook
                    omvattende: lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken (zoals mantelbuizen,
                    kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers) en beschermingswerken. Voorbeelden van
                    kabels en/of leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels,
                    elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen en
                    waterleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen) en kabels en
                    leidingen voor industriële netwerken. Inhoudelijk is er procedureel geen
                    onderscheid gemaakt in de begrippen kabels en/of leidingen. </al><al>(Huis)aansluiting:</al><al>Huisaansluitingen worden door de relatief beperkte omvang van de werkzaamheden
                    uitgezonderd van diverse algemene regels van de AVOI. Daarvoor is een lichter
                    formeel regime van toepassing waarvoor nadere kaders zijn gesteld.</al><al>Openbare gronden:</al><al>Hiertoe worden conform de wettelijke omschrijving gerekend de openbare wegen
                    inclusief trottoirs/voetpaden, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten,
                    duikers, tunnels, beschoeiingen en andere werken, evenals wateren inclusief
                    bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor eenieder toegankelijk
                    zijn.</al><al>Netbeheerder:</al><al>Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor de beheerders
                    van de netten voor de levering van water en energie en tevens de aanbieders van
                    (niet-)openbare elektronische communicatienetwerken. Het komt voor dat de
                    netbeheerder in het geval van voorgenomen werkzaamheden de rol van grondroerder
                    op zich neemt. In aansluiting bij de recente wet- en regelgeving op het gebied
                    van graafrechten wordt de netbeheerder meer dan voorheen medeverantwoordelijk
                    gehouden voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen
                    met betrekking tot werkzaamheden.</al><al>Grondroerder:</al><al>De grondroerder is de partij die daadwerkelijk de werkzaamheden verricht of laat
                    verrichten. Dit zal vaak een aannemer of installateur zijn, maar het kan ook een
                    interne afdeling van een netbeheerder betreffen als die dergelijke werkzaamheden
                    zelf uitvoeren. Als een grondroerder namens een netbeheerder optreedt, wordt nu
                    expliciet naar een machtiging gevraagd, dit ter wille van rechtszekerheid en
                    rechtsgeldigheid. Ook kan de grondroerder een partij zijn die voor eigen naam en
                    rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert en het netwerk of
                    netwerkcapaciteit daarna verhuurt of verkoopt. De grondroerder is verplicht om
                    een melding van de voorgenomen werkzaamheden te verzorgen richting het college
                    van burgemeester en wethouders en eventuele overige betrokken partijen. De
                    grondroerder dient over een instemmingsbesluit of vergunning te beschikken voor
                    aanvang van de werkzaamheden. </al><al>Werkzaamheden:</al><al>(Graaf)werkzaamheden in de openbare grond, inclusief het opbreken en herstel van
                    de sleufverharding en sleufloze technieken in verband met de aanleg,
                    instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen. Hoewel gezien de
                    consequenties ervan de regelingen van de AVOI vooral betrekking hebben op
                    mechanische werkzaamheden, vallen handmatige werkzaamheden er ook onder. Deze
                    zijn vaak van toepassing op het werken nabij bomen of groenvoorzieningen en de
                    separaat onderscheiden categorieën spoedeisende werkzaamheden of niet
                    ingrijpende werkzaamheden. Tot de werkzaamheden die deze AVOI betreffen behoren
                    eveneens de werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen,
                    zoals dat van mantelbuizen, kabelgoten of geleidingen. Vanuit de te behartigen
                    belangen kan het nastreven of voorschrijven van medegebruik door de gemeente
                    gestimuleerd worden.</al><al>Spoedeisende werkzaamheden:</al><al>Hiervoor geldt een lichter procedureel regime. De netbeheerder moet duidelijk
                    maken dat</al><al>dit werk redelijkerwijs geen uitstel kan dulden op grond van de aangegeven
                    belangen.</al><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard:</al><al>Het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard vloeit
                    voort uit artikel 5.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet. Naast
                    huisaansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden andere niet ingrijpende
                    werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, omdat ze veelal slechts
                    gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk worden
                    verricht, en waarvan de impact relatief beperkt en kortstondig is. Voor deze
                    niet ingrijpende werkzaamheden geldt een verkorte procedure. De definitie geeft
                    op hoofdlijnen aan voor welke situaties deze lichtere procedure van toepassing
                    kan zijn. Vaak gaat het om werkzaamheden aan reeds bestaande kabels en/of
                    leidingen en betreft het een beperkte lengte of oppervlakte die niet of
                    nauwelijks het normale gebruik van de openbare gronden beperkt. Daarbij kan van
                    belang zijn of rijbanen en andere verhardingen, wateren of groenvoorzieningen
                    gekruist worden of dat boringen noodzakelijk zijn.</al><al>Overige begripsbepalingen: </al><al>Behoeven geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2. Coördinatie van Werkzaamheden</tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft een coördinatieverplichting met
                    betrekking tot de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of
                    leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen. Onder het
                    uitvoeren van de coördinerende rol worden o.a. werkzaamheden verstaan als een
                    onderzoek naar de haalbaarheid van het gevraagde tracé en het onderzoeken of
                    meerdere partijen tegelijkertijd gebruik willen maken van het tracé. Ook worden,
                    indien noodzakelijk, voor het uiteindelijke tracé aanvullende uitvoeringseisen
                    gesteld. De feitelijke situatie is zo dat de fysieke ondergrond vol raakt met
                    een veelheid aan kabels en/of leidingen, dit maakt betere afstemming van
                    werkzaamheden en belangen noodzakelijk.</al><al>Artikel is overgenomen uit VNG-model verordening.</al><tussenkop>Artikel 3 Nadere regels</tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders krijgt de mogelijkheid toegekend door
                    de raad om in voorkomende gevallen nadere regels ter uitvoering van deze
                    verordening vast te stellen. Artikel is overgenomen uit VNG-model
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 4. Reikwijdte van hoofdstuk 2 van deze verordening</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting. Artikel is
                    overgenomen uit VNG-model verordening.</al><tussenkop>Artikel 5. Vergunning/melding</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden zijn, tenzij
                    men</al><al>beschikt over een vergunning. Het in de Telecommunicatiewet vastgelegde principe
                    van graafrechten in relatie tot de vereiste toestemming (vergunning) van het
                    college van burgemeester en wethouders is vertaald naar de AVOI en wordt
                    toegepast op werkzaamheden van alle netbeheerders. De vergunning heeft
                    betrekking op de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de
                    werkzaamheden.</al><al>Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden, werkzaamheden van niet
                    ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden wordt m.b.t. de
                    vergunningsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt. </al><al>Tot de niet ingrijpende werkzaamheden (en spoedeisende werkzaamheden) behoren
                    werkzaamheden waarvoor gedurende niet meer dan een korte tijd in een beperkt
                    gedeelte van het netwerk werkzaamheden worden verricht en waarvan de impact voor
                    de omgeving relatief beperkt en kortstondig is. Er wordt als norm een lengte van
                    de kabels en/of leidingen korter of gelijk aan 25 meter gehanteerd en daarbij
                    mogen geen verharde wegen (uitgezonderd voetpaden), watergangen of
                    groenvoorzieningen (uitgezonderd gras) worden gekruist. </al><al>Bij spoedeisende werkzaamheden kan het voorkomen dat melden vooraf onmogelijk
                    is.</al><al>Voor werkzaamheden rond de kabels en/of leidingen van de gemeente zelf - zoals
                    de riolering - maar ook eventuele andere kabels en/of leidingen, is om
                    praktische redenen (o.a. rondpompen van geld) de verordening (en het daarin
                    opgenomen graafverbod) niet van toepassing verklaard. Om redenen van
                    effectiviteit en kwaliteit is het wel zeer wenselijk dat waar mogelijk binnen de
                    gemeente afspraken en procedures worden gemaakt om de doelen van deze
                    verordening ook intern zoveel mogelijk na te leven.</al><tussenkop>Artikel 6. Beslistermijnen</tussenkop><al>De beslistermijn van het college is maximaal acht weken en is afgeleid uit de
                    Algemene wet bestuursrecht. Op grond van de AWB is het college verplicht binnen
                    een redelijke termijn een vergunning te verstrekken, waarbij die redelijke
                    termijn geacht te zijn verstreken na verloop van acht weken. In navolging van de
                    Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen moet het college zich bewust
                    zijn van het belang van de voortgang van de activiteiten en zich inspannen om de
                    termijn tot besluitvorming zo kort mogelijk te houden. Het college kan onder
                    bepaalde voorwaarden de termijn tot besluitvorming verlengen.</al><al>De Lex Silencio Positivo is de rechtsfiguur waarbij er automatisch sprake is van
                    een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet binnen de voorgeschreven
                    beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft genomen, de zogenaamde van
                    rechtswege verleende beschikking (geregeld in paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene
                    wet bestuursrecht). Er geldt een speciaal regime voor vergunningstelsels die
                    onder de Europese Dienstenrichtlijn vallen. Met het in werking treden van deze
                    richtlijn is een overgangstermijn van twee jaar vastgesteld welke eind 2011
                    eindigde. Gedurende de overgangstermijn moesten decentrale overheden expliciet
                    in het vergunningstelsel opnemen dat de Lex Silencio Positivo van toepassing was
                    op dat stelsel anders gold deze niet. Na de overgangstermijn is er sprake van
                    een omgekeerde situatie en moet de Lex Silencio Positivo expliciet worden
                    uitgesloten, anders is deze van toepassing op elk vergunningstelsel dat onder de
                    Dienstenrichtlijn valt. Het uitsluiten van de Lex Silencio Positivo is alleen
                    mogelijk wanneer dit gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van
                    algemeen belang.</al><al>In de AVOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te wegen,
                    waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en verkeersveiligheid een grote
                    rol spelen. Een Lex Silencio Positivo is hier niet wenselijk om dwingende
                    redenen van algemeen belang met name openbare orde, openbare veiligheid,
                    verkeersveiligheid en volksgezondheid. Derhalve is paragraaf 4.1.3.3. van de
                    Algemene wet bestuursrecht in de AVOI niet van toepassing verklaard.</al><tussenkop>Artikel 7 Weigeringsgronden</tussenkop><al>Dit artikel somt de weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning op. De
                    gronden zijn gelijkluidend met de belangen zoals genoemd in artikel 5.4, tweede
                    lid, van de Telecommunicatiewet.</al><al>De belangen, het handhaven van de openbare orde en het waarborgen van de
                    veiligheid, spreken voor zich. Het college kan ook voorschriften stellen ter
                    beperking of voorkoming van overlast. Indien er meerdere voornemens worden
                    gemeld, kan het college besluiten deze werkzaamheden qua tijdstip op elkaar af
                    te stemmen om hiermee de overlast te beperken. Ook kunnen zij indien bekend is
                    dat er andere werkzaamheden dan de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van
                    elektronische communicatiekabels zullen plaatsvinden, deze werkzaamheden op
                    elkaar afstemmen, dan wel het voorschrift stellen dat er onderling overleg
                    plaatsvindt. In geval van (grootschalige) werkzaamheden kan gedacht worden aan
                    het stellen van voorschriften met betrekking tot het bereikbaar houden van de
                    desbetreffende en omringende gronden. Ook de doorstroming van het verkeer en het
                    openhouden van een verkeersweg voor ambulance, politie of brandweer kunnen bij
                    het stellen van deze voorschriften een rol spelen.</al><al>Als laatste wordt het belang van de ondergrondse ordening genoemd. Op deze wijze
                    kan worden voorkomen dat de ondergrond onnodig vol raakt. Voorts kan bij
                    ondergrondse ordening gedacht worden aan bescherming van reeds in de grond
                    aanwezige werken, zoals werken ten behoeve van het transport of de levering van
                    gas, water en elektriciteit, of aan de bescherming van andere in de grond
                    aanwezige zaken zoals objecten van archeologische waarde. </al><tussenkop>Artikel 8 Wijziging of intrekkken vergunning</tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft de mogelijkheid de verleende
                    vergunning te wijzigen of in te trekken als er niet voldaan is aan de
                    voorschriften wat betreft plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van
                    werkzaamheden zoals genoemd in dit artikel.</al><tussenkop>Artikel 9. Reikwijdte van hoofdstuk 3 van deze verordening</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting. Artikel is
                    overgenomen uit VNG-model verordening.</al><tussenkop>Artikel 10 Instemmingsvereiste</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden zijn, tenzij
                    men</al><al>beschikt over een instemmingsbesluit. Het in de Telecommunicatiewet vastgelegde
                    principe van graafrechten in relatie tot de vereiste instemming van het college
                    van burgemeester en wethouders is vertaald naar de AVOI en wordt toegepast op
                    werkzaamheden van alle aanbieders van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk. Conform het wettelijk bepaalde geldt dat die instemming
                    betrekking heeft op de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de
                    werkzaamheden.</al><al>Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden, werkzaamheden van niet
                    ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden wordt m.b.t. de
                    instemmingsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt. </al><al>Tot de niet ingrijpende werkzaamheden (en spoedeisende werkzaamheden) behoren
                    werkzaamheden waarvoor gedurende niet meer dan een korte tijd in een beperkt
                    gedeelte van het netwerk werkzaamheden worden verricht en waarvan de impact voor
                    de omgeving relatief beperkt en kortstondig is. Er wordt als norm een lengte van
                    de kabels en/of leidingen korter of gelijk aan 25 meter gehanteerd en daarbij
                    mogen geen verharde wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden
                    gekruist. </al><al>Bij spoedeisende werkzaamheden kan het voorkomen dat melden vooraf onmogelijk
                    is.</al><al>In het kader van de gedoog- en de coördinatieplicht met betrekking tot
                    telecommunicatienetwerken acht de gemeente het wenselijk dat zij inzage heeft in
                    de resultaten van de overleggen met overige gedoogplichtige partijen, in geval
                    een kabel of leiding over gronden gaat van verscheidene beheerders.</al><al>Voor werkzaamheden rond de kabels en/of leidingen van de gemeente zelf - zoals
                    de riolering - maar ook eventuele andere kabels en/of leidingen, is om
                    praktische redenen de verordening (en het daarin opgenomen graafverbod) niet van
                    toepassing verklaard. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit is het wel zeer
                    wenselijk dat waar mogelijk binnen de gemeente afspraken en procedures worden
                    gemaakt om de doelen van deze verordening ook intern zoveel mogelijk na te
                    leven.</al><tussenkop>Artikel 11 Beslistermijnen </tussenkop><al>De beslistermijn van het college is maximaal acht weken en is afgeleid uit de
                    Algemene wet bestuursrecht. Op grond van de AWB is het college verplicht binnen
                    een redelijke termijn een besluit te nemen, waarbij die redelijke termijn geacht
                    te zijn verstreken na verloop van acht weken. In navolging van de Wet Dwangsom
                    en Beroep bij niet tijdig beslissen moet het college zich bewust zijn van het
                    belang van de voortgang van de activiteiten en zich inspannen om de termijn tot
                    besluitvorming zo kort mogelijk te houden. Het college kan onder bepaalde
                    voorwaarden de termijn tot besluitvorming verlengen.</al><al>De Lex Silencio Positivo is de rechtsfiguur waarbij er automatisch sprake is van
                    een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet binnen de voorgeschreven
                    beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft genomen, de zogenaamde van
                    rechtswege verleende beschikking (geregeld in paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene
                    wet bestuursrecht). Er geldt een speciaal regime voor vergunningstelsels die
                    onder de Europese Dienstenrichtlijn vallen. Met het in werking treden van deze
                    richtlijn is een overgangstermijn van twee jaar vastgesteld welke eind 2011
                    eindigde. Gedurende de overgangstermijn moesten decentrale overheden expliciet
                    in het vergunningstelsel opnemen dat de Lex Silencio Positivo van toepassing was
                    op dat stelsel anders gold deze niet. Na de overgangstermijn is er sprake van
                    een omgekeerde situatie en moet de Lex Silencio Positivo expliciet worden
                    uitgesloten, anders is deze van toepassing op elk vergunningstelsel dat onder de
                    Dienstenrichtlijn valt. Het uitsluiten van de Lex Silencio Positivo is alleen
                    mogelijk wanneer dit gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van
                    algemeen belang.</al><al>In de AVOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te wegen,
                    waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en verkeersveiligheid een grote
                    rol spelen. Een Lex Silencio Positivo is hier niet wenselijk om dwingende
                    redenen van algemeen belang met name openbare orde, openbare veiligheid,
                    verkeersveiligheid en volksgezondheid. Derhalve is paragraaf 4.1.3.3. van de
                    Algemene wet bestuursrecht in de AVOI niet van toepassing verklaard.</al><tussenkop>Artikel 12. Gegevensverstrekking</tussenkop><al>In dit artikel is verduidelijkt op welke wijze een aanvraag voor een vergunning
                    of instemmingsbesluit </al><al>moet worden gedaan en welke gegevens daarbij verstrekt moeten worden. Het
                    betreft informatie die de gemeente als beheerder van de openbare gronden nodig
                    heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te krijgen in de belangen
                    die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. Duidelijk is ook gemaakt
                    dat instemming of vergunning steeds op aanvraag van de verzoekende partij zal
                    plaatsvinden en niet op eigen initiatief van de gemeente.</al><al>De aanvraag moet (digitaal) gebeuren door middel van de door het college van
                    burgemeester en wethouders vastgestelde formulieren en/of registratiesysteem.
                    Voor aanvragen voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten slechts een
                    beperkt aantal gegevens verstrekt worden. Voor reguliere aanvragen moeten meer
                    gegevens verstrekt worden. </al><tussenkop>Registratieplicht aanbieder van elektronische
                    communicatienetwerken</tussenkop><al>Op basis van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), maar
                    ook op basis van artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet moet een aanbieder van
                    een openbare elektronische communicatiedienst die het voornemen heeft
                    werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg
                    van kabels een instemmingsbesluit aanvragen bij burgemeester en wethouders van
                    de gemeente.</al><al>Als de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische
                    communicatienetwerken is het wenselijk om te onderzoeken en aan te tonen of is
                    voldaan aan de registratieplicht conform de Telecommunicatiewet artikel 2.1. De
                    gemeente kan deze gegevens in de vorm van een kopie van de door de Autoriteit
                    Consument &amp; Markt (ACM) (voorheen: Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                    Autoriteit; OPTA) afgegeven registratie controleren, maar dit is geen vereiste. </al><al>De vraag of een partij kan worden gekwalificeerd als een aanbieder van een
                    openbare telecommunicatiedienst dient, in materiële zin, te worden beantwoord
                    aan de hand van de definitie uit artikel 1.1 onderdeel i van de
                    Telecommunicatiewet. Een registratie bij ACM is geen vereiste om te worden
                    gekwalificeerd als een aanbieder van een openbare elektronische
                    communicatiedienst in de zin van hoofdstuk 5 Tw. Er moet dus feitelijk worden
                    vastgesteld of een bepaalde partij een aanbieder van een openbare elektronische
                    communicatiedienst is. De beantwoording van deze vraag is niet afhankelijk van
                    het feit of een partij zich heeft geregistreerd bij ACM of niet.</al><tussenkop>Detailgegevens kabels van elektronische communicatienetwerken</tussenkop><al>Bij de aanvraag voor een instemming voor kabels van elektronische
                    communicatienetwerken moeten meer gegevens worden aangeleverd. De reden is dat
                    de gemeente wil weten of een kabel wel of niet in gebruik is genomen.</al><al>Over een ‘dark fiber’ (dit is een glasvezelkabel die nog niet wordt gebruikt,
                    waar letterlijk “het licht (nog) niet aan staat”) of ongebruikte voorzieningen
                    kan een gemeente (eventueel) precario heffen na de termijn conform artikel 5.2,
                    achtste lid van de Telecommunicatiewet. </al><al>Daarnaast geeft het de gemeente een mogelijkheid om bij gelegenheden waarop de
                    ondergrond geroerd wordt, periodiek te inventariseren wat er in zijn grond moet
                    worden gedoogd, welke kabels niet (langer) onder deze regeling vallen en waarvan
                    dus verwijdering kan worden geëist.</al><al>Overigens worden deze ongebruikte voorzieningen aangelegd met het oog op de
                    toekomst. Nu aanleggen, betekent dat later niet gegraven hoeft te worden. Dit
                    werkt overlast beperkend. Vanuit dit oogpunt kan de gemeente besluiten
                    niet-in-gebruik-zijnde kabels en/of leidingen niet met precario te
                    belasten.</al><al>De gemeente controleert of voorzieningen na de in het instemmingsbesluit
                    afgesproken termijn nog leeg staan. Een gemeente doet dit door in het
                    instemmingsbesluit een meldingsplicht op te nemen voor de inwerkingstelling van
                    dark fiber. </al><al>Voor het vullen van HDPE buizen zijn additionele werkzaamheden noodzakelijk
                    (bijvoorbeeld, het plaatsen van handholes, het inblazen van de glasvezels of het
                    inblazen van extra tubes) ook hiervoor geldt een meldingsplicht. Zo lang de
                    aanbieder dit niet aanmeldt dan wel aanvraagt, zijn de lege buizen of
                    mantelbuizen klaarblijkelijk leeg.</al><tussenkop>Artikel 13. Voorschriften en Beperkingen</tussenkop><al>Met betrekking tot de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels ten behoeve
                    van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk zijn een aantal
                    voorschriften en beperkingen geregeld in de Telecommunicatiewet. Echter, alle
                    grondroerders moeten aan een aantal verplichtingen voldoen als zij werkzaamheden
                    gaan verrichten zoals bedoeld in de AVOI. Daarnaast kan het college van
                    burgemeester en wethouders aan het instemmingsbesluit of de vergunning
                    aanvullende voorschriften of beperkingen verbinden. Omwille van de uniformiteit
                    is in de verordening geregeld onder welke voorwaarden dit kan en welke soort
                    voorschriften en beperkingen dit zijn. De voorschriften hebben vooral te maken
                    met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de (deels wettelijk vastgelegde)
                    belangen die de gemeente geacht wordt te behartigen. Daarnaast kunnen door het
                    college van burgemeester en wethouders lokaal geldende regels van toepassing
                    worden verklaard als die er ten aanzien van de aanleg van kabels en/of leidingen
                    zijn.</al><al>Deze nader geldende regels kunnen er in voorzien dat bewoners van percelen langs
                    het tracé, maar ook de bedrijfsmatige gebruikers worden geïnformeerd. Hieronder
                    vallen o.a. winkeliers en gebruikers van kantoorpanden, die als bewoners
                    behandeld moeten worden.</al><al>Ook is geregeld dat als er binnen een bepaalde periode na uitvoering van groot
                    onderhoud werkzaamheden uitgevoerd moeten worden speciale eisen gesteld kunnen
                    worden met betrekking tot schadeherstel. Dit geldt ook voor gebieden waar
                    bijzondere bestrating is toegepast. Dit naar oordeel van het college van
                    burgemeester en wethouders.</al><tussenkop>Artikel 14. (Mede)gebruik van voorzieningen</tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan (die bevoegdheid wordt in de
                    Telecommunicatie-wet gegeven) bevorderen dat voorzieningen mede gebruikt worden
                    (op grond van artikel 5.4, vierde lid 4, onder d, van de Tw, bevat de
                    verordening regels met betrekking tot het bevorderen van het medegebruik). Voor
                    het onderzoeken van het medegebruik kan degene die voornemens is werkzaamheden
                    uit te voeren gebruik maken van reeds aanwezige informatie bij de gemeente.
                    Indien het voornemen tot werkzaamheden voldoende uitgewerkt is – bekend is
                    bijvoorbeeld langs welk tracé de kabels zullen lopen – dan kan de gemeente naar
                    degene die over de voorziening beschikt door verwijzen of indien de gemeente
                    zelf degene is die de voorziening ter beschikking kan stellen daarover in
                    gesprek gaan.</al><al>Parallel aan het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen voor wat
                    betreft de kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk,
                    geldt dit artikel ook voor wat betreft de overige kabels en leidingen.</al><tussenkop>Artikel 15. Nadeelcompensatie</tussenkop><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels
                    ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk op verzoek van de
                    gemeente, zijn de wettelijke regels conform Art. 5.8 van de Telecommunicatiewet
                    van toepassing. </al><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van overige
                    kabels en/of leidingen die bijvoorbeeld ten dienste staan van een netwerk ten
                    behoeve van water- of energievoorzieningen in of op openbare gronden gelden de
                    geformuleerde bepalingen, in samenhang met eventuele geldende privaatrechtelijke
                    overeenkomsten met de netbeheerder(s) die gerespecteerd worden voor zover deze
                    regelingen niet aanvullend daarop zijn. Een netbeheerder is verplicht de
                    maatregelen, waaronder het verplaatsen, te nemen als dat noodzakelijk is voor
                    werken door of vanwege de gemeente. De gemeente zal dus de noodzakelijkheid
                    moeten aantonen. De eventuele compensatie van kosten van de het nemen van
                    maatregelen, waaronder het verplaatsen, worden vooralsnog berekend aan de hand
                    van de tussen partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen
                    geldende regels zijn overeengekomen.</al><tussenkop>Artikel 16. Niet- openbare kabels en leidingen</tussenkop><al>Met niet-openbare kabels en/of leidingen worden kabels en/of leidingen bedoeld
                    die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden. Een voorbeeld
                    hiervan is een point-to-point glasvezelverbinding tussen twee bankgebouwen als
                    deze (gedeeltelijk) in openbare grond is aangelegd door de bankinstelling zelf.
                    De gemeente gedoogt (onder voorwaarden) kabels en/of leidingen met een publieke
                    of openbare functie in de openbare ruimte. De gemeente kan echter ook aanvragen
                    krijgen van particuliere partijen. Vanwege het intensieve gebruik van de
                    ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s is de tendens dat in het algemeen
                    geen toestemming wordt verleend voor de aanleg van niet-openbare kabels en/of
                    leidingen van particulieren en/of bedrijven. Particulieren die een eigen
                    verbinding wensen, dienen bij voorkeur gebruik maken van openbare netstructuren.
                    Toch zijn er uitzonderingssituaties en indien de beschikbare (ondergrondse)
                    ruimte het toestaat kan de gemeente onder strikte voorwaarden daarvoor
                    toestemming geven. Bij (eventuele) werkzaamheden in verband met de aanleg,
                    instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en/of leidingen in openbare
                    wegen en wateren is het bepaalde in de AVOI van overeenkomstige toepassing. </al><tussenkop>Artikel 17. Overleg</tussenkop><al>Ter afstemming van allerlei zaken en het voeren van proactieve regie wordt er
                    regelmatig een periodiek (lange termijn)overleg gepland tussen de gemeente en
                    netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen. Dit gebeurt op
                    initiatief van de gemeente. Het kan ook in samenwerking met andere gemeenten of
                    overheden gebeuren.</al><tussenkop>Artikel 18. Toezicht en Handhaving</tussenkop><al>Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het niet-vrijblijvende
                    karakter van de AVOI.</al><al>Uitgangspunt is dat partijen zich houden aan de bepalingen van de AVOI, waarmee
                    nagestreefde doeleinden bereikt kunnen worden.</al><al>Dit artikel geeft aan dat het college van burgemeester en wethouders ambtenaren
                    kan aanwijzen die belast zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde
                    krachtens deze AVOI.</al><al>Als één of meer partijen zich niet houden aan de voorschriften en beperkingen
                    van deze AVOI behoudt het college van burgemeester en wethouders zich
                    nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende bevoegdheden
                    en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk en eventueel
                    strafrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn met name de AWB en de Gemeentewet van
                    belang met de huidige bepalingen inzake bestuursdwang, last onder dwangsom en
                    bestuurlijke boete. Civielrechtelijk blijven de opties van onrechtmatige daad
                    van toepassing. </al><al>Strafrechtelijk is naast het wetboek van Strafrecht in algemene zin ook de Wet
                    op de economische delicten relevant, omdat daarin rechtstreeks bepalingen uit de
                    Telecommunicatiewet van toepassing zijn verklaard.</al><tussenkop>Artikel 19. Bevoegheid college</tussenkop><al>Afgezien van voornoemde preventieve en vooral correctieve of repressieve acties
                    kan het college in voorkomende gevallen ook ingrijpen in het lopende proces en
                    werkzaamheden (onder bepaalde voorwaarden) ook tijdelijk stil leggen. In dit
                    artikel staat beschreven in welke gevallen dit kan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>