<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>350191_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-29</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, 78167</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag
                Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 8, lid 1, sub
                b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 8, lid 2</dcterms:source><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 36</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVB14-0100</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale Zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen op Zoom;</al><al>overwegende dat vaststelling van een verordening wettelijk is
                        voorgeschreven;</al><al></al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11
                        november 2014, nummer RVB14-0100;</al><al></al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub b, en lid 2
                        juncto artikel 36 van de Participatiewet;</al><al></al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al></al><al><vet>de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet</vet> vast
                        te stellen.</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Bergen op Zoom;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>- alleenstaande: de ongehuwde met of zonder ten laste
                                        komende kinderen die geen gezamenlijke huishouding voert met
                                        een ander, tenzij het betreft en bloedverwant in de eerste
                                        graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij
                                        één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                        zorgbehoefte;</al><lijst><li nr="-"><al>gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 van de
                                                wet;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5,
                                        sub c, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>referteperiode: als ingezetene van Nederland een periode van
                                        3 kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand aan het jaar van de
                                        aanvraag;</al></li><li nr="f."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
                                        met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode
                                        waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden
                                        gelezen als “de referteperiode”, waarbij een
                                        bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet,
                                        voor de beoordeling van het recht op </al><al> individuele inkomenstoeslag als inkomen wordt gezien;</al></li><li nr="g."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet
                                        op de aanvraagdatum;</al></li><li nr="h."><al>individuele inkomenstoeslag: toeslag als bedoeld in artikel
                                        36 van de wet;</al></li><li nr="i."><al>minimumloon: het bruto minimumloon als bedoeld in artikel 8,
                                        lid 1, sub a, van de Wet minimumloon en en
                                        minimumvakantiebijslag.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>Een verzoek om een individuele inkomenstoeslag wordt ingediend middels
                            een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de doelgroep van de individuele inkomenstoeslag behoort de
                                persoon van 21 jaar en ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde
                                leeftijd met langdurig een laag inkomen, geen in aanmerking te nemen
                                vermogen en gelet op zijn omstandigheden geen uitzicht op
                                inkomensverbetering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de omstandigheden als bedoeld in het vorige lid worden
                                gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de krachten en bekwaamheden van de persoon;</al></li><li nr="-"><al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot
                                        inkomensverbetering te komen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die in de referteperiode een uitkering op grond
                                        van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming
                                        onderwijsbijdrage en schoolkosten heeft genoten;</al></li><li nr="b."><al>de persoon die in de periode van 12 maanden onmiddellijk
                                        voorafgaand aan de maand van aanvraag een boete- en/of
                                        maatregelwaardige gedraging in de zin van de Participatiewet
                                        / Wet werk en bijstand, Wet inkomensvoorziening oudere en
                                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
                                        Wet </al><al> inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen heeft gepleegd op
                                        grond waarvan een maatregel en/of boete is opgelegd; </al></li><li nr="c."><al>de persoon die in de referteperiode langer dan 180 dagen
                                        rechtens van zijn vrijheid beroofd is geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De criteria als vermeld in de vorige leden alsmede die in artikel 1,
                                lid 2, sub e, gelden bij gehuwden voor beiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>Onder langdurig een laag inkomen wordt verstaan een gemiddeld inkomen
                            per maand dat gedurende de referteperiode niet uitkomt boven 100% van de
                            geldende bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van de
                                gezinssituatie op de aanvraagdatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>voor een alleenstaande € 315,00 per jaar;</al></li><li nr="-"><al>voor gehuwden € 450,00 per jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de aanvraagdatum is uitgesloten van
                                het recht op een individuele inkomens-toeslag ingevolge artikel 11
                                of artikel 13, lid 1, van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in
                                aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die
                                voor hem of haar als alleenstaande zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte
                                van 1 januari van het voorafgaande jaar is gestegen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Ter uitvoering van artikel 3, lid 2 van deze verordening stelt het
                            college nadere beleidsregels vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Door of namens het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                            belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen in deze verordening,
                            indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening individuele
                            inkomenstoeslag Participatiewet”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al>De “Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013”,
                            vastgesteld in de openbare vergadering van 29 mei 2013, vervalt op 1
                            januari 2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2014.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>