<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350077_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hilvarenbeek;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4
                        november 2014;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van</vet><vet>
                        onroerende-zaakbelastingen 201</vet><vet>5</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                            recht gebruikt, verder te noemen: </al><al>gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht, verder te noemen:eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van de onroerende zaak in gebruik
                            is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik
                            heeft gegeven; degene die het deel in gebruikheeft gegeven, is bevoegd
                            de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel
                            ingebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                            gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                            beschikking heeft gesteld, degene die deonroerende zaak ter beschikking
                            heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen opdegene
                            aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in dekadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                            genothebbendekrachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaakin hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woningdan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van dieonroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens deartikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikelbedoelde waarde, de waarde
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                            cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                            ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatigaangewend wordt voor de
                            kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond
                            alsvoedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                            teelt van gewassen, voor over de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander metuitzondering van delen van
                            zodanig onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van
                            de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                            voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                            Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomendegebouwde
                            eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zichuitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van de delen van zodanigewerken die dienen als
                            woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                            afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten
                            van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzonderingvan de delen van
                            zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                            toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
                            merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor
                            de publieke dienst van degemeente, met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die bestemd zijn teworden gebruikt voor het
                            geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen
                            -niet zijnde gebouwen- welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang
                            van het publiek, ten dienste van hetverkeer of ter verfraaiing van de
                            gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
                            standbeelden,monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en
                            palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer
                            zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                            die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeftkrachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffïngsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaakdie in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffïngsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1086 %</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting;</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1044
                                    %</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,1300 %</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende
                            zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van demaand volgend op de maand
                            die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en devolgende
                            twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt – indien de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven - de aanslagen moeten worden betaald in
                            zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                            aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden
                            opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen
                            tenminste twee en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt
                            één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de onroerende
                        zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening onroerende-zaakbelastingen 2014", vastgesteld door de
                            raad van de gemeente Hilvarenbeek bij besluit van 19 december 2013 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassingblijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                            onroerende-zaakbelastingen 2015".</al><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbarevergadering van 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier, de heer drs. G.J. de Ruiter </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,de heer drs. R.F.I. Palmen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>