<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350022_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Rijnwaarden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 29-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Rijnwaarden 2015.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Individuele studietoeslag Participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Rijnwaarden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>V</vet><vet>erordening individuele studietoeslag Participatiewet
                     </vet><vet>Rijnwaarden</vet><vet> 2015</vet></al><al>De raad van de gemeente Rijnwaarden</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                  Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de WMO raad ;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag Rijnwaarden
                  2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                  wordt</al><al>ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al>Dit verzoek kan ingediend worden door een persoon die tot de in artikel 36b,
                  eerste lid van de Participatiewet benoemde doelgroep behoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regelgeving welk instituut het college adviseert
                  met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat
                  is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft
                  tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                  aanmerking</al><al>komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 176,00.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                        deontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau
                        voorde Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele
                        euro's.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag Rijnwaarden 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 december 2015</al><al/><al>De raad voornoemd.</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier De voorzitter
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting individuele Studietoeslag Participatiewet Rijnwaarden 2015</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de</al><al>Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de</al><al>mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het</al><al>minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze</al><al>studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
               Eendiploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
               inzijn mars heeft.</al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje inde
               rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen eenstuk hoger,
               omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleertmensen om toch
               de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaanvolgen. Ook biedt het
               een financiële compensatie voor het feit dat het voor dezegroep vaak moeilijk is om
               de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014,33 161, nr. 125, p. 2).</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
               bijzonderebijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
               individuelestudietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een</al><al>inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze nietin
               staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al/><tussenkop>Verordeningsplicht</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
               eenverordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele</al><al>studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
               lid,</al><al>onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
               betrekkinghebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
               individuelestudietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).</al><al/><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid</tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheidvan
               het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan devoorwaarden
               van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuelestudietoeslag kan
               toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan inbeleidsregels aangeven of
               bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor eenstudietoeslag. Het college kan in
               plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b,eerste lid, van de Participatiewet -
               in beleidsregels aangeven wie, wanneer en opgrond van welke nadere voorwaarden recht
               heeft op een individuele studietoeslag.</al><al/><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag</tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de</al><al>arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de</al><al>Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.</al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over</al><al>verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de</al><al>individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag</al><al>verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><al> 18 jaar of ouder is;</al><al> recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering</al><al>2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de</al><al>Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al><al> geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de</al><al>Participatiewet heeft; en</al><al> een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in</al><al>staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel</al><al>mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
               WTOS-tegemoetkoming,betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk</al><al>studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op</al><al>studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
               eninkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
               Participatiewetgeregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
               studietoeslagop grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
               studietoeslag ishet dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
               studiefinanciering of eentegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
               toeslag - aannemelijkmoeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
               tegemoetkoming heeft,bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van
               inschrijving bij</al><al>een bepaalde opleiding te overleggen.De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de
               Participatiewet zijn niet van toepassing bijverlening van de individuele
               studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van deParticipatiewet). De aanvraag moet
               worden ingediend bij het college. Eenindividuele studietoeslag kan niet als lening
               worden verstrekt als een persoon metde studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel
               49 van de Participatiewet isnamelijk niet van toepassing op de individuele
               studietoeslag (artikel 36b, tweedelid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de
               Participatiewet is niet vantoepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
               tweede lid, van deParticipatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet
               kan wordenverstrekt in de vorm van een voorschot.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. indienen verzoek</tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personenals
               bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit
               betreftpersonen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:</al><al> personen die algemene bijstand ontvangen;</al><al> personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35,</al><al>vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van de</al><al>Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het</al><al>inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten</al><al>jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon</al><al>in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is</al><al>verleend;</al><al> personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al> personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de</al><al>Algemene nabestaandenwet;</al><al> personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening</al><al>oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,</al><al> personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening</al><al>oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en.</al><al> niet-uitkeringsgerechtigden.</al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een</al><al>individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
               Participatiewet).Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te
               voldoen zoalsgenoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Onder
               aanvraag wordtverstaan: </al><al>een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde</al><al>lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden
               ingediend(artikel 4:1 van de Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als</al><al>bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
               ingediend,bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden
               gedaanmiddels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
               gezienals een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om
               eenschriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door
               deaanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, dedagtekening
               en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2,eerste lid, van
               de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden dievoor de beslissing
               op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs debeschikking kan krijgen
               (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondelingverzoek kan hiermee dus niet
               worden aangemerkt als een verzoek om individuele</al><al>studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
               collegeop verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
               eenindividuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op
               dedatum van de aanvraag:</al><al> 18 jaar of ouder is;</al><al> recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering</al><al>2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de</al><al>Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al><al> geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de</al><al>Participatiewet heeft; en</al><al> een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in</al><al>staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel</al><al>mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium zal in eerste instantie het college
               zelf vaststellen of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het
               verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
               arbeidsparticipatie heeft. Het college bepaalt bij nadere regelgeving in welke
               situaties bij welke externe organisaties advies wordt gevraagd, zoals bijvoorbeeld
               bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of bij een medisch adviesbureau. </al><al>Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
               arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
               mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><tussenkop>Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking
               komen voor een individuele studietoeslag.</al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
               beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
               studietoeslag wordt desituatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b,
               eerste lid, van de</al><al>Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal</al><al>binnen een periode van zes maanden in aanmerking kan komen voor een</al><al>individuele studietoeslag (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon
               nadie zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b,eerste
               lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen vooreen
               individuele studietoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag</tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag</al><al>geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de</al><al>voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt € 176,00.</al><al>Voor de hoogte van de individuele studietoeslag is aansluiting gezocht bij het
               bedrag van de huidige langdurigheidstoeslag voor een alleenstaande. De individuele
               studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor personen die tot de
               doelgroep behoren en is niet gerelateerd aan daadwerkelijk gemaakte kosten. Omdat de
               aard van deze regeling gelijkenissen vertoond met de langdurigheidstoeslag (en
               individuele inkomenstoeslag), is voor wat betreft de hoogte van het bedrag, daarbij
               aansluiting gezocht. Dit laatonverlet dat studenten in de praktijk juist vaak geen
               recht hebben op eenlangdurigheidstoeslag vanwege het aanwezige
               arbeidsmarktperspectief.Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan
               de voorwaarden vooreen individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in
               aanmerking voor eenindividuele studietoeslag.</al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling</al><al>opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moetworden
               vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang denieuwe
               bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag</tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
               studietoeslag</al><al>geregeld.</al><tussenkop>Eenmalige uitbetaling</tussenkop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is
               het</al><al>bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na een periode van 6
               maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
               studietoeslag. Dit volgt</al><al>uit artikel 3 van deze verordening.</al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,eerste
               lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de aanvraaghier niet
               meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op eenindividuele
               studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een persoongeen recht op
               studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft opuitbetaling van een eerder
               toegekende individuele studietoeslag aangezienuitsluitend de situatie op de datum van
               de aanvraag bepalend is.</al><al>Na 6 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
               individuelestudietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.</al><al>Er wordt niet gekozen voor periodieke uitbetaling van de individuele</al><al>Studietoeslag; dan zou sprake zijn van een periodieke verstrekking van bijzondere
               bijstand.</al><al>Bij periodieke betaling van deze studietoeslag dienen gemeenten rekening</al><al>te houden met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels en handleiding</al><al>loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke bijzondere bijstand
               dieniet bestedingsgebonden is maar inkomensaanvullend namelijk een belaste</al><al>verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een onbelaste verstrekking.</al><al>Daarom is hier gekozen voor een betaling ineens.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die</al><al>datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de</al><al>verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de</al><al>verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
               studietoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>