<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR350019_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 53, 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikel 149 van de Gemeentewet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004471">artikelen 12, 14, 15 en 38 van de Monumentenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0024779">artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering 18 december 2014 </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november
                        2014</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 15 en 38 van
                        de Monumentenwet en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE MOERDIJK 2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Monument</cursief>:</al><lijst><li nr="1."><al>vervaardigde zaak die van algemeen belang is wegens zijn
                                            schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                            cultuurhistorische waarde (Monumentenwet, artikel 1 lid
                                            b);</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1.1 (Monumentenwet,
                                            artikel 1 lid b).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>Archeologische b</cursief><cursief>eleidskaart van de
                                        gemeente Moerdijk</cursief><cursief>:</cursief> door de
                                    gemeenteraad vastgestelde topografische kaart van het
                                    gemeentelijk grondgebied waarop de aanwezige archeologische
                                    waarden en verwachting op archeologische waarden in zones
                                    inzichtelijk maakt en hier beleidsregels aan verbindt.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Cultuurhistorische beleidskaart van de gemeente
                                        Moerdijk</cursief><cursief>: </cursief>topografische kaart
                                    van het gemeentelijk grondgebied die het aanwezige historische
                                    bouwkunst, historische stedenbouw, historische geografie,
                                    historisch groen en historische zichtrelaties in de gemeente
                                    Moerdijk inzichtelijk maakt en hier beleidsregels aan
                                    verbindt.</al></li><li nr="d."><al><cursief>KNA</cursief><cursief>:</cursief> Kwaliteitsnorm
                                    Nederlandse Archeologie.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Deskundige op het gebied van de archeologische
                                        monumentenzorg</cursief><cursief>:</cursief> de door het
                                    college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op
                                    het gebied van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg
                                    die als taak heeft het college van Burgemeester en Wethouders op
                                    verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet, de Wet op de Archeologische Monumentenzorg
                                    2007, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze
                                    verordening en beleidsterreinen met betrekking tot
                                    archeologische waarden.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Opgravingsbevoegdheid:</cursief> bevoegdheid, erkend
                                    door het Centraal College van Deskundigen (CCvD), om
                                    archeologische werkzaamheden te mogen verrichten conform de
                                    vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Beschermd rijksmonument:</cursief> onroerend monument
                                    dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet
                                    vastgestelde registers.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Gemeentelijk monument</cursief><cursief>/
                                        g</cursief><cursief>emeentelijk monumentale
                                        zaken</cursief><cursief>:</cursief> onroerend monument, dat
                                    overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk
                                    monument is aangewezen.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Gemeentelijke
                                        monumentenlijst</cursief><cursief>:</cursief> lijst waarop
                                    de, overeenkomstig deze verordening, als gemeentelijk monument
                                    aangewezen zaken of terreinen zijn geregistreerd.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Monumentencommissie:</cursief> de op basis van artikel
                                    15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie die als taak heeft
                                    het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over
                                    de toepassing van de Monumentenwet, de verordening en het
                                    monumentenbeleid.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Eigenaren en zakelijk gerechtigden:</cursief> degenen
                                    die in het kadastrale register als eigenaren en zakelijke
                                    gerechtigden van een monument zijn ingeschreven.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Bouwhistorisch onderzoek</cursief><cursief>:</cursief>
                                    onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de
                                    bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale
                                    waarde van een monument zoals aangegeven in de leidraad voor
                                    praktijkgericht bouwhistorisch onderzoek, opgesteld door de
                                    Rijksdienst voor Monumentenzorg (nu genaamd Rijksdienst voor
                                    Cultureel Erfgoed).</al></li><li nr="m."><al><cursief>Plan van aanpak:</cursief> plan dat weergeeft hoe een
                                    archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                                    programma van eisen, denkt te gaan beantwoorden.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Programma van eisen:</cursief> een door de bevoegde
                                    overheid opgesteld of bekrachtigd document dat voldoet aan de
                                    eisen zoals geformuleerd in de vigerende KNA dat de probleem- en
                                    doelstelling van de te verrichten werkzaamheden ten behoeve van
                                    het veiligstellen van de archeologische vindplaats weergeeft en
                                    de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het
                                    uit te voeren werk.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Bevoegd gezag</cursief><cursief> of bevoegde
                                        overheid</cursief><cursief>:</cursief> bestuursorgaan als
                                    bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="p."><al><cursief>Beschermd stads- en dorpsgezicht:</cursief> een gebied
                                    dat van algemeen belang is door de cultuurhistorische
                                    waarde.</al></li><li nr="q."><al><cursief>Object:</cursief> een bouwwerk en/of een bouwwerk geen
                                    gebouw zijnde.</al></li><li nr="r."><al><cursief>Redengevende omschrijving:</cursief>een
                                    omschrijving waarin de waardevolle onderdelen van het object
                                    zijn opgenomen.</al></li><li nr="s."><al><cursief>Waarderingscriteria:</cursief> de in bijlage 1 genoemde
                                    criteria, subcriteria, hun maximale en minimale waardering en
                                    wegingsfactor.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht (Bor)
                            voor een vergunning en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden
                            moeten in 2-voud<cursief>, </cursief>bij het college,
                            wordeningediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd
                                rijksmonument aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert het college schriftelijk over de
                                aanvraag binnen 4 weken na de datum van verzending van het
                                afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Monumentencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst de leden van de
                                monumentencommissie aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen de commissie zijn minimaal 2 leden deskundig op het gebied
                                van de monumentenzorg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie bestaat uit maximaal 5 leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Advies inzake bezwaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de vergunning
                                en de naar voren gebrachte bezwaren aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie brengt haar advies uit aan het bevoegd
                                gezag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Stellen van voorschriften, vergunning voor bepaalde tijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorschriften verbinden in
                                het belang van de monumentenzorg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                object aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, toetst het
                                college aan de in bijlage 1 vastgestelde waarderingscriteria voor
                                gemeentelijke monumenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bepalen, dat ten behoeve van de aanwijzing van een
                                monument als beschermd gemeentelijk monument, een bouwhistorisch
                                onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een
                                redengevende monumentenomschrijving.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet of dat is aangewezen op grond van
                                de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt, tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
                            bedoeld in artikel 11 van deze verordening plaatsvindt, dan wel
                            vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen
                            14 tot en met 19 van deze verordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stuurt een aanvraag als bedoeld in artikel 7 lid 1 van
                                deze verordening en de toetsing van deze aanvraag aan de
                                vastgestelde waarderingscriteria voor gemeentelijke monumenten
                                binnen 8 weken naar de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie over de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen
                                bestaan, de in het derde lid van dit artikel genoemde termijn met
                                ten hoogste 8 weken verlengen, mits zij daarvan de belanghebbenden
                                schriftelijk in kennis heeft gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van deze verordening
                            wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                            kadastrale legger bekend staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst omvat:</al><lijst><li nr="·"><al>de plaatselijke aanduiding;</al></li><li nr="·"><al>de datum van de aanwijzing;</al></li><li nr="·"><al>de kadastrale aanduiding;</al></li><li nr="·"><al>eventueel de tenaamstelling;</al></li><li nr="·"><al>een redengevende monumentenomschrijving van het
                                        gemeentelijke monument.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 7, 9 en 10 van deze verordening zijn overeenkomstig van
                                toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft de overeenkomstige toepassing,
                                als bedoeld in lid 2 van dit artikel, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 7, tweede
                                lid, en artikelen 8 en 9 van deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet of de
                                monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gemeentelijke monumenten te beschadigen of te
                                vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
                                        verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of grondverzet
                                        uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te
                                        laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt
                                        ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien voldaan wordt aan de door het college gestelde
                                nadere regels met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden
                                dienen te worden uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 14 van deze verordening, en de daarbij
                            te overleggen gegevens en bescheiden moeten in tweevoud bij het college
                            worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergunning voor gemeentelijk monumentale zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor gemeentelijk monumentale
                                zaken aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk aan het college over
                                de aanvraag binnen 4 weken na de datum van verzending van het
                                afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Advies inzake bezwaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de vergunning
                                en de naar voren gebrachte bezwaren aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie brengt haar advies uit aan het bevoegd
                                gezag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Weigeringsgronden, stellen van voorschriften, vergunning voor
                                bepaalde tijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing betrekt
                                het bevoegd gezag het advies van de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorschriften verbinden in
                                het belang van de monumentenzorg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="1."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend.</al></li><li nr="2."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde
                                    gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>beschermd stads- en dorpsgezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Procedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over iedere
                                    aanvraag om vergunning diebetrekking heeft op een locatie die
                                    valt binnen een aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht, als
                                    bedoeld in artikel 1 lid p van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                    de datum van verzending van het afschrift.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart worden de
                                    volgende archeologische beleidsgebieden aangewezen: </al><lijst><li nr="a."><al>Archeologisch beleidsgebied 1 (Archeologische
                                            monumenten);</al></li><li nr="b."><al>Archeologisch beleidsgebied 2 (Archeologische
                                            terreinen);</al></li><li nr="c."><al>Archeologisch beleidsgebied 3 (Stadskernen);</al></li><li nr="d."><al>Archeologisch beleidsgebied 4 (Dorpskernen);</al></li><li nr="e."><al>Archeologisch beleidsgebied 5 (hoge archeologische
                                            verwachting);</al></li><li nr="f."><al>Archeologisch beleidsgebied 6 (middelhoge archeologische
                                            verwachting ONDIEP);</al></li><li nr="g."><al>Archeologisch beleidsgebied 7 (middelhoge archeologische
                                            verwachting DEKZAND);</al></li><li nr="h."><al>Archeologisch beleidsgebied 8 (lage archeologische
                                            verwachting);</al></li><li nr="i."><al>Archeologisch beleidsgebied 9 (gebied waar geen
                                            archeologische verwachting (meer) voor geldt).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden om in een archeologisch beleidsgebied, als
                                    bedoeld in lid 1 van dit artikel, zoals aangegeven op de
                                    gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente
                                    Moerdijk, te verstoren, te beschadigen of te vernielen. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in lid 2 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch
                                            beleidsgebied als aangegeven op de gemeentelijke
                                            archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, en
                                            waarbij die verstoring plaatsvindt in:</al><lijst><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 1 (Archeologische
                                                  monumenten) en archeologisch beleidsgebied 2
                                                  (Archeologische terreinen): bij bodemingrepen die
                                                  minder diep gaan dan 30 cm onder maaiveld;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 3 (Stadskernen): bij
                                                  bodemingrepen die minder diep gaan dan 30 cm onder
                                                  maaiveld én met een omvang van minder dan 50
                                                  m²;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 4 (Dorpskernen): bij
                                                  bodemingrepen die minder diep gaan dan 30 cm onder
                                                  maaiveld én met een omvang van minder dan 90
                                                  m²;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 5 (hoge
                                                  archeologische verwachting): bij bodemingrepen die
                                                  minder diep gaan dan 50 cm onder maaiveld én met
                                                  een omvang van minder dan 100 m²;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 6 (middelhoge
                                                  archeologische verwachting ONDIEP): bij
                                                  bodemingrepen die minder diep gaan dan 50 cm onder
                                                  maaiveld én met een omvang van minder dan 250
                                                  m²;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 7 (middelhoge
                                                  archeologische verwachting DEKZAND): bij
                                                  bodemingrepen die minder diep gaan dan 200 cm
                                                  onder maaiveld én met een omvang van minder dan
                                                  250 m²;</al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 8 (lage
                                                  archeologische verwachting): de bodemingreep niet
                                                  onder de MER-plicht valt; </al></li><li nr="·"><al>Archeologisch beleidsgebied 9 (gebied waar geen
                                                  archeologische verwachting (meer) voor
                                                  geldt).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>indien een archeologisch onderzoeksrapport conform de
                                            vigerende KNA is overlegd waarin de archeologische
                                            waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van
                                            de bevoegde overheid in voldoende mate is vastgesteld en
                                            waaruit blijkt dat: </al><lijst><li nr="."><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                  voldoende mate kan worden geborgd; of </al></li><li nr="."><al>de archeologische waarden door de verstoring
                                                  niet onevenredig worden geschaad; of </al></li><li nr="."><al>in het geheel geen archeologische waarden
                                                  aanwezig zijn;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>indien kan worden aangetoond dat het gebied reeds
                                            verstoord is, dieper dan het te verwachte archeologische
                                            niveau.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod in lid 2 is ook niet van toepassing indien:</al><al>wordt gehandeld in overeenstemming met de bepalingen in het
                                    geldende bestemmingsplan voor zover de bepalingen die hierin
                                    zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg in
                                    overeenstemming zijn met deze verordening; </al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden moet het
                                    totaal van de bodemingrepen die plaatsvinden binnen een
                                    tijdsbestek van 5 jaar op hetzelfde kadastrale perceel, gerekend
                                    worden met het totaal van de bodemingrepen en moet niet iedere
                                    ingreep afzonderlijk worden beoordeeld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Wijzigen kwalificatie van een locatie</titel></kop><al>Op grond van een melding ingevolge artikel 53 van de Monumentenwet of op
                            grond van de resultaten van archeologisch onderzoek zijn burgemeester en
                            wethouders bevoegd een terrein of locatie alsnog aan te wijzen als een
                            ander gemeentelijk archeologisch beleidsgebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Ontheffing archeologische beleidsgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor graafwerk
                                en bodemingrepen in de archeologische beleidsgebieden zoals
                                omschreven in artikel 21, lid 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing kan slechts worden verleend indien vooraf door de
                                aanvrager van de ontheffing door middel van een rapportage van
                                archeologisch vooronderzoek conform de vigerende KNA en het PvE naar
                                het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld dat bij
                                realisatie van de bodemingrepen de archeologische waarden in
                                voldoende mate zijn zeker gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de verlening van de ontheffing
                                de volgende voorschriften verbinden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor
                                archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de verplichting tot het doen van een inventariserend veldonderzoek
                                of een opgraving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te
                                laten begeleiden door een hiervoor vergunninghoudende partij op het
                                terrein van de archeologische monumentenzorg werkend conform de
                                vigerende KNA.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gevraagde ontheffing kan worden geweigerd, indien de
                                archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van
                                het college <cursief>in situ</cursief> behouden dienen te
                                blijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die in
                                overeenstemming met artikel 3 van de Monumentenwet zijn aangewezen
                                als beschermd archeologisch (rijks)monument (op de archeologische
                                beleidskaart aangegeven als archeologisch waardevolle gebieden;
                                Wettelijk beschermde monumenten).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vereisten ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 23, lid 1, moet
                                worden ingediend bij burgemeester en wethouders en moet de volgende
                                gegevens bevatten: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een kadastrale kaart waarop de exacte plangebiedbegrenzing voor de
                                ontwikkeling staat aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de aard van de ontwikkeling: sloop en nieuwbouw, nieuwbouw op
                                onbebouwd terrein of gedeeltelijke sloop en gedeeltelijke nieuwbouw;
                            </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de diepte van de diepste verstoring;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de vigerende
                                KNA;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een Programma van Eisen (PvE);</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een Plan van Aanpak (PvA);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>informatie over uitgevoerde bodemverstorende activiteiten of
                                mogelijke belemmeringen bekend van het plangebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag om
                                ontheffing nadere gegevens van de aanvrager verlangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uit de aanvraag om ontheffing moet duidelijk blijken wat de
                                bestaande en de door de aanvrager gewenste situatie is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om ontheffing
                                binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het vierde lid genoemde
                                termijn met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager
                                daarvan kennis geeft binnen de in het eerste lid genoemde
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege
                                onvolledigheid is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In geval van een aanvraag om een ontheffing vragen burgemeester en
                                wethouders advies aan de aangewezen deskundige op het gebied van de
                                gemeentelijke archeologische monumentenzorg waar het bodemingrepen
                                    betreft<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Moerdijk
                                        onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van
                                        opgravingen in de zin van artikel 1, sub h Monumentenwet,
                                        dienen, onverminderd de overige bepalingen van deze
                                        wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college dient een programma van eisen vast te stellen
                                        als bedoeld in artikel 1 onder n van deze verordening,
                                        waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
                                        onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder dient voorafgaande aan het onderzoek, een
                                        plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder m van deze
                                        verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te
                                        overleggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de nadere regels, zoals onder lid 1, sub a, neemt het
                                        college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de
                                        feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het
                                        onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te
                                        worden genomen.</al></li><li nr="3."><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het
                                        programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet,
                                        vraagt het bevoegd gezag advies aan de aangewezen deskundige
                                        op het gebied van de archeologische monumentenzorg zoals
                                        omschreven in de Wet op de Archeologische
                                        Monumentenzorg.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden om gravend archeologisch onderzoek te
                                        verrichten binnen de gemeente Moerdijk zonder een door
                                        burgemeester en wethouders goedgekeurd Programma van Eisen
                                        op grond van artikel 38 van de Monumentenwet en zonder een
                                        opgravingsbevoegdheid. Dit geldt tevens voor het opsporen
                                        van archeologische resten, munitie, wapens of munten met een
                                        metaaldetector. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
                                    of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen
                                    laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn
                                    aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe,
                                    indien de schade in relatie staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 16 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 16;</al></li><li nr="c."><al>de weigering van het bevoegd gezag een ontheffing als bedoeld in
                                    artikel 23 te verlenen in het belang van de archeologische
                                    monumentenzorg;</al></li><li nr="d."><al>de voorschriften die in het belang van de archeologische
                                    monumentenzorg door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    ontheffing als bedoeld in artikel 23;</al></li><li nr="e."><al>de door het college nader te stellen voorschriften die in het
                                    belang van de archeologische monumentenzorg aan het
                                    desbetreffende besluit zijn verbonden onder a. </al></li><li nr="f."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 21, lid 1 en artikel
                                    27.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                    verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van
                                    artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met artikel 14 en 21 van deze verordening,
                            wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de personen die zijn aangesteld als Buitengewoon
                            Opsporingsambtenaar van de gemeente Moerdijk. Voorts zijn met toezicht
                            op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast
                            de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen
                            personen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie. </al></li><li nr="2."><al>De verordening wordt met inachtneming van de bepalingen in de
                                    Gemeentewet bekendgemaakt;</al></li><li nr="3."><al>De Erfgoedverordening gemeente Moerdijk, vastgesteld op 31 mei
                                    2012 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van
                                    deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel
                            29 ingetrokken verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening gemeente
                            Moerdijk 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 18 december 2014,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>