<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ede-Stad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-10-04</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FB 2007 16786</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening regelt dat het college van B&amp;W periodiek onderzoek verricht naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college
            gevoerde bestuur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ede;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21
                        augustus 2007, nummer FB 2007/19716;</al><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Doelmatigheid:</onderstreept></al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                                inzet van middelen.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid:</al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke
                                effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksaanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ieder jaar in december een onderzoeksplan vast voor de
                            in het volgende jaar te verrichten onderzoeken naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur. In het
                            onderzoeksplan kunnen door de raad aangedragen onderzoeksonderwerpen
                            meegenomen worden. Voorafgaand aan het opstellen van het onderzoeksplan
                            vindt afstemming plaats met de auditcommissie en
                            rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan worden per uit te voeren onderzoek de volgende
                            aspecten globaal aangegeven:</al><lijst><li nr="-"><al>het object van onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="-"><al>de doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van uitvoering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt, indien van toepassing, aangegeven welke
                            budgetten in de begroting zijn opgenomen voor de uitvoering van
                            onderzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het onderzoeksplan wordt door het college ter kennisname naar de raad,
                            auditcommissie en rekenkamercommissie gestuurd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert tenminste in de paragraaf Bedrijfsvoering van de
                        begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van bijbehorende
                        budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van een onderzoek stelt het college, indien
                            nodig, een plan van verbetering op. De uitvoering van voorgestelde
                            verbetermaatregelen wordt bewaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per onderzoek wordt een samenvattende rapportage (bevindingen,
                            conclusies, aanbevelingen) ter kennisname aangeboden aan de raad,
                            auditcommissie en rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008 en vervangt
                        de gelijknamige verordening die op 23 oktober 2003 is vastgesteld door de
                        Raad van de gemeente Ede.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoek
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde
                        bestuur”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld bij raadsbesluit van 4 oktober 2007, nr. V.R.
                            2007/61.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening onderzoek doelmatigheid en
                        doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur</titel></kop><tussenkop>Artikel 2 Onderzoeksaanpak</tussenkop><tussenkop>Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. </al><al><cursief>Bij het uitvoeren van onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur wordt een onderverdeling gemaakt
                        in gemeentebrede- en sectorspecifieke onderzoeken. Gemeentebrede onderzoeken
                        hebben betrekking op thema’s/processen die minimaal twee sectoren betreffen.
                        Sectoronderzoeken zijn sectorspecifiek. Onderzoeken worden in principe
                        uitgevoerd door eigen medewerkers. In afwijking hierop kan het Directieteam
                        besluiten om gemeentebrede onderzoeken uit te laten voeren door
                        externen.</cursief></al><al><cursief>De onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                        gevoerde bestuur vormen slechts een deel van de onderzoeken die binnen de
                        gemeente Ede worden uitgevoerd. Naast deze onderzoeken, worden er ook
                        (beleids)onderzoeken uitgevoerd door de afdeling Onderzoek, Ontwikkeling
                        &amp; Statistiek van de stafafdeling Concernzaken en de afdeling
                        Ontwikkeling &amp; Ondersteuning van de sector Educatie, Welzijn en Zorg.
                        Over de uitvoering van deze onderzoeken wordt separaat gerapporteerd aan de
                        raad. Tenslotte wordt er jaarlijks een groot aantal interne controles
                        uitgevoerd. Bij deze controles wordt de vastgestelde werkwijze afgezet tegen
                        de werkwijze die in de praktijk gehanteerd wordt. Bovendien wordt bij deze
                        controles bekeken of er mogelijkheden zijn de procesvoering te verbeteren.
                        De raad wordt via het Concern Jaarverslag AO/IC geïnformeerd over de
                        uitgevoerde interne controles.</cursief></al><tussenkop>Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als de raad dat nodig acht, invloed uit te oefenen. Deze afstemming
                    vindt in beginsel plaats in de auditcommissie. </al><al><cursief>Het onderzoeksplan geeft een volledig beeld van de voorgenomen
                        onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. Het onderzoeksplan is een
                        bijlage van het Concern Jaarplan AO/IC. Het Concern Jaarplan AO/IC wordt
                        vastgesteld door het college en ter kennisname aangeboden aan de raad. In de
                        loop van het jaar kan, onder invloed van de actualiteit, het onderzoeksplan
                        worden aangepast. Wijzigingen/aanvullingen worden door het college
                        geakkordeerd.Het onderzoeksplan bestaat uit de volgende
                        onderdelen:</cursief></al><tussenkop>Object van onderzoek</tussenkop><al>Bij het object van het onderzoek wordt het onderzoeksonderwerp duidelijk
                    afgebakend.</al><tussenkop>Reikwijdte onderzoek</tussenkop><al><cursief>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                        organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen, waarvoor de
                        gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is, of waarvan de activiteiten geheel
                        of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De reikwijdte kan
                        in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het te
                        onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en
                        instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet van tevoren duidelijk
                        worden aangegeven. Aangegeven moet worden, welk tijdvak wordt onderzocht en
                        welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij het
                        onderzoek worden betrokken.</cursief></al><tussenkop>Onderzoeksmethode</tussenkop><al><cursief>Hierbij wordt aangegeven wat voor methoden gebruikt zullen worden.
                        Mogelijkheden zijn benchmarking, enquêtes etc.</cursief></al><tussenkop>Doorlooptijd onderzoek</tussenkop><al>Hierbij wordt een inschatting van de duur van het onderzoek aangegeven.
                    Eventueel wordt hierbij een onderverdeling in fasen gemaakt.</al><tussenkop>Uitvoering onderzoek</tussenkop><al>Hierbij wordt kort ingegaan op de organisatie van het onderzoek. Een belangrijke
                    aspect hierbij is wie gaat het onderzoek uitvoeren.</al><tussenkop>Artikel 3 Voortgang onderzoek</tussenkop><al>De paragraaf Bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    In deze paragraaf wordt gerapporteerd over de stand van zaken met betrekking tot
                    de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het
                    college gevoerde bestuur. </al><tussenkop>Artikel 4 Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al><cursief>De bevindingen van de onderzoeken worden neergelegd in rapporten. De
                        raad ontvangt per onderzoek een samenvatting van de resultaten (bevindingen,
                        conclusies, aanbevelingen). Deze samenvattingen worden toegevoegd aan het
                        Concern Jaarverslag AO/IC. Dit jaarverslag wordt, na vaststelling door het
                        college, ter kennisname verstrekt aan de raad en geeft inzicht in de
                        uitgevoerde werkzaamheden op het gebied van administratieve organisatie en
                        interne controle. Een afschrift van dit jaarverslag wordt eveneens verstrekt
                        aan de auditcommissie en rekenkamercommissie.</cursief></al><al><cursief>De uitvoering van verbetermaatregelen naar aanleiding van uitgevoerde
                        onderzoeken wordt bewaakt. Verbetermaatregelen worden opgenomen in het
                        Ontwikkelplan P/C. Dit Ontwikkelplan P/C bevat een groot aantal activiteiten
                        in het kader van de bedrijfsvoering. Hierbij gaat het zowel om geplande
                        maatregelen, als maatregelen die voortvloeien uit de resultaten van
                        uitgevoerde controles. De auditcommissie wordt periodiek geïnformeerd over
                        de uitvoering van maatregelen die zijn opgenomen in het Ontwikkelplan
                        P/C.</cursief></al><tussenkop>Artikel 5 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven wanneer de verordening in werking treedt. </al><tussenkop>Artikel 6 Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>