<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349531_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014-, nr. 76777, 18-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregels peuteropvang Opsterland 2015 (herzien)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015, art. 12.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-41867</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-55440</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene
            versie </al><al/><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland,</al><al/><al>overwegende dat de raad op 8 december 2014 de verordening gemeentetoeslag voor
            peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie heeft vastgesteld</al><al>en het college bevoegd is nadere regels op te stellen,</al><al/><al>besluiten vast te stellen de volgende</al><al/><al>Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene
            versie</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Peuteropvang omvat ten minste 2 dagdelen per week. De aanbieder is vrij om de lengte
            van het dagdeel te bepalen, met dien verstande dat voor de reguliere peuteropvang de
            twee dagdelen tezamen minimaal 5 en maximaal 7 uren omvatten. De dagdelen hoeven niet
            dezelfde lengte te hebben. Daarnaast komen voor de gemeentetoeslag maximaal 40 weken in
            een kalenderjaar in aanmerking. Dit omdat aangenomen wordt dat de peuter in de
            schoolvakantie geen gebruik maakt van de peuteropvang. Het staat een ouder vrij om in
            schoolvakanties peuteropvang af te nemen of aan de aanbieder om dit aan te bieden. Dit
            vormt echter geen aanleiding om de hoogte van de gemeentetoeslag aan te passen. Voor de
            berekening van de gemeentetoeslag verwijzen we naar artikel 8.</al><al/><al>Voor peuteropvanggroepen geldt een minimumaantal van 7 kinderen in de groep met dien
            verstande dat deze allen tussen de 2 en 4 jaar zijn. In voorkomende gevallen kan een
            groep onder dit minimum aantal kinderen toch haar registratie houden voor de peuters die
            in aanmerking komen voor de gemeentetoeslag. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer:</al><al>- Een aanbieder start met peuteropvang in de gemeente Opsterland. In de opstartfase
            mag er gedurende een half jaar een bezetting zijn met een minimum van 4 peuters.</al><al>- De bezetting door vertrek van een deelnemende peuter de gedurende een tijdelijke
            periode onder de 7 kinderen zakt. Dit dient afgestemd te worden met de gemeente en er
            moet concreet uitzicht zijn op het binnen een periode van 3 maanden weer komen tot een
            bezetting die aan de minimumeis voldoet.</al><al/><al>Een kind kan van de JGZ een indicatie krijgen voor VVE. Het kind is dan een
            doelgroepkind. De definitie van een doelgroepkind en daarmee de criteria worden
            vastgesteld door het college. Deze criteria zijn risicofactoren: voldoet een kind aan
            één of meerdere van deze factoren, dan is er in theorie een risico op een taal- of
            ontwikkelingsachterstand. De verpleegkundige van de JGZ beoordeelt of het risico
            dusdanig is, dat een indicatie wordt afgegeven. Na verloop van tijd zou het zo kunnen
            zijn dat de achterstand ingehaald is of niet meer bestaat. De indicatie kan dan
            ingetrokken worden. De risicofactoren zijn: het opleidingsniveau ouders, een eventuele
            indicatie voor Stevig Ouderschap en een omgevingsanalyse (de taalomgeving thuis en de
            spraak-taalontwikkeling van het kind).</al><al/><al>Een aanbieder krijgt een registratie in het LRKP als de GGD daarvoor na inspectie het
            advies geeft aan de gemeente. Een registratie als VVE- locatie kan plaatsvinden als de
            GGD en/ of de Inspectie van Onderwijs aangeven dat de locatie aan de wettelijke
            vereisten voldoet en voldoende kwaliteit voor VVE biedt. Toezicht en handhaving op de
            kwaliteit van de locaties zoals geconstateerd door de GGD, wordt uitgevoerd volgens de
            beleidsregels die de gemeente hiervoor heeft opgesteld op grond van de Wet
            Kinderopvang.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden voor de gemeentetoeslag</titel></kop><al>Er wordt gewerkt met minstens twee dagdelen omdat dat het meest effectief is voor het
            leren van kinderen. De gemeentelijke regeling heeft een educatief doel om kinderen zo
            goed mogelijk voor te bereiden op de basisschool. Bij gebruik van peuteropvang minder
            dan twee dagdelen vervalt in principe het recht op de gemeentetoeslag. Uitzondering
            hierop is de gewenningsperiode: in de gewenningsperiode mag een peuter tijdelijk
            gedurende 1 dagdeel de peuteropvang bezoeken. Verondersteld wordt dat een
            gewenningsperiode maximaal 2 maanden in beslag neemt.</al><al/><al>Een persoon kan kinderopvangtoeslag krijgen als hij werkt, studeert, een traject volgt
            om werk te vinden of verplicht een inburgeringcursus volgt bij een gecertificeerde
            instelling. Dit geldt ook voor de toeslagpartner. Iemand komt in aanmerking voor
            kinderopvangtoeslag als hij/ zij:</al><al>- in dienst is bij een werkgever</al><al>- zonder vergoeding meewerkt in de zaak van de partner</al><al>- winst uit onderneming heeft</al><al>- inkomsten uit andere werkzaamheden heeft, bijvoorbeeld als freelancer of
            artiest</al><al>- een re-integratietraject volgt via de werkgever</al><al>- jonger is dan 18, bijstand ontvangt en een opleiding volgt</al><al>- een traject volgt naar werk en geen uitkering of werkgever heef </al><al>- verplicht een inburgeringcursus volgt bij een gecertificeerde instelling</al><al>- een traject naar werk volgt</al><al>- student is.</al><al/><al>Onder een overeenkomst met een aanbieder wordt verstaan dat de ouder een formulier
            ondertekend heeft waarop tenminste aangegeven wordt:</al><al>- De startdatum van de peuteropvang</al><al>- De dagen en tijden waarop gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang</al><al>- De prijs per uur van de peuteropvang</al><al>- Het LRKP nummer van de aanbieder</al><al>- Het BSN nummer van de peuter</al><al>Mits de voorstaande gegevens vermeld worden, kan de overeenkomst ook een offerte
            zijn.</al><al/><al>Onder een inkomstenverklaring wordt verstaan een jaaropgave van de werkgever of de
            uitkeringsinstantie, een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting of een IB60 formulier.
            Dit is een formulier van de Belastingdienst waaruit blijkt wat het bruto gezinsinkomen
            per jaar is. Het IB60-formulier kan gratis aangevraagd worden bij de Belastingdienst via
            de Belastingtelefoon: 0800-0543. Het duurt gemiddeld 5 werkdagen voor het formulier
            ontvangen wordt door de aanvrager. In voorkomende gevallen kan de gemeente specifiek
            vragen om een IB60 formulier te overleggen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opvang VVE-doelgroepkinderen</titel></kop><al>&lt;Vervallen 1 december 2014&gt;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een aanvraag kan in ieder geval worden geweigerd in de volgende situaties:</al><al>- De aanvraag is niet compleet ingediend, na hersteltermijn;</al><al>- Het kind is niet tussen de 2 en 4 jaar bij start op de peuteropvang;</al><al>- Er wordt geen gebruik gemaakt van een peuteropvang met LRKP registratie inclusief
            VVE;</al><al>- Het kind woont niet in de gemeente Opsterland;</al><al>- Er wordt niet gedurende tenminste twee dagdelen van 5 tot 7 uur in de week gebruik
            gemaakt van de peuteropvang;</al><al>- Ouder(s)/ verzorger(s) heeft/ hebben recht op Kinderopvangtoeslag of een andere
            financiële regeling voor gebruik van kinderopvang/ peuteropvang.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Spreekt voor zich.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor
              peuteropvang</titel></kop><al>Het college stelt een aanvraagformulier, een wijzigingsformulier en een
            verantwoordingsformulier vast. Deze formulieren zijn opgenomen bij de uitvoeringsregels
            als respectievelijk bijlage 1, 2 en 3.</al><al/><al>De termijn van aanvragen binnen 12 weken nadat de peuteropvang gestart is, is in lijn
            met de termijn die de Belastingdienst hiervoor stelt.</al><al/><al>Indien een aanbieder aangeeft dat een ouder die gemeentetoeslag ontvangt voor de derde
            keer op rij de aanbieder niet betaalt, dan wordt de gemeentetoeslag van de ouder
            stopgezet. Daarnaast kan in daartoe aanleiding gevende situaties het toeslagbedrag
            rechtstreeks aan de aanbieder worden overgemaakt.</al><al/><al>Voor het verantwoorden van de gemeentetoeslag moet de aanvrager tenminste
            overleggen:</al><al>- Het toetsingsinkomen over het betreffende kalenderjaar. Hiervoor kan de (voorlopige)
            aanslag inkomstenbelasting of de jaaropgave(n) gebruikt worden.</al><al>- De jaaropgaaf van de aanbieder(s) van peuteropvang.</al><al/><al>Voor onder meer ondernemers is het aannemelijk dat een inkomensverklaring niet voor 1
            april ingeleverd kan worden. Er zijn andere uitzonderingssituaties denkbaar. In
            dergelijke gevallen gaan de aanvrager(s) en gemeente in gesprek om een maatwerkoplossing
            overeen te komen.</al><al/><al>Op basis van een steekproef kan de gemeente vragen om een IB60 formulier te
            overleggen. Na ontvangst van de volledige verantwoording, berekent de gemeente de
            definitieve hoogte van de gemeentetoeslag. Heeft de aanvrager te weinig gemeentetoeslag
            ontvangen, dan wordt het verschil uitbetaald. Heeft de aanvrager teveel gemeentetoeslag
            ontvangen, dan wordt het verschil teruggevorderd, tenzij het terug te betalen bedrag
            minder is dan € 40,-.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse wijzigingen</titel></kop><al>Ten aanzien van wijzigingen in het inkomen vindt een directe aanpassing van de hoogte
            van de gemeentetoeslag plaats wanneer de verhoging of verlaging van inkomen zodanig is
            dat men in de volgende of voorgaande inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage
            valt. De aanpassing wordt niet doorgevoerd wanneer er bij een inkomensverhoging of
            verlaging nog minder dan 4 maanden gebruik gemaakt gaat worden van de
            gemeentetoeslag.</al><al/><al>Een tussentijdse wijziging is ook deelname van een volgend kind uit hetzelfde gezin
            aan peuteropvang, in hetzelfde kalenderjaar als waar de gemeentetoeslag al voor berekend
            was.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Berekening van de gemeentetoeslag</titel></kop><al>Er wordt gewerkt met minstens twee dagdelen omdat dat het meest effectief is voor het
            leren van kinderen. De gemeentelijke regeling heeft een educatief doel om kinderen zo
            goed mogelijk voor te bereiden op de basisschool. Bij gebruik van peuteropvang minder
            dan twee dagdelen (anders dan tijdens de gewenningsperiode) vervalt in principe het
            recht op de gemeentetoeslag.</al><al/><al>Het maximale uurtarief waarover de gemeentetoeslag wordt berekend is in 2015 € 6,84.
            Voor de berekening van de gemeentetoeslag voor ouders/ verzorgers die niet in aanmerking
            komen voor Kinderopvangtoeslag, wordt de adviestabel ouderbijdrage van de VNG 2015
            gehanteerd.</al><al/><al>Voor ouders die in een schuldsaneringstraject via de gemeente zitten of aan het
            wettelijk schuldsaneringstraject via de WSNP deelnemen, geldt dat zij in aanmerking
            komen voor 100% vergoeding van peuteropvang via de gemeentetoeslag. In deze situatie
            wordt er rechtstreeks aan de aanbieder vergoed.</al><al/><al>Het aantal weken waarover de gemeentetoeslag wordt verstrekt is maximaal 40 in een
            kalenderjaar omdat de schoolvakanties niet meegerekend worden. Het bedrag aan
            gemeentetoeslag per maand komt tot stand door:</al><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage per uur vast te stellen aan de hand van de inkomenscategorie uit
                de adviestabel.</al></li><li nr="2."><al>Het uurtarief (maximaal € 6,84 in 2015) te verminderen met de eigen bijdrage. Dit
                levert het toeslagbedrag per uur op.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal uren peuteropvang per week vermenigvuldigen met 40 weken en het
                toeslagbedrag per uur. Dit is het jaarbedrag van de gemeentetoeslag.</al></li><li nr="4."><al>Het jaarbedrag delen door 12 maanden. Dit is het toeslagbedrag wat maandelijks
                uitgekeerd wordt.</al><al>Er wordt gekozen voor betaling van het toeslagbedrag per maand omdat de
                facturering van de aanbieders ook maandelijks plaatsvindt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoedingen en subsidie VVE voor aanbieders</titel></kop><al>De subsidie van € 400,- per VVE-doelgroeppeuter per jaar wordt verrekend naar rato
                van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. Dat
                wil zeggen dat als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, er € 200,-
                toegekend kan worden. Doelgroepplaatsen dienen te worden gebruikt door door de JGZ
                geïndiceerde doelgroeppeuters.</al><al/><al>Nieuwe aanbieders die gebruik maken van de subsidieregeling voor kwalificering als
                VVE locatie en concreet kunnen aantonen wanneer de scholing is afgerond en het VVE
                programma en het kindvolgsysteem geïmplementeerd zijn, kunnen in aanmerking komen
                voor een voorlopige VVE registratie.</al><al/><al>Ten aanzien van het VVE programma zegt het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
                voorschoolse educatie in art. 5: “Voor de voorschoolse educatie wordt een programma
                gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt
                gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele
                ontwikkeling.”</al><al>Een erkend programma geniet de voorkeur omdat hiervan bekend is dat het voldoet
                aan deze bepaling. De Inspectie van Onderwijs geeft echter aan: “..Sommige
                gemeenten/vve-locaties werken met een vve-programma dat niet door Sardes of het NJI
                beoordeeld is, maar waarvan de gemeente/ houder van psz/kdv aantoont dat het voldoet
                aan de eisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, art.
                5. Als dat allemaal niet het geval is, kan pas een oordeel over het programma
                gegeven worden op basis van de beoordeling van C1.2, C1.3, C1.4, C2, C3 en D1.1: als
                daar 2-en gegeven worden die zijn terug te voeren op de inhoud van het programma,
                krijgt het programma ook een ‘2’.“</al><al/><al>De gemeente maakt dezelfde uitzondering ten aanzien van een VVE programma. Als een
                door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de
                voorwaarden zoals hierboven omgeschreven, kan de aanbieder er voor kiezen deze te
                gebruiken. De gemeente gaat dan niet actief onderzoeken of het programma aan de
                gestelde eisen voldoet, maar wacht het oordeel van de Inspectie van Onderwijs
                hierover af. Indien een erkend VVE-programma aangeschaft wordt, kan de subsidie
                vooraf uitgekeerd worden. In het geval van een niet erkend VVE programma wordt de
                subsidie voor de aanschaf van de methode en materialen pas uitbetaald wanneer de
                Inspectie een positief oordeel hierover heeft geveld.</al><al/><al>Doelgroeppeuters mogen van extra uren VVE (het VVE- aanbod) gebruik maken. Het VVE
                – aanbod omvat minimaal 3 en maximaal 5,5 uur, met dien verstande dat de som van
                VVE-aanbod en reguliere peuteromvang tenminste 10 uur en maximaal 10,5 uur is. Het
                VVE- aanbod wordt de ouders niet in rekening gebracht. De aanbieder stuurt de
                maandelijkse factuur voor het VVE-aanbod rechtstreeks naar de gemeente, zowel voor
                ouders met gemeentetoeslag als voor ouders met kinderopvangtoeslag. De aanbieder
                stelt een overeenkomst op voor het VVE-aanbod per doelgroeppeuter tussen aanbieder
                en gemeente waarbij een kopie van de overeenkomst tussen aanbieder en ouder voor de
                reguliere peuteropvang als bijlage toegevoegd wordt. De aanbieder spant zich er voor
                in dat het derde dagdeel ook daadwerkelijk benut wordt door de doelgroeppeuter. Bij
                langdurig of structureel niet-gebruik van het VVE-aanbod door de doelgroeppeuter,
                licht de aanbieder de gemeente in en vervalt de overeenkomst voor het VVE- aanbod
                van de doelgroeppeuter.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Eisen aan aanbieders</titel></kop><al>De kwaliteit van VVE op de voorschool wordt door de Inspectie van Onderwijs
                beoordeeld aan de hand van de Werkinstructie VVE- locatie (maart 2014). In 2015 moet
                uit het oordeel van de Inspectie van Onderwijs blijken dat de indicatoren Wettelijke
                condities (A) en Ontwikkeling, begeleiding, zorg (D) volledig voldoende (score 3)
                beoordeeld worden. Niettegenstaande hetgeen in artikel 10 van de verordening wordt
                gesteld, kan het aanleiding voor de gemeente zijn voor nader onderzoek, afwijzing,
                stopzetting of bijstelling van de subsidie als een indicator van deze domeinen door
                de Inspectie als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (score 2 of 1) beoordeeld
                wordt.</al><al/><al>De wettelijke condities worden getoetst door de GGD. Indien dit niet door de GGD
                getoetst is op het moment dat de Inspectie de locatie bezoekt, toetst de Inspectie
                dit onderdeel zelf. Toezicht en handhaving op de kwaliteit van de locaties zoals
                geconstateerd door de GGD, wordt uitgevoerd volgens de beleidsregels die de gemeente
                hiervoor heeft opgesteld op grond van de Wet Kinderopvang.</al><al/><al>Voor beide onder artikel 9 genoemde subsidies geldt dat het college de
                aanvraagformulieren vaststelt. Het aanvraagformulier voor een subsidie ten behoeve
                van doelgroeppeuters is opgenomen bij deze uitvoeringsregels als bijlage 4. Het
                aanvraagformulier voor nieuwe aanbieders ten behoeve van een subsidie bedoeld voor
                de scholing van leidsters en aanschaf van een VVE programma is opgenomen bij deze
                uitvoeringsregels als bijlage 5.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>De hardheidsclausule wordt in ieder geval toegepast voor peuters die</al><al>- in 2014 gebruik maakten van een peuterspeelzaal in Opsterland maar woonachtig
                zijn in een andere gemeente;</al><al>- in 2014 op indicatie van het CJG gebruik maakten van een derde dagdeel
                peuterspeelzaal. Zij kunnen in aanmerking worden gebracht voor de extra VVE – uren
                ook als zij geen indicatie van het consultatiebureau hebben.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><al>Spreekt voor zich.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>1. Deze uitvoeringsregels treden in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige
                intrekking van de op 7 oktober 2014 vastgestelde uitvoeringsregels gemeentetoeslag
                voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015;</al><al>2. Deze uitvoeringsregels worden aangehaald als: Uitvoeringsregels peuteropvang
                Opsterland 2015 (herzien).</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 9 december
            2014,</ondertekening><ondertekening>De gemeentesecretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Koen van Veen. Ellen van Selm.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Opsterland/i247241.pdf">aanvraag en andere formulieren behorend bij gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>