<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349526_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde gemeenteraad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-09-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde gemeenteraad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                        van de raad van de gemeente Achtkarspelen</vet> (zoals laatst
                        gewijzigd bij raadsbesluit van </al><al>11 december 2014)</al><al>De raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium d.d. 31 januari 2014;</al><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen het volgende </al><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                        van de raad van de gemeente Achtkarspelen. </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><onderstreept>voorzitter</onderstreept>: de voorzitter van de
                                    raad of diens vervanger;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>griffier</onderstreept>: de griffier van de raad
                                    als bedoeld in art. 107 van de wet;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>secretaris</onderstreept>: de gemeentesecretaris
                                    als bedoeld in art. 102 van de wet;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>amendement</onderstreept>: voorstel tot wijziging
                                    van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm
                                    geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>subamendement</onderstreept>: voorstel tot
                                    wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om
                                    direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>motie</onderstreept>: korte en gemotiveerde
                                    verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of
                                    verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>presidium</onderstreept>: het presidium als
                                    bedoeld in de Verordening op het presidium 2012;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>voorstel van orde</onderstreept>: voorstel
                                    betreffende de orde van de vergadering;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>initiatiefvoorstel</onderstreept><onderstreept>:</onderstreept>
                                    een voorstel voor een verordening of een ander voorstel,
                                    afkomstig van</al></li></lijst><al>één of meerdere raadsleden;</al><lijst><li nr="-"><al><onderstreept>interpellatie</onderstreept>: het vragen van
                                    inlichtingen aan het college of de burgemeester over een
                                    onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>wet</onderstreept>: de Gemeentewet.</al><al>Artikel 2 De voorzitter</al><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de wet of dit reglement hem verder
                                            opdraagt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 De griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad
                                            aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier
                                            vervangen door een door de raad daartoe aangewezen
                                            plaatsvervangend griffier.</al></li><li nr="3."><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter
                                            uitgenodigd, aan de beraadslagingen</al><al> als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></li></lijst><al>Artikel 4 De secretaris</al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de
                                    vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                                    beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. </al><al><vet>Artikel 5 Presidium</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium wordt door middel van een afzonderlijke
                                            verordening ingesteld en de taken, bevoegdheden en
                                            werkwijze worden daarin omschreven. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 6 Nestor van de raad</vet></al><al>Het langst zittende raadslid fungeert als nestor van de raad. De
                                    nestor heeft een ceremoniële rol. Indien meer leden van de raad
                                    even lang zitting hebben, fungeert het oudste lid van hen als
                                    nestor.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</al><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad door
                                            middel van loting een commissie in bestaande uit drie
                                            leden van de raad. De commissie onderzoekt de
                                            geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                            van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                            stembureaus.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de
                                            geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en
                                            doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                                            verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                            minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten
                                            leden op om in de eerste vergadering van de raad in
                                            nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet,
                                            de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                            leggen. </al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept
                                            de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor
                                            de vergadering van de raad waarin over diens toelating
                                            wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en
                                            belofte af te leggen.</al></li><li nr="5."><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig
                                            het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt
                                            of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet.
                                            De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het
                                            tweede lid.</al></li><li nr="6."><al>Voorafgaand aan de benoeming van een wethouder kan de
                                            raad besluiten tot het houden van een
                                            integriteitsonderzoek. </al></li></lijst><al>Artikel 8 Fractie</al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau
                                            op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard,
                                            worden bij de aanvang van de zitting als één fractie
                                            beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid van
                                            de raad verkozen, dan wordt dit lid als een
                                            afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was
                                            geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding
                                            als naam. Indien geen aanduiding boven de
                                            kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de
                                            eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee
                                            welke naam deze fractie in de raad wil voeren. </al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie
                                            en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig
                                            mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>a. Indien:</al><al> 1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden, of</al><al> 2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden,
                                            of</al><al> 3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten
                                            bij een andere fractie;</al><al> wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                            mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></li><li nr="b."><al>Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt
                                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                            vergadering van de raad na de mededeling daarvan.</al></li></lijst><al>Artikel 8a Vervangingsregeling fracties</al><lijst><li nr="1."><al>Een fractie mag een niet-raadslid voordragen voor
                                            benoeming door de raad tot lid van een werkgroep of
                                            commissie, met uitzondering van een bestuurscommissie
                                            als bedoeld in art. 83 van de wet. </al></li><li nr="2."><al>Het te benoemen niet-raadslid moet voldoen aan het
                                            bepaalde in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                                            Gemeentewet.</al></li><li nr="3."><al>De raad is bevoegd om af te wijken van het bepaalde in
                                            het tweede lid, voor zover hiermee niet in strijd wordt
                                            gehandeld met de bepalingen van de wet. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip </vet><vet>van vergaderen;
                                        voorbereidingen, indeling</vet></al><al>Artikel 9 Vergaderstructuur </al><lijst><li nr="1."><al>De vergadercyclus van de raad wordt door het presidium
                                            vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De raadsvergaderingen en andere bijeenkomsten van de
                                            raad vinden zoveel mogelijk plaats op donderdagen vanaf
                                            16.00 uur in het gemeentehuis.</al></li><li nr="3."><al>Er wordt naar gestreefd de raadsvergadering uiterlijk om
                                            23.00 uur te beëindigen.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium kan besluiten tot het houden van
                                            afzonderlijke informatiebijeenkomsten waaraan op
                                            uitnodiging kan worden deelgenomen door één of meer
                                            leden van het college en door het college aan te wijzen
                                            ambtenaren. Het presidium kan besluiten dat deze
                                            bijeenkomsten in beslotenheid worden gehouden.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag
                                            en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats
                                            aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van
                                            een spoedeisende situatie, overleg met het
                                            presidium.</al></li><li nr="6."><al>De behandeling van de raadsvoorstellen is in principe
                                            verdeeld over een informerend, opiniërend en
                                            besluitvormend deel. De informerende behandeling van de
                                            raadsvoorstellen vindt plaats in de informatiecarrousel
                                            en de opiniërende/ besluitvormende behandeling in de
                                            raadsvergadering.</al></li></lijst><al>Artikel 10 Oproep</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 14 dagen voor een
                                            raadsvergadering de leden en de wethouders een
                                            schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                            tijdstip en plaats van de raadsvergadering.</al></li><li nr="2."><al>Voor een informatiecarrousel zendt de voorzitter de
                                            leden en de wethouders een week van tevoren een
                                            schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                            tijdstip en plaats van de bijeenkomst.</al></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken,
                                            met uitzondering van de in artikel 25 eerste en tweede
                                            lid van de wet bedoelde stukken worden tegelijkertijd
                                            met de schriftelijke oproep gepubliceerd op de
                                            raadswebsite. </al></li><li nr="4."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als
                                            bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en
                                            de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch
                                            uiterlijk 48 uur voor aanvang aan de leden en de
                                            wethouders toegezonden.</al></li></lijst><al>Artikel 11 De agenda</al><lijst><li nr="1."><al>Het presidium stelt aan de hand van de termijnagenda en
                                            eventueel tussentijds toegevoegde onderwerpen de agenda
                                            van de raadsvergaderingen voorlopig vast en bepaalt
                                            daarbij de status van de onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg
                                            met het presidium na het verzenden van de schriftelijke
                                            oproeping tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                            vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda
                                            vast. Op voorstel van een lid van de raad of van de
                                            voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda
                                            onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                            afvoeren.</al></li><li nr="4."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                            voorzitter, kan de raad de volgorde van behandeling van
                                            de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 De informatiecarrousel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de informatiecarrousel worden de door de
                                            raadsfracties vooraf geselecteerde raadsvoorstellen
                                            informerend behandeld, tenzij vooraf behandeling heeft
                                            plaatsgevonden in het presidium of in de
                                            controlecommissie, bij benoeming van personen en overige
                                            door het presidium vast te stellen uitzonderingen.</al></li><li nr="2."><al>Inwoners van de gemeente Achtkarspelen en bij de
                                            gemeente Achtkarspelen belang hebbende organisaties
                                            worden in de gelegenheid gesteld een onderwerp op de
                                            agenda van de informatiecarrousel te plaatsen. Zij
                                            kunnen daartoe een verzoek indienen bij de raadsgriffie,
                                            waarbij wordt aangegeven wat het onderwerp is, het doel
                                            van de agendering en wie de woordvoerder is. Het verzoek
                                            wordt door de raadsgriffie voorgelegd aan het presidium,
                                            dat besluit of en zo ja, wanneer het onderwerp wordt
                                            geagendeerd. Bij de beoordeling van het verzoek kan het
                                            presidium het college om advies vragen.</al></li><li nr="3."><al>Op de agenda van de informatiecarrousel wordt
                                            onderscheid gemaakt tussen vergaderstukken en
                                            informatiestukken. Vergaderstukken komen later
                                            opiniërend/besluitvormend weer terug op de raadsagenda
                                            en informatiestukken zijn puur ter informatie
                                            geagendeerd.</al></li><li nr="4."><al>De raad beperkt zich tot het stellen van verhelderende
                                            vragen aan het college.</al></li><li nr="5."><al>Na afloop van de informatiecarrousel is het college nog
                                            in de gelegenheid om een raadsvoorstel zo nodig aan te
                                            passen. Indien dit leidt tot fundamentele wijzigingen
                                            van het voorstel, dient het daarna eerst weer in een
                                            informatiecarrousel behandeld te worden.</al></li><li nr="6."><al>Als de raad daarom verzoekt, kan de
                                            informatievoorziening vergezeld gaan van een
                                            presentatie. Deze kan worden verzorgd door de
                                            portefeuillehouder, een door het college aangewezen
                                            ambtenaar of door een externe deskundige.</al></li><li nr="7."><al>Onder verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder
                                            kunnen ook ambtenaren de raad informeren tijdens de
                                            bijeenkomst.</al></li><li nr="8."><al>De leiding van een informatiecarrousel berust bij een
                                            lid van de gemeenteraad.</al></li><li nr="9."><al>Bij de raadsgriffie geregistreerde schaduwfractieleden
                                            (maximaal twee per fractie) kunnen op gelijke voet met
                                            raadsleden aan de informatiecarrousel deelnemen. </al></li><li nr="10."><al>Omdat er geen besluitvorming plaatsvindt, heeft de
                                            informatiecarrousel niet de officiële status van
                                            raadsvergadering met de daarbij behorende wettelijke
                                            vergader- en besluitquora. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 12a Forum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaand aan de informatiecarrousel vindt een forum
                                            plaats, waarin inwoners van Achtkarspelen en bij de
                                            gemeente Achtkarspelen belanghebbende organisaties in de
                                            gelegenheid worden gesteld om met de aanwezige raads- en
                                            collegeleden in gesprek te gaan over de voor de
                                            informatiecarrousel geagendeerde onderwerpen. Daarnaast
                                            kunnen zij informatie geven over de geagendeerde
                                            onderwerpen, al dan niet in de vorm van een
                                            presentatie.</al></li><li nr="2."><al>Deelname aan het forum kan alleen na voorafgaande
                                            aanmelding bij de raadsgriffie. Deze aanmelding moet ten
                                            minste 24 uur tevoren plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>De raadsgriffie kan inwoners van Achtkarspelen en bij de
                                            gemeente Achtkarspelen belanghebbende organisaties ook
                                            uitnodigen om aan het forum deel te nemen.</al></li><li nr="4."><al>De leiding van het forum berust bij een lid van de
                                            gemeenteraad.</al></li><li nr="5."><al>Per onderwerp kan een maximale bespreektijd worden
                                            vastgesteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 De raadsvergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Raadsvoorstellen kunnen opiniërend,
                                            opiniërend/besluitvormend en besluitvormend geagendeerd
                                            worden.</al></li><li nr="2."><al>In het opiniërende deel wordt de raad gevraagd om
                                            politieke en/of bestuurlijke hoofdkeuzes te maken c.q.
                                            richtinggevende uitspraken te doen ten behoeve van het
                                            college. De raadsleden debatteren daarbij voornamelijk
                                            onderling zonder vaste termijnen.</al></li><li nr="3."><al>Indien het voorstel zich daartoe leent, kan de
                                            voorzitter de raad voorstellen het voorstel in
                                            besluitvormende zin af te doen in dezelfde
                                            raadsvergadering.</al></li><li nr="4."><al>In het besluitvormende deel van de raadsvergadering
                                            neemt de raad besluiten.</al></li></lijst><al>Artikel 14 Publicatie van stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                            voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met
                                            het verzenden van de schriftelijke oproep op de website
                                            van de raad (www.raad-achtkarspelen.nl) geplaatst. De
                                            voorzitter maakt van deze publicatie melding in de
                                            openbare kennisgeving bedoeld in artikel 15. Indien na
                                            het verzenden van de schriftelijke oproeping stukken
                                            worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan
                                            de leden en zo mogelijk in een openbare
                                            kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                            tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd,
                                            blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid,
                                            onder berusting van de griffier en verleent de griffier
                                            de leden van de raad inzage in deze stukken. </al></li></lijst><al>Artikel 15 Openbare kennisgeving</al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in een in de
                                            gemeente verschijnend huis-aan-huisblad en door
                                            plaatsing op de internetsite van de gemeente ter
                                            openbare kennis gebracht.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></li><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop een ieder de agenda en de daarbij
                                            behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 21.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al>Artikel 16 Presentielijst</al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                    de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                    lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                    vastgesteld. </al><al>Artikel 17 Kennisgeving van verhindering</al><al>Het lid van de raad dat verhinderd is de vergadering bij te
                                    wonen, geeft daarvan voor aanvang van de vergadering kennis aan
                                    de voorzitter en/of de griffier.</al><al><vet>Artikel 18 Zitplaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad, de griffier en de
                                            wethouders hebben een vaste zitplaats, door het
                                            presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode
                                            van de raad aangewezen. </al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het presidium de
                                            indeling herzien. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Opening vergadering; quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde
                                            uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal
                                            leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig
                                            is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet
                                            het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de
                                            voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige
                                            leden, dag en uur van de volgende vergadering, met
                                            inachtneming van artikel 20 van de wet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 Ambtsgebed</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de opening en na de sluiting van de vergadering
                                            gaat één van de leden de raad voor in gebed. </al></li><li nr="2."><al>De inhoud van de ambtsgebeden wordt bij afzonderlijk
                                            raadsbesluit vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>In bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van
                                            het krachtens het tweede lid vastgestelde
                                            ambtsgebed.</al></li></lijst><al>Artikel 21 Spreekrecht burgers</al><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaande aan elk agendapunt van de
                                            informatiecarrousel en de raadsvergadering kunnen
                                            burgers het woord voeren over geagendeerde
                                            onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al></li><li nr="a."><al>over besluitvormende agendapunten;</al></li><li nr="b."><al>over agendapunten die al zijn behandeld in het forum
                                            voorafgaand aan de informatiecarrousel;</al></li><li nr="c."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar of beroep op de rechter open staat, zal staan of
                                            heeft opengestaan;</al></li><li nr="d."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van personen;</al></li><li nr="e."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="f."><al>over onderwerpen waarover een hoorzitting is gehouden
                                            door een ad hoc commissie uit de raad;</al></li><li nr="g."><al>indien de inspreker met betrekking tot hetzelfde
                                            agendapunt al een keer gebruik heeft gemaakt van het
                                            spreekrecht.</al></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt
                                            dit schriftelijk of mondeling voor de aanvang van de
                                            vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het
                                            onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam,
                                            adres, zijn telefoonnummer, namens wie hij spreekt en
                                            levert de inspraakreactie bij voorkeur digitaal in bij
                                            de griffier. Hij dient aanwezig te zijn aan het begin
                                            van de inspreekperiode.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van
                                            aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken,
                                            indien dit in het belang is van de orde van de
                                            vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord.
                                            Indien er meer dan drie sprekers zijn, kan de voorzitter
                                            de maximale spreektijd inkorten. De voorzitter kan
                                            tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale
                                            lengte van de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                            heeft verleend. De voorzitter en de leden van de raad
                                            kunnen vragen stellen aan de inspreker, het is hen
                                            echter niet toegestaan met de inspreker te beraadslagen.
                                            De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel
                                            doen over de behandeling van de inbreng van de
                                            burger.</al></li><li nr="7."><al>De spreker richt zich tot de voorzitter van de raad en
                                            houdt zich aan de door de voorzitter gegeven
                                            aanwijzingen.</al></li><li nr="8."><al>Indien de spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                            uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in
                                            behandeling zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde
                                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde
                                            geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen
                                            gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord
                                            ontzeggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 22 Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Voor de aanvang van een hoofdelijke stemming wordt door het lot
                                    beslist bij welk nummer van de presentielijst de hoofdelijke
                                    stemming begint. </al><al>Artikel 23 Besluitenlijst</al><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                            besluitenlijst van de vergadering. </al></li><li nr="2."><al>De conceptbesluitenlijst van de voorgaande vergadering
                                            wordt zo snel mogelijk, en in elk geval 7 dagen voor de
                                            volgende raadsvergadering aan de leden van de raad
                                            toegezonden. </al></li><li nr="3."><al>Tijdens de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de
                                            besluitenlijst van de vorige vergadering
                                            vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de raad, de voorzitter, de wethouders en de
                                            griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering
                                            aan de raad te doen, indien de besluitenlijst
                                            onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                            gezegd of besloten is.</al></li><li nr="5."><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al></li><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders
                                            en de secretaris, voor zover aanwezig en de ter
                                            vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die
                                            afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd
                                            hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>de uitkomst van de beraadslagingen; </al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            daarbij vermeld de eventuele stemverklaringen en bij
                                            hoofdelijke stemming de vermelding van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van
                                            stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het niet is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen (ogv
                                            artikel 28 Gemeentewet);</al></li><li nr="f."><al>een beknopte weergave van de gedane toezeggingen.</al></li><li nr="g."><al>de standpunten van het college ten aanzien van de
                                            ingediende moties en amendementen.</al></li><li nr="6."><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de
                                            griffier en op aanvraag toegezonden aan overige personen
                                            die het woord hebben gevoerd in de raad.</al></li><li nr="7."><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter
                                            en de griffier ondertekend.</al></li></lijst><al>Artikel 24 Ingekomen stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waarbij het in principe
                                            gaat om brieven van personen en organisaties van buiten
                                            de gemeentelijke organisatie, komen op de digitale Lijst
                                            Ingekomen Stukken (LIS) van de raad. Interne stukken
                                            (van het college) komen in de informatiecarrousel aan de
                                            orde, of worden gepubliceerd in de digitale leesmap.
                                        </al></li><li nr="2."><al>Individuele raadsleden kunnen de griffie verzoeken een
                                            ingekomen stuk te agenderen voor de informatiecarrousel.
                                        </al></li></lijst><al>Artikel 25 Spreekregels</al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad spreken in principe in eerste
                                            termijn vanaf het spreekgestoelte en in tweede termijn
                                            vanaf hun zitplaats. Zij richten zich tot de voorzitter.
                                            De wethouders spreken wanneer zij hiertoe verzocht
                                            worden en richten zich eveneens tot de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen
                                            dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf
                                            een andere plaats spreken.</al></li></lijst><al>Artikel 26 Volgorde sprekers</al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de
                                            voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin
                                            het is gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Van de in het tweede lid bedoelde volgorde kan worden
                                            afgeweken:</al></li><li nr="a."><al>voor het geven van een beknopte mondelinge toelichting
                                            op een voorstel door de voorsteller(s);</al></li><li nr="b."><al>voor een persoonlijk feit;</al></li><li nr="c."><al> voor het indienen van een voorstel van orde.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 27 Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel
                                            geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad
                                            anders beslist. </al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter
                                            afgesloten.</al></li></lijst><al>Artikel 28 Spreektijd</al><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van
                                    de leden en de overige aanwezigen.</al><al>Artikel 29 Handhaving orde; schorsing</al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                            tenzij</al></li><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                            bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                            betoog zal afronden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                            uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in
                                            behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                            herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde
                                            geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen
                                            gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                            vergadering, waarin dit plaats heeft, over het
                                            aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                            vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen
                                            en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt
                                            verstoord - de vergadering sluiten.</al></li></lijst><al>Artikel 30 Beraadslaging; schorsing</al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van
                                            de raad besluiten over één of meer onderdelen van een
                                            onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                            voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor
                                            een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het
                                            college of de leden van de raad de gelegenheid te geven
                                            tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                            hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst><al>Artikel 31 Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                            aanwezige leden van de raad, de wethouder, de
                                            secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan
                                            de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                            voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens
                                            met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde
                                            zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li><li nr="3."><al>Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten
                                            deel te nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen
                                            van dit reglement van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 32 Stemverklaring</al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot
                                    stemming overgaat, heeft ieder lid van de raad het recht zijn
                                    uit te brengen stem kort te motiveren.</al><al><vet>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</vet></al><al>Artikel 33 Algemene bepalingen over stemming</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien
                                            geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit
                                            niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel
                                            zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen een aantekening
                                            in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen
                                            worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te
                                            hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd,
                                            vindt de stemming door middel van handopsteking
                                            plaats.</al></li><li nr="4."><al>Indien gewenst, kan ook hoofdelijke stemming
                                            plaatsvinden. De voorzitter roept de leden bij naam op
                                            hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                                            van de raad dat daarvoor overeenkomstig artikel 22 is
                                            aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                            volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering
                                            aanwezig lid van de raad, dat zich niet van deelneming
                                            aan de stemming moet onthouden op basis van artikel 28
                                            van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te
                                            brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’
                                            ('foar') of ‘tegen’ ('tsjin') uit te spreken, zonder
                                            enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                            vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen
                                            voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid
                                            zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
                                            voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                            gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft
                                            vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter
                                            geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                            mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                            uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
                                            van het genomen besluit.</al></li></lijst><al>Artikel 34 Stemming over amendementen en moties </al><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                            ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                            wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                            over het amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op
                                            een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de
                                            voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden
                                            gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                            verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                            stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is
                                            ingediend, vindt stemming over deze motie plaats bij de
                                            behandeling van het voorstel en wordt eerst over het
                                            voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al></li><li nr="5."><al>Bij moties van verstrekkende aard kan de raad van het
                                            hiervoor bepaalde afwijken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 35 Stemming over personen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                            voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                            aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter
                                            door middel van loting drie leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op
                                            grond van de wet van stemming moet onthouden is
                                            verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
                                            dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn
                                            te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De
                                            stemmingen worden zo mogelijk samengevat op één
                                            briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                            stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat
                                            ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in
                                            te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden
                                            de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en
                                            wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als
                                            bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem
                                            te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk
                                            stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk
                                            ingevuld stembriefje wordt verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li><li nr="6."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                            onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
                                        </al></li></lijst><al>Artikel 36 Herstemming over personen</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                            meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede
                                            stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                            volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                            stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                            stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn
                                            bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan
                                            twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                            uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming
                                            zal plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                            stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst><al>Artikel 37 Beslissing door het lot</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                            tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                            voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                            geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                            gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een
                                            stemvaas gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit
                                            de stembus. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt,
                                            is gekozen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 38 Amendementen </al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de
                                            beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement
                                            kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in
                                            één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                                            afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan
                                            alleen beraadslaagd worden over amendementen die
                                            ingediend zijn door leden die de presentielijst getekend
                                            hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad dat in de vergadering aanwezig is,
                                            is bevoegd op het ingediende amendement een wijziging
                                            voor te stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement moetom in behandeling genomen
                                            te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                            ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                            eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat
                                            met een mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement
                                            is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                            plaatsgevonden.</al></li></lijst><al>Artikel 39 Moties</al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                            indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen
                                            worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
                                        </al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig
                                            onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de
                                            beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                                            plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                            opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de
                                            dag) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                            onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is
                                            mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                            plaatsgevonden. </al></li></lijst><al>Artikel 40 Voorstellen van orde</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                            vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat
                                            kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                            vergadering betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad
                                            terstond.</al></li></lijst><al>Artikel 41 Initiatiefvoorstel </al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel
                                            indienen. Een initiatiefvoorstel wordt alleen in
                                            behandeling genomen, indien het schriftelijk bij de
                                            voorzitter is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Behandeling van het initiatiefvoorstel vindt plaats
                                            conform het bepaalde in de artikelen 12 en 13, met dien
                                            verstande dat de indiener van het initiatiefvoorstel
                                            voor de toepassing van genoemde artikelen in de plaats
                                            treedt van het college c.q. de portefeuillehouder. </al></li><li nr="3."><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het
                                            ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit
                                            artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan
                                            na instemming van de raad terstond aan de agenda worden
                                            toegevoegd.</al></li></lijst><al>Artikel 42 Collegevoorstel</al><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld
                                            staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet
                                            worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als
                                            bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het
                                            college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke
                                            vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 43 Interpellatie</al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan een verzoek indienen tot het
                                            houden van een interpellatie. Het verzoek tot het houden
                                            van een interpellatie wordt, behoudens in naar het
                                            oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten
                                            minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                            schriftelijk ter attentie van de voorzitter ingediend
                                            bij de griffier. Het verzoek bevat een duidelijke
                                            omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                            worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                            mogelijk ter goedkeuring naar het presidium en ter
                                            kennisname naar de voorzitter en de wethouders. Indien
                                            het presidium akkoord gaat met het verzoek tot het
                                            houden van een interpellatie, gaat er een positief
                                            advies richting alle raadsleden om de interpellatie toe
                                            te staan in de eerstvolgende raadsvergadering. Bij de
                                            vaststelling van de agenda van de eerstvolgende
                                            vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                            verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk
                                            tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal
                                            worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord,
                                            de overige leden, de burgemeester en de wethouders niet
                                            meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof
                                            geeft.</al></li></lijst><al>Artikel 44 Schriftelijke vragen</al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk
                                            geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting
                                            worden voorzien. </al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend.
                                            Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
                                            mogelijk ter kennis van de voorzitter, de leden van de
                                            raad, het college en de pers worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk
                                            plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de
                                            vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet
                                            binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college
                                            de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis en geeft
                                            de termijn aan waarbinnen beantwoording zal
                                            plaatsvinden. </al></li><li nr="4."><al>De antwoorden worden toegezonden aan de indiener van de
                                            vragen en worden geplaatst op de digitale Lijst
                                            Ingekomen Stukken van de raadswebsite.</al></li><li nr="5."><al>Op verzoek van een raadslid kan de schriftelijke vraag
                                            geagendeerd worden voor een informatiecarrousel, alwaar
                                            nadere inlichtingen gevraagd kunnen worden omtrent het
                                            door het college gegeven antwoord. </al></li></lijst><al>Artikel 45 Vragenhalfuur</al><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaand aan de raadsvergadering is er een
                                            vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen
                                            zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium
                                            bepalen dat het vragenhalfuur niet of op een ander
                                            tijdstip wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>De vragen dienen betrekking te hebben op belangrijke en
                                            actuele onderwerpen en ook voor publiek en pers van
                                            belang te zijn. </al></li><li nr="3."><al>Het raadslid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                            stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp zo
                                            mogelijk voor 12.00 uur van de dag voorafgaand aan de
                                            dag van de raadsvergadering ter attentie van de
                                            voorzitter bij de griffier. </al></li><li nr="4."><al>Indien een vraag is ingediend voor 12.00 uur van dag
                                            voorafgaand aan de dag van de raadsvergadering, zal
                                            direct na het stellen van de vraag mondeling antwoord
                                            worden gegeven. </al></li><li nr="5."><al>Indien een vraag later dan in het in lid 3 gestelde
                                            tijdstip dan wel tijdens het vragenhalfuur zonder
                                            voorafgaande schriftelijke indiening wordt gesteld, zal
                                            zo mogelijk direct antwoord gegeven worden. Indien
                                            directe beantwoording niet mogelijk is, zal in ieder
                                            geval binnen twee werkdagen schriftelijk antwoord
                                            gegeven worden aan de vragensteller.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het
                                            vragenuur aan de orde te stellen indien hij het
                                            onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, het
                                            onderwerp niet voldoet aan de uitgangspunten genoemd in
                                            lid 2, of indien het onderwerp in de raadsvergadering
                                            van die dag aan de orde komt. </al></li><li nr="7."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde
                                            onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden
                                            gesteld.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor
                                            de vragensteller(s), voor de collegeleden en voor de
                                            overige leden.</al></li><li nr="9."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord
                                            verleend om één of meer vragen aan het college te
                                            stellen en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="10."><al>Na de beantwoording door het college krijgt de
                                            vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen
                                            te stellen.</al></li><li nr="11."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord
                                            verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                            college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="12."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden
                                            ingediend en worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 46 Spoeddebat</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een spoeddebat wordt gehouden als een verzoek daartoe
                                            door ten minste vijf leden wordt ondersteund.</al></li><li nr="2."><al>Een verzoek tot het houden van een spoeddebat wordt
                                            schriftelijk of per e-mail ingediend bij de voorzitter
                                            met opgave van het onderwerp van het debat.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de dag waarop het spoeddebat wordt
                                            gehouden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Begroting en jaarrekening</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Lidmaatschap van andere
                                        organisaties</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 49 Verslag en verantwoording</al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of
                                            de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen
                                            tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar
                                            lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan, ingesteld
                                            op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft
                                            het recht om tijdens de informatiecarrousel verslag te
                                            doen over zaken die in het algemeen bestuur of het
                                            gemeenschappelijk orgaan als bedoeld aan de orde zijn.
                                        </al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in
                                            het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels
                                            voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld
                                            in artikel 44, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in
                                            het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over
                                            zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad
                                            over het toestaan daarvan. </al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                            organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn
                                            leden, een wethouder, de burgemeester of de secretaris
                                            heeft benoemd.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 50 Algemeen</al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al><al>Artikel 51 Besluitenlijst</al><lijst><li nr="1."><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt
                                            vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan de leden van
                                            de raad.</al></li><li nr="2."><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een
                                            besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.
                                            Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over
                                            het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst.
                                            De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter
                                            en de griffier ondertekend.</al></li></lijst><al>Artikel 52 Geheimhouding</al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                    overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de wet of omtrent de
                                    inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                    gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te
                                    heffen.</al><al>Artikel 53 Opheffing geheimhouding</al><al>Indien de raad op grond van het gestelde in artikel 25, derde en
                                    vierde lid, of artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86,
                                    tweede en derde lid, van de wet voornemens is geheimhouding op
                                    te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan
                                    dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering
                                    met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8:</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 54 Toehoorders en pers</al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en de vertegenwoordigers van de pers
                                            kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen
                                            openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                            andere wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst><al>Artikel 55 Geluid- en beeldregistraties</al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering
                                    geluid- danwel beeldregistraties willen maken doen hiervan
                                    mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                                    aanwijzingen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 56 Uitleg reglement</al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                    omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op
                                    voorstel van de voorzitter.</al><al>Artikel 57 In werking treden</al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 13 februari
                                            2014.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                            vergaderingen van de raad van de gemeente Achtkarspelen
                                            vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 2010.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente van Achtkarspelen </ondertekening><ondertekening>van 13 februari 2014</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide G. Gerbrandy</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage I </vet></al><al><vet>Toelichting Reglement van Orde voor de vergadering en
                                        andere werkzaamheden van de gemeenteraad</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling
                                    zijnde.</al><al><vet>Artikel 2 De voorzitter</vet></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde
                                    lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven
                                    dit dwingend voor. Op grond van artikel 77, eerste lid van de
                                    wet, is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                                    raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis
                                    van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting
                                    hebben, is de oudste in jaren degene die het
                                    raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad de
                                    mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. </al><al>De burgemeester heeft op grond van artikel 21 van de Gemeentewet
                                    het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.
                                    Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de
                                    orde in de vergadering.</al><al>Artikel 3 De griffier </al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100
                                    Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie
                                    verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in
                                    principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De wet eist
                                    dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d,
                                    eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling
                                    opgenomen. </al><al>In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in
                                    het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het
                                    deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. </al><al><vet>Artikel 4 De secretaris</vet></al><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning
                                    van het college en de leiding van de ambtelijke organisatie. In
                                    het kader van die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat
                                    de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De
                                    secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college.
                                    Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de
                                    raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken
                                    of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig
                                    te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze
                                    kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie
                                    die de secretaris bezit en kan de secretaris bijvoorbeeld
                                    deelnemen aan een discussie over de werking van de gemeentelijke
                                    organisatie.</al><al><vet>Artikel 5 Het presidium</vet></al><al>Het presidium is door middel van een afzonderlijke verordening
                                    ingesteld en de taken, bevoegdheden en werkwijze worden daarin
                                    omschreven.</al><al><vet>Artikel 6 Nestor van de raad</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties</vet></al><al><vet>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</vet></al><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal
                                    stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1
                                    Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële
                                    regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk
                                    aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk
                                    met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de
                                    raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan
                                    de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat
                                    de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare
                                    betrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de GBA met
                                    zijn woonplaats, geboorteplaats en –datum, en (indien
                                    niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de
                                    vereisten van artikel 10, lid 2 Gemeentewet (artikel V3
                                    Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een
                                    openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de
                                    gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken
                                    worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over
                                    al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de
                                    geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel
                                    mondeling als schriftelijk. </al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet
                                    de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde
                                    geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het
                                    centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek
                                    van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de
                                    verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in
                                    de eerste samenkomst van de nieuwe raad na verkiezingen. Het
                                    onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de
                                    geldigheid van de kandidatenlijsten en van de
                                    lijstverbindingen.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de
                                    toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de
                                    procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de
                                    vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing
                                    kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in
                                    nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen.
                                    De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse
                                    vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte
                                    aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van
                                    het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van
                                    het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de
                                    Gemeentewet vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de
                                    beslissing tot toelating als lid van de raad is vervallen door
                                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur in
                                    2002.</al><al>Het vijfde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet.
                                    Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van
                                    raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen
                                    volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen
                                    gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze
                                    getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn
                                    grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                                    raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). </al><al>Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook
                                    een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te
                                    stellen. Dit komt tot uiting in het vijfde lid. Dit artikel is
                                    ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de
                                    raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en nevenfuncties
                                    dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.</al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid
                                    blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn
                                    goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 Gemeentewet). In het geval de
                                    coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het
                                    verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw
                                    raadslid te benoemen. De beoogde wethouder mag immers niet
                                    meestemmen over zijn eigen benoeming. Het vooraf ontslag nemen
                                    als raadslid is wel een risico. Het kan immers gebeuren dat deze
                                    persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de
                                    geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.</al><al><vet>Artikel 8 Fractie</vet></al><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een
                                    regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De
                                    Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet, maar gaat onder
                                    andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in
                                    de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op
                                    fractieondersteuning). </al><al>Er kunnen regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties,
                                    faciliteiten voor fracties, fractieassistentie, etc. worden
                                    opgesteld. In deze nadere regelingen kan nu worden aangesloten
                                    bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip.</al><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de
                                    eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze
                                    zitting worden de leden die op de dezelfde lijst hebben gestaan,
                                    als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering
                                    van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had
                                    staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad
                                    en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk.
                                    Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven
                                    de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop
                                    van zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad
                                    verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan
                                    verschillende oorzaken hebben. In een dergelijk geval vindt er
                                    een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als
                                    dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter en de
                                    griffier mede.</al><al>Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet
                                    opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige
                                    fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie.
                                    Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers
                                    op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door
                                    de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet gaat niet
                                    uit van politieke partijen, een zetel ‘hoort’ dan ook niet bij
                                    een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die
                                    daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te
                                    veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie
                                    besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij
                                    om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen
                                    zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                                    splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus
                                    geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de
                                    raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de
                                    eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan
                                    rekening te houden met de nieuwe situatie. </al><al>Gevolg van fractieafsplitsing en het ontstaan nieuwe een fractie
                                    is ook dat de nieuwe fractie leden dient voor te dragen voor
                                    commissies, lid wordt, als fractievoorzitter, van het presidium,
                                    fractieondersteuning etc.</al><al><vet>Artikel 8a Vervangingsregeling fracties</vet></al><al>Over deelname door niet-raadsleden aan vergaderingen van
                                    commissies, werkgroepen en bijeenkomsten is dit specifieke
                                    artikel opgenomen, om ervoor te zorgen dat er duidelijke
                                    afspraken gemaakt zijn over wanneer een niet-raadslid
                                    daadwerkelijk mag deelnemen. Voor kleine(re) fracties zal dit,
                                    gelet op de belasting, wat verlichting brengen, of in elk geval
                                    de mogelijkheid hiertoe creëren. Bovendien schept het de
                                    mogelijkheid om een deskundig persoon af te vaardigen, die niet
                                    in de raad zit. </al><al><vet>Hoofdstuk 3 Vergaderingen</vet></al><al><vet>Paragraaf 1 Tijd van vergaderen;
                                        voorbereidingen</vet><vet>, indeling</vet></al><al><vet>Artikel 9 Vergaderstructuur</vet></al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo
                                    vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester
                                    het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het
                                    aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen
                                    daarom vraagt. </al><al>Het aanvangstijdstip van de informatiecarrousels en
                                    raadsvergaderingen is in principe </al><al>19.30 uur, maar op donderdagen vanaf 16.00 uur kunnen
                                    vergaderingen en bijeenkomsten ingepland worden. De
                                    kadernota-vergadering en de begrotingsvergadering beginnen om
                                    14.00 uur.</al><al>De informatiebijeenkomsten bedoeld in het derde lid moeten
                                    beperkt worden tot onderwerpen die daartoe door het presidium
                                    zijn aangewezen (al dan niet op voorstel van de griffier, die
                                    dit voorstel doet na overleg met de burgemeester en zo nodig ook
                                    met andere collegeleden).</al><al>Het vijfde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het
                                    bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk
                                    overleg pleegt in het presidium. </al><al>Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen, die
                                    niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de
                                    datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het
                                    wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang,
                                    omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap
                                    combineert met andere (on)betaalde functies.</al><al><vet>Artikel 10 Oproep</vet></al><al>Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van de
                                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agenda en stukken
                                    worden twee weken voor de raadsvergadering gepubliceerd en voor
                                    een informatiecarrousel gebeurt dat 1 week van tevoren. De raad
                                    werkt papierloos, wat betekent dat de stukken te raadplegen zijn
                                    via de 'Gemeenteoplossingen vergaderapp' op de iPad of
                                    Android-tablet.</al><al><vet>Artikel 11 De agenda</vet></al><lijst><li nr=""><al>Het presidium bepaalt wat de te behandelen
                                            agendapunten voor de komende maanden zullen zijn. Dit is
                                            echter een voorlopige vaststelling van de agenda.</al></li><li nr=""><al> In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet
                                            altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering
                                            een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de
                                            ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie kan de
                                            voorzitter in overleg met het presidium na het verzenden
                                            van de oproeping zo nodig een aanvullende agenda
                                            opstellen. Dit kan echter niet tot op het laatste
                                            moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang
                                            van de vergadering.</al></li><li nr=""><al> Naast initiatiefvoorstellen kunnen individuele
                                            raadsleden via het presidium onderwerpen voor de agenda
                                            voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de
                                            raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de
                                            agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren.
                                            Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op
                                            drie momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van
                                            de agenda. </al></li></lijst><al>Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid van de raad of
                                    op voorstel van de voorzitter de raad de volgorde van
                                    behandeling van de agendapunten kan wijzigen. Dit zal met name
                                    het geval zijn indien zich voor bepaalde onderwerpen insprekers
                                    hebben gemeld.</al><al><vet>Artikel 12 De informatiecarrousel</vet></al><al>In januari 2013 is het informerende deel van de raadsvergadering
                                    ondergebracht in de informatiecarrousel met als doelstelling dat
                                    de raadsvergaderingen minder een vraag- en antwoordspel zijn
                                    tussen raad en college. Bovendien is op deze manier geprobeerd
                                    om de duur van de raadsvergaderingen in te korten. In het najaar
                                    van 2013 is de nieuwe vergaderstructuur geëvalueerd en is
                                    geconstateerd dat de nieuwe structuur voldoet aan de
                                    doelstellingen en dat deze gehandhaafd wordt. </al><al>In het najaar van 2014 is in het presidium enkele malen
                                    uitvoerig gesproken over een aanpassing van de vergaderstructuur
                                    van de raad en in het bijzonder die van de informatiecarrousel.
                                    Het overleg in het presidium heeft geleid tot de volgende
                                    wijzigingen:</al><lijst><li nr="1."><al>De huidige vergaderstructuur handhaven, waarbij de
                                            volgorde van de vergaderingen wordt gewijzigd in:
                                            fractievergaderingen – informatiecarrousel -
                                            raadsvergadering.</al></li><li nr="2."><al>De behandeling van de onderwerpen in de
                                            informatiecarrousel wordt beperkt tot die onderwerpen
                                            waarover in de fracties vragen zijn gerezen en/of
                                            waarvan de fracties vinden dat er nadere informatie moet
                                            komen. De fracties geven dit na de fractievergaderingen
                                            zo spoedig mogelijk door aan de griffie ter
                                            voorbereiding van de carrousel. Presentaties kunnen dan
                                            achterwege blijven, tenzij er uitdrukkelijk om wordt
                                            gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Burgers en andere belanghebbenden worden in de
                                            gelegenheid gesteld om een onderwerp op de agenda van de
                                            informatiecarrousel te plaatsen. Zij kunnen dit doen
                                            door dit aan te melden bij de griffie, waarbij wordt
                                            aangegeven wat het onderwerp is, het doel van de
                                            bespreking en de woordvoerder(s). Vervolgens wordt het
                                            verzoek voorgelegd aan het presidium, dat bepaalt of en
                                            zo ja, wanneer het onderwerp wordt geagendeerd. In het
                                            kader van de beoordeling van het verzoek kan ook het
                                            college om advies worden gevraagd.</al></li><li nr="4."><al>Burgers en andere belanghebbenden actief uit te nodigen
                                            om in de informatiecarrousel mee te praten over
                                            onderwerpen die zijn geagendeerd voor de
                                            informatiecarrousel.</al></li><li nr="5."><al>Schaduwfractieleden (maximaal twee per fractie) mogen
                                            deelnemen aan de informatiecarrousel. Deze
                                            schaduwfractieleden moeten als zodanig zijn
                                            geregistreerd bij de griffie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12a Het forum</vet></al><al>In plaats van af te wachten of burgers en andere belanghebbenden
                                    bij een onderwerp zich aanmelden voor inspraak, worden deze door
                                    de griffie actief benaderd met de vraag of zij in de
                                    informatiecarrousel met de raadsleden willen praten om hun
                                    standpunt kenbaar te maken dan wel aanvullende informatie te
                                    geven.</al><al>Hiervoor wordt op de agenda van de informatiecarrousel een apart
                                    onderdeel toegevoegd: het <cursief>forum.</cursief></al><al>Dit forum wordt aan het begin van de agenda geplaatst.</al><al>De betrokken burgers/belanghebbenden nemen tijdens dit onderdeel
                                    plaats achter een tafel voorin de raadzaal (waar anders de
                                    voorzitter en de griffier zitten), zodat er een gesprek met de
                                    aanwezige raadsleden kan ontstaan. Als zij iets willen
                                    presenteren, kan dat ook via het projectiescherm. </al><al>Het forum wordt geleid door de voorzitter die ook de
                                    informatiecarrousel leidt. Hij zit echter niet op zijn
                                    gebruikelijke plaats, maar loopt rond met een
                                    loopmicrofoon.</al><al>Collegeleden en ambtenaren kunnen ook aan het forum
                                    deelnemen.</al><al>De rol van de voorzitter bestaat uit het uitnodigen van de
                                    deelnemers aan het forum om vragen te stellen en informatie te
                                    geven. Daarnaast bevordert hij de levendigheid van de
                                    vergadering door langdurige verhandelingen te onderbreken en te
                                    vragen tot een punt te komen.</al><al>De voorzitter zorgt er voor dat de deelnemers (met name de
                                    gasten) zich veilig voelen om aan het gesprek met de raadsleden
                                    deel te nemen.</al><al>Hij bewaakt de beschikbare tijd en na afloop van een onderwerp
                                    trekt hij duidelijke conclusies en geeft hij aan wat het vervolg
                                    zal zijn.</al><al>Het forum duurt maximaal drie kwartier, afhankelijk van het
                                    aantal onderwerpen.</al><al>Na afloop van het forum vindt de gewone informatiecarrousel
                                    plaats.</al><al><vet>Artikel 13 De raadsvergadering</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al><vet>Artikel 14 Publicatie van stukken</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al><vet>Artikel 15 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van
                                    artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet.</al><al>Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij
                                    artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al><vet>Paragraaf 2 Orde </vet><vet>der</vet><vet>
                                        vergadering</vet></al><al>Artikel 16 Presentielijst</al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit
                                    voort uit artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de
                                    procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst
                                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum
                                    aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te
                                    stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig
                                    heeft. Daarom stelt hij samen met de voorzitter de
                                    presentielijst vast en ondertekent deze. Deze ondertekening
                                    dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                                    aanwezig was.</al><al><vet>Artikel 17 Kennisgeving van verhindering </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 18 Zitplaatsen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 19 Opening vergadering; quorum</vet></al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de
                                    presentielijst heeft getekend.</al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een
                                    tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt
                                    dagen.</al><al>Artikel 20 Ambtsgebed </al><al>Artikel 21 Spreekrecht burgers</al><al>Inspraak bij de raadsvergaderingen wordt alleen nog toegestaan
                                    bij onderwerpen die niet in het forum aan de orde zijn geweest,
                                    omdat de burgers via het forum optimaal in de gelegenheid worden
                                    gesteld om met de raad en het college in gesprek te komen. </al><al><vet>Artikel 22</vet></al><al><vet>Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 23 Besluitenlijst</al><al>Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet
                                    wordt alleen gesproken over de verplichting om een
                                    besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23 lid 5). Gelet op
                                    het feit dat de woordelijke teksten digitaal beschikbaar zijn,
                                    wordt gekozen voor een beknopte besluitenlijst. Het is aan de
                                    raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                                    geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is
                                    niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de
                                    Raad van State).</al><al><vet>Artikel 24 Ingekomen stukken</vet></al><al>Ingekomen stukken worden niet geagendeerd voor de
                                    raadsvergadering, maar worden op de digitale Lijst Ingekomen
                                    Stukken geplaatst met drie mogelijke adviezen:</al><lijst><li nr="-"><al>voor kennisgeving aannemen: het ingekomen stuk wordt
                                            door de raad voor kennisgeving aangenomen;</al></li><li nr="-"><al>om advies in handen stellen van het college: het advies
                                            van het college wordt t.z.t. ook geplaatst op de Lijst
                                            Ingekomen Stukken; </al></li><li nr="-"><al>ter afdoening in handen stellen van het college: het
                                            college zorgt voor afdoening van de brief.</al></li></lijst><al>De digitale Lijst Ingekomen Stukken is te raadplegen via de
                                    website en via de vergaderapp. Indien gewenst, kan een raadslid
                                    (via de griffie) verzoeken om een brief te agenderen voor een
                                    informatiecarrousel. Er kunnen dan vragen aan het college
                                    gesteld worden en ook kan er inspraak plaatsvinden door de
                                    briefschrijver. Als hier behoefte aan is, kan een ingekomen stuk
                                    na behandeling in de informatiecarrousel opiniërend geagendeerd
                                    worden voor een raadsvergadering. Er kan dan een politieke
                                    discussie plaatsvinden over het onderwerp.</al><al>Artikel 25 Spreekregels</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 26 Volgorde sprekers</vet></al><al>Het gaat hierbij niet om interrupties (zie artikel 29).</al><al>Artikel 27 Aantal spreektermijnen</al><al>De opbouw van de beraadslaging is als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>eerste termijn: standpunten fracties/leden</al></li><li nr="2."><al>tweede termijn: reacties op elkaar</al></li><li nr="3."><al>conclusies, stemverklaringen, besluitvorming.</al></li></lijst><al>Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om
                                    nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te
                                    honoreren.</al><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere
                                    beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                                    besluiten.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in
                                    afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging
                                    over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. </al><al><vet>Artikel 28 Spreektijd</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 29 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt
                                    gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te
                                    ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26,
                                    derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid van de raad,
                                    dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert,
                                    de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde
                                    bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Artikel 29
                                    is slechts een aanvulling op de Gemeentewet.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van
                                    tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd
                                    als verstoringen van de orde. </al><al>Artikel 30 Beraadslaging; schorsing</al><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over
                                    een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in
                                    principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een
                                    uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde
                                    van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee
                                    mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                                    beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel
                                    27).</al><al>Artikel 31 Deelname aan de beraadslaging door anderen </al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22
                                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht.</al><al>Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een
                                    bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de
                                    beraadslaging mag deelnemen.</al><al><vet>Artikel 32 Stemverklaring</vet></al><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het
                                    karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op
                                    de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór
                                    de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming begint.</al><al><vet>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</vet></al><al>Artikel 33 Algemene bepalingen over stemming</al><al>Er zijn drie manieren van stemmen.</al><lijst><li nr="1."><al>Hoofdelijke stemming</al></li><li nr="2."><al>Stemming op een andere door de raad te bepalen
                                            wijze</al></li><li nr="3."><al>Geheime stemming</al></li></lijst><al>Als er geen stemming wordt gevraagd, is een voorstel aangenomen
                                    (art, 32, lid 3 Gemeentewet). Dat geldt voor alle voorstellen,
                                    dus ook over de benoeming, voordracht of aanbeveling van
                                    personen.</al><al>1.<vet>Hoofdelijke stemming</vet></al><al>Hoofdelijke stemming vindt alleen plaats als de voorzitter of
                                    een van de raadsleden dat wil. (art. 32 Gemeentewet). Een
                                    hoofdelijke stemming gebeurt mondeling.</al><al>Hoofdelijke stemming is verder verplicht bij toepassing van art.
                                    209 Gemeentewet. Dat artikel betreft het nemen van een besluit
                                    over het aangaan van een verplichting terwijl de desbetreffende
                                    begroting(swijziging) nog niet is goedgekeurd. </al><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    verplicht voor of tegen te stemmen, tenzij het lid zich van
                                    deelname aan de stemming moet onthouden op grond van art. 28
                                    Gemeentewet. </al><al>Ter vergadering aanwezig betekent dat het lid lijfelijk in de
                                    vergadering aanwezig is. In de praktijk kan een lid zich dus aan
                                    de stemming onttrekken door de raadzaal tijdelijk te
                                    verlaten.</al><al>2.<vet>Stemming op een andere door de raad te bepalen
                                        wijze</vet></al><al>Behalve het hoofdelijk stemmen en geheime stemming heeft de
                                    wetgever het regelen van de stemming zoveel mogelijk aan de
                                    gemeenteraad overgelaten (Memorie van Antwoord, Kamerstukken II
                                    19403, nr. 10, p. 149)</al><al>Niet-hoofdelijke stemmingen kunnen dus bijvoorbeeld plaatsvinden
                                    door handopsteken of door zitten en opstaan. Ook schriftelijk
                                    (niet geheim) stemmen is mogelijk.</al><al>De verplichting tot stemmen geldt alleen bij hoofdelijke
                                    stemming (art. 32, lid 2 Gemeentewet.</al><al>3.<vet>Geheime stemming</vet></al><al>Er wordt geheim gestemd als het gaat over de benoeming,
                                    voordracht of aanbeveling van personen (art. 31, lid 1)</al><al>De wijze waarop deze stemming plaatsvindt is niet
                                    voorgeschreven, maar wordt aan de gemeenteraad overgelaten. Het
                                    kan door middel van gesloten en ongetekende stembriefjes, maar
                                    ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden (Memorie
                                    van Toelichting, Kamerstukken II 29310, nr. 3 p. 2).</al><al>Ook bij de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen
                                    hoeft niet te worden gestemd als de raad er niet om vraagt.</al><al>Artikel 34 Stemming over amendementen en moties</al><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie
                                    (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1,
                                    38 en 39 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier
                                    een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een
                                    amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de
                                    stemming over het voorstel van het college van burgemeester en
                                    wethouders. Een motie strekt niet tot wijziging van een
                                    voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit
                                    genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is
                                    afgerond. Bij moties van verstrekkende aard kan de raad van het
                                    hiervoor bepaalde afwijken.</al><al>Artikel 35 Stemming over personen</al><al>Eind 2005 is de Gemeentewet gewijzigd wat betreft het stemmen
                                    over personen. Voorheen was in artikel 31, eerste lid bepaald
                                    dat, indien er wordt gestemd over de benoeming, voordracht of
                                    aanbeveling van personen, dit schriftelijk dient te geschieden
                                    door middel van gesloten en ongetekende stembriefjes. Op deze
                                    wijze zou de geheimhouding zijn gewaarborgd. De verplichting om
                                    dit bij stembriefjes te doen is nu vervallen. Gemeenten kunnen
                                    dus ook middels een elektronisch stemsysteem stemmen over
                                    personen, mits de geheimhouding gewaarborgd is. </al><al>Het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door
                                    middel van een behoorlijk ingevuld stembriefje. In geval van een
                                    schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met
                                    blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje
                                    telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of
                                    een stembriefje behoorlijk is ingevuld. </al><al><vet>Artikel 36 Herstemming over personen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 37 Beslissing door lot</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Rechten van leden</vet></al><al>Artikel 38 Amendementen</al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de
                                    Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te
                                    stellen. Op basis van dit artikel is de raad verplicht een
                                    amendement te behandelen. Dualisering veronderstelt versterking
                                    van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de
                                    raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine
                                    fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook
                                    het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het
                                    gebruik daarvan heeft (geen drempelsteun). Door het recht van
                                    amendement kan de regelgevende taak van de raad reëel inhoud
                                    krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de
                                    controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele
                                    raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan
                                    de effectuering van de controlerende, vertegenwoordigende en
                                    budgettaire functie van de raad. </al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel
                                    van het college of het initiatiefvoorstel voorstellen, de
                                    zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend,
                                    kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                                    amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het
                                    subamendement.</al><al>Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld
                                    besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het
                                    (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen.
                                    Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement
                                    verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten
                                    tot een derde termijn (artikel 27).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen
                                    naar artikel 34.</al><al>Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan,
                                    indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit
                                    wel en een ander niet wordt aanvaard.</al><al><vet>Artikel 39 Moties</vet></al><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het
                                    kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke,
                                    politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming
                                    dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie
                                    betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolgen is
                                    gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet
                                    aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel
                                    kan het naast zich neerleggen van een motie door het college
                                    leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en
                                    hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken.</al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie
                                    wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt
                                    genomen.</al><al>Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig
                                    onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke
                                    termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                                    onderwerp, waarop de motie betrekking heeft.</al><al>Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                    onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats.
                                    Dergelijke moties benaderen de in artikel 41 geregelde
                                    initiatiefvoorstellen.</al><al>Artikel 40 Voorstellen van orde</al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er
                                    inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel
                                    van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de
                                    raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen
                                    (artikel 32, lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
                                    Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de
                                    procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel
                                    41).</al><al>Artikel 41 Initiatiefvoorstel</al><al>Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de
                                    nodige voorstellen te doen, maar raadsleden kunnen ook zelf een
                                    voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen.
                                    Hiervoor is het recht van initiatief toegekend (artikel 147a van
                                    de Gemeentewet).</al><al>Het derde lid is toegevoegd omdat de gedualiseerde Gemeentewet
                                    de mogelijkheid geeft een wethouder na een motie van wantrouwen
                                    te ontslaan (artikel 49 Gemeentewet). In de oude Gemeentewet was
                                    een afkoelingstermijn van 30 dagen opgenomen. Zonder de bepaling
                                    in het vijfde lid is deze ontslagmogelijkheid niet mogelijk door
                                    de procedureregels van het reglement van orde. </al><al><vet>Artikel 42 Collegevoorstel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 43 Interpellatie</vet></al><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 lid 2 van de
                                    Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van
                                    het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een
                                    volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een
                                    niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de
                                    burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad
                                    nodig.</al><al>Artikel 44 Schriftelijke vragen</al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht
                                    informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid
                                    van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van
                                    deze vragen is primair van informatieve strekking.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de
                                    gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te
                                    vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de
                                    vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen
                                    tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van
                                    initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp
                                    of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al><al>Artikel 45 Vragenhalfuur</al><al>Deze bepaling vormt een aanvulling op artikel 155, eerste lid,
                                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. De
                                    bepaling is dan ook niet verplicht. Wel is bewust gekozen voor
                                    een algemene regeling van het vragenhalfuur. In een dualistisch
                                    stelsel is het niet meer vanzelfsprekend dat een ter zake kundig
                                    wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de
                                    herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede
                                    komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. De
                                    drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht
                                    voor de lokale politiek kan worden vergroot. In het
                                    vragenhalfuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf
                                    ingebrachte onderwerpen (leden van) het college te
                                    bevragen.</al><al><vet>Artikel 46 Spoeddebat</vet></al><al>Vanuit de raad is de behoefte aangegeven de mogelijkheid te
                                    creëren voor een spoeddebat. De bepalingen over een spoeddebat
                                    in de Tweede Kamer zijn als uitgangspunt genomen. In de Tweede
                                    Kamer moet een verzoek tot een spoeddebat worden ondersteund
                                    door 30 kamerleden. Het verzoek wordt gedaan bij de ‘regeling
                                    van werkzaamheden’, dat lijkt op wat bij ons heet ‘punt van
                                    orde’. Dit heeft te maken met het feit dat de Tweede Kamer veel
                                    vaker vergadert dan de gemeenteraad. De gemeenteraad zal in veel
                                    gevallen niet in de raadsvergadering (eens per drie weken) tot
                                    een spoeddebat kunnen besluiten, omdat een spoeddebat op ieder
                                    moment nodig kan zijn volgens een fractie. In de Tweede Kamer
                                    geschiedt de behandeling van een verzoek tot een spoeddebat aan
                                    het begin van een vergadering. Bij het verzoek moet het
                                    onderwerp aangeduid worden. De voorzitter bepaalt vervolgens het
                                    moment waarop het spoeddebat wordt gehouden. </al><al><vet>Artikel 48 Procedure jaarrekening</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 6: Lidmaatschap van andere
                                    organisaties</vet></al><al>Artikel 49 Verslag en verantwoording</al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester,
                                    een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een
                                    algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten
                                    aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                                    vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze
                                    waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                                    functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad,
                                    die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling
                                    dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor
                                    mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment
                                    worden gekozen). </al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van
                                    schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels,
                                    daarvoor gesteld in artikel 44.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording
                                    roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen. </al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing
                                    te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer
                                    van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan
                                    privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een
                                    (raad van commissarissen van een) NV. Hierin voorziet het vierde
                                    lid.</al><al><vet>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering</vet></al><al>Artikel 50 Algemeen</al><al>Een besloten vergadering van de raad is een officiële
                                    vergadering, waarbij de vergaderregels van het reglement van
                                    orde in acht genomen dienen te worden, voorzover de bepalingen
                                    niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                                    vergadering.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften
                                    opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een
                                    vergadering een besloten vergadering wordt.</al><al>Artikel 51 Besluitenlijst</al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde
                                    lid, Gemeentewet.</al><al>Artikel 52 Geheimhouding</al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet
                                    van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is
                                    toepassing van de procedure volgens artikel 25 jo artikel 55 van
                                    de Gemeentewet nodig.</al><al>Artikel 53 Opheffing geheimhouding</al><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, kan geheimhouding
                                    worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
                                    commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad of
                                    aan leden van de raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met
                                    betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien
                                    de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die
                                    volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. Als de
                                    raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te
                                    bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                                    in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze
                                    besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de
                                    geheimhouding wil opheffen. </al><al><vet>Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 54 Toehoorders en pers</vet></al><al>In artikel 26 lid 1 Gemeentewet is geregeld dat de voorzitter
                                    zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. Wanneer
                                    de orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord is
                                    de voorzitter bevoegd deze en zonodig andere toehoorders te doen
                                    vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                    vergadering verstoren kan voor ten hoogste drie maanden de
                                    toegang tot de vergaderingen ontzegd worden.</al><al><vet>Artikel 55 Geluid- en beeldregistraties </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 56 Uitleg reglement</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 57 In werking treden</vet></al><al>Het (gewijzigde) reglement van orde treedt in werking op 1
                                    januari 2015, dit ingevolge artikel 142 van de Gemeentewet dat
                                    het mogelijk maakt om in het besluit een tijdstip aan te
                                    wijzen.</al><al><vet>Bijlage II</vet></al><al><vet>Van toepassing zijnde artikelen uit de Gemeentewet op het
                                        Reglement van Orde </vet></al><al><vet>Artikel 7 De gemeenteraad</vet></al><al>De raad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de
                                    gemeente.</al><al><vet>Artikel 8 Aantal raadsleden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad bestaat uit:</al><al> 9 leden in een gemeente beneden de 3 001 inwoners;</al><al> 11 leden in een gemeente van 3 001- 6 000
                                            inwoners;</al><al> 13 leden in een gemeente van 6 001- 10 000
                                            inwoners;</al><al> 15 leden in een gemeente van 10 001- 15 000
                                            inwoners;</al><al> 17 leden in een gemeente van 15 001- 20 000
                                            inwoners;</al><al> 19 leden in een gemeente van 20 001- 25 000
                                            inwoners;</al><al> 21 leden in een gemeente van 25 001- 30 000
                                            inwoners;</al><al> 23 leden in een gemeente van 30 001- 35 000
                                            inwoners;</al><al> 25 leden in een gemeente van 35 001- 40 000
                                            inwoners;</al><al> 27 leden in een gemeente van 40 001- 45 000
                                            inwoners;</al><al> 29 leden in een gemeente van 45 001- 50 000
                                            inwoners;</al><al> 31 leden in een gemeente van 50 001- 60 000
                                            inwoners;</al><al> 33 leden in een gemeente van 60 001- 70 000
                                            inwoners;</al><al> 35 leden in een gemeente van 70 001- 80 000
                                            inwoners;</al><al> 37 leden in een gemeente van 80 001- 100 000
                                            inwoners;</al><al> 39 leden in een gemeente van 100 001- 200 000
                                            inwoners;</al><al> 45 leden in een gemeente boven de 200 000
                                            inwoners.</al></li><li nr="2."><al>Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van
                                            de raad, voortvloeiende uit wijziging van het aantal
                                            inwoners van de gemeente, treedt eerst in bij de
                                            eerstvolgende periodieke verkiezing van de raad.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9 Voorzitter raad </vet></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad.</al><al><vet>Artikel 10 Vereisten raadslidmaatschap</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor het lidmaatschap van de raad is vereist dat men
                                            ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van achttien
                                            jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het
                                            kiesrecht.</al></li><li nr="2."><al>Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese
                                            Unie zijn, dienen tevens te voldoen aan de vereisten
                                            dat:</al></li><li nr="a."><al>zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van
                                            artikel 8, onder a, b, d, e of l, van de
                                            Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een overeenkomst
                                            tussen een internationale organisatie en de Staat der
                                            Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in
                                            Nederland, en</al></li><li nr="b."><al>zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop de
                                            gemeenteraad beslist over de toelating als lid tot de
                                            gemeenteraad gedurende een onafgebroken periode van ten
                                            minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en
                                            beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a,
                                            dan wel rechtmatig in Nederland verbleven op grond van
                                            artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.</al></li><li nr="3."><al>Geen lid van de raad kunnen zijn zij die geen
                                            Nederlander zijn, en als door andere staten uitgezonden
                                            leden van diplomatieke of consulaire
                                            vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn,
                                            alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde
                                            partners of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen
                                            met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11 Verbod vervullen opengevallen plaats</vet></al><al>Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet
                                    benoembaar tot lid van de raad hij die na de laatstgehouden
                                    periodieke verkiezing van de leden van de raad wegens handelen
                                    in strijd met artikel 15 van het lidmaatschap van de raad is
                                    vervallen verklaard.</al><al><vet>Artikel 12 Openbaar maken nevenfuncties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad maken openbaar welke andere
                                            functies dan het lidmaatschap van de raad zij
                                            vervullen.</al></li><li nr="2."><al>Openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van een
                                            opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het
                                            gemeentehuis.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 Incomptabiliteiten/onverenigbaarheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad is niet tevens:</al></li><li nr="a."><al>minister;</al></li><li nr="b."><al>staatssecretaris;</al></li><li nr="c."><al>lid van de Raad van State;</al></li><li nr="d."><al>lid van de Algemene Rekenkamer;</al></li><li nr="e."><al>Nationale ombudsman;</al></li><li nr="f."><al>substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, van de Wet Nationale ombudsman;</al></li><li nr="g."><al>commissaris van de Koning;</al></li><li nr="h."><al>lid van gedeputeerde staten;</al></li><li nr="i."><al>secretaris van de provincie;</al></li><li nr="j."><al>griffier van de provincie;</al></li><li nr="k."><al>burgemeester;</al></li><li nr="l."><al>wethouder;</al></li><li nr="m."><al>lid van de rekenkamer;</al></li><li nr="n."><al>ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in
                                            artikel 81p, eerste lid;</al></li><li nr="o."><al>lid van een deelraad;</al></li><li nr="p."><al>lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;</al></li><li nr="q."><al>ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur
                                            aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan
                                            een lid van de raad tevens wethouder zijn van de
                                            gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het
                                            tijdvak dat:</al></li><li nr="a."><al>aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing
                                            van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip
                                            waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid,
                                            aftreden, of</al></li><li nr="b."><al>aanvangt op de dag van zijn benoeming tot wethouder en
                                            eindigt op de dag waarop de goedkeuring van de
                                            geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad
                                            onherroepelijk is geworden of waarop het centraal
                                            stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden
                                            benoemd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan
                                            een lid van de raad tevens zijn:</al></li><li nr="a."><al>ambtenaar van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="b."><al>vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een
                                            wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep
                                            hulpdiensten verricht;</al></li><li nr="c."><al> ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
                                            onderwijs.</al></li></lijst><al>Artikel 14 Eed voor ambtsaanvaarding raadslidmaatschap</al><lijst><li nr="1."><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de
                                            leden van de raad in de vergadering, in handen van de
                                            voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
                                            "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad
                                            benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder
                                            welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst
                                            heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof)
                                            dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
                                            rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige
                                            belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer
                                            (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
                                            de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid
                                            van het gemeentebestuur naar eer en geweten zal
                                            vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat
                                            verklaar en beloof ik!")</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het
                                            eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de
                                            tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt: ‘Ik
                                            swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan ‘e rie beneamd
                                            te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of
                                            wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of
                                            ûnthjitten haw. Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik,
                                            om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht
                                            noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek
                                            oannommen haw of oannimme sil. Ik swar (ûnthjit) dat ik
                                            trou wêze sil oan ‘e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme
                                            sil en dat ik myn plichten as lid fan ‘e rie yn alle
                                            oprjochtens ferfolje sil. Sa wier helpe my God
                                            Almachtich!’ (‘Dat ferklearje en ûnthjit ik!’).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15 Verboden handelingen en gedragscode voor
                                        raadsleden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad mag niet:</al></li><li nr="a."><al>als advocaat, procureur of adviseur in geschillen
                                            werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het
                                            gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij
                                            van de gemeente of het gemeentebestuur;</al></li><li nr="b."><al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve
                                            van de wederpartij van de gemeente of het
                                            gemeentebestuur;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten
                                            behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan
                                            van:</al><al> 1e overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;</al></li><li nr="2e."><al>overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan
                                            de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                            betreffende:</al></li><li nr="1e."><al>het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;</al></li><li nr="2e."><al>het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten
                                            van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;</al></li><li nr="3e."><al>het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de
                                            gemeente;</al></li><li nr="4e."><al>het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;</al></li><li nr="5e."><al>het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="6e."><al>het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende
                                            zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn
                                            onderworpen;</al></li><li nr="7e."><al>het onderhands huren of pachten van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen
                                            gedeputeerde staten ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 16 Reglement van Orde </vet></al><al>De raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en
                                    andere werkzaamheden vast.</al><al><vet>Artikel 17 Vergadering raad</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft
                                            besloten.</al></li><li nr="2."><al>Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het
                                            nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het
                                            aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met
                                            opgave van redenen, daarom verzoekt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18 Eerste bijeenkomst nieuw verkozen
                                    raad</vet></al><al>De raad vergadert na de periodieke verkiezing van zijn leden
                                    voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang
                                    waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden. </al><al><vet>Artikel 19 Oproeping raadsleden voor en openbare
                                        kennisgeving van vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester roept de leden schriftelijk tot de
                                            vergadering op.</al></li><li nr="2."><al>Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester
                                            dag, tijdstip en plaats van de</al></li></lijst><al>vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij
                                    behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25,
                                    tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
                                    wijze ter inzage gelegd.</al><al><vet>Artikel 20 Quorum voor opening vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de raad wordt niet geopend voordat
                                            blijkens de presentielijst meer dan de helft van het
                                            aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan
                                            worden geopend, belegt de burgemeester, onder verwijzing
                                            naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een
                                            tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het
                                            bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het
                                            eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over
                                            andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het
                                            eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen
                                            beraadslagen of besluiten, indien blijkens de
                                            presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                            hebbende leden tegenwoordig is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 21 Deelname aan de beraadslaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de
                                            beraadslaging deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Een wethouder kan al dan niet op zijn verzoek door de
                                            raad worden uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te
                                            zijn en aan de beraadslaging deel te nemen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 22 Onschendbaarheid, verschoningsrecht</vet></al><al>De leden van het gemeentebestuur en andere personen die
                                    deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden
                                    vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht
                                    getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid,
                                    van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij
                                    in de vergadering van de raad hebben gezegd of aan de raad
                                    schriftelijk hebben overgelegd.</al><al><vet>Artikel 23 Openbaarheid vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de raad wordt in het openbaar
                                            gehouden.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde
                                            van het aantal leden dat de presentielijst heeft
                                            getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                            oordeelt.</al></li><li nr="3."><al>De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                            worden vergaderd.</al></li><li nr="4."><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een
                                            afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt
                                            gemaakt tenzij de raad anders beslist.</al></li></lijst><al>5 De raad maakt de besluitenlijsten van zijn vergaderingen op de
                                    in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de
                                    openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft
                                    ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is
                                    opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd met het
                                    openbaar belang.</al><al>Artikel 24 Verbod te vergaderen met gesloten deuren</al><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of
                                    besloten over:</al><lijst><li nr="a."><al>de toelating van nieuw benoemde leden;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling en wijziging van de begroting en de
                                            vaststelling van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke
                                            belastingen, en</al></li><li nr="d."><al>de benoeming en het ontslag van wethouders.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Opleggen geheimhoudingsplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel
                                            10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703),
                                            omtrent het in een besloten vergadering behandelde en
                                            omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden
                                            overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding
                                            omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt
                                            tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
                                            door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen
                                            die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in
                                            acht genomen totdat de raad haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
                                            Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding
                                            eveneens worden opgelegd door het college, de
                                            burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van
                                            stukken die zij aan de raad overleggen. Daarvan wordt op
                                            de stukken melding gemaakt. </al></li><li nr="3."><al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
                                            geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde
                                            stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad
                                            in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de
                                            presentielijst door meer dan de helft van het aantal
                                            zitting hebbende leden is bezocht, wordt
                                            bekrachtigd.</al></li><li nr="4."><al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
                                            geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad
                                            overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het
                                            orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel,
                                            indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd
                                            aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft.
                                            De raad kan deze beslissing alleen nemen in een
                                            vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan
                                            de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                            bezocht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 26 Handhaving orde vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
                                            vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei
                                            wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig
                                            andere toehoorders te doen vertrekken.</al></li><li nr="2."><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in
                                            de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden
                                            de toegang tot de vergadering te ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn
                                            gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                            verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over
                                            het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
                                            daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                            nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling
                                            van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
                                            drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                            ontzegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 27 Stemmen zonder last</vet></al><al>De leden van de raad stemmen zonder last.</al><al><vet>Artikel 28 Niet deelname aan stemming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming
                                            over:</al></li><li nr="a."><al>een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
                                            persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger
                                            is betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling of goedkeuring der rekening van een
                                            lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welk bestuur
                                            hij behoort.</al></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen
                                            aan de stemming verstaan het inleveren van een
                                            stembriefje.</al></li><li nr="3."><al>Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij
                                            behoort tot de personen tot wie de keuze door een
                                            voordracht of bij een herstemming is beperkt.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing bij de beslissing
                                            betreffende de geloofsbrieven van de na periodieke
                                            verkiezing benoemde leden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 29 Quorum voor geldige stemming </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft
                                            van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van
                                            deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft
                                            deelgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over
                                            een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer
                                            personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering
                                            een stemming op grond van dat lid niet geldig was;</al></li><li nr="b."><al>in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede
                                            lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de
                                            daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid,
                                            niet geopende vergadering aan de orde waren
                                            gesteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 30 Totstandkoming beslissing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming
                                            wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een
                                            stem hebben uitgebracht.</al></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het
                                            uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een
                                            behoorlijk ingevuld stembriefje.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 31 Geheime stembriefjes</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
                                            voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en
                                            ongetekende stembriefjes.</al></li><li nr="2."><al>Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze
                                            door een voordracht of bij een herstemming is beperkt,
                                            wordt in dezelfde vergadering een herstemming
                                            gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist
                                            terstond het lot.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 32 Overige stemmingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke
                                            oproeping, indien de voorzitter of een van de leden dat
                                            verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling.</al></li><li nr="2."><al>Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering
                                            aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de
                                            stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of
                                            tegen uit te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd,
                                            is het aangenomen.</al></li><li nr="4."><al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking
                                            van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een
                                            volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen
                                            worden heropend.</al></li><li nr="5."><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering
                                            of in een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde
                                            vergadering, is het voorstel niet aangenomen.</al></li><li nr="6."><al>Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een
                                            vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat,
                                            voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming
                                            moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 32a Ondertekening raadsstukken</vet></al><al>De stukken die van de raad uitgaan, worden door de burgemeester
                                    ondertekend en door de griffier medeondertekend. Bij
                                    verhindering of ontstentenis van de burgemeester worden de
                                    stukken die van de raad uitgaan ondertekend door degene die
                                    krachtens artikel 77 de burgemeester als voorzitter van de raad
                                    vervangt.</al><al><vet>Artikel 33 Ambtelijke bijstand raadsleden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad en elk van zijn leden hebben recht op ambtelijke
                                            bijstand.</al></li><li nr="2."><al>De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben
                                            recht op ondersteuning.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand
                                            en de ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde
                                            groeperingen een verordening vast.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 36a Vereisten wethouderschap</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor het wethouderschap gelden de vereisten voor het
                                            lidmaatschap van de raad, bedoeld in artikel 10, met
                                            dien verstande dat in artikel 10, tweede lid, onder b,
                                            voor «de dag waarop de gemeenteraad beslist over de
                                            toelating als lid tot de gemeenteraad» gelezen wordt: de
                                            dag waarop zij tot wethouder worden benoemd.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing
                                            verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De
                                            ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een
                                            periode van maximaal een jaar, worden verlengd.</al></li><li nr="3."><al>Dezelfde persoon kan niet in meer dan één gemeente
                                            wethouder zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 36b Incompatibiliteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een wethouder is niet tevens:</al></li><li nr="a."><al>minister;</al></li><li nr="b."><al>staatssecretaris;</al></li><li nr="c."><al>lid van de Raad van State;</al></li><li nr="d."><al>lid van de Algemene Rekenkamer;</al></li><li nr="e."><al>Nationale ombudsman;</al></li><li nr="f."><al>substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, van de Wet Nationale ombudsman;</al></li><li nr="g."><al>commissaris van de Koning;</al></li><li nr="h."><al>gedeputeerde;</al></li><li nr="i."><al>secretaris van de provincie;</al></li><li nr="j."><al>griffier van de provincie;</al></li><li nr="k."><al>lid van de rekenkamer van de provincie waarin de
                                            gemeente waar hij wethouder is, is gelegen;</al></li><li nr="l."><al>lid van de raad van een gemeente;</al></li><li nr="m."><al>burgemeester;</al></li><li nr="n."><al>lid van de rekenkamer;</al></li><li nr="o."><al>ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in
                                            artikel 81p, eerste lid;</al></li><li nr="p."><al>lid van een deelraad;</al></li><li nr="q."><al>lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;</al></li><li nr="r."><al>ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur
                                            aangesteld of daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="s."><al>ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie
                                            aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van
                                            werkzaamheden in het kader van het toezicht op de
                                            gemeente;</al></li><li nr="t."><al>functionaris die krachtens de wet of een algemene
                                            maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies
                                            dient.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan
                                            een wethouder tevens lid zijn van de raad van de
                                            gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak
                                            dat:</al></li><li nr="a."><al>aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing
                                            van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip
                                            waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid,
                                            aftreden, of</al></li><li nr="b."><al>aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot
                                            wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de
                                            goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als
                                            lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het
                                            centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan
                                            worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als
                                            lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij
                                            zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van
                                            de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan
                                            een wethouder tevens zijn:</al></li><li nr="a."><al>ambtenaar van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="b."><al>vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een
                                            wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep
                                            hulpdiensten verricht;</al></li><li nr="c."><al>ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
                                            onderwijs.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 41b Nevenfuncties wethouder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de
                                            uitoefening ongewenst is met het oog op een goede
                                            vervulling van zijn wethouderschap.</al></li><li nr="2."><al>Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van
                                            een nevenfunctie aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar.
                                            Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het
                                            gemeentehuis.</al></li><li nr="4."><al>Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult,
                                            maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar.
                                            Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het
                                            gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar
                                            waarin de inkomsten zijn genoten.</al></li><li nr="5."><al>Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van
                                            artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964,
                                            verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in
                                            artikel 31 van die wet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 41c</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige
                                            toepassing op de wethouders.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt voor de wethouders een gedragscode
                                            vast.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 49 Ontslag wethouder</vet></al><al>Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van
                                    zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de
                                    betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad
                                    besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van
                                    de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al><al><vet>Artikel 55 Oplegging geheimhouding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op grond van een belang, genoemd in
                                            artikel 10 van de Wet Openbaarheid van bestuur, omtrent
                                            het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                            inhoud van de stukken die aan het college worden
                                            overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding
                                            omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt
                                            tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
                                            door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen
                                            die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in
                                            acht genomen totdat het college haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
                                            Wet Openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding
                                            eveneens worden opgelegd door de burgemeester of een
                                            commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het
                                            college overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
                                            gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat
                                            het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel
                                            de raad haar opheft.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college zich ter zake van het behandelde
                                            waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de
                                            raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht
                                            genomen totdat de raad haar opheft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 60</vet></al><al><vet>Kennisgeving van besluiten van college aan de
                                    raad</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan regelen van welke besluiten van het college
                                            aan de leden van de raad kennisgeving wordt gedaan.
                                            Daarbij kan de raad de gevallen bepalen waarin met ter
                                            inzage legging kan worden volstaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college laat de kennisgeving of ter inzage legging
                                            achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar
                                            belang.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 74 Opening stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Alle aan de raad of aan het college gerichte stukken
                                            worden door of namens de burgemeester geopend.</al></li><li nr="2."><al>Van de ontvangst van aan de raad gerichte stukken die
                                            niet terstond in de vergadering van de raad aan de orde
                                            worden gesteld, doet hij in de eerstvolgende vergadering
                                            van de raad mededeling.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 81</vet></al><al><vet>Kennisgeving burgemeesterlijke beslissingen aan de
                                        raad</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan regelen van welke besluiten van de
                                            burgemeester aan de leden van de raad kennisgeving wordt
                                            gedaan. Daarbij kan de raad de gevallen bepalen waarin
                                            met ter inzage legging kan worden volstaan.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester laat de kennisgeving of ter inzage
                                            legging achterwege voor zover deze in strijd is met het
                                            openbaar belang.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 83 Bestuurscommissies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad, het college of de burgemeester kan
                                            bestuurscommissies instellen die bevoegdheden uitoefenen
                                            die hun door de raad, het college, onderscheidenlijk de
                                            burgemeester zijn overgedragen. Hij regelt daarbij de
                                            taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de
                                            werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop hij inzage
                                            heeft in de stukken waaromtrent door een
                                            bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage
                                            kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is
                                            met het openbaar belang.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van een
                                            door de raad ingestelde bestuurscommissie. Leden van de
                                            raad zijn geen lid van een door het college of de
                                            burgemeester ingestelde bestuurscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 zijn van
                                            overeenkomstige toepassing op een besluit tot instelling
                                            van een bestuurscommissie.</al></li><li nr="4."><al>De artikelen 19, tweede lid, 22 en 23, eerste tot en met
                                            vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten
                                            aanzien van de vergadering van een door de raad
                                            ingestelde bestuurscommissie, met dien verstande dat in
                                            artikel 19, tweede lid, voor 'de burgemeester' wordt
                                            gelezen: de voorzitter van een bestuurscommissie.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover zulks in verband met de aard en omvang van de
                                            overgedragen bevoegdheden nodig is, regelt het college
                                            of de burgemeester de openbaarheid van vergaderingen van
                                            een door hem ingestelde bestuurscommissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 86 Geheimhouding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond
                                            van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                            openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering
                                            met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van
                                            de stukken die aan de commissie worden overgelegd,
                                            geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                            besloten vergadering behandelde wordt tijdens die
                                            vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen
                                            die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van
                                            het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
                                            genomen totdat de commissie haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
                                            Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding
                                            eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een
                                            commissie, het college en de burgemeester, ieder ten
                                            aanzien van stukken die hij aan een commissie overlegt.
                                            Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De
                                            geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan
                                            dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar
                                            opheft.</al></li><li nr="3."><al>Indien een commissie zich ter zake van het behandelde
                                            waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de
                                            raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht
                                            genomen totdat de raad haar opheft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 100 Bestaan van de functies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In iedere gemeente is een secretaris en een
                                            griffier.</al></li><li nr="2."><al>Een secretaris is niet tevens griffier.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 107a Globale functieomschrijving en instructie
                                        griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier staat de raad en de door de raad ingestelde
                                            commissies bij de uitoefening van hun taak
                                            terzijde.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt in een instructie nadere regels over de
                                            taak en de bevoegdheden van de griffier.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 107b</vet></al><al><vet>Aanwezigheid griffier in vergadering raad</vet></al><al>De griffier is in de vergadering van de raad aanwezig. </al><al><vet>Artikel 107c</vet></al><al><vet>Medeondertekening stukken</vet></al><al>De stukken die van de raad uitgaan, worden door de griffier
                                    medeondertekend.</al><al><vet>Artikel 107d Vervanging griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad regelt de vervanging van de griffier.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 101 en 107 tot en met 107c zijn van
                                            overeenkomstige toepassing op</al><al> Degene die de griffier vervangt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 107e Organisatie griffie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan regels stellen over de organisatie van de
                                            griffie.</al></li><li nr="2."><al>De raad is bevoegd de op de griffie werkzame ambtenaren
                                            te benoemen, te schorsen en</al><al> te ontslaan. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 142 Inwerkingtreding</vet></al><al>De bekendgemaakte besluiten treden in werking met ingang van de
                                    achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze besluiten
                                    daarvoor een ander tijdstip is aangewezen.</al><al><vet>Artikel 147a</vet></al><al><vet>Recht van initiatief</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad kan een voorstel voor een
                                            verordening of een ander voorstel ter behandeling in de
                                            raad indienen.</al></li><li nr="2."><al>De raad regelt op welke wijze een voorstel voor een
                                            verordening wordt ingediend en behandeld.</al></li><li nr="3."><al>De raad regelt op welke wijze en onder welke voorwaarden
                                            een ander voorstel wordt ingediend en behandeld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 147b Recht van amendement</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad kan een voorstel tot wijziging van
                                            een voor de vergadering van de raad geagendeerde
                                            ontwerpverordening of ontwerpbeslissing indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het tweede lid van artikel 147a is van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 149 Omvang verordenende bevoegdheid</vet></al><al>De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de
                                    gemeente nodig oordeelt.</al><al><vet>Artikel 155 Vragenrecht en interpellatierecht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad kan het college of de burgemeester
                                            mondeling of schriftelijk vragen stellen.</al></li><li nr="2."><al>Een lid van de raad kan de raad verlof vragen tot het
                                            houden van een interpellatie over een onderwerp dat niet
                                            staat vermeld op de agenda, bedoeld in artikel 19,
                                            tweede lid, om het college of de burgemeester hierover
                                            inlichtingen te vragen. De raad stelt hierover nadere
                                            regels.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 169</vet></al><al><vet>Verantwoordings- en inlichtingenplicht</vet><vet>
                                        college</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan
                                            de raad verantwoording schuldig over het door het
                                            college gevoerde bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de
                                            uitoefening van zijn taak nodig heeft.</al></li><li nr="3."><al>Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een
                                            of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het
                                            verstrekken ervan in strijd is met het openbaar
                                            belang.</al></li><li nr="4."><al>Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de
                                            uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom
                                            verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen
                                            kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt
                                            het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen
                                            en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft
                                            kunnen brengen.</al></li><li nr="5."><al>Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid, onder f geen uitstel kan
                                            leiden, geven zij in afwijking van het vierde lid de
                                            raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de
                                            uitoefening van deze bevoegdheden en het ter zake
                                            genomen besluit.</al></li></lijst><al>Artikel 180 Verantwoordings- en inlichtingenplicht
                                    burgemeester</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester is aan de raad verantwoording schuldig
                                            over het door hem gevoerde bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Hij geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de
                                            uitoefening van zijn taak nodig heeft.</al></li><li nr="3."><al>Hij geeft de raad mondeling of schriftelijk de door een
                                            of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het
                                            verstrekken ervan in strijd is met het openbaar
                                            belang.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 190</vet></al><al><vet>Aanbieding van de ontwerpbegroting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks, tijdig voor de in artikel
                                            191, eerste lid, bedoelde vaststelling, de raad een
                                            ontwerp aan voor de begroting met toelichting van de
                                            gemeente en een meerjarenraming met toelichting voor ten
                                            minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De ontwerpbegroting en de overige in het eerste lid
                                            bedoelde stukken liggen, zodra zij aan de raad zijn
                                            aangeboden, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen
                                            verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de
                                            verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven.</al></li><li nr="3."><al>De raad beraadslaagt over de ontwerpbegroting niet
                                            eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 197 Verantwoording over het gevoerde bestuur en
                                        financieel beheer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college legt aan de raad over elk begrotingsjaar
                                            verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur,
                                            onder overlegging van de jaarrekening en het
                                            jaarverslag.</al></li><li nr="2."><al>Het college voegt daarbij de verslagen, bedoeld in
                                            artikel 213a, tweede lid.</al></li><li nr="3."><al>De raad legt de in het eerste en tweede lid, alsmede de
                                            in artikelen 213, derde en vierde lid, bedoelde stukken,
                                            wanneer de bespreking daarvan geagendeerd is op de in
                                            artikel 19, tweede lid, bedoelde wijze, voor een ieder
                                            ter inzage en stelt ze algemeen verkrijgbaar. Van de
                                            terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt
                                            openbaar kennis gegeven. De raad beraadslaagt over de
                                            jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee
                                            weken na de openbare kennisgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 209 Gevallen van dringende spoed</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In gevallen van dringende spoed kan, indien de raad
                                            daartoe besluit, verplichting worden aangegaan voordat
                                            de desbetreffende begroting of begrotingswijziging is
                                            goedgekeurd. Het besluit wordt gedeputeerde staten
                                            terstond toegezonden. Is de aangegane verplichting
                                            geraamd bij een begrotingswijziging welke nog niet ter
                                            goedkeuring is ingezonden, dan wordt deze
                                            begrotingswijziging tezamen met het besluit
                                            toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Over het in het eerste lid bedoelde besluit stemt de
                                            raad bij hoofdelijke oproeping.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 3: Toelating van nieuwe leden; fracties 6</vet></al><al> artikel 7 : Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 6</al><al> artikel 8 : Fractie 6</al><al> artikel 8a : Vervangingsregeling kleine fracties 6</al><al><vet>Hoofdstuk 3: Vergaderingen 7</vet></al><al>Paragraaf 1: Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen indeling 7</al><al> artikel 9 : Vergaderstructuur 7</al><al> artikel 10 : Oproep 7</al><al> artikel 11 : De agenda 7</al><al> artikel 12 : De informatiecarrousel 7</al><al> artikel 12a : Het forum 8</al><al> artikel 13 : De raadsvergadering 8</al><al> artikel 14 : Publicatie van stukken 8</al><al> artikel 15 : Openbare kennisgeving 9</al><al>Paragraaf 2: Orde der vergadering 9 </al><al> artikel 16 : Presentielijst 8</al><al> artikel 17 : Kennisgeving van verhindering 8</al><al> artikel 18 : Zitplaatsen 9</al><al> artikel 19 : Opening vergadering; quorum 9</al><al> artikel 20 : Ambtsgebed 9</al><al> artikel 21 : Spreekrecht burgers 9</al><al> artikel 22 : Primus bij hoofdelijke stemming 10</al><al> artikel 23 : Besluitenlijst 10</al><al> artikel 24 : Ingekomen stukken 10</al><al> artikel 25 : Spreekregels 11</al><al> artikel 26 : Volgorde sprekers 11</al><al> artikel 27 : Aantal spreektermijnen 11</al><al> artikel 28 : Spreektijd 11</al><al> artikel 29 : Handhaving orde; schorsing 11</al><al> artikel 30 : Beraadslaging; schorsing 11</al><al> artikel 31 : Deelname aan de beraadslaging door anderen 11</al><al> artikel 32 : Stemverklaring 12</al><al>Paragraaf 3: Procedures bij stemmingen 12 </al><al> artikel 33 : Algemene bepalingen over stemming 12</al><al> artikel 34 : Stemming over amendementen en moties 12</al><al>artikel 35 : Stemming over personen 12</al><al> artikel 36 : Herstemming over personen 13</al><al> artikel 37 : Beslissing door het lot 13</al><al><vet>Hoofdstuk 4: Rechten van leden 13</vet></al><al> artikel 38 : Amendementen 13</al><al> artikel 39 : Moties 13</al><al> artikel 40 : Voorstellen van orde 14</al><al> artikel 41 : Initiatiefvoorstel 14</al><al> artikel 42 : Collegevoorstel 14</al><al> artikel 43 : Interpellatie 14</al><al> artikel 44 : Schriftelijke vragen 14</al><al> artikel 45 : Vragenhalfuur 15</al><al> artikel 46 : Spoeddebat 15</al><al><vet>Hoofdstuk 5: Begroting en jaarrekening 15 </vet></al><al> artikel 47 : Procedure begroting 15</al><al> artikel 48 : Procedure jaarrekening 15</al><al><vet> Hoofdstuk 6</vet>: <vet>Lidmaatschap van andere
                            organisaties</vet> 16</al><al> artikel 49 : Verslag en verantwoording 16</al><al><vet>Hoofdstuk 7: Besloten vergadering 16 </vet></al><al> artikel 50 : Algemeen 16</al><al> artikel 51 : Besluitenlijst 16</al><al> artikel 52 : Geheimhouding 16</al><al> artikel 53 : Opheffing geheimhouding 16</al><al><vet>Hoofdstuk 8: Toehoorders en pers 16</vet></al><al> artikel 54 : Toehoorders en pers 16</al><al> artikel 55 : Geluid- en beeldregistraties 17</al><al><vet>Hoofdstuk 9: Slotbepalingen 17</vet></al><al> artikel 56 : Uitleg reglement 17</al><al> artikel 57 : In werking treden 17</al><al><vet>Bijlage I</vet>: <vet>Toelichting op RvO</vet>19</al><al><vet>Bijlage II</vet>: <vet>Relevante</vet><vet>
                            a</vet><vet>r</vet><vet>tikelen uit de
                                Gemeentewet</vet>31</al></bijlage></regeling></body></cvdr>