<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349522_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Riedsbeslú</vet><vet>t</vet></al><al>De raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        28 november 2014, punt nr.: 20;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>Beslú</vet><vet>t:</vet></al><al>vast te stellen de ‘Algemene Plaatselijke Verordening Achtkarspelen
                        ’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder c van de
                                    Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="j."><al>ijsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame
                                    ijswegencentrale aangelegde en d.m.v. vegen en verzorgen in
                                    stand gehouden banen op natuurijs op de wateren in de gemeente
                                    die - al dan niet met enige beperking - bevaarbaar zijn;</al></li><li nr="k."><al>innemen ligplaats: het afmeren en vervolgens doen of laten
                                    liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                    oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel
                                    aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan
                                    voor aanleggen;</al></li><li nr="l."><al>aanleggen: het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van
                                    een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of
                                    op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening
                                    of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk
                                    wordt gebruikt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving
                                    van het vaartuig;</al></li><li nr="m."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                                minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een groot evenement met een verhoogd risico geldt een
                                indieningstermijn van 12 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>als op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
                                    en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; </al></li><li nr="d."><al>als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                    binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken
                                    van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; </al></li><li nr="e."><al>als de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare orde en veiligheid; </al></li><li nr="c."><al>de gezondheid of zedelijkheid; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het woon- en leefmilieu; </al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen niet van
                                .......... toepassing (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats dan wel een publiek
                                    toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
                                    op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of in
                                    groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te
                                    vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig
                                    voorval waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                    gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                    samen-scholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van
                                    een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de
                                    door hem aangewezen richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424
                                    of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in
                                        het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
                                        bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
                                        middel van vervoer te bevinden op of aan de door de
                                        burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de uren
                                        daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de
                                        bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken
                                        (verblijfsontzegging).</al></li><li nr="2."><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
                                        verplicht zich te verwijderen op een daartoe strekkend bevel
                                        van een ambtenaar van de politie, van de gebieden als
                                        vermeld in de verblijfsontzegging.</al></li></lijst><al>3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod, als
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al><al>4.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al><cursief>(vervallen, opgenomen in 2:24)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van …….beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        </al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                    vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                    erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00
                                    uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn (vervallen, opgenomen in 2:3)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens (vervallen, opgenomen in 2:3)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    ………………of afbeeldingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen, opgenomen in
                                    2:24, 2:25 en 2:25a)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al><cursief>(vervallen, opgenomen in 2:9)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden
                                    binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10a</nr><titel>Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                    in strijd met de publieke functie van de weg.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan is in ieder geval sprake
                                    wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1 ½ meter wordt
                                    gelaten op fiets- en voetpaden en van 3 meter op de rijbaan voor
                                    fietsers / gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27 lid 2;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt ook
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voor zover in het ….daarin geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswater- ….staatwerken of het
                                    Provinciaal wegenreglement Fryslân.</al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a van het
                                            vorige artikel, geldt niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder b van het
                                            vorige artikel, geldt niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder c van het
                                            vorige artikel, geldt niet voor zover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2.10a niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr></kop><al>(<vet>Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening of
                                                voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaats-werken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: </al><lijst><li nr="a."><al>als degene die voornemens is een uitweg te maken naar de
                                            weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie; </al></li><li nr="b."><al>als het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: </al><lijst><li nr="a."><al>als daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht; </al></li><li nr="b."><al>als dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats; </al></li><li nr="c."><al>als het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast; </al></li><li nr="d."><al>als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                            door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van
                                            deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd in overeenstemming met de
                                    beleidsnotitie “Notitie inzake uitritten” (vastgesteld op 8
                                    april 2003), tenzij het college binnen vier weken na ontvangst
                                    van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt
                                    verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen dan wel op heide- of
                                    veengronden of binnen een afstand van 30 meter daarvan gedurende
                                    een door burgemeester en wethouders aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen dan wel op heide- of veengronden of
                                    binnen een afstand van 100 meter daarvan, voor zover het de open
                                    lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3d, van het
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende als tuin
                                    ingerichte erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af naar achter gerichte delen
                                    van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegen-verordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen; </al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
                                        </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning weigeren in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                    goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het karakter van de locatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te
                                    wijzen categorieën evenementen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede
                                    lid, onder d, van artikel 2:24 voorziene gevallen, voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                                    juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Meldingsplicht voor kleine evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het een evenement in de open lucht betreft en;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het aantal bezoekers of deelnemers op enig moment niet meer
                                    bedraagt dan 100 personen, en;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het een barbecue of straatfeest betreft niet meer dan 2 straten
                                    omvat, en;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>niet langer dan tot 23.00 uur versterkte en of live muziek ten
                                    gehore wordt gebracht, en;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de
                                    hulpdiensten, en;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>slechts objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder
                                    dan 10m² per object en niet meer dan 2 objecten per straat,
                                    en;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>er een aanwijsbare organisator is, en;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>het evenement niet op zondag plaatsvindt, en;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>de organisator de burgemeester tenminste 3 weken voorafgaand aan
                                    het evenement in kennis stelt met een door de burgemeester
                                    vastgesteld meldingsformulier, en;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier door
                                    de burgemeester geen tegenbericht is verzonden (dan kan het
                                    evenement plaatsvinden).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als straten afgesloten moeten worden voor verkeer, dient de
                                    organisator dit te realiseren door middel van schrikhekken met
                                    daarop borden C1 RVV (gesloten verklaring).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in
                                    het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148
                                    van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>1.Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen of door
                                uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te
                                veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig
                                te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.</al><al>2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in
                                gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie. Deze
                                wapens zijn al op grond van de Wet wapens en munitie verboden.</al><al>4.Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde
                                of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en
                                        andere aanhorigheden; </al></li><li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
                                            burgemeester de vergunning indien de vestiging of
                                            exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met
                                            een geldend bestemmingsplan c.q. indien het verzoek tot
                                            medewerking aan een afwijking of wijziging van het
                                            bestemmingsplan onherroepelijk is afgewezen. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in
                                            behandeling te nemen indien de aanvrager geen Verklaring
                                            Omtrent het Gedrag met betrekking tot de
                                            leidinggevende(n) overlegt bij de vergunningaanvraag,
                                            die is afgegeven maximaal drie maanden voor de datum
                                            waarop de vergunningaanvraag is ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
                                            weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                                            dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="5."><al>Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                            weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                            karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare
                                            inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van
                                            de openbare inrichting en de spanning, waaraan het
                                            woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                            komen te staan door de exploitatie van de openbare
                                            inrichting. </al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval
                                            en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                                            bevordering integriteits beoordelingen door het openbaar
                                            bestuur (Wet BIBOB). </al></li><li nr="7."><al>a. De burgemeester weigert de vergunning voor een
                                            horecabedrijf als bedoeld …..in het eerste …lid, waar
                                            bedrijfsmatig alcoholvrije dranken voor gebruik ter
                                            …..plaatse worden verstrekt indien niet wordt voldaan
                                            aan de volgende eisen:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>leidinggevenden als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Drank- en
                                    Horecawet dienen te voldoen aan de eisen die bij of krachtens
                                    artikel 8, lid 1 en 2 van de Drank- en Horecawet zijn
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de openbare inrichting dient te voldoen aan de eisen die bij of
                                    krachtens artikel 10 van de Drank- en Horecawet zijn
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de inrichtingseisen
                                    bedoeld …..onder a, sub 2.</al><al>8.Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die
                                    zich bevindt in:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>winkels, voor zover de horeca-activiteiten als dienstverlening
                                    kunnen worden gezien voor het winkelend publiek, bijvoorbeeld
                                    een koffiecorner. Als de horeca een bedrijfsmatige
                                    nevenactiviteit is en dus een substantieel onderdeel van de
                                    bedrijfsvoering vormt, is wel een exploitatievergunning nodig;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling, voor zover de horeca-activiteiten alleen
                                    toegankelijk zijn voor de bewoners van de zorginstelling en het
                                    personeel. Als de horeca-activiteiten ook toegankelijk zijn voor
                                    personen die bij de activiteiten van de zorginstelling in de
                                    ruimste zin van het woord betrokken zijn (bijv. ouderen die
                                    komen voor de dagbehandeling en deelnemers van activiteiten die
                                    vorming, spel en recreatie van de mens beogen zoals
                                    sjoelmiddagen, kaarten, optredens zangkoren, spelmiddagen,
                                    handwerkmiddagen enz.), is wel een exploitatievergunning nodig.
                                </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum, voor zover de horeca-activiteiten alleen
                                    toegankelijk zijn voor de museumbezoekers en het personeel.
                                </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een school, voor zover de horeca-activiteiten alleen
                                    toegankelijk zijn voor scholieren en het personeel. </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een bedrijfskantine of -restaurant, voor zover de kantine/het
                                    restaurant alleen toegankelijk is voor personeel. </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een bed &amp; breakfast, voor zover aan de regels van aan huis
                                    verbonden beroep of bedrijf bij (bedrijfs)woningen in het
                                    bestemmingsplan wordt voldaan en de capaciteit maximaal 2 kamers
                                    en 4 bedden/slaapplaatsen is. </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="9."><al>Als de vergunningsaanvraag mede betrekking heeft
                                                  op één of meer bij de openbare inrichting horende
                                                  terrassen op de weg, beslist de burgemeester over
                                                  de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
                                                  terras. </al></li><li nr="10."><al> Onverminderd het gestelde in het zevende en
                                                  achtste lid, kan de burgemeester de
                                                  ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of
                                                  meer bij een openbare inrichting behorende
                                                  terrassen weigeren:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan
                                            wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                            voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="2."><al>als dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al><lijst><li nr="11."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                                  niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op
                                                  de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="12."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li><li nr="13."><al>Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt
                                                  niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                                  wordt voorzien door de Wet beheer
                                                  Rijkswaterstaats-werken of het Provinciaal
                                                  Wegenreglement Fryslân. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd (niet opgenomen, Achtkarspelen heeft vrije
                                    sluitingstijden)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor één of meer horecabedrijven
                                        tijdelijk andere dan de geldende sluitingstijden vaststellen
                                        of tijdelijk sluiting bevelen. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet. </al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de
                                                tijd dat de inrichting gesloten moet zijn op grond
                                                van een besluit krachtens artikel 2:30,
                                                1<sup>e</sup> lid;</al></li><li nr="b."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                                personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen
                                                die aanwezig zijn op het terras.</al><al><vet>Artikel 2:31a Ordeverstoring</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>1.Het is verboden in een openbare inrichting onnodig op te dringen
                                of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te
                                veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig
                                te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.</al><al>2.Het is verboden in een openbare inrichting messen, knuppels,
                                slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde
                                of veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie. Deze
                                wapens zijn op grond van de Wet wapens en munitie verboden.</al><al>4. Een ieder is verplicht in een openbare inrichting alle
                                aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer en daartoe
                                bevoegde ambtenaren van de gemeente in het belang van openbare orde
                                of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al><al>4.Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                        bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                        wijze overdraagt.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>4.Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30op als bevoegd bestuursorgaan.</al><al>4.<vet>Artikel 2:34 Overige bepalingen</vet></al><al>4.Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt, indien de
                                betreffende openbare inrichting wordt beëindigd, van overheidswege
                                wordt gesloten, als gedurende een periode van zes maanden geen
                                gebruik wordt gemaakt van de vergunning of indien de aard en omvang
                                van de openbare inrichting wordt gewijzigd.</al><al>4.<onderstreept>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het
                                    verschaffen van nachtverblijf</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:35 Begripsbepaling (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:37 Nachtregister (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
                                    (vervallen)</vet></al><al>4.<onderstreept>Afdeling 10 Toezicht op
                                    speelgelegenheden</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:39 Speelgelegenheden (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:40 Speelautomaten</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet.</al><lijst><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen of het hoogdrempelige
                                                deel van een samengestelde inrichting zijn 2
                                                kansspelautomaten toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen of het laagdrempelige
                                                deel van een samengestelde inrichting zijn
                                                kansspelautomaten niet toegestaan.</al></li></lijst></li></lijst><al>4.<onderstreept>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
                                    baldadigheid</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden. </al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:42 Plakken en kladden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        roerende of onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar
                                        is te bekrassen of te bekladden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
                                            </al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen. </al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame. </al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen. </al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
                                    </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, als de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen
                                        niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig
                                        de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                        onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal
                                        door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van
                                        sporen te voorkomen.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
                                (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare
                                plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; </al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                                aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg
                                                gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:47a Verstoring van de openbare orde</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de openbare weg, op een voor het
                                        publiek toegankelijk sportterrein of in een voor het publiek
                                        toegankelijk bouwwerk op enigerlei wijze de orde te
                                        verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te
                                        vallen of te vechten.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:47b Vermommingen</vet></al><al>4.Het is verboden zich vermomd of op een andere wijze onherkenbaar
                                gemaakt op de weg of een andere voor publiek toegankelijke plaats te
                                bevinden met het kennelijke doel herkenning te voorkomen bij
                                verstoring van de openbare orde.</al><al>4.<vet>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank
                                        te nuttigen of flessen, blikjes en dergelijke met
                                        alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="c."><al>door het college aangewezen plaatsen.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek, poort of
                                                onder een overkapping op te houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op te houden op het
                                                terrein van een school, bedrijf of instelling buiten
                                                de schooltijd of werktijd van het bedrijf of de
                                                instelling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten</vet></al><al>4.Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al>4.<vet>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
                                (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt,
                                    kermisterrein e.d. (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:53 Bespieden van personen (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</vet></al><al>4. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</vet></al><al>4. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:56 Alarminstallaties</vet></al><al>4. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:57 Loslopende honden</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                        hond te laten verblijven of te laten lopen: </al></li><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg met uitzondering van parken
                                        en plantsoenen zonder dat die hond aangelijnd is, tenzij
                                        anders is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom zonder toezicht of geleide;</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats; </al></li><li nr="d."><al>in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden
                                        en de particuliere terreinen die daarbinnen liggen, tenzij
                                        anders is aangegeven, zonder dat die hond aangelijnd
                                        is;</al></li><li nr="e."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                        ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk
                                        doet kennen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is
                                                niet van toepassing op door het college aangewezen
                                                plaatsen. </al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b
                                                gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een
                                                hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                                of sociale hulphond laat begeleiden of als een
                                                eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                                gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale
                                                hulphond.</al></li></lijst></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en
                                    pony’s</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat de uitwerpselen van de hond in de openbare ruimte
                                        binnen de bebouwde kom meteen worden opgeruimd.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                                of sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                                geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd
                                        bepaalde plaatsen aan te wijzen waar de in lid 1 gestelde
                                        verplichting niet van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar, houder of berijder van een paard of pony is
                                        verplicht ervoor te zorgen dat in de openbare ruimte, voor
                                        zover gelegen binnen de bebouwde kommen van de gemeente
                                        Achtkarspelen, de uitwerpselen van het paard of de pony
                                        worden opgeruimd.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Als het college een hond in verband met zijn gedrag
                                                gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar
                                                of houder van die hond een aanlijngebod of een
                                                aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die
                                                hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op
                                                het terrein van een ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                                verplicht is de hond aangelijnd te houden met een
                                                lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband,
                                                van ten hoogste 1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                                verplicht is de hond voorzien te houden van een
                                                muilkorf die: </al></li></lijst></li><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                        niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al><al>4.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid
                                        onder e, dient een hond als bedoeld in het eerste lid
                                        voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op
                                        aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van
                                        een microchip die met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet milieubeheer bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren: </al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende
                                                zaak gelegen binnen plaats die een krachtens het
                                                eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van
                                                een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de
                                                Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                                beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                                toepassing. </al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:61 Wilde dieren</vet></al><al>4. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:62 Loslopend vee</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op vee of pluimvee dat zich bevindt in een
                                        aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg
                                        is afgescheiden door een deugdelijke (pluim)veekering, is
                                        verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen
                                        getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden vee zonder voldoende toezicht op of aan een
                                        weg te hebben of te doen verblijven of zonder voldoende
                                        begeleiding over de weg te vervoeren of te verweiden.</al></li><li nr="3."><al>(Pluim)vee, dat onbeheerd wordt aangetroffen kan worden
                                        overgebracht naar een door het college te bepalen plaats en
                                        aldaar worden bewaard op kosten van de eigenaar.</al></li><li nr="4."><al>Als in bewaring gesteld (pluim)vee, als bedoeld in het derde
                                        lid, niet binnen een termijn van een week, gerekend vanaf de
                                        dag van inbewaringstelling, door de eigenaar is opgevorderd,
                                        brengt het college deze bewaring door publicatie in een of
                                        meer plaatselijk verschijnende nieuwsbladen ter openbare
                                        kennis.</al></li><li nr="5."><al>Als de eigenaar het (pluim)vee niet binnen een week na de in
                                        het vierde lid bedoelde publicatie heeft gevorderd, wordt
                                        dit in het openbaar verkocht. Na aftrek van de kosten van
                                        bewaring en publicatie wordt de opbrengst gedurende de
                                        wettelijke termijn van verjaring ter beschikking van de
                                        eigenaar gehouden.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid
                                        zijn burgemeester en wethouders na het verstrijken van de
                                        termijn, als bedoeld in het vierde lid, eveneens gerechtigd
                                        over te gaan tot openbare verkoop van het (pluim)vee als
                                        redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de waarde van het
                                        vee ontoereikend is om hieruit de kosten van bewaring en
                                        publicatie te voldoen. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:63 Duiven </vet></al><al>4.Het is de rechthebbende op duiven verboden deze te laten
                                uitvliegen, indien het college hem schriftelijk heeft meegedeeld,
                                dat zij dit in verband met de plaats waar de duiven worden gehouden
                                hinderlijk voor de omgeving achten. </al><al>4.<vet>Artikel 2:64 Bijen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;
                                            </al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen. </al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li><li nr="6."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. </al></li><li nr="7."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:65 Bedelarij (vervallen)</vet></al><al>4.<onderstreept>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling
                                    van goederen</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:66 Begripsbepaling (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in art. 437ter Wetboek
                                    van Strafrecht (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    (vervallen)</vet></al><al>4.<onderstreept>Afdeling 13 Vuurwerk</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</vet></al><al>4.In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al><al>4.<vet>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de ...................verkoopdagen
                                (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken. </al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht. </al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:73a Gebruik van carbid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden carbidgas tot ontploffing te brengen in een
                                        al dan niet afgesloten vat, bus, fles, ballon of een ander
                                        soortgelijk voorwerp.</al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder verboden op of aan de openbare weg carbid
                                        bij zich te hebben, tenzij aannemelijk is dat dit voor
                                        bedrijfsdoeleinden noodzakelijk is.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een vat, bus, fles of dergelijk voorwerp bij
                                        zich te hebben indien dit kennelijk geschiedt met het doel
                                        te worden gebruikt om carbidgas of een ander soort gas mee
                                        tot ontploffing te brengen. </al></li><li nr="4."><al>De verboden gesteld in lid 1, 2 en 3 gelden niet
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/ of
                                                dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 50
                                                liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig
                                                van een reactie tussen calcium acetylide (carbid) en
                                                water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen
                                                en</al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur
                                                tot 1 januari 02.00 uur en</al></li><li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten ligt gelegen is:</al><lijst><li nr="1."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van
                                                  woonbebouwing en</al></li><li nr="2."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="5."><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                        Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                                        milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                        stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing
                                        is.</al></li></lijst><al>4.<onderstreept>Afdeling 14 Drugsoverlast</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</vet></al><al>4.Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><al>4.<vet>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik</vet></al><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al><al><onderstreept>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding,
                                    veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op</onderstreept>
                                    .................<onderstreept>openbare
                                plaatsen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen (door de
                                    gemeenteraad aan te wijzen).</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                                verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                tegen vergoeding; </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                                het verrichten van seksuele handelingen met een
                                                ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                                                handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                                seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een
                                                parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens
                                                begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in
                                                combinatie met elkaar; </al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van
                                                personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                                een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie
                                                aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                                bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                                erotisch-pornografische aard aan particulieren
                                                plegen te worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                                rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                                seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                                exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                                rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                                persoon of personen; </al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                                onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                                uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
                                            </al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een
                                                seksinrichting, met uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li></lijst></li><li nr="1."><al>de prostituee; </al></li><li nr="2."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; </al></li><li nr="3."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening; </al></li><li nr="4."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in door het
                                    college aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het aantal werkzame prostitué(e)s;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door
                                    middel van een situatietekening met een schaal van tenminste
                                    1:1000;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de plattegrond van de inrichting door middel van een tekening
                                    met een schaal van tenminste 1:100;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het
                                    gebruik van de ruimte waarin hij voornemens is de inrichting te
                                    exploiteren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt</al><al>2.Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="·"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                            met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416,
                                            417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                            Strafrecht; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                            de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
                                        </al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                            gelijk gesteld: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. </al><al>4.De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning. </al><al>5.De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
                                    op maandag tot en met zondag tussen 03.00 en 10.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden, (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>1.Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                            genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de
                                            bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                            bestuursorgaan: </al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straat- en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of langs wegen dan wel vanuit een pand,
                                    zichtbaar vanaf de openbare weg, door handelingen, houding,
                                    woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostitué(e)
                                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                    te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie tenminste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-...................pornografische goederen,
                                    afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12a</nr><titel>Geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft een
                                    geldigheidsduur van 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde
                                    termijn dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als
                                    bedoeld in artikel 3:4 ingediend te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                            geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan
                                                  de in artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan,
                                                  stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
                                                </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of
                                                  het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen
                                                  zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek
                                                  van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet
                                                  arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                                  bepaalde. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld
                                            in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                            vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                            geweigerd in het belang van: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>als de aangevraagde locatie niet voldoet aan overige door het
                                    college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 3:3
                                    gestelde nadere regels.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegde bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het
                                        natuurschoon en zorg voor
                                    </onderstreept></vet><vet>.............</vet><vet>...</vet><vet>....</vet><vet><onderstreept>he</onderstreept></vet><vet><onderstreept>t
                                    </onderstreept></vet><vet><onderstreept>uiterlijk aanzien van de
                                        gemeente</onderstreept></vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor
                                                inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld
                                                in het Besluit; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ineen aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en
                                    tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts
                                    geldt in één of meer dorpen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq bedraagt niet meer dan 70
                                    dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur en 65 dB(A) tussen 23.00 en
                                    02.00 uur dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige
                                    gebouwen op een hoogte van 1,5 meter overdag en 5 meter in de
                                    avond.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra luide muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                    bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                    artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 02.00 uur
                                    beëindigd. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor muziek
                                    vanuit het bebouwde gedeelte van de (niet)inrichting en niet
                                    voor de buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.30 uur beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek zoals bedoeld
                                in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit,
                                binnen inrichtingen, is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen; </al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein; </al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; </al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00-19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00-23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00-7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 8 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Als versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</titel></kop><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college aan, op
                                of boven de weg of openbaar water door middel van een
                                geluidsapparaat een toespraak, gezang of muziek voor het publiek ten
                                gehore te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    .................en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Afdeling 3 is afzonderlijk geregeld in de “Bomenverordening 1996”,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 1996 (dit geldt niet
                                voor artikel 4.11a).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><al><cursief>(opgenomen in Wabo en </cursief><cursief>bomenverordening
                                    Achtkarspelen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Afstand tot de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 lid 1 en lid 2 van het
                                Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op nihil voor bomen, heggen en
                                heesters in eigendom van de gemeente.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3a</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>1.Het is verboden één of meer van de volgende voorwerpen of stoffen
                                in de open lucht op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                indien deze opslag, plaatsing of aanwezigheid naar het oordeel van
                                het college het uiterlijk van de gemeente op ontoelaatbare wijze
                                schaadt of ontoelaatbare overlast veroorzaakt of zal veroorzaken die
                                hetzij moet worden opgeheven hetzij moet worden voorkomen of schade
                                aan de openbare gezondheid zal kunnen veroorzaken die moet worden
                                voorkomen.</al><al>Het gaat om de volgende voorwerpen of stoffen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                                dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                                gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of
                                                aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is zaaksgebonden.</al></li><li nr="5."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening
                                        Fryslân.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen (niet
                                    opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame (niet opgenomen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling. </al><al>2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon. </al><al>3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
                                        </al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                                            wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                            niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="6."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen (vervallen, opgenomen in
                                    5:7)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, paardentrailer, keetwagen of ander
                                    dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins
                                    uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                    gebezigd langer dan op 5 achtereenvolgende dagen op de openbare
                                    weg te parkeren of te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1 wordt
                                    geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het voertuig
                                    binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten – gerekend
                                    vanaf de in lid 1 bedoelde plaats wordt aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1
                                    verboden het voertuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst,
                                    opnieuw neer te zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen of vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig of een vaartuig dat is voorzien van
                                    een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren of te
                                    plaatsen met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te
                                    maken. Onder handelsreclame wordt mede verstaan het te koop of
                                    te huur aanbieden van een voertuig of een vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door
                                    dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, in door het college van burgemeester en wethouders
                                    aangewezen gebieden op de weg te laten staan buiten de daarvoor
                                    bestemde ruimten of vakken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het
                                    beheer van de openbare ruimte, langer dan vier weken
                                    onafgebroken in door het college van burgemeester en wethouders
                                    aangewezen openbare (brom-)fietsstallings-gebieden te
                                    stallen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Instanties die op het landelijke rooster van het Centraal Bureau
                                    Fondsenwerving voorkomen zijn vrijgesteld van de
                                    vergunningplicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; </al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 22 en 8 uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt
                                            niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken
                                            waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als
                                            bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></li><li nr="2."><al> Het college kan de vrijheid van meningsuiting als
                                            bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te
                                            stellen: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren. </al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                            bedoeld in het tweede lid. </al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                                            wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                            niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken of het
                                    Provinciaal wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (niet
                                    opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="·"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld; </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    ……………..…..anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde uitzonderingen gelden niet in op
                                    enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en de
                                    particuliere terreinen die daarbinnen liggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34a</nr><titel>Verbranding van snoeihout</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het in het eerste lid van artikel 5.34 gestelde verbod geldt
                                    niet voor het verbranden van snoeihout indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>a. tenminste 24 uur voorafgaande aan de verbranding het college
                                    daarvan in kennis is gesteld door middel van een door hen
                                    vastgesteld formulier;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wordt voldaan aan de op grond van artikel 1:4 gestelde
                                    voorschriften die zijn opgenomen in de bij de melding behorende
                                    “Algemene voorschriften ten behoeve van het verbranden van
                                    snoeihout”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd een in het eerste lid bedoelde
                                    verbranding te verbieden ter bescherming van één of meer van de
                                    belangen genoemd in artikel 1:8.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd in
                                    het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, met
                            uitzondering van het bepaalde in artikel 2:11, wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aangewezen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Achtkarspelen,
                                versie “raadsbesluit 25 januari 2012”, wordt ingetrokken per datum
                                inwerkingtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                Achtkarspelen 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 12 december 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Achtkarspelen 2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Achtkarspelen van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.Gerbrandy</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>