<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349393_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-72340.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20180409%26epd%3d20180409%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGilze%2ben%2bRijen%26orgt%3dgemeente%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, Jaargang 2018 nr. 72340, 9 april 2018</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-04-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 4.2, artikel 5.1, artikel 5.2, artikel 7.2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 72340</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Hoofdstuk I</vet></al><al>Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1.2 Doelgroep van deze verordening</al><al/><al><vet>Hoofdstuk II</vet></al><al>Toegang</al><al>Artikel 2.1 Melding en vooronderzoek</al><al>Artikel 2.2 Gesprek</al><al>Artikel 2.3 Verslag van het onderzoek</al><al>Artikel 2.4 Aanvraag maatwerkvoorziening</al><al>Artikel 2.5 Aanvraag persoonsgebonden Budget</al><al>Artikel 2.6 Inhoud beschikking</al><al>Artikel 2.7 Advisering</al><al/><al><vet>Hoofdstuk III</vet></al><al>Algemene voorzieningen</al><al>Artikel 3.1 Algemene voorziening</al><al>Artikel 3.2 Waardering voor mantelzorgers</al><al/><al><vet>Hoofdstuk IV</vet></al><al>Maatwerkvoorzieningen</al><al>Artikel 4.1 Criteria voor een maatwerkvoorziening</al><al>Artikel 4.2 Regels voor pgb</al><al>Artikel 4.3 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen</al><al>Artikel 4.4 Aanvullende criteria voor vervoersvoorzieningen</al><al>Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor Hulp bij het Huishouden</al><al>Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen</al><al>Artikel 4.7 Weigeringsgronden en voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk V</vet></al><al>Bijdragen</al><al>Artikel 5 Regels voor bijdrage in kosten voor maatwerkvoorzieningen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VI</vet></al><al>Toezicht en handhaving</al><al>Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                        terugvordering</al><al>Artikel 6.2 Onderzoek kwaliteit geleverde zorg persoonsgebonden budget</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VII</vet></al><al>Kwaliteit en klachten</al><al>Artikel 7.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</al><al>Artikel 7.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden</al><al>Artikel 7.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld</al><al>Artikel 7.4 Klachtenregeling</al><al>Artikel 7.5 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                        ondersteuning</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VII</vet></al><al>Inspraak</al><al>Artikel 8 Betrekken van ingezetenen bij het beleid</al><al>Artikel 8 a. Right to challenge</al><al/><al><vet>Hoofdstuk IX</vet></al><al>Slotbepalingen</al><al>Artikel 9.1 Hardheidsclausule</al><al>Artikel 9.2 Voorwaarden</al><al>Artikel 9.3 Besluit en/of beleidsregels</al><al>Artikel 9.4 Indexering</al><al>Artikel 9.5 Intrekking oude verordening en overgangsrecht</al><al>Artikel 9.6 Inwerkingtreding en citeertitel</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan,
                                    gelet op de omstandigheden aannemelijk is dat de cliënt
                                    daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen)
                                    beschikken;</al></li><li nr="b."><al>algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat,
                                    zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
                                    toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning
                                    gemeente Gilze en Rijen;</al></li><li nr="d."><al>Besluit: het door het college op grond van deze verordening vast
                                    te stellen Besluit maatschappelijk ondersteuning gemeente Gilze
                                    en Rijen waarin nadere regels opgenomen worden over de
                                    uitvoering van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie
                                    en advies die bijdraagt aan het versterken van de
                                    zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo
                                    integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van
                                    maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg,
                                    jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;</al></li><li nr="g."><al>college: College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="h."><al>gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
                                    in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders,
                                    inwonende kinderen of andere huisgenoten; </al></li><li nr="i."><al>gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="j."><al>hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="k."><al>ingezetene: cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente
                                    Gilze en Rijen</al></li><li nr="l."><al>mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                    beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
                                    van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                                    personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het
                                    kader van een hulpverlenend beroep;</al></li><li nr="m."><al>melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als
                                    bedoeld als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de
                                    wet;</al></li><li nr="n."><al>onverwijld: in ieder geval binnen drie werkdagen;</al></li><li nr="o."><al>persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden,
                                    bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g
                                    van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke
                                    ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;</al></li><li nr="p."><al>persoonsgebonden budget (pgb): bedrag waaruit namens het college
                                    betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
                                    woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een
                                    maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft
                                    betrokken;</al></li><li nr="q."><al>sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere
                                    personen met wie de cliёnt een sociale relatie onderhoudt;</al></li><li nr="r."><al>voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere
                                    voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;</al></li><li nr="s."><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="t."><al>woonvoorziening: roerende zaak dan wel bouwkundige of
                                    woontechnische aanpassing van een woning of voorziening voor
                                    verhuis- en inrichtingskosten;</al></li><li nr="u."><al>ZZP-er: zelfstandige zonder personeel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Doelgroep van deze verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening richt zich op personen:</al><lijst><li nr="a."><al>die hun woonplaats hebben in Gilze en Rijen, en</al></li><li nr="b."><al>die hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie
                                        willen behouden of verbeteren en daar ondersteuning bij
                                        nodig hebben of</al></li><li nr="c."><al>die, al dan niet woonachtig in Gilze en Rijen, als
                                        mantelzorger ondersteuning aan een inwoner van Gilze en
                                        Rijen bieden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid richt de verordening
                                zich wat betreft opvang en beschermd wonen met inachtneming van het
                                bepaalde in artikel 1.2.2. van de wet op ingezetenen van Nederland
                                die in Gilze en Rijen ondersteuning zoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige
                                domeinoverstijgende problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de
                                Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet, draagt het
                                college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Melding en vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan vormvrij (schriftelijk, elektronisch, mondeling of
                                telefonisch) door of namens een cliënt bij het college worden
                                gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of
                                telefonisch en informeert de cliënt over de gang van zaken na de
                                melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3. van de wet
                                treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
                                maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliënt of degene die namens hem de melding doet wordt gewezen op
                                de mogelijkheid zich tijdens het onderzoek te laten bijstaan door
                                iemand uit het eigen netwerk of een cliëntondersteuner.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel
                                2.3.2, eerste lid, van de wet van belang zijnde en toegankelijke
                                gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig
                                mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige
                                gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het
                                onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                                kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een
                                identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college brengt de cliënt op hoogte van de mogelijkheid om een
                                persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de
                                wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding
                                in de gelegenheid het plan te overhandigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene
                                door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens
                                vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of
                                mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor
                                zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                        cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke
                                        hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn
                                        zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te
                                        verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op
                                        een maatwerkvoorziening; </al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere
                                        personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering
                                        van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te
                                        voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                        maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                        mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                        voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                        artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                        maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot
                                        verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie,
                                        of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                        maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende
                                        voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en
                                        zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en
                                        andere partijen op het gebied van publieke gezondheid,
                                        jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te
                                        voorzien in de behoefte aan maatschappelijke
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van
                                        het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet
                                        verschuldigd zal zijn, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt
                                        ingelicht over de gevolgen van die keuze. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van de methode van
                                vraagverheldering, met toepassing van de regionaal ontwikkelde
                                instrumenten ‘quickscan’ en ‘integrale vraaganalyse’;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in 2.3.2, tweede lid,
                                van de wet aan het college heeft overhandigd, betrekt het college
                                dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het
                                gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt
                                de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd
                                het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, met de cliënt besluiten af
                                te zien van het gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Verslag van het onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van
                                de uitkomsten van het onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor
                                dat een getekend exemplaar binnen 10 werkdagen wordt geretourneerd
                                aan de contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven
                                wat de reden is waarom hij niet akkoord is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een
                                maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem
                                ondertekende verslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Aanvraag maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan
                                nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is
                                uitgevoerd binnen zes weken na ontvangst van de melding.
                                Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 lid 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt of zijn gemachtigde of (wettelijk) vertegenwoordiger kan
                                een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij
                                het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door
                                het college vastgesteld aanvraagformulier en dient te worden
                                voorzien van een handtekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een verzoek voor een maatwerkvoorziening telefonisch
                                binnenkomt en het telefonisch contact geen aanleiding geeft tot het
                                inplannen van een gesprek, wordt een aanvraagformulier toegezonden.
                                De aanvraag is pas officieel als het formulier ondertekend retour
                                ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gesprek heeft geleid tot een aanvraag en er een
                                ondertekend gesprekformulier aanwezig is, kan dit formulier door het
                                college beschouwd worden als aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Professionals kunnen in het belang van een cliënt een advies
                                uitbrengen ten behoeve van een aanvraag. Zij kunnen niet namens een
                                cliënt een aanvraag indienen (Wel melding van een hulpvraag).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Aanvraag persoonsgebonden budget</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 2.4 omvat een aanvraag voor een
                            persoonsgebonden budget in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>De te treffen maatwerkvoorziening en het beoogde doel;</al></li><li nr="b."><al>De voorgenomen uitvoering daarvan;</al></li><li nr="c."><al>De kwalificaties van de uitvoering, en;</al></li><li nr="d."><al>Een motivering waarom een cliënt een persoonsgebonden budget
                                    wenst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening geeft
                                het college in ieder geval aan of deze als voorziening in natura of
                                als pgb wordt verstrekt en geeft het college tevens aan hoe bezwaar
                                tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in
                                de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                        toepassing, en</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een
                                pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                        pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                        bedoeld, en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover
                                in de beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                het onderzoek, degene door of namens wie een melding of aanvraag is
                                ingediend of bij gebruikelijk hulp diens relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen.</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip op een
                                        of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                                advies vragen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die niet
                                        eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder
                                        een gesprek als bedoeld in artikel 2.2 is gevoerd.</al></li><li nr="b."><al>Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die wel
                                        eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals
                                        bedoeld in artikel 2.2 heeft gevoerd, maar waarvan de
                                        medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die
                                        gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of
                                        soort van voorziening kunnen beïnvloeden.</al></li><li nr="c."><al>Het college dat overigens gewenst vindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college advies gaat inwinnen als bedoeld in lid 1 en lid
                                2 wordt de cliënt hier van op de hoogte gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Algemene voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemene voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van
                                de gemeente Gilze en Rijen of voor een specifieke doelgroep, en is
                                rechtstreeks toegankelijk zonder of op basis van een beperkte
                                toegangsbeoordeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Waardering voor mantelzorgers</titel></kop><al>Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor
                            mantelzorgers. Het college bepaalt bij nadere regels waaruit de
                            jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de
                            gemeente bestaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de
                                    beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al/><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid
                                            of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de
                                            cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college
                                            niet kan verminderen of wegnemen</al></li></lijst></li></lijst><al>I op eigen kracht;</al><al> II met gebruikelijke hulp;</al><al> III met mantelzorg; </al><al> IV met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;</al><al> V met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, of; </al><al> VI met gebruikmaking van algemene voorzieningen.</al><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van
                            het in 2.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren
                            van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
                            zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen
                            leefomgeving kan blijven,en/of</al><al>b. </al><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                            samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en
                            de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband
                            met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor
                            zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan
                            verminderen of wegnemen</al><al>I op eigen kracht;</al><al>II met gebruikelijke hulp;</al><al>III met mantelzorg;</al><al>IV met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; </al><al>V met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, of; </al><al>VI met algemene voorzieningen.</al><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van
                            het in 2.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in
                            de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het
                            realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo
                            zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
                                samenleving<cursief>.</cursief></al><lijst><li nr="3."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van
                                    een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze
                                    slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch
                                    is afgeschreven, </al><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is
                                            gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de
                                            cliënt zijn toe te rekenen; </al></li><li nr="b."><al>tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in
                                            de veroorzaakte kosten, of </al></li><li nr="c."><al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een
                                            oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
                                            maatschappelijke ondersteuning.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het
                                    college de goedkoopst adequate voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
                                van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
                                verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
                                heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening
                                van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de
                                ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt
                                        opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;</al></li><li nr="b."><al>wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee
                                        redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om
                                        veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten,
                                        hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die
                                        tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken,
                                        en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor
                                        onderhoud en verzekering, en</al></li><li nr="c."><al>bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare
                                        maatwerkvoorziening in natura.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een zaak: </al><al>op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou
                                        hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en
                                        rekening houdende met een reële termijn voor de technische
                                        afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;</al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden:</al><lijst><li nr="1°."><al>hbh1 door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij
                                                een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke
                                                tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden
                                                gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder;</al></li><li nr="2°."><al>hbh2 door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij
                                                een zorgaanbieder of waarvoor bijzondere
                                                deskundigheid is vereist: op basis van het
                                                toepasselijke tarief per uur of resultaat dat
                                                hiervoor zou worden gehanteerd door een door de
                                                gemeente gecontracteerde aanbieder;</al></li><li nr="3°."><al>hbh 1 en 2 door een persoon uit het sociale netwerk:
                                                op basis van 70% van het toepasselijke tarief per
                                                uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd
                                                door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>individuele begeleiding: </al><lijst><li nr="1°."><al>individuele begeleiding uitgevoerd door een daartoe
                                                opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op
                                                basis van het toepasselijke tarief per uur of
                                                resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door
                                                een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
                                            </al></li><li nr="2°."><al>individuele begeleiding uitgevoerd door een persoon
                                                uit het sociale netwerk: op basis van 70% van het
                                                toepasselijke tarief per uur of resultaat dat
                                                hiervoor zou worden gehanteerd door een door de
                                                gemeente gecontracteerde aanbieder;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>groepsbegeleiding en dagbesteding:</al><lijst><li nr="1°."><al>dagbesteding uitgevoerd door vrijwilligers met
                                                ondersteuning van een beroepskracht in dienst van
                                                een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke
                                                tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door
                                                een daartoe opgeleid persoon dat zou worden
                                                gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder; </al></li><li nr="2°."><al>uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk:
                                                op basis van 70% % van het toepasselijke tarief per
                                                uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd
                                                door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>kortdurend verblijf en respijtzorg: </al><lijst><li nr="1°."><al>met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door
                                                vrijwilligers met ondersteuning van een
                                                beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op
                                                basis van het toepasselijke tarief voor dergelijke
                                                begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid
                                                persoon dat zou worden gehanteerd door een door de
                                                gemeente gecontracteerde aanbieder;</al></li><li nr="2°."><al>met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door
                                                een daartoe opgeleid persoon in dienst van een
                                                zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief
                                                dat voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een
                                                daartoe opgeleide beroepskracht zou worden
                                                gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder;</al></li><li nr="3°."><al>uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk:
                                                op basis van 70% van het toepasselijke tarief per
                                                uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd
                                                door een door de gemeente gecontracteerde
                                                aanbieder;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>vervoer van en naar de dagbesteding: </al><al>op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief,
                                        uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen
                                        geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met
                                        eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van
                                        het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren;</al></li><li nr="g."><al>taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio
                                        gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500
                                        kilometers per jaar;</al></li><li nr="h."><al>een autoaanpassing: </al><al>op basis van de kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen
                                        die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente
                                        gecontracteerde leverancier;</al></li><li nr="i."><al>verhuishulp: </al><al>op basis van de kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou
                                        worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde
                                        verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om
                                        al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, eerst of de
                                cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker
                                geschikt te maken woning en die verhuizing kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden indien
                                de aanpassing van de woning een bedrag zoals genoemd in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen te boven
                                gaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Aanvullende criteria voor vervoersvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, eerst of de
                                cliënt gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare algemene
                                voorziening of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot
                                deur die in de individuele situatie van de cliënt kan leiden tot het
                                te bereiken resultaat. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, eerst of de
                                cliënt één of meerdere huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat
                                zijn werkzaamheden over te nemen in het kader van gebruikelijke
                                zorg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                                opvang als hij</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorgaand aan
                                opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie, en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen
                                leefgebieden, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of
                                residentiele dakloosheid op kunnen heffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een slachtoffer van huiselijk
                                geweld in aanmerking komen voor opvang als deze</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten
                                van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien sprake is
                                van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende
                                ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is, en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van
                                het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige
                                situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien. Het
                                college kan nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                                beschermd wonen als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>hij een psychiatrische aandoening heeft, en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>er voor hem sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf
                                of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de
                                psychiatrische aandoening, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd
                                wonen op kunnen heffen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar
                                aanleiding van afspraken met andere gemeenten over wederzijdse
                                overdracht van cliënten inzake prioritering van doelgroepen bij de
                                toegang tot beschermd wonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Weigeringsgronden en voorwaarden voor
                                maatwerkvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval
                                aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening
                                op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>als de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
                                mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
                                de beperkingen kan wegnemen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>als de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de
                                beperkingen kan wegnemen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk
                                is;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór
                                datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het
                                college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de
                                noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>als deze niet in overwegende mate op het individu is gericht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening gericht op
                                zelfredzaamheid en participatie:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als deze niet langdurig noodzakelijk is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Gilze en
                                Rijen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt geen woonvoorziening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                gebruikte materialen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                                tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen
                                en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor
                                verhuizing en inrichting;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>als het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, met
                                uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen
                                aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid
                                of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing
                                aanwezig is;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor
                                vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de
                                weigering van een pgb.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Bijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen</titel></kop><al>Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijke hulp toelage, ter hoogte van € 10,00 per uur;
                                </al></li><li nr="b."><al>collectief vervoer, ter hoogte van het reizigerstarief van het
                                    openbaar vervoer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een
                                maatwerkvoorziening dan wel een pgb, zolang de cliënt van de
                                maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor
                                het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen
                                van de cliënt en zijn echtgenoot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de
                                kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het
                                Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is
                                verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kostprijs van een:</al><lijst><li nr="a."><al>maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na
                                        consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;</al></li><li nr="b."><al>pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet,
                                worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door CAK
                                vastgesteld en geïnd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een
                                woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door
                                de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie
                                een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond
                                verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met
                                de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het
                                    college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling
                                    van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs
                                    duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot
                                    heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of
                                    2.3.6 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                    beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet
                                    herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al></li><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                    achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
                                    pgb verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een
                                    ander doel gebruikt.</al></li><li nr="3."><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken
                                    als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                    aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                    verlening heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="4."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid,
                                    onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking </al></li></lijst><al>van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft
                            plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan
                            opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de
                            geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of
                            het ten onrechte genoten pgb.</al><lijst><li nr="5."><al>Als het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                    ingetrokken, kan het college deze voorziening
                                    terugvorderen.</al></li><li nr="6."><al>Als het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                    ingetrokken, kan het college deze voorziening
                                    terugvorderen.</al></li><li nr="7."><al>Als het recht op een voorziening in de vorm van een PGB is
                                    ingetrokken, kan het college deze voorziening terugvorderen of
                                    verrekenen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Onderzoek kwaliteit geleverde zorg persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Kwaliteit en klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen, door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de
                                cliënt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in
                                het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                overeenstemming met de professionele standaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig
                                in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde
                                voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                                derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de
                                levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4
                                van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de
                                dienst stelt het college vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld
                                        in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met
                                        derde; of</al></li><li nr="b."><al>een reële prijs die geldt als ondergrens voor:</al><lijst><li nr="1°."><al>een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de
                                                derde, en </al></li><li nr="2°."><al>de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst,
                                        waaronder de eisen aan de deskundigheid van de
                                        beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid,
                                        onderdeel c, van de wet, en</al></li><li nr="b."><al>rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening,
                                        bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen
                                        degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken
                                        hulpverleners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende
                                kostprijselementen:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de beroepskracht;</al></li><li nr="b."><al>redelijke overheadkosten;</al></li><li nr="c."><al>kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als
                                        gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; </al></li><li nr="d."><al>eis en opleidingskosten;</al></li><li nr="e."><al>indexatie van de reële prijs voor het leveren van een
                                        dienst;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde
                                        verplichtingen voor aanbieders waaronder
                                        rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                                geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                                aanbieder en wijst een toezichthoudende instantie aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening
                                onverwijld aan de toezichthoudende instantie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 6.1, van de wet,
                                doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en
                                adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en
                                het bestrijden van geweld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de
                                verstrekking van een voorziening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van
                                klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                                overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de
                                cliëntenraden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                                ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                                cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                                gebruikers van belang zijn ten aanzien van voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                                periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de
                                cliëntenraden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning,
                                overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde
                                regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming
                                over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om
                                hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Right to challenge</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de ingezetene actief op de mogelijkheid
                                initiatieven te ontplooien die het uitvoeren van taken van het
                                college op grond van de wet betreffen, zoals vastgelegd in artikel
                                2.6.7 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ingezetenen en maatschappelijke initiatieven
                                minimaal eenmaal per jaar de mogelijkheid tot intekening op de
                                uitvoering van (delen van) de in lid 1 genoemde taken;</al><al>het college legt deze mogelijkheid vast in de inkoopprocedure en/of
                                contracten van voorzieningen voor maatschappelijke
                                ondersteuning.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingezetenen en maatschappelijke initiatieven kunnen alleen taken van
                                het college op grond van de wet overnemen als zij zich organiseren
                                in een rechtspersoon en een plan overleggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het plan, zoals bedoeld in lid 3, staat beschreven welke
                                resultaten beoogd worden, op welke wijze de continuïteit is
                                gegarandeerd en hoe aan de kwaliteitseisen zoals beschreven In
                                artikel 7.1 van de verordening wordt voldaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het plan, zoals bedoeld in lid 3, dient door ten minste 3
                                ingezetenen te zijn ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het college wijst een of meerdere onafhankelijke
                                        organisaties aan die zorg draagt/dragen voor: </al></li></lijst><al>a. ondersteuning van de ingezetenen en maatschappelijke initiatieven
                                gedurende de onderzoeksfase en de uitvoering van de taken; </al><al>b. ondersteuning bij de verantwoording aan het college van de
                                realisatie van het plan, zoals bedoeld in lid 3; </al><al>c. de afhandeling van klachten; </al><al>d. de beoordeling van de initiatieven, zoals bedoeld in lid 1.</al><al/></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college maakt het besluit op de aanvraag voor een initiatief,
                                zoals bedoeld in lid 1, binnen 14 dagen openbaar en informeert de
                                gemeenteraad hierover.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt of
                            mantelzorger afwijken van de bepalingen in deze verordening, als
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden
                            verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Besluit en/of beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt een Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Gilze en Rijen en/of beleidsregels vast. Hierin neemt het nadere regels
                            op over de uitvoering van deze verordening, over de omvang van de
                            (financiële) verstrekkingen en over de omvang van de eigen
                            bijdrage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende
                            bedragen indexeren. In het Besluit is opgenomen voor welke bedragen dit
                            geldt, welk prijsindexcijfer gehanteerd wordt en over welke periode van
                            12 maanden de index berekend wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en
                                Rijen 2012 wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond
                                van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze
                                en Rijen 2012, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen
                                waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2015 onder de
                                Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en
                                Rijen 2012 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden
                                van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en
                                Rijen 2012, geschiedt op grond van de Verordening Wet
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012 die ten
                                aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                                afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning Gilze en Rijen 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 december 2014. </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>