<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349388_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening jeugdhulp gemeente Gilze en Rijen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 77556, 19 december
                2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp gemeente Gilze en Rijen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Jeugdwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening jeugdhulp gemeente Gilze en Rijen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendapunt 8. </al><al>Vergadering</al><al>d.d. 15 december 2014.</al><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 december
                        2014;</al><al>gelet op het bepaalde in de Jeugdwet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Verordening jeugdhulp gemeente Gilze en Rijen</vet><vet> 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="-"><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                    Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                    ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>individuele voorziening: de via een beschikking toegankelijke op
                                    de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die
                                    door het college in natura of bij pgb wordt verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel
                                    3, eerste lid, waarvoor geen beschikking van het college is
                                    vereist;</al></li></lijst><al>-pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet,
                            zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn
                            ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele
                            voorziening behoort van derden te betrekken;</al><al>-wet: Jeugdwet;</al><al>-ZZP-er: zelfstandige zonder personeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Doelgroep van deze verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn
                                toegankelijk voor:</al><lijst><li nr="a."><al>jeugdigen die hun woonplaats in de gemeente Gilze en Rijen
                                        hebben en hun ouders;</al></li><li nr="b."><al>jeugdige vreemdelingen die rechtmatig verblijven in
                                        Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet en
                                        die hun woonplaats hebben in de gemeente Gilze en Rijen, en
                                        hun ouders, met inachtneming van artikel 1.2 vierde lid
                                        Besluit Jeugdwet;</al></li><li nr="c."><al>jeugdige vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben
                                        in Nederland maar verblijven in de gemeente Gilze en Rijen
                                        met inachtneming van artikel 1.2 tweede en derde lid Besluit
                                        Jeugdwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid zijn de voorzieningen als geregeld
                                in artikel 3.1 toegankelijk voor jeugdigen die niet woonachtig zijn
                                in de gemeente Gilze en Rijen maar staan ingeschreven bij een
                                onderwijsinstelling in de gemeente Gilze en Rijen en hun
                                ouders.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening wordt toegekend of afgewezen door middel
                                van een besluit van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een overige voorziening is geen besluit van het college
                                vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond
                                van het onderzoek naar de hulpvraag van de jeugdige en zijn ouders
                                in het gesprek bedoeld in artikel 2.6 en – wanneer het gaat om een
                                persoonsgebonden budget – op grond van de aanvraag bedoeld in 2.2.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het gesprek bedoeld in artikel 2.6 achterwege laten,
                                indien voldoende duidelijk is welke individuele voorziening
                                aangewezen is op basis van:</al><lijst><li nr="a."><al>de verwijzing van de huisarts, medisch specialist of
                                        jeugdarts conform artikel 2.6 eerste lid 1 onder g van de
                                        wet of op basis van het intakegesprek van de aldus betrokken
                                        aanbieder,</al></li><li nr="b."><al>de gesprekken of het onderzoek van het advies- en meldpunt
                                        huiselijk geweld en kindermishandeling of
                                        interventieteams.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanbieder van een individuele voorziening start de ondersteuning
                                slechts nadat het besluit bedoeld in het eerste lid genomen is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In situaties waar onmiddellijke uitvoering geboden is, kan afgeweken
                                worden van het gestelde in het vijfde lid. Het besluit dient echter
                                ook in die gevallen zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen zes weken,
                                na de start van de hulp en ondersteuning verkregen te worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvraag persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen, verstrekt het college hun
                            een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot
                            de individuele voorziening behoort van derden te betrekken. De aanvraag
                            omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de te treffen individuele voorziening en het beoogde doel,</al></li><li nr="b."><al>de voorgenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en
                                    kosten,</al></li><li nr="c."><al>de kwalificaties van de uitvoerder, en</al></li><li nr="d."><al>een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente
                                    gecontracteerde aanbieder (zorg in natura) niet passend is naar
                                    het oordeel van de aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele
                                voorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag
                                wordt ingediend door middel van een formulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld
                                in artikel 2.6 aanmerken als aanvraag als de jeugdige of zijn ouders
                                dat op het verslag hebben aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                                wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                                beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                        toepassing, en</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt
                                in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                        pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                        bedoeld, en </al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of
                                zijn ouders daarover in de beschikking
                                    geïnformeerd<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Vastlegging gegevens in dossier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hulpvragen, de afhandeling daarvan en de relevante informatie om te
                                komen tot een besluit met betrekking tot de toekenning van een
                                individuele voorziening worden voor zover nodig vastgelegd in het
                                        dossier<vet><cursief>.</cursief></vet> De beoogde doelen,
                                voortgang en resultaten van de individuele voorziening zoals
                                teruggekoppeld door de aanbieder conform de afspraken worden
                                verwerkt in het dossier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gegevens van de jeugdige, zijn ouders en overige betrokkenen
                                worden in het dossier verwerkt conform een privacyprotocol.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en
                                toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt
                                vervolgens zo spoedig mogelijk met hem en/of zijn ouders een
                                afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het
                                college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van
                                het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
                                redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn
                                ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als
                                bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter
                                inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                                een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of zijn
                                ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de
                                hulpvraag</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aard en ernst van de opgroei- of opvoedingsproblemen, de
                                psychische problemen en stoornissen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en
                                gezinssituatie van de jeugdige;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met
                                ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag
                                te vinden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de mogelijkheid om aanspraak te maken op een andere
                                voorziening;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de mogelijkheid om de hulpvraag te beantwoorden door inzet van een
                                overige voorziening;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de mogelijkheid om een individuele voorziening te treffen en het
                                beoogde doel daarvan;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met
                                andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs,
                                maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>hoe rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de
                                levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en
                                zijn ouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van de methode van
                                vraagverheldering, met toepassing van de regionaal ontwikkelde
                                instrumenten ‘quickscan’ en ‘integrale vraaganalyse’;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan, met instemming en op verzoek van de jeugdige en/of
                                zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de
                                huisarts of het onderwijs, en met deze in gesprek gaan over de meest
                                aangewezen hulp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een individuele voorziening aangewezen is, informeert het
                                college de jeugdige en zijn ouders over de mogelijkheid om te kiezen
                                voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget en over de
                                gevolgen van die keuze, waaronder het opstellen van een gemotiveerd
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1. van de wet informeert het
                                college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe de
                                hoogte daarvan vastgesteld wordt en hoe deze geïnd wordt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de
                                inhoud van en de wijze waarop het gesprek gevoerd wordt, inclusief,
                                de gebruikmaking, indien en voor zover nodig, van binnen het
                                werkveld erkend en aanvaard instrumentarium.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van
                                zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens
                                te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                                een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige en/of zijn
                                ouders een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij
                                hebben meegedeeld dit niet te wensen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders
                                worden aan het verslag toegevoegd, wanneer zij binnen 10 dagen
                                worden aangegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Aanbod overige voorzieningen</titel></kop><al>De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>advies en informatie, waaronder ten aanzien van toegang tot
                                    individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>enkelvoudige ambulante opgroei- en opvoedondersteuning, anders
                                    dan specialistische ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanbod individuele voorzieningen</titel></kop><al>De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor aanbod aan preventie en
                                    jeugdhulp.</al></li><li nr="2."><al>De ondersteuning die geboden wordt vanuit het aanbod kan bestaan
                                    uit:</al><al>a.zonder verblijf:</al></li><li nr="i."><al>persoonlijke verzorging;</al></li><li nr="ii."><al>begeleiding;</al></li><li nr="iii."><al>specialistische ambulante jeugdhulp (incl. eerste en tweedelijns
                                    psychologische hulp/specialistische jeugd-geestelijke
                                    gezondheidszorg);</al></li><li nr="iv."><al>onderzoek en diagnostiek;</al><al>b.met verblijf:</al></li><li nr="i."><al>pleegzorg</al></li><li nr="ii."><al>gezinsgericht;</al></li><li nr="iii."><al>residentieel (incl. specialistische jeugd-geestelijke
                                    gezondheidszorg);</al></li><li nr="iv."><al>gedwongen verblijf;</al></li><li nr="v."><al>bovenregionale gespecialiseerde voorzieningen;</al></li><li nr="vi."><al>landelijke gespecialiseerde voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Bekendmaking aanbod individuele voorzieningen</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regels de beschikbare individuele
                            voorzieningen vast en publiceert deze op een digitaal platform.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Criteria individuele voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor
                                zover in het gesprek zoals bedoeld in artikel 2.6 vastgesteld is
                                dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst
                                van de hulpvraag;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen
                                uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan
                                vinden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een overige voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de
                                hulpvraag;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere
                                voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van
                                de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling
                                van specifieke criteria voor bepaalde individuele
                                voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt een pgb na een aanvraag en in
                                        overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
                                        verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag
                                        betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand
                                        aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer
                                        is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk
                                        was.</al></li><li nr="3."><al>Het tarief voor een pgb: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>is gebaseerd op de soort voorziening en omvang van de
                                voorziening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te
                                kopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het
                                pgb gaat besteden, en</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie
                                goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.</al><lijst><li nr="4."><al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening is afgeleid van
                                        de door het college vastgestelde zorg in natura
                                        tarieven.</al><lijst><li nr="·"><al>pgb-tarief voor zorg bij geregistreerde
                                                zorgaanbieder: 100% van het Zorg in
                                                Natura-tarief</al></li><li nr="·"><al>pgb-tarief voor zorg door ZZP-er: 75% van het Zorg
                                                in Natura-tarief </al></li><li nr="·"><al>pgb-tarief voor informele zorg (sociale netwerk):
                                                50% van het Zorg in Natura-tarief</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Tussenpersonen en belangenbehartigers mogen niet uit het
                                        persoonsgebonden budget worden betaald.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Bijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Ouderbijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bijdrage in de kosten is verschuldigd in de gevallen als
                                omschreven in paragraaf 8.2 van de wet:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdragen in de kosten worden ten behoeve van de gemeente
                                vastgesteld en geïnd door het bestuursorgaan dat met de inning is
                                belast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of
                                        zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan
                                        het college mededeling van alle feiten en omstandigheden,
                                        waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                                        aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing
                                        aangaande een individuele voorziening. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een
                                        beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan
                                        wel intrekken als het college vaststelt dat:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben
                                verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot
                                een andere beslissing zou hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening
                                of op het pgb zijn aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                achten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de
                                individuele voorziening of het pgb, of</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb
                                niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is
                                bestemd.</al><lijst><li nr="3."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid,
                                        onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de
                                        onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft
                                        plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk
                                        onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of
                                        gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte
                                        genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten
                                        pgb.</al></li><li nr="4."><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden
                                        ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na
                                        uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de
                                        voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="5."><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                        geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de
                                        bestedingen van pgb’s.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Kwaliteit en klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen, door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de
                                jeugdige en/of zijn ouders;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg, en;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in
                                het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                overeenstemming met de professionele standaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders, een cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg
                                met de jeugdige en/of zijn ouders ter plaatse controleren van de
                                geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                            jeugdreclassering, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                    zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                    personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                    werkoverleg;</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of
                            ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing
                            van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Vertrouwenspersoon en inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een
                                beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst
                                kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Inspraak en medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het
                                eerste en tweede lid. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp
                                    gemeente Gilze en Rijen 2015. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 december 2014. </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al><vet>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1.2 Doelgroep van deze verordening</al><al/><al><vet>Hoofdstuk II Toegang</vet></al><al>Artikel 2.1 Algemeen</al><al>Artikel 2.2 Aanvraag persoonsgebonden budget </al><al>Artikel 2.3 Beschikking</al><al>Artikel 2.4 Vastlegging gegevens in dossier</al><al>Artikel 2.5 Vooronderzoek</al><al>Artikel 2.6 Het gesprek</al><al/><al><vet>Hoofdstuk III Overige voorzieningen</vet></al><al>Artikel 3.1 Aanbod overige voorzieningen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk IV Individuele voorzieningen</vet></al><al>Artikel 4.1 Aanbod individuele voorzieningen</al><al>Artikel 4.2 Bekendmaking aanbod individuele voorzieningen</al><al>Artikel 4.3 Criteria individuele voorzieningen</al><al>Artikel 4.4 Regels voor pgb</al><al/><al><vet>Hoofdstuk V Bijdragen</vet></al><al>Artikel 5.1 Ouderbijdrage </al><al/><al><vet>Hoofdstuk VI Toezicht en handhaving</vet></al><al>Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VII Kwaliteit en klachten</vet></al><al>Artikel 7.1 Kwaliteitseisen</al><al>Artikel 7.2 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                            uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</al><al>Artikel 7.3 Klachtenregeling</al><al>Artikel 7.4 Hardheidsclausule</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VIII Vertrouwenspersoon en inspraak</vet></al><al>Artikel 8.1 Vertrouwenspersoon </al><al>Artikel 8.2 Betrekken van ingezetenen bij het beleid </al><al/><al><vet>Hoofdstuk IX Slotbepaling</vet></al><al>Artikel 9.1 Inwerkingtreding en citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>