<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR349094_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-81524.html">Gemeenteblad, 2014, 81524</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-11-06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 30
                        oktober 2014, nr. 2014-11-06;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al>Vast te stellen:</al><al><vet>De Verordening op de heffing en de invordering van
                        afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
                            2015</vet></al><al>(Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als
                        bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik
                                maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen
                                10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die, naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per perceel per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of
                                        indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                        belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon €
                                        238,56;</al></li><li nr="b."><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of
                                        indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                        belastingplicht, wordt gebruikt door méér dan één persoon €
                                        318,00.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De belasting bedraagt, onverminderd het gestelde in lid 1, voor het
                                op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht
                                later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht in bruikleen
                                hebben van een extra (= boven hetgeen volgens het
                                ‘Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Midden-Delfland 2010’ aan het
                                perceel is verstrekt):</al><lijst><li nr="a."><al>container van 140 of 240 liter, bestemd voor groente-,
                                        fruit- en tuinafval, per extra eerste container bij gebleken
                                        noodzaak, zulks ter beoordeling van de Bijzonder
                                        Opsporingsambtenaar (BOA), € 0,00;</al></li><li nr="b."><al>container van 140 of 240 liter, bestemd voor groente-,
                                        fruit- en tuinafval, per extra eerste container bij geen
                                        gebleken noodzaak, zulks ter beoordeling van de BOA, €
                                        104,28;</al></li><li nr="c."><al>container van 140 of 240 liter, bestemd voor groente-,
                                        fruit- en tuinafval, per extra tweede en volgende container
                                        € 104,28;</al></li><li nr="d."><al>container van 140 of 240 liter, bestemd voor overige
                                        huishoudelijke afvalstoffen, per extra container €
                                        149,16.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                voldaan, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
                                overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste
                                drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één
                                maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                termijnen telkens één maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de invordering van de afvalstoffenheffing kan gehele of gedeeltelijke
                        kwijtschelding worden verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor het geregeld
                        ophalen van huishoudelijke afvalstoffen van onderwijsinrichtingen, kerken en
                        verenigingen, voor zover deze instellingen geen commercieel doel
                        nastreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van de eigenaar, de beheerder, of het bestuur van
                        de in artikel 10 bedoelde instellingen die gebruik maken van de aldaar
                        genoemde diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per perceel per jaar indien het perceel op 1 januari
                        van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij
                        aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door de in artikel 11
                        bedoelde instellingen € 318,00 (exclusief 21% BTW).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                voldaan, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
                                overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste
                                drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één
                                maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                termijnen telkens één maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en de
                        reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014’ wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing. </al></li><li nr="2."><al>De ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014’
                                blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór 1
                                januari 2015 hebben voorgedaan.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="4."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="5."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015’.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 11 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Arjan de Vos</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>Arnoud Rodenburg </ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>