<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348715_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125990.html">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting Lelystad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>151330339</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR384818_1">Verordening precariobelasting Lelystad 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125990.html</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al/><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 18 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; </al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al>VERORDENING op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015</al><al>(Verordening precariobelasting Lelystad 2015).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een
                                gedeelte daarvan;</al></li><li nr="c."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven de voor openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft,
                            dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen
                            onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene
                            aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als
                            degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het
                            voorwerp of de voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik met dat
                                voorwerp van de openbare dienst bestemde gemeentegrond, een recht
                                heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de
                                Gemeentewet, dan wel ter zake van dat gebruik een privaatrechtelijke
                                vergoeding is overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond,
                                waarvan de gemeente, de provincie of het rijk genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of
                                hemelwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaven van heffing en belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>leidingen, kabels, buizen of watergangen per m<sup>1</sup>/jaar: €
                                0,80</al></li><li nr="b."><al>opslagtanks, tanks, verdeelkasten per m<sup>2</sup>/jaar: €
                                225,50</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in artikel 5 genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan
                            als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                            precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                            projectie van de voorwerpen op het maaiveldniveau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
                            het product van de twee aangrenzende zijden van een om een voorwerp
                            geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting
                            aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat
                            het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan.
                            In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de
                            vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een
                            kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak het kalenderjaar, dan wel de aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft
                            voor-gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of zo dit later is,
                            bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
                            is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel dagen van de voor dat
                            tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalenderdagen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel dagen van de voor dat
                            tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het
                            einde van de belastingplicht, nog volle kalenderdagen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt een kalenderjaar
                            gesteld op 365 dagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingaanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag
                            van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het college van gemeente Lelystad</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening precariobelasting 2014 vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 17 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als de "Verordening
                                precariobelasting Lelystad 2015".</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lelystad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>