<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348713_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr.
                79632</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 228a en 255 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-067</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening rioolheffing 2014”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening rioolheffing 2015</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014, nr.
                        14-067;</al><al>gelet op de artikelen 228 a en 255 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, evenals het treffen van maatregelen om
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt voor woon- en
                        andere doeleinden, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig
                        bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
                        gedeelten samen als één geheel worden gebruikt voor alleen woondoeleinden of
                        alleen andere doeleinden, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven van een perceel met een waarde van minder
                        dan € 20.000,-. Betreft het perceel een onroerende zaak dan is de waarde
                        gelijk aan de voor dat belastingjaar geldende waarde, zoals vastgesteld op
                        grond van de bepalingen van de Wet waardering onroerende zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet
                            van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist
                            en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt, waarvoor
                            hetzelfde belastingbedrag verschuldigd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan €
                            5.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                            afgeschreven, dat: a. aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1
                            januari en 1 juli van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                            moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
                            dagtekening van het aanslagbiljet tot en met september nog maanden in
                            het belastingjaar overblijven; b. aanslagen, waarvan de dagtekening ligt
                            na 1 juli van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten
                            worden betaald in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn
                            van het vorenstaande vervallen de incassotermijnen op de laatste werkdag
                            van de maand, waarbij de eerste termijn ten minste tien dagen na de
                            dagtekening van de aanslag valt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt in afwijking van de
                            Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990: a. het percentage voor de
                            kosten van bestaan gesteld op 100%; b. de kwijtscheldingsnorm voor
                            personen van 65 jaar of ouder gesteld op 100 % van de toepasselijke
                            netto AOW-bedragen; c. bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen
                            rekening gehouden met de netto-kosten van kinderopvang; d. aan personen
                            die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers)
                            kwijtschelding verleend voor privé-belastingschulden, onder de
                            voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. 2.
                            Bij de invordering van rioolheffing als bedoeld in artikel 1 van de
                            tarieventabel behorend bij deze verordening wordt kwijtschelding
                            verleend tot een maximum van € 98,01 voor een meerpersoonshuishouden en
                            € 73,26 voor een eenpersoonshuishouden. Het maximumbedrag wordt bij
                            heffing naar tijdsgelang, zoals bedoeld in artikel 9, naar evenredigheid
                            omgerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de invordering van rioolheffing als bedoeld in artikel 1 lid 2 sub a
                            van de tarieventabel behorend bij deze verordening, wordt geen
                            kwijtschelding verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing 2014”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18
                        december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolheffing
                        2015”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar, gehouden op 17 december 2014.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de Verordening rioolheffing 2015</titel></kop><al><vet>Maatstaven en tarieven</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="74*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="11*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel 1 – Maatstaf van heffing</vet></al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt
                                        voor percelen c.q. gedeelten van percelen als bedoeld in
                                        artikel 4 die zijn bestemd en worden gebruikt voor
                                        woondoeleinden, geheven per perceel.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.a</al></entry><entry colname="col2"><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt
                                        voor de overige percelen c.q. gedeelten van percelen als
                                        bedoeld in artikel 4, geheven naar het aantal kubieke meters
                                        afvalwater dat vanuit een perceel c.q. gedeelte van een
                                        perceel wordt afgevoerd.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.b</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt daarbij gesteld
                                        op het aantal kubieke meters (hemel)water, dat in de laatste
                                        aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
                                        verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
                                        opgepompt.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.c</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de bepaling van de toegevoegde hoeveelheid water wordt
                                        daarbij uitgegaan van de gegevens op de waternota van het
                                        waterleidingbedrijf. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                        is aan een periode van twaalf maanden, wordt uitgegaan van
                                        het gemiddeld jaarverbruik zoals vermeld op de waternota.
                                        Ontbreekt het gemiddeld jaarverbruik dan wordt de
                                        hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald,
                                        waarbij een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
                                        maand wordt gerekend. Voor de bepaling van de toegevoerde
                                        hoeveelheid hemelwater wordt uitgegaan van een gemiddelde
                                        neerslag van 0,75m<sup>3</sup> per m<sup>2</sup> bebouwde
                                        en/of verharde oppervlakte, met dien verstande dat bij het
                                        laatste buiten beschouwing wordt gelaten de verharde
                                        oppervlakte van terreinen met een openbaar karakter.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.d</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij gebruik van een pompinstallatie, moet die
                                        pompinstallatie zijn voorzien van een: 1. watermeter,
                                        waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen
                                        of 2. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
                                        kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.e</al></entry><entry colname="col2"><al>Als bij nieuwbouw tijdens bedoelde verbruiksperiode nog geen
                                        water naar een perceel is toegevoerd of is opgepompt, wordt
                                        het jaarverbruik naar het meest recente verbruik op basis
                                        van ervaringscijfers geschat.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.f</al></entry><entry colname="col2"><al>De op grond van het bepaalde onder b. tot en met e.
                                        berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt
                                        verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater
                                        is afgevoerd c.q. die niet op de gemeentelijke riolering is
                                        afgevoerd, waarbij er in ieder geval van wordt uitgegaan dat
                                        van de onder c. bepaalde hoeveelheid toegevoerd hemelwater
                                        door verdamping e.d. 40% niet op de gemeentelijke riolering
                                        wordt geloosd.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel 2 – vast bedrag per jaar</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening
                                        bedraagt per perceel of gedeelte van een perceel als bedoeld
                                        in artikel 4 van de verordening, dat is bestemd en wordt
                                        gebruikt voor woondoeleinden, per kalenderjaar:</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>178,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het kwijtscheldingsbedrag bedraagt maximaal</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>98,01</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een perceel of een gedeelte van een perceel als
                                        bedoeld onder artikel 2, lid 1 van deze tarieventabel op 1
                                        januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht
                                        later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                                        gebruikt door één persoon bedraagt de heffing per
                                        kalenderjaar:</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>133,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het kwijtscheldingsbedrag bedraagt maximaal</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>73, 26</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="74*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel 3 – bedrag per hoeveelheid afvalwater</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening
                                        bedraagt voor de overige percelen c.q. gedeelten van
                                        percelen, per kalenderjaar:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>bij een hoeveelheid afvalwater van 400 m3 of
                                        minder<sup/></al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>178,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de hoeveelheid afvalwater meer bedraagt dan 400 m3,
                                        wordt naast het ingevolge het eerste lid van dit artikel
                                        verschuldigde bedrag een bedrag geheven voor elke eenheid
                                        van 400 m3 of gedeelte daarvan:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>van 400 m3 tot en met 1.599 m3</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>267,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>van 1.600 m3 tot en met 3.999 m3</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>213,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>van 4.000 m3 tot en met 9.999 m3</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>178,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>vanaf 10.000 m3</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>133,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel 4 – bedrag afvalwater saneringen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van het hiervoor in de artikelen 1 en 2
                                        bepaalde, bedraagt bij lozing van afvalwater afkomstig van
                                        saneringen de heffing per kalenderjaar voor percelen als
                                        bedoeld in artikel 2 van de verordening c.q. gedeelten van
                                        percelen als bedoeld in artikel 4 van de verordening per
                                        eenheid van 100 m3 of gedeelte daarvan:</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al> 13,35</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Zevenaar van 17 december
                    2014, Mij bekend, De griffier,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>