<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348676_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads-, commissie- en burgerleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014-12-24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads-, commissie- en burgerleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads-, commissie- en burgerleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Burgerlid: Een inwoner van de gemeente die als zodanig door de
                                    gemeenteraad is benoemd;</al></li><li nr="b."><al>Commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>Raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="h."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424;</al></li><li nr="i."><al>Raadsgriffier: de raadsgriffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend,
                                die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, van
                                het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld
                                in artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid dat gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                                raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de
                                artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in
                                dat jaar raadslid is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reis –en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. 3. Het raadslid dat
                                        zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                        rechtstreeks uitvloeisel van het raadslidmaatschap ontvangt
                                        een vergoeding wanneer de instelling/organisatie geen
                                        vergoedingsregeling kent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid
                                van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen
                                deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer vergoeding</titel></kop><al>Op aanvraag stelt het college het raadslid gedurende de raadsperiode
                            voor de uitoefening van het</al><al>raadslidmaatschap een bedrag van 800 euro voor de aanschaf van een
                            computer, notebook, tablet,</al><al>bijbehorende apparatuur en software ter beschikking. Dit bedrag wordt
                            niet geïndexeerd en in gelijke</al><al>maandelijkse termijnen (van € 16,65) uitgekeerd. Bij beëindiging van het
                            raadslidmaatschap vervalt de </al><al>aanspraak op de vergoeding of het restant daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in </al><al>artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en
                            verstrekkingen als bedoeld in artikel </al><al>13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan
                            de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het
                            bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse
                            Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. De onkostenvergoeding wordt
                            naar rato van het wethouderschap uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken
                            van een dienstauto.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het
                                ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Computer</titel></kop><al>De wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software
                            in bruikleen ter beschikking</al><al>wordt gesteld, tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor </al><al>een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                    gemeente beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak
                                    op vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                            artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders,
                                            en</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                            rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding
                                die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding
                                die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad en/of het college kunnen, voor de door hen ingestelde
                                commissie, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, een
                                hogere vergoeding vaststellen. Zulks tot ten hoogste een per
                                situatie vast te stellen percentage van het in het eerste lid
                                bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding
                                        niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan
                                        tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te
                                        verrichten arbeid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer vergoeding</titel></kop><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                            vergaderingen van een commissie en haar subcommissies jaarlijks maximaal
                            een vergoeding ter hoogte van € 200,- voor de aanschaf van een computer,
                            notebook, tablet, bijbehorende apparatuur en software. Dit bedrag wordt
                            niet geïndexeerd en naar rato van het aantal bijgewoonde vergaderingen
                            per kwartaal uitgekeerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is
                                    en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de
                                    commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van
                                    de vergaderingen van de commissie vergoed. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een
                                            volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                            noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                            van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b,
                                            van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste
                                lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen
                                deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in </al><al>artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en
                            verstrekkingen als bedoeld in artikel </al><al>13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Voorzieningen voor burgerleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>Het burgerlid ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen een vaste
                            maandvergoeding ter hoogte van € 75,-. Deze vergoeding wordt niet
                            geïndexeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Computervergoeding</titel></kop><al>Een burgerlid ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen jaarlijks
                            maximaal een vergoeding ter hoogte van € 100,- voor de aanschaf van een
                            computer, notebook, tablet, bijbehorende apparatuur en software. Dit
                            bedrag wordt niet geïndexeerd en in maandelijkse termijnen
                            uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten wordt gebruik gemaakt van een
                                declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid of het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2
                                maanden in bij de raadsgriffier, onder bijvoeging van de originele
                                bewijsstukken. De wethouder dient het declaratieformulier binnen 2
                                maanden in bij de gemeentesecretaris, onder bijvoeging van de
                                originele bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten kan plaatsvinden door rechtstreekse
                                toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder
                                voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                raadsgriffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 15 december 2014 en werkt terug tot 1
                            juli 2014 en vervangt de verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                            commissieleden 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads-, commissie- en burgerleden.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van Best van 15 december 2014.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>M.J.H.J. Baijens drs. A.G.T. van Aert</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>