<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348649_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=221">Gemeentewet, art. 221 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1402276</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenbergen;</al><al>In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4
                        november 2014</al><al>Gelet op de artikelen 147 en 221 van de Gemeentewet</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening</al><al>‘Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en
                        bedrijfsruimtebelastingen 2015’</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimten die dienen tot
                                woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>bij het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte, dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van de ruimten die zijn
                                ingeschreven in een van de ingevolge van de Monumentenwet 1988
                                vastgesteld registers van beschermde monumenten, bepaald op de
                                vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die
                                ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde
                                wordt rekening gehouden met: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard en bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning
                                (bouwvergunning in de zin van de Woningwet) is afgegeven en dat door
                                bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de beoogde
                                bestemming.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in
                                artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 bepaald
                                met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het
                                landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaar als zodanig in stand te
                                houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels
                                van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die
                                dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken
                                van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van die
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van: </al><lijst><li nr="a."><al>de glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheerswerken die worden beheerst door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerst door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen, die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige ruimten die bestemd zijn
                                        te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                        behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid onder f.
                                bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de
                                gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van de gedeelten van de bedrijfsruimte die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                                waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                                verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                                waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                        omstandigheid wordt, in afwijking van het derde lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf</al></li><li nr=""><al>Het percentage bedraagt voor: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting: 0,1257%</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al><lijst><li nr="1."><al>voor woonruimten: 0,1315%.</al></li><li nr="2."><al>voor bedrijfsruimten: 0,1558%.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het tarief voor de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op gehele euro’s.</al></li><li nr="3."><al>Voor belastingbedragen tot € 5,-- vindt geen invordering plaats.
                                Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten of ander heffingen aangemerkt als
                                één belastingaanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de eerste dag van de volgende
                                maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds
                                twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de, in de
                                voorgaande leden, gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nader regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van belastingen op roerende woon-
                        en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2014’ van
                        19 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede
                        lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                        van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 18-12-2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. E P.M. van der Meer J.A.M. Vos</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>