<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening Montfoort</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, art. 8. Gemeentewet, art 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening Montfoort</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. </al><al>gelet op artikel 8 van de Woningwet en artikel 149 van de gemeentewet; </al><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de navolgende “Bouwverordening Montfoort”: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>1 Inleidende bepalingen </vet></al><al><vet>Artikel 1.1 begripsomschrijvingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><cursief>asbest</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                                        in artikel 1, letter a, van het Asbestverwijderingsbesluit
                                        2005; </al></li><li nr="-"><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet,
                                        artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het
                                        ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit
                                        artikellid, burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al><cursief>Bouwbesluit</cursief>: de algemene maatregel van
                                        bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet; </al></li><li nr="-"><al>bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid,
                                        van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw-
                                        en woningtoezicht; </al></li><li nr="-"><al><cursief>bouwwerk</cursief>: elke constructie van enige
                                        omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
                                        plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
                                        grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
                                        of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
                                    </al></li><li nr="-"><al>deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8: hetgeen
                                        daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste lid, van het
                                        Asbestverwijderingsbesluit 2005; </al></li><li nr="-"><al><cursief>gebruiksoppervlakte</cursief>: de
                                        gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit; </al></li><li nr="-"><al><cursief>hoogte van de weg</cursief>: de hoogte van de weg
                                        zoals die door of namens burgemeester en wethouders is
                                        vastgesteld; </al></li><li nr="-"><al><cursief>NEN</cursief>: een door de Stichting Nederlands
                                        Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; </al></li><li nr="-"><al><cursief>NVN</cursief>: een door de Stichting Nederlands
                                        Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm; </al></li><li nr="-"><al>Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een
                                        bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder
                                        a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al> Omgevingsvergunning voor het slopen: vergunning voor een
                                        sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></li><li nr="-"><al><cursief>straatpeil</cursief>: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct
                                                aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse
                                                van die hoofdtoegang; </al></li><li nr="b."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet
                                                direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein
                                                ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van
                                                de bouw; </al></li></lijst></li><li nr="-"><al><cursief>weg</cursief>: alle voor het openbaar rij- of ander
                                        verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de
                                        daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden
                                        behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen
                                        liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><cursief>bouwwerk</cursief>: een gedeelte van een bouwwerk;
                                    </al></li><li nr="-"><al><cursief>gebouw</cursief>: een gedeelte van een gebouw.
                                    </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 1.2 Termijnen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente </vet></al><al>Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebied binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>het gebied buiten de bebouwde kom. </al></li></lijst><al>Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze
                        verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. </al><al><vet>2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen </vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden </cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.1 Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                            vergunningaanvragen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel
                                8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: </al></li><li nr="a."><al>de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek
                                verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het
                                onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1;</al></li><li nr="b."><al>(vervallen).</al></li><li nr="c."><al>Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te
                                veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels,
                                -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek
                                mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.
                            </al></li><li nr="2."><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in
                                artikel 2.4, onder d van de Regeling Omgevingsrecht geldt niet
                                indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en
                                omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit
                                omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing
                                geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht,
                                artikelen 2 en 3 van bijlage II. </al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de
                                plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel
                                2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor
                                toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruibare
                                recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot
                                het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5,
                                onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk
                                met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het
                                Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009,
                                bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de
                                bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de
                                gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740,
                                uitgave 2009 niet rechtvaardigen. </al></li><li nr="5."><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken
                                zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is
                                gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag
                            om bouwvergunning (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.7 Bouwregistratie (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om
                            bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen) </vet></al><al><cursief>Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om omgevingsvergunning voor
                            het bouwen </cursief></al><al><vet>Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening
                            (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening
                            (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek
                        (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning
                        </vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Welstandstoetsing </cursief></al><al><vet>Artikel 2.3.1 Welstandscriteria (vervallen) </vet></al><al><cursief>Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem </vet></al><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                        verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd
                        voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: </al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is
                                vereist; en </al></li><li nr="c."><al>1. dat de grond raakt, of</al></li><li nr="2."><al>waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt
                                gehandhaafd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
                        </vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde
                        in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd
                        gezag voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning, in het geval zij op grond
                        van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of
                        andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het
                        overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming
                        goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet
                        van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar
                        door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. </al><al><cursief>Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                            bereikbaarheidseisen </cursief></al><al><vet>Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de
                            stedenbouwkundige bepalingen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling </vet></al><al>Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in
                        aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een
                        bouwvergunning voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen. </al><al><vet>Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer.
                            brandblusvoorzieningen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van mensen
                                is bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd van een openbare weg,
                                moet een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare wegennet
                                aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,
                                ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te verwachten verkeer.
                            </al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
                                tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
                                bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voorschriften
                                heeft vastgesteld: </al></li><li nr="a."><al>een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over een breedte van ten
                                minste 3,25 m zijn verhard en een vrije hoogte boven de kruin van de
                                weg hebben van ten minste 4,2 m;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met
                                een massa van ten minste 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige
                                kunstwerken; en </al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren. </al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                bijgebouw voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel
                                3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit
                                omgevingsrecht geen vergunning is vereist, voor zover dat bijgebouw
                                niet tot bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort
                                dat op hetzelfde terrein is gelegen. </al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd,
                                moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's aanwezig zijn,
                                dat een doeltreffende verbinding tussen die auto's en de
                                bluswatervoorziening kan worden gelegd.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
                                moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare
                                bluswatervoorziening.</al></li><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien de aard, de
                                ligging en het gebruik van het bouwwerk zich daarvoor lenen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.3A Brandweeringang </vet></al><al>(vervalllen)</al><al><vet>Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al></li><li nr="a."><al>een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                Bouwbesluit; </al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
                                toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                Bouwbesluit; en anderzijds de openbare weg moet een mede voor
                                gehandicapten begaanbare weg of begaanbaar pad aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat
                                zij:</al></li><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn;</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m; en </al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij
                                dit plaatsvindt door middel van een hellingbaan die voldoet aan het
                                bepaalde in de artikelen 2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn </vet></al><al>De voorgevelrooilijn is: </al><lijst><li nr="a."><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige
                                ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: </al></li><li nr="-"><al>de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel
                                mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de
                                bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de
                                rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; </al></li><li nr="b."><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld
                                aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: </al></li><li nr="-"><al>bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15
                                meter uit de as van de weg; </al></li><li nr="-"><al>bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10
                                meter uit de as van de weg. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            voorgevelrooilijn </vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een bouwwerk,
                        voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met
                        overschrijding van de voorgevelrooilijn. </al><al><vet>Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
                        </vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet
                        van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen
                                bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit
                                omgevingsrecht; </al></li><li nr="b."><al>andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                niet vallen onder de werking van veranderingen bedoeld in artikel 3,
                                onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, te
                                weten:</al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                        rioolleidingen en rioolputten; </al></li><li nr="2."><al>stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen, mits zij de grens
                                        van de weg met niet meer dan 0,3 m overschrijden. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de voorgevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                                voorgevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor
                                het bouwen verlenen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken en
                                        kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
                                        gelegen is dan het straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in
                                        artikel 2, onderdeel 9, 16 en 18 van bijlage II bij het
                                        Besluit omgevingsrecht, die naar hun aard en bestemming op
                                        een voor de voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="c."><al>laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens van de weg
                                        overschrijden; </al></li><li nr="d."><al>erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en
                                        galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan 1,50 m
                                        overschrijden;</al></li><li nr="e."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                        hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere luifels,
                                        dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden,
                                        reclametoestellen en draagconstructies voor reclames dan
                                        bedoeld zijn in artikel 2.5.7; </al></li><li nr="f."><al>overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen twee
                                        bouwwerken; </al></li><li nr="g."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de
                                        Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                        gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks niet
                                        bezwaarlijk is met het oog op de in historisch esthetisch
                                        opzicht gewenste aansluiting bij het karakter van de
                                        bestaande omgeving. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het bouwen boven een weg kan alleen afwijking worden
                                toegestaan, indien niet lager gebouwd wordt dan: </al></li><li nr="a."><al>4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook
                                van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg;</al></li><li nr="b."><al>2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de weg;</al></li></lijst><al>en dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in
                        gevaar komt. </al><al><vet>Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg </vet></al><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen op de weg kan het bevoegd gezag
                        de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor.: </al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten
                                nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer
                                of het wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18,
                                sub a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht en onder sub
                                b;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het verkeer, de
                                waterhuishouding, de energievoorziening of het
                                telecommunicatieverkeer, alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld
                                in artikel 2, onderdeel 18, sub b, c en d, van bijlage II bij het
                                Besluit omgevingsrecht; </al></li><li nr="c."><al>vrijstaande winkel- of reclamevitrines; \</al></li><li nr="d."><al>reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; </al></li><li nr="e."><al>andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning
                                is vereist, die naar hun aard en bestemming op de weg toelaatbaar
                                zijn. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                            voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in de
                                voorgevelrooilijn zijn geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in: </al></li><li nr="a."><al>de gevallen genoemd in artikel 2.5.7 en in die waarin de afwijking
                                genoemd in de artikelen 2.5.8 en 2.5.9 is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de gevallen genoemd in artikel 2.5.13 en in die waarin de
                                afwijking genoemd in artikel 2.5.14 is verleend, voor zover het
                                bouwwerk geheel achter de achtergevelrooilijn is geplaatst;</al></li><li nr="c."><al> in de gevallen, bedoeld in het derde lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die een knik
                                maakt van 90 graden of minder, de tegenover elkaar liggende
                                voorgevelrooilijnen zich in beide wegen of zich vóór en na de knik
                                op onderlinge tussenafstanden van minder dan 3 meter bevinden, moet
                                de bebouwing op de hoeken - over een hoogte op een dergelijke hoek
                                van niet meer dan 4,2 meter boven straatpeil - worden afgerond of
                                afgeschuind, met dien verstande dat de daardoor onbebouwd blijvende
                                oppervlakte niet groter dan 2 m2 behoeft te zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid voor: </al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen behorende tot een complex van gebouwen; </al></li><li nr="b."><al>gebouwen op handels- en industrieterreinen; </al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; </al></li><li nr="d."><al>bijgebouwen, anders dan de in artikel 2, onderdeel 3, of
                                        artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit
                                        omgevingsrecht; </al></li><li nr="e."><al>gebouwen ten dienste van bodemcultuur en veeteelt,
                                        pluimveeteelt daaronder begrepen, en de daarbij behorende
                                        woningen;</al></li><li nr="f."><al> gedeelten van naar de weg gekeerde gevels; </al></li><li nr="g."><al>gevallen, waarin de welstand bij het toestaan van de
                                        afwijking is gebaat. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.11 Ligging achtergevelrooilijn </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de voorgevelrooilijn en
                                bevindt zich:</al></li><li nr="a."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen driehoekig, vierhoekig
                                of regelmatig veelhoekig bouwblok op een afstand van de
                                voorgevelrooilijn gelijk aan de helft van de straal van de
                                ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen, doch op geen
                                grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter. Indien meer
                                dan één ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen kan worden
                                beschreven, geldt de grootste; </al></li><li nr="b."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen bouwblok van een
                                andere dan onder a genoemde vorm op zodanige afstand van de
                                voorgevelrooilijn, bepaald op de wijze als onder a bepaald, na
                                herleiding van de vorm van het bouwblok tot een of meer der onder a
                                genoemde vormen, voor zover zij op zich zelf of gezamenlijk de vorm
                                van het bouwblok het meest nabijkomen, doch op geen grotere afstand
                                van de voorgevelrooilijn dan 15 meter; </al></li><li nr="c."><al>in een slechts aan drie zijden bebouwd of te bebouwen rechthoekig
                                bouwblok, langs deze drie zijden op een afstand van de
                                voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de afstand tussen de
                                voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover elkaar bevindende
                                bebouwde of te bebouwen zijden van het bouwblok, doch op geen
                                grotere afstand </al></li></lijst><al>van de voorgevelrooilijn dan 15 meter; </al><lijst><li nr="d."><al>in een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen zijden bebouwd of
                                te bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze twee zijden op een
                                afstand van de voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de afstand
                                tussen de voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover elkaar
                                bevindende bebouwde of te bebouwen zijden van het bouwblok, doch op
                                geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter; </al></li><li nr="e."><al>in alle niet onder a tot en met d genoemde gevallen op een afstand
                                die wordt bepaald met inachtneming van de beginselen, welke zijn
                                neergelegd in a tot en met d van dit lid, doch op geen grotere
                                afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter.</al></li><li nr="2."><al>Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende
                                achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de achterzijden
                                van die bebouwing - in het belang van de toetreding van daglicht -
                                over een afstand van ten minste 5 meter ter weerszijden van bedoeld
                                snijpunt ten minste 2 meter terugliggen ten opzichte van beide
                                achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het tweede lid, voor zover de aard, de indeling
                                en het gebruik van de gebouwen in de hoekbebouwing dit
                                toelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn </vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden bouwwerken, voor
                        het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met
                        overschrijding van de achtergevelrooilijn. </al><al><vet>Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
                        </vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet
                        van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken, geen gebouwen
                                zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt
                                daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor
                                doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder
                                begrepen, indien de afstand tot de zijdelingse grens van het erf ten
                                minste 20 meter bedraagt; </al></li><li nr="c."><al>onderdelen van een bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                opgevat zouden moeten worden als een aan- of uitbouw, voor het
                                bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3,
                                onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen
                                vergunning is vereist;</al></li><li nr="d."><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen
                                van, als bedoeld in de artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het
                                Besluit omgevingsrecht; </al></li><li nr="e."><al>andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                niet vallen onder de werking van artikel 3, eerste lid, onder k, van
                                het Besluit bouwwerken, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                        rioolleidingen en rioolputten; </al></li><li nr="2."><al>terrassen, bordessen en bordestreden; </al></li></lijst></li><li nr="f."><al>antennes, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 15 en 17 van
                                bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de achtergevelrooilijn</vet></al><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                        achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het
                        bouwen verlenen voor: </al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor
                                doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder
                                begrepen, waarvan de afstand tot de zijdelingse grens van het erf
                                minder dan 20 meter bedraagt; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom gelegen kassen; </al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; </al></li><li nr="d."><al>gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar liggende
                                zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een
                                weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen en welk terrein
                                slechts aan één van die zijden mag worden bebouwd; </al></li><li nr="e."><al>gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de bereikbaarheid, als
                                bedoeld in de artikelen 2.5.3 en 2.5.4, is verzekerd; </al></li><li nr="f."><al>bijgebouwen, die niet vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of
                                artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit
                                omgevingsrecht; </al></li><li nr="g."><al>gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of overwegend
                                handels- of industrieterrein omvattend; </al></li><li nr="h."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist.;</al></li><li nr="i."><al>ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken en
                                kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan
                                de hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw;
                            </al></li><li nr="j."><al>erkers en overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen die vallen
                                onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage
                                II bij het Besluit omgevingsrecht;</al></li><li nr="k."><al> trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en
                                stortbuizen, balkons en veranda's, alsmede andere luifels, afdaken,
                                dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en
                                bordessen dan bedoeld zijn in artikel 2.5.13; </al></li><li nr="l."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de Monumentenwet
                                1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke
                                monumentenverordening - voor zover zulks niet bezwaarlijk is om de
                                in historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen
                                bij het karakter van de bestaande omgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
                                minste een strook grond omvat die: </al><lijst><li nr="a."><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                        achtergevel, en </al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
                                        begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een diepte
                                        heeft van ten minste 5 meter. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
                                achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel
                                van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld
                                in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda's buiten beschouwing
                                blijven.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in: </al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
                                        indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot bewoning
                                        bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden
                                        wordt voldaan:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een gunstige, andere indeling van het erf is aanwezig; </al></li><li nr="2."><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan twee tegenover
                                elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een
                                openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg en een
                                plantsoen, mits dat terrein slechts aan één van die zijden mag
                                worden bebouwd en tevens een erf van redelijke afmetingen tot stand
                                wordt gebracht;</al></li><li nr="3."><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de bepalingen voor te
                                bouwen woningen en woongebouwen van het Bouwbesluit voldoet, wordt
                                de bestaande toestand verbeterd. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als
                                dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf
                                aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter achter het verst
                                achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle breedte
                                daarvan. </al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid:</al></li><li nr="a."><al>indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor geen beletsel
                                vormen;</al></li><li nr="b."><al>indien, voor zover nodig, afwijking is toegestaan van het verbod tot
                                overschrijding van de achtergevelrooilijn. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de
                                zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat
                                bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen
                                tussenruimten ontstaan die: </al></li><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1
                                meter breed zijn; </al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn. </al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid
                                aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
                            </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel.2,
                                onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn
                                niet toegelaten.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te
                                scheiden erf of terrein. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en
                            ondergrondse </vet></al><al><vet>hoofdtransportleidingen </vet></al><al>1.Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor stroomgeleiding
                        bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogen zich geen delen
                        bevinden van andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                        omgevingsvergunning is vereist dan die welke deel uitmaken van de
                        hoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze afstand moet rekening worden
                        gehouden met het uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder
                        hoogspanningslijn wordt in dit</al><al>artikel verstaan een lijn met een nominale elektrische spanning van 1.000
                        volt of meer. </al><lijst><li nr="2."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een ondergrondse
                                hoofdtransportleiding mogen geen bouwvergunningplichtige bouwwerken
                                worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van:</al></li><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de afstand van 6
                                meter, indien de elektrische spanning van de hoogspanningslijn
                                daarvoor geen bezwaar oplevert;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de afstand van 6
                                meter, indien daartegen met het oog op de veilige en ongestoorde
                                ligging van de leiding geen bezwaar bestaat.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
                                hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist in het vlak door de voorgevelrooilijn
                                1 meter, vermeerderd met:</al></li><li nr="a."><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen
                                langs de desbetreffende weg;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tussen de
                                voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de
                                voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde
                                van de smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is
                                toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek af gelijk
                                aan de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de smalle weg, doch
                                over geen grotere lengte dan 15 meter.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
                                desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van
                                het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt
                                geldt ter bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het
                                eerste lid, de dichtst bij gelegen tegenoverliggende rooilijn.
                                Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken
                                geldt ter plaatse van die onderbreking de verst verwijderde van de
                                beide ter weerszijden van de onderbreking voorkomende
                                rooilijnen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
                                hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist in het vlak door de
                                achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tot de
                                        tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok;
                                    </al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tot de
                                        tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.
                                    </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
                                achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk. Indien de te
                                beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig lopen, wordt voor
                                elke 5 meter breedte van de achterzijde van het bouwwerk uitgegaan
                                van de gemiddelde afstand tussen de achtergevelrooilijnen. Indien
                                een tegenoverliggende achtergevelrooilijn ontbreekt, wordt gemeten
                                tot de dichtstbijzijnde tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
                                voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de maximale
                                hoogte van een bouwwerk in het vlak door de achtergevelrooilijn niet
                                meer bedragen dan de maximale hoogte in de aangrenzende 5 meter van
                                een aanliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok. </al></li><li nr="4."><al>Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan
                                straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde hoogte worden
                                verminderd met een maat, gelijk aan het verschil tussen het
                                straatpeil en het peil van het onderhavige terrein ter plaatse van
                                de achtertoegang bij voltooiing van de bouw. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                            achtergevelrooilijn </vet></al><al>1.Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de bebouwing, gelegen
                        aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot aan de voorgevelrooilijn van de andere
                        weg en bovendien in die achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt -
                        onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 - de maximale hoogte van de
                        zijgevel van het eerste bouwwerk aan laatstgenoemde weg nabij de hoek ten
                        hoogste 1,5 maal de afstand van deze zijgevel tot de achtergevelrooilijn die
                        bij de eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde wijze worden
                        bepaald als beschreven is in artikel 2.5.21, tweede lid, voor de bepaling
                        van de afstand tussen twee </al><al>achtergevelrooilijnen. </al><al>2.Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het
                        bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger is dan de
                        voorgevel.</al><al><vet>Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
                        </vet></al><al><vet>1. </vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een bouwwerk,
                        voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist tussen de voor-
                        en de achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die de
                        verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en door de achtergevelrooilijn
                        snijden op de - krachtens de artikelen 2.5.20 en 2.5.21 - maximale
                        bouwhoogte en die met het horizontale vlak een hoek vormen van: </al><lijst><li nr="a."><al>45 graden in de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>37 graden buiten de bebouwde kom.</al></li><li nr="2."><al>Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een zijgevel heeft
                                die gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                bouwblok, mag dit bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het
                                vlak dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van
                                de - krachtens artikel 2.5.22 - maximale bouwhoogte en dat met het
                                horizontale vlak een hoek vormt van 56 graden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist mag niet meer bedragen dan 15
                                meter.</al></li><li nr="2."><al>Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze wegen op
                                verschillende hoogten liggen, geldt de hoogte ten opzichte van de
                                laagst gelegen weg.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende
                            terreinen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel 2.5.3 of
                                artikel 2.5.14 toegestane afwijking wordt opgericht op een niet aan
                                een weg grenzend terrein, mag niet meer bedragen dan 2,70 meter met
                                dien verstande dat - uitgaande van een goothoogte van genoemde maat
                                - daarboven een zadeldak met hellingen van ten hoogste 45 graden
                                toegelaten is.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, indien de aard en de ligging van de
                                omringende bebouwing hiervoor geen beletsel vormen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
                                buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten ten opzichte van
                                straatpeil.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging hebben, moet
                                worden bepaald door de oppervlakte te delen door de breedte.
                                Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in artikel 2.5.27, onder d, en
                                artikel 2.5.28, onder h, i, j en k, moeten - voor zover zij de
                                maximale hoogte overschrijden - buiten beschouwing worden
                                gelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte
                        </vet></al><al>Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde
                        lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet
                        van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk realiseren
                                opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen,
                                als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit
                                omgevingsrecht;</al></li><li nr="b."><al>het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken, anders dan
                                het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als
                                bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit
                                omgevingsrecht;</al></li><li nr="c."><al>topgevels in het verticale vlak, gaande door de voorgevelrooilijn of
                                de achtergevelrooilijn, mits zij niet breder zijn dan 6 meter en
                                mits de geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel gemeten,
                                niet groter is dan het product van de breedte van de topgevel en de
                                maximale bouwhoogte ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 0,60
                                meter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de toegelaten bouwhoogte</vet></al><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                        toegelaten bouwhoogte als bedoeld in de artikelen 2.5.20, eerste lid,
                        2.5.21, eerste en derde lid, 2.5.22, eerste lid, 2.5.23 en 2.5.24 kan het
                        bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: </al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken, schouwburgen en andere
                                gebouwen bestemd voor het houden van bijeenkomsten en
                                vergaderingen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of winkeldoeleinden, indien de
                                welstand bij het toestaan van de afwijking is gebaat;</al></li><li nr="c."><al>gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf op een handels-
                                en industrieterrein;</al></li><li nr="d."><al>agrarische bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van een bouwwerk,
                                anders dan bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het
                                Besluit omgevingsrecht, en indien:</al></li><li nr="1."><al>de bestaande belendende gebouwen de maximale bouwhoogte
                                overschrijden en de welstand bij het toestaan van de afwijking is
                                gebaat;</al></li><li nr="2."><al>bij het overschrijden van bestaande uitwendige hoogteafmetingen
                                andere hoogteafmetingen kleiner worden dan de bestaande;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het verkeer, de
                                waterhuishouding, de energievoorziening of het
                                telecommunicatieverkeer, anders dan bedoeld in artikel.2, onderdeel
                                16 en 18 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;</al></li><li nr="g."><al>topgevels, breder dan 6 meter en gevelverhogingen van soortgelijke
                                aard;</al></li><li nr="h."><al>plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan 0,60
                                meter;</al></li><li nr="i."><al>dakvensters, mits buitenwerks gemeten de breedte niet meer dan 1,75
                                meter, de hoogte niet meer dan 1,5 meter, de onderlinge afstand niet
                                minder dan 3 meter en de afstand tot de erfscheiding niet minder dan
                                1,5 meter bedraagt. Deze laatste voorwaarde geldt niet voor
                                gekoppelde dakvensters, die tot verschillende gebouwen behoren;</al></li><li nr="j."><al>draagconstructies voor een reclame;</al></li><li nr="k."><al>vrijstaande schoorstenen;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken op een monument - als bedoeld in de Monumentenwet 1988
                                dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening -
                                voor zover zulks niet bezwaarlijk is om de in historisch-esthetisch
                                opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen bij het karakter van de
                                bestaande omgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in
                            geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid</vet></al><al>In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28, kan
                        het bevoegd gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van
                        de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met
                        overschrijding van de maximale bouwhoogte, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of
                                beheersverordening of projectbesluit van kracht is;</al></li><li nr="b."><al>geen van de aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel 3.3 van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is;</al></li><li nr="c."><al>de activiteit in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd
                                toekomstig ruimtelijk beleid;</al></li><li nr="d."><al>de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening,
                                en</al></li><li nr="e."><al>de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing
                                bevat.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of
                            in gebouwen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding
                                geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in
                                voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw,
                                dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw
                                behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik
                                of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden
                                met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's
                                moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
                                personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:</al></li><li nr="a."><al>indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m
                                bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen;</al></li><li nr="b."><al>indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een
                                gehandicapte – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan
                                een trottoir grenst - ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
                                verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van
                                goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan,
                                in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein
                                dat bij dat gebouw behoort.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen van het
                                bepaalde in het eerste en het derde lid:</al></li><li nr="a."><al>indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden
                                op overwegende bezwaren stuit; of</al></li><li nr="b."><al>voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte,
                                dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen </cursief></al><al><vet>Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties
                        </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten
                        </vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen </cursief></al><al><vet>Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding </vet></al><al>De in artikel 3.119 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten aan het
                        distributienet van de openbare waterleiding: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst
                                bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 50 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet </vet></al><al>De in artikel 2.46 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare
                        distributienet voor elektriciteit: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 100 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 2.68 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan
                                te brengen gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare
                                distributienet voor aardgas:</al></li><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van
                                aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                een afstand van 40 m.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid op woningen, waarin voor het
                        kunnen koken een andere energiebron dan gas aanwezig is en voor verwarming
                        geen individuele aansluiting van gastoevoer nodig is. </al><lijst><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid:</al></li><li nr="a."><al>voor woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2;</al></li><li nr="b."><al>voor woningen die niet bestemd zijn om te worden verhuurd;</al></li><li nr="c."><al>voor woningen met een aansluiting op een gemeenschappelijke of
                                publieke voorziening voor verwarming, als bedoeld in artikel 2.69
                                van het Bouwbesluit (warmtedistributienet).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor
                            verwarming </vet></al><al>Indien in een deel van de gemeente een publieke voroziening voor verwarming
                        van bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.69 van het Bouwbesluit
                        (warmtedistributienet), aanwezig is, moet een aldaar te bouwen bouwwerk zijn
                        op die publieke vorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien het bouwwerk op ten hoogste 40 meter afstand van de
                                dichtstbijzijnde leiding van die publieke voorziening is gelegen;
                                of</al></li><li nr="b."><al>Indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                de publieke voorziening dan onder a bedoeld, maar de kosten van
                                aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                een afstand van 40 meter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering </vet></al><al>1.De in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën, alsmede de
                        in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te
                        brengen voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten zijn aangesloten
                        aan een openbaar riool.</al><al>Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid: </al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig
                                is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd.</al></li><li nr="2."><al>Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald:</al></li><li nr="a."><al>op welke plaats, op welke hoogte en met welke binnenmiddellijn de
                                voor het maken van de aansluiting noodzakelijke leiding of leidingen
                                de gevel van het gebouw dan wel de grens van het erf of terrein moet
                                of moeten kruisen;</al></li><li nr="b."><al>of er al dan niet voorzieningen in die aansluitleiding moeten worden
                                tussengeschakeld ter voorkoming van het terugvloeien van afvalwater,
                                fecaliën en hemelwater, ingeval de leiding te laag gelegen is om op
                                natuurlijke wijze op het openbaar riool te lozen.</al></li><li nr="3."><al>Op aanwijzing van het bevoegd gezag krachtens de Wet milieubeheer
                                moet worden bepaald of er al dan niet voorzieningen in de bedoelde
                                aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter verzekering van
                                de goede werking of de goede staat van het openbaar riool, dan wel
                                ter voorkoming van hinder voor andere aangeslotenen aan het openbaar
                                riool, ingeval de hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen
                                daartoe aanleiding geeft.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere
                                wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk
                                is:</al></li><li nr="a."><al>voor bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een openbaar
                                riool zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>voor agrarische bedrijven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van
                                afvalwater en fecaliën, alsmede de in artikel .341 van het
                                Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen
                                voorzieningen voor de afvoer van hemelwater niet aan een openbaar
                                riool worden aangesloten, gelden de volgende bepalingen:</al></li><li nr="a."><al>leidingen voor fecaliën, afkomstig uit toiletten met waterspoeling,
                                moeten lozen op een rottingput met overstort;</al></li><li nr="b."><al>leidingen voor fecaliën, afkomstig uit toiletten zonder
                                waterspoeling, moeten lozen op een mestkelder of een beerput zonder
                                overstort, een gierput of een rottingput met overstort;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder fecaliën, alsmede
                                overstorten van rottingputten moeten zodanig lozen dat geen
                                verontreiniging van water, bodem en lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder fecaliën mogen niet
                                lozen op een rottingput.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                in het eerste lid, onder a en b, indien afvoer op andere wijze
                                zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en terreinen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ondergrondse doorvoeringen van leidingen door uitwendige
                                scheidingsconstructies van bouwwerken moeten zoveel mogelijk haaks
                                plaatsvinden. De doorvoeringen moeten waterdicht zijn
                                aangewerkt.</al></li><li nr="2."><al>De aansluiting van de in het eerste lid bedoelde leidingen aan
                                leidingen van de buitenriolering moet zodanig zijn dat de dichtheid
                                van de aansluiting gehandhaafd blijft bij enige zetting van het
                                bouwwerk of de buitenriolering.</al></li><li nr="3."><al>In leidingen, gelegen tussen de gevel van een gebouw en de
                                aansluiting aan een openbaar riool, mogen geen beerputten of
                                rottingputten voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>Leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen mogen geen
                                vernauwingen in de stroomrichting bevatten en moeten een vloeiend
                                beloop hebben, alsmede een voldoende lucht- en waterdichtheid en een
                                voldoende binnenwerkse middellijn. Aan beide laatstgenoemde eisen
                                wordt geacht te zijn voldaan, indien wordt voldaan aan het bepaalde
                                in NEN 3215, uitgave 2007.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, moet een leiding voor
                                de afvoer van afvalwater, fecaliën en hemelwater ter plaatse waar
                                zij de grens van de weg kruist, een binnenwerkse middellijn hebben
                                van ten minste 125 mm.</al></li><li nr="6."><al>Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en hulpstukken van
                                leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen moeten
                                doeltreffend zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan, indien
                                wordt voldaan aan het bepaalde in de NEN-normen die zijn opgenomen
                                in bijlage 7.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de nutsvoorzieningen </vet></al><al>De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand moet worden
                        gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                        worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een
                        leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich
                        tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd. </al><al><vet>3 De melding</vet></al><al><vet>Artikel 3.1 De wijze van melden (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 3.2 Welstandscriteria (vervallen)</vet></al><al><vet>4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming
                            van een bouwwerk </vet></al><al><vet>Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of
                            tussentijdse staking van </vet></al><al><vet>bouwwerkzaamheden </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
                        </vet></al><al>Op het bouwterrein moeten, voor zover van toepassing op het bouwwerk,
                        aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden gegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>de omgevingsvergunning voor het bouwen</al></li><li nr="b."><al>andere toestemmingen; </al></li><li nr="c."><al>het bouwveiligheidsplan;</al></li><li nr="d."><al>een besluit ingevolge artikel 13, 13a en 14, tweede lid, sub b van
                                de Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang
                                of oplegging van een last onder dwangsom. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw </vet></al><al>Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het
                        bouwen is verleend mag - onverminderd het in de voorwaarden van de
                        omgevingsvergunning voor het bouwen bepaalde - niet worden begonnen alvorens
                        door of namens het bevoegd gezag voor zover nodig: </al><lijst><li nr="a."><al>het straatpeil is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn
                                uitgezet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen
                            van) de bouwwerkzaamheden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwtoezicht dient - voor zover het betreft bouwwerken waarvoor
                                omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend en onverminderd het
                                bepaalde in de voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het
                                bouwen - ten minste twee dagen voor de aanvang van elk der hierna te
                                noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden
                                gesteld:</al></li><li nr="a."><al>de aanvang der werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden daaronder
                                begrepen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van
                                proefpalen daaronder begrepen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.</al></li><li nr="2."><al>Het bouwtoezicht dient ten minste één dag van tevoren in kennis te
                                worden gesteld van het storten van beton.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen moeten,
                                indien het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
                        </vet></al><al>Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen,
                        ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het
                        bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van deze
                        verordening en van het Bouwbesluit nodig acht. </al><al><vet>Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten </vet></al><al>Bij het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke
                        ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag niet op een zodanige
                        wijze water aan de bodem worden onttrokken, dat een verlaging van de
                        grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van
                        naburige bouwwerken kunnen worden aangetast op een wijze die de veiligheid
                        van die bouwwerken schaadt. </al><al><vet>Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in verband staat,
                                moet geschieden op veilige wijze, onder meer zodanig dat de nodige
                                veiligheidsmaatregelen zijn genomen ten behoeve van de weg en de in
                                de weg gelegen werken en de weggebruikers en ten behoeve van
                                naburige bouwwerken, open erven en terreinen en hun gebruikers.</al></li><li nr="2."><al>Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd
                                moeten, wanneer er niet wordt gewerkt rustpauzen tijdens de
                                dagelijkse werktijd niet inbegrepen:</al></li><li nr="a."><al>de tijdelijke elektrische installaties ten behoeve van de uitvoering
                                van het bouw- en grondwerk, in hun geheel op zodanige wijze zijn
                                uitgeschakeld, dat het weer in gebruik stellen van de installaties
                                door anderen dan daartoe bevoegde personen niet zonder meer mogelijk
                                is;</al></li><li nr="b."><al>machines en werktuigen worden achtergelaten in een zodanige
                                toestand, dat deze dan wel mechanismen daarvan, niet zonder meer
                                door anderen dan de daartoe bevoegde personen in werking kunnen
                                worden gesteld;</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van een
                                elektrische verlichtingsinstallatie of van één of meer elektrisch
                                aangedreven bemalingpompen, indien de omstandigheden vereisen dat de
                                voeding niet wordt onderbroken en de veiligheid voldoende is
                                gewaarborgd.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen weg te
                                nemen of andere veiligheidsmaatregelen op te heffen zolang zij uit
                                veiligheidsoogpunt nodig zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven of
                                dergelijke werkzaamheden worden verricht, moet door een
                                doeltreffende afscheiding van de weg en van het aangrenzende open
                                erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te duchten
                                is.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afscheiding moet zodanig zijn
                                geplaatst en ingericht, dat het verkeer zo min mogelijk hinder ervan
                                ondervindt en de toegang tot brandkranen en andere openbare
                                voorzieningen, zoals leidingen, er niet door wordt belemmerd.</al></li><li nr="3."><al>Een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd en dat
                                niet van de weg en van het aangrenzende open erf of terrein is
                                afgescheiden, moet, wanneer er niet wordt gewerkt, worden bewaakt,
                                tenzij het bouwtoezicht dit niet nodig acht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afscheidingen, steigers, ladders, heistellingen,
                                transportinrichtingen en ander hulpmateriaal moeten, wat kwaliteit
                                en samenstelling betreft, voldoen aan de eis van goed en veilig werk
                                en in goede staat van onderhoud verkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bij de uitvoering van een bouw- of grondwerk een
                                werktuig of een stof te gebruiken, indien daardoor gevaar voor de
                                omgeving optreedt.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan het gebruik van een werktuig, dat schade of
                                ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt of kan veroorzaken,
                                verbieden.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan voorschrijven, dat voor een op een werk te
                                gebruiken krachtwerktuig:</al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend een bepaalde brandstof wordt gebezigd, en/of
                                    </al></li><li nr="b."><al>de aandrijving elektrisch geschiedt, en/of </al></li><li nr="c."><al>het werktuig gedurende bepaalde delen van een etmaal niet
                                        mag worden gebruikt. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is niet van
                                toepassing indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor
                                het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde
                                milieuwet van toepassing is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.11 Bouwafval </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in
                                de volgende fracties:</al></li><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 de
                                Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese
                                afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158, blz.
                                9);</al></li><li nr="b."><al>steenwol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>glaswol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>overig afval.</al></li><li nr="2."><al>Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder d, en de
                                fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a, b en c, moeten op
                                de bouwplaats gescheiden worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de totale hoeveelheid bouwafval die vrijkomt bij een
                                bouwproject minder bedraagt dan de inhoud van één container van 10
                                m3, mag degene die bedrijfsmatig bouwwerkzaamheden verricht dit
                                bouwafval meenemen naar zijn bedrijf voor tijdelijke opslag.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van het gereedkomen:</al></li><li nr="a."><al>van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering,
                                alsmede van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren
                                beneden straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>van de thermische isolatie in de spouw van wanden, alsmede van de
                                thermische isolatie in andere besloten constructies moet het
                                bouwtoezicht onmiddellijk na de voltooiing van de onder a en b
                                bedoelde werkzaamheden in kennis worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Onderdelen van het bouwwerk, waarop het eerste lid betrekking heeft,
                                mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog
                                worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van
                                kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op
                                die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor in de aan de
                                omgevingsvergunning voor het bouwen verbonden voorwaarden een plicht
                                tot kennisgeving van voltooiing is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de
                                omgevingsvergunning voor het bouwen betrekking heeft, wordt het
                                einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.</al></li><li nr="5."><al>De in dit artikel bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien bij temperaturen beneden 2 graden Celsius beton-, metsel- of
                                buitenpleisterwerk wordt uitgevoerd, moet het bouwtoezicht ten
                                minste twee dagen vóór het begin van het desbetreffende werk in
                                kennis worden gesteld van de te treffen maatregelen ten behoeve
                                van:</al></li><li nr="a."><al>het niet verwerken van bevroren materialen;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van een goede binding en verharding;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het desbetreffende werk na de voltooiing tegen
                                vorstschade, zolang het nog onvoldoende is verhard of de temperatuur
                                nog beneden 2 graden Celsius is.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk plaatsvinden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming </vet></al><al>Het is verboden na de bouw van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                        omgevingsvergunning is verleend, het bouwwerk in gebruik te geven of te
                        nemen, indien het bouwwerk niet gereed is gemeld bij het bouwtoezicht.</al><al><vet>5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen
                            en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen </cursief></al><al><vet>Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Open erven en terreinen moeten zich in een, in verband met hun
                                bestemming, voldoende staat van onderhoud bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Open erven en terreinen mogen geen gevaar kunnen opleveren voor de
                                veiligheid, noch nadeel voor de gezondheid van of hinder voor de
                                gebruikers of anderen, ten gevolge van:</al></li><li nr="a."><al>drassigheid;</al></li><li nr="b."><al>stank;</al></li><li nr="c."><al>verontreiniging;</al></li><li nr="d."><al>aanwezigheid van schadelijk of hinderlijk gedierte;</al></li><li nr="e."><al>aanwezigheid van begroeiing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                            Brandblusvoorzieningen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang van een gebouw meer dan 10 meter is verwijderd van
                                een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het
                                openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's,
                                vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
                                verwachten verkeer, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van
                                het gebouw zulks niet vereisen.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
                                tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
                                bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voorschriften
                                heeft vastgesteld:</al></li><li nr="a."><al>een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over een breedte van ten
                                minste 3,25 m zijn verhard en een vrije hoogte boven de kruin van de
                                weg hebben van ten minste 4,2 m;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met
                                een massa van ten minste 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige
                                kunstwerken; en</al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                bijgebouw voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel
                                3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit
                                omgevingsrecht geen vergunning is vereist, voor zover dat bijgebouw
                                niet tot bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort
                                dat op hetzelfde terrein is gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder gebouw moeten zodanige opstelplaatsen voor
                                brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding
                                tussen die auto's en de bluswatervoorziening kan worden gelegd,
                                tenzij de aard, de ligging en het gebruik van het gebouw zulks niet
                                vereisen.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
                                moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare
                                bluswatervoorziening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al></li><li nr="a."><al>een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                Bouwbesluit; </al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
                                toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                Bouwbesluit;</al></li></lijst><al>en anderzijds de openbare weg moet een mede voor gehandicapten begaanbare
                        weg of begaanbaar pad aanwezig zijn.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat
                                zij:</al></li><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn; en</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij
                                dit plaatsvindt door middel van een hellingbaan die voldoet aan het
                                bepaalde in de artikelen 2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen </cursief></al><al><vet>Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheids-installaties en
                            luchtrouteaanduidingen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheids-installaties in
                            gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven,
                            logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in
                            woongebouwen van bijzondere aard </vet></al><al><vet>(vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in
                            logiesverblijven en logiesgebouwen </vet></al><al><vet>(vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in
                            kantoorgebouwen (vervallen) </vet></al><al><cursief>Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen </cursief></al><al><vet>Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding </vet></al><al>De in de artikelen 3.123 en 3.124 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                        bouwwerken aanwezige voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten
                        aan het distributienet van de openbare waterleiding: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst
                                bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 50 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet </vet></al><al>De in artikel 2.52 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige
                        elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare
                        distributienet voor elektriciteit: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 100 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet </vet></al><al>De in artikel 2.72 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige
                        gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare distributienet voor
                        aardgas: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van
                                aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                een afstand van 40 m.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is voorgaande eis op: </al><lijst><li nr="a."><al>woningen voor bejaarden; </al></li><li nr="b."><al>woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2; </al></li><li nr="c."><al>woningen die niet worden verhuurd; </al></li><li nr="d."><al>woningen met een aansluiting op het stadsverwarmingnet. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken
                                aanwezige voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën,
                                alsmede de eventueel in of aan bouwwerken aanwezige voorzieningen
                                voor de afvoer van hemelwater moeten, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 5.3.6, op een doeltreffende wijze zijn aangesloten aan een
                                openbaar riool.</al></li><li nr="2."><al>Niet van toepassing is het gestelde in het eerste lid:</al></li><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig
                                is;</al></li><li nr="b."><al>op bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een openbaar
                                riool zijn gelegen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd;</al></li><li nr="d."><al>op agrarische bedrijven waarin de fecaliën voor bedrijfsdoeleinden
                                worden gebruikt en een daartoe voldoende ruime mestkelder, gier- of
                                beerput aanwezig is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
                        </vet></al><al>Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is, gelden
                        de volgende bepalingen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de opvang van fecaliën, afkomstig uit toiletten met
                                waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met een
                                doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten aanwezig zijn,
                                tenzij de fecaliën voor agrarische bedrijfsdoeleinden worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>voor de opvang van fecaliën, afkomstig uit toiletten zonder
                                waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput zonder overstort,
                                een doeltreffende gierput of een doeltreffende rottingput met
                                overstort aanwezig zijn, alsmede een doeltreffende aansluitleiding
                                tussen die toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige
                                wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water, bodem of
                                lucht kan optreden;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van
                                afvalwater zonder fecaliën, alsmede overstorten van rottingputten
                                moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem of
                                lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van
                                afvalwater zonder fecaliën mogen niet lozen op een rottingput.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en terreinen </vet></al><al>Artikel 2.7.6 en de bijbehorende bijlage 7 zijn van overeenkomstige
                        toepassing. </al><al><vet>Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de nutsvoorzieningen </vet></al><al>De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand moet worden
                        gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                        worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een
                        leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich
                        tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd. </al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                        </cursief></al><al>Reinheid </al><al><vet>Artikel 5.4.1 Preventie </vet></al><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden dat het
                        bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt. </al><al><vet>6. Brandveilig gebruik </vet></al><al><cursief>(vevallen)</cursief></al><al><vet>7 Overige gebruiksbepalingen </vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Overbevolking </cursief></al><al><vet>Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen </vet></al><al>Het is verboden een woning te bewonen met of toe te staan dat een woning
                        wordt bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte. </al><al><vet>Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens </vet></al><al>Het is verboden een woonwagen te bewonen met of toe te staan dat een
                        woonwagen wordt bewoond door meer dan één persoon per 6 m2
                        gebruiksoppervlakte. </al><al><cursief>Paragraaf 2 Staken van het gebruik </cursief></al><al><vet>Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid </vet></al><al>Het is verboden een bouwwerk een open erf of terrein te gebruiken of te doen
                        gebruiken, indien door of namens burgemeester en wethouders is medegedeeld,
                        dat zulks gevaarlijk is in verband met: </al><lijst><li nr="a."><al>bouwvalligheid van het bouwwerk;</al></li><li nr="b."><al>bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek
                            aan hygiëne </vet></al><al>Indien tengevolge van het niet functioneren - hieronder begrepen het
                        afgesloten zijn - van de ingevolge het Bouwbesluit verplicht aanwezige
                        voorzieningen tot het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen beschikken
                        over drinkwater, het kunnen beschikken over gedistribueerd gas en het kunnen
                        beschikken over gedistribueerde elektriciteit een onvoldoende veiligheid of
                        een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kan het bevoegd gezag gelasten het
                        gebruik van het bouwwerk te staken. </al><al><vet>Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 7.3.1 Bepaling aantal personen nachtverblijf</vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit
                        omgevingsrecht, wordt het aantal personen bepaald op 10.</al><al><vet>Artikel 7.3.2 Hinder </vet></al><al>Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein
                        voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te
                        verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor: </al><lijst><li nr="a."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet,
                                walm of stof wordt verspreid;</al></li><li nr="b."><al>overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het
                                bouwwerk, het open erf of terrein;</al></li><li nr="c."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of
                                vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt
                                veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder
                                begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door
                                verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein;</al></li><li nr="d."><al>brand-, instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="e."><al>het gebruik van vluchtmogelijkheden wordt belemmerd.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover het betreft
                        nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in
                        deze wet genoemde wet van toepassing is. </al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid </cursief></al><al><vet>Artikel 7.4.1 Preventie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden
                                dat het bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Voorraden en afval dienen op zodanige wijze en plaats te worden
                                bewaard dat schadelijk of hinderlijk gedierte hierdoor niet wordt
                                aangetrokken.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 5 Watergebruik </cursief></al><al><vet>Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water </vet></al><al>Het is verboden drink- en werkwater, waarvan door het bevoegd gezag
                        schriftelijk is medegedeeld dat het ondeugdelijk wordt geacht, te gebruiken. </al><al><cursief>Paragraaf 6 Installaties </cursief></al><al><vet>Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties </vet></al><al>Installaties in of nabij een bouwwerk, waarvan het Bouwbesluit en/of het
                        Besluit brandveilig gebruik bouwwerken de aanwezigheid verplicht stelt,
                        moeten in een goede staat verkeren, zodat daarvan een onbelemmerd gebruik
                        kan worden gemaakt. </al><al><vet>8 Omgevingsvergunning voor het slopen </vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Sloopvergunning </cursief></al><al><vet>Artikel 8.1.1 Sloopvergunning </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bouwwerken en woonwagens daaronder begrepen, te
                                slopen zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd
                                gezag.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien naar
                                redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal bedragen
                                dan 10 m3, tenzij het slopen mede betreft het verwijderen van
                                asbest. Voorts is geen vergunning vereist voor het slopen ingevolge
                                een besluit op grond van artikel 13 van de Woningwet, dan wel een
                                besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last
                                onder dwangsom. Het bevoegd gezag kan hun besluit voorwaarden
                                verbinden als bedoeld in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning voor het
                                slopen slechts voorschriften over:</al></li><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden houden van het
                                sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding in een fractie
                                asbest, een fractie gevaarlijk afval en een fractie overig
                                afval;</al></li><li nr="d."><al>het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen van de
                                gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid, letter c, voor
                                zover deze gegevens niet reeds zijn overgelegd.</al></li><li nr="e."><al>het melden van de aanvang en het gereedmelden van de
                                sloopwerkzaamheden.</al></li><li nr="4."><al>De voorschriften over het sloopafval, als bedoeld in het derde lid,
                                onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen,
                                de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke opslag op het
                                sloopterrein en het in fracties gescheiden verpakken van het
                                sloopafval op het sloopterrein. Het bevoegd gezag verbindt aan een
                                omgevingsvergunning voor het slopen met betrekking tot asbest
                                voorschriften over het afzonderlijk gereed maken daarvan voor de
                                afvoer van het sloopterrein en over de termijn waarbinnen dit moet
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien
                                in een tijdelijke omgevingsvergunning voor het bouwen voor een
                                seizoengebonden bouwwerk voorschriften zijn gesteld over het slopen
                                van het tijdelijke bouwwerk.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.3 In behandeling nemen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen</vet></al><al>Een omgevingsvergunning voor het slopen moet worden geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook
                                door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan
                                worden gewaarborgd;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen
                                onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften
                                niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning met betrekking tot de archeologische monumenten
                                ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een
                                gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is
                                verleend;</al></li><li nr="d."><al>een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond van de
                                Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, die krachtens overgangsrecht
                                van de Invoeringswet ruimtelijke ordening de werking heeft behouden,
                                is vereist en deze niet is verleend;</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.7 Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen
                        </vet></al><al>Een omgevingsvergunning voor het slopen kan worden ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of onvolledige
                                opgave van gegevens;</al></li><li nr="b."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de sloopvergunning
                                geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>tussen het begin en het einde van de sloopwerkzaamheden deze
                                werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
                                stilliggen.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van sloopvergunning
                        </cursief></al><al>Artikel 8.2.1 Sloopmelding </al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen
                                omgevingsvergunning voor het slopen vereist voor het anders dan in
                                de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel slopen
                                van:</al></li><li nr="a."><al>geschroefde , asbesthoudende platen waarin de asbestvezels
                                hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit een
                                op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of
                                het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of
                                bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en
                                de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal
                                vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende
                                vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die woning
                                staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw niet in het
                                kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt
                                of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de
                                te verwijderen asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels maximaal
                                vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;</al></li></lijst><al>mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij burgemeester en wethouders
                        en door burgemeester en wethouders binnen acht dagen na de dag waarop dit is
                        gemeld is medegedeeld dat geen omgevingsvergunning voor het slopen is
                        vereist. Met een woning wordt gelijk gesteld een woonkeet, woonwagen of
                        logiesverblijf. </al><lijst><li nr="2."><al>Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid moet worden
                                gemeld met gebruikmaking van een door of namens burgemeester en
                                wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="3."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in ..voud
                                worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in het
                                Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het adres, de aard en
                                het gebruik van het</al></li></lijst><al>bouwwerk. </al><lijst><li nr="6."><al>Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of namens
                                burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.</al></li><li nr="7."><al>Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde
                                mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn hebben gedaan, is
                                de mededeling van rechtswege gedaan.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als bedoeld in
                                het eerste lid voorschriften verbinden met betrekking tot de
                                verwijdering, opslag en afvoer van asbest.</al></li><li nr="9."><al>De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste of het
                                zevende lid is verplicht het</al></li></lijst><al>gestelde in een door de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening
                        en milieubeheer uitgegeven publicatie ter zake van het slopen van asbest
                        bevattende vloerbedekking in acht te nemen. Voorts is de houder verplicht de
                        voorschriften, bedoeld in het achtste lid alsmede de voorschriften die bij
                        of krachtens de artikelen 7 en 8 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005
                        zijn gesteld, in acht te nemen. </al><lijst><li nr="10."><al>Het bewerken van het asbest ter plaatse waar dit asbest door sloop
                                vrijkomt is niet toegestaan.</al></li><li nr="11."><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het eerste tot en
                                met het vijfde lid van dit artikel gestelde eisen, stellen
                                burgemeester en wethouders degene die de melding heeft gedaan in de
                                gelegenheid om binnen één week de door hen aan te geven ontbrekende
                                gegevens over te leggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een
                            omgevingsvergunning voor het slopen </vet></al><al>In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is voorts geen
                        omgevingsvergunning voor het slopen vereist, indien het slopen, voor zover
                        dat betrekking heeft op asbest, uitsluitend bestaat uit het in het kader van
                        de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen
                        van: </al><lijst><li nr="a."><al>geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;</al></li><li nr="b."><al>verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van
                                kassen;</al></li><li nr="c."><al>rem- en frictiematerialen;</al></li><li nr="d."><al>pakkingen uit verbrandingsmotoren;</al></li><li nr="e."><al>pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk
                                verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan
                                2250 kilowatt.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen </cursief></al><al><vet>Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein </vet></al><al>Het bepaalde in de artikelen 4.8 tot en met 4.10 is van overeenkomstige
                        toepassing op het slopen en het sloopterrein. </al><al><vet>Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden
                        </vet></al><al>Op het sloopterrein moet de omgevingsvergunning voor het slopen of een
                        besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder
                        dwangsom tot het slopen aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter
                        inzage worden gegeven. </al><al><vet>Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor
                            het slopen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet het
                                slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, opdragen aan een
                                deskundig bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet een
                                afschrift van de vergunning ter hand stellen aan het deskundig
                                bedrijf dat het slopen krachtens aanneming van werk zal
                                uitvoeren.</al></li><li nr="3."><al>De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stelt ten
                                minste één week voorafgaande aan de aanvang van het slopen, het
                                bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte van de data en tijdstippen
                                waarop het slopen, voorzover dat betrekking heeft op asbest, zal
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De houder van de sloopvergunning stuurt binnen twee weken na de
                                uitvoering van de werkzaamheden bevoegd gezag een afschrift van de
                                resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste lid
                                van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien wordt gesloopt zonder dat een omgevingsvergunning voor het
                                slopen is verleend voor het slopen van asbest en tijdens het slopen
                                asbest wordt ontdekt, is degene die sloopt verplicht hiervan
                                terstond melding te doen aan het bouw- en woningtoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Aan het bouwtoezicht dienen ten minste twee dagen van tevoren de
                                aanvang van de sloopwerkzaamheden te worden gemeld en uiterlijk op
                                de dag van de beëindiging van de sloopwerkzaamheden het einde van
                                die werkzaamheden. Indien het bouwtoezicht dit verlangt, moeten
                                genoemde meldingen schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar moet eerst het in een bouwwerk
                                aanwezige asbest worden verwijderd, voordat het bouwwerk wordt
                                gesloopt.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verwijdering van het asbest moeten de beste bestaande
                                technieken worden toegepast om verontreiniging van het milieu met
                                asbest te voorkomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen
                            (vervallen) </vet></al><al><cursief>Paragraaf 4 Vrij slopen </cursief></al><al><vet>Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen vergunning
                                krachtens artikel 8.1.1, noch een melding krachtens artikel 8.2.1 is
                                vereist, dient ten minste te worden gescheiden in de navolgende
                                fracties:</al></li><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 de
                                afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese
                                afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158, blz.
                                9);</al></li><li nr="b."><al>steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van gips;</al></li><li nr="c."><al>bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;</al></li><li nr="d."><al>met PAKS verontreinigde materialen;</al></li><li nr="e."><al>asfalt;</al></li><li nr="f."><al>dakgrind;</al></li><li nr="g."><al>overig afval.</al></li><li nr="2."><al>Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder g, en de
                                fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a tot en met f, moeten
                                op het sloopterrein gescheiden worden gehouden.</al></li></lijst><al><vet>9 Welstand </vet></al><al><vet>Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan
                                Welstand en Monumenten Midden Nederland, die uit haar midden
                                personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna
                                gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van
                                aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota
                                genoemde welstandscriteria.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie bestaat ten minste uit een voorzitter en twee
                                leden, die allen deskundig zijn op het gebied van architectuur,
                                ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie.</al></li><li nr="2."><al>Voor de voorzitter en leden worden plaatsvervangers aangewezen die
                                hen bij afwezigheid kunnen vervangen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk
                                ten opzichte van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="4."><al>De welstandscommissie wordt bijgestaan door een secretaris of diens
                                plaatsvervanger.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de
                                welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden op voorstel van de
                                burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen door de
                                gemeenteraad.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een
                                termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden
                                herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9
                                bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in
                                de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording </vet></al><al>De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden
                        voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: </al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de
                                welstandsnota; </al></li><li nr="-"><al>de werkwijze van de welstandscommissie; </al></li><li nr="-"><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                                vergaderen; </al></li><li nr="-"><al>de aard van de beoordeelde plannen; </al></li><li nr="-"><al>de bijzondere projecten. </al></li></lijst><al>De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien
                        van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de
                        aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. </al><al><vet>Artikel 9.5 Termijn van advisering </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om
                                omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door
                                of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om
                                omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning
                                betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde
                                aanvraag betreft.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de
                                welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de
                                bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van
                                het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en
                                wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de
                                aanvraag</al></li></lijst><al>is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wat algemene
                        bepalingen omgevingsrecht. </al><al><vet>Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is
                                openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie
                                wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad
                                of een dag-,nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere
                                geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op
                                verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare
                                behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende
                                redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur
                                ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de
                                beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen
                                hierom bij het indienen van de aanvraag om bouwvergunning heeft
                                verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat
                                gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie
                                wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is
                                gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de
                                commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.</al></li><li nr="4."><al>(vervallen)</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies
                                mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De
                                aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over
                                bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de
                                welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld.</al></li><li nr="2."><al>In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan alsnog
                                voor aan de welstandscommissie.</al></li><li nr="3."><al>Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien het
                                bevoegd gezag - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een
                                verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd
                                gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies
                                schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
                                burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een
                                omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of
                            standplaatsen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het
                                voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie
                                bouwwerken uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het
                                daartoe strekkende besluit niet dan nadat:</al></li><li nr="a."><al>op het voornemen inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het advies van de welstandscommissie is ingewonnen.</al></li><li nr="2."><al>De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze
                                voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde
                                verordening.</al></li></lijst><al><vet>10 Overige administratieve bepalingen </vet></al><al><vet>Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde
                            onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 10.3 Overdragen vergunningen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.4 Overdragen mededeling (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en
                            woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
                            voorschriften </vet></al><al>Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en
                        vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere
                        voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening
                        behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de
                        betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien
                        of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. </al><al><vet>11 Handhaving </vet></al><al><vet>Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen)
                        </vet></al><al><vet>Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 11.4 Onderzoek naar een gebrek (vervallen) </vet></al><al><vet>12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen </vet></al><al><vet>Artikel 12.1 Strafbare feiten (vervallen) </vet></al><al><vet>Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek </vet></al><al>Indien ten behoeve van de bouw van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in
                        enig ander verband dan de aanvraag om bouwvergunning indicatief
                        bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve bodemonderzoek als het in
                        artikel 2.1.5 bedoelde verkennende bodemonderzoek, tenzij burgemeester en
                        wethouders van mening zijn dat het indicatieve bodemonderzoek niet meer als
                        een recent onderzoek kan worden gezien. </al><al><vet>Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open
                            erven en terreinen </vet></al><al>Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van
                        gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op
                        basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de
                        Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van
                        artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn
                        gesteld. </al><al><vet>Artikel 12.4 Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning)
                        </vet></al><al>(vervalllen)</al><al><vet>Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 12.6 Slotbepaling </vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                        afgekondigd. </al><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de bouwverordening,
                        vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 16 juli 2007</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Bouwverordening Montfoort 2010'.
                    </al></tekst></regeling-tekst><bijlage><al><vet>BIJLAGEN</vet>bladzijde</al><al><vet>Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning (vervallen)
                    </vet>40</al><al><vet>Bijlage 2 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 3 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 4 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 5 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 6</vet></al><al><vet>Bijlage 7</vet></al><al><vet>Bijlage 8</vet></al><al><vet>Bijlage 9</vet></al><al><vet>Bijlage 10 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 11(vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 12 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 13</vet></al><al><vet>Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning
                    (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Bijlage 3 Gebruikseisen bij bouwwerken (behorende bij artikel 6.2.1, eerste
                        lid)</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de
                        niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><al><cursief>(vervallen)</cursief></al><al><vet>Bijlage 6 Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 7Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering
                        op erven en terreinen.</vet></al><al>Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 </al><al>De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende: </al><lijst><li nr="a."><al>NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen'
                            (met correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="b."><al>NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met
                            correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="c."><al>NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en
                            buitenrioleringen';</al></li><li nr="d."><al>NEN-EN 1401-1, uitgave 2009, 'Kunststofleidingsystemen voor vrij verval
                            buitenriolering – Ongeplasticeerd PVC (PVC-U) – Deel 1. Eisen voor
                            buizen, hulpstukken en het systeem' (Engelstalig);</al></li><li nr="e."><al>NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van de
                            aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996, A2, uitgegeven 1997, en A3,
                            uitgegeven 1999 - Deel 1. Eisen' (Engelstalig);</al></li><li nr="f."><al>NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van
                            aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999 - Deel 2. Kwaliteitscontrole en
                            monstername' (Engelstalig);</al></li><li nr="g."><al>NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3.
                            Beproevingsmethoden' (Engelstalig).</al></li></lijst><al><vet>Bijlage 8 (vervallen)</vet></al><al><vet>Bijlage 9Reglement van orde van de welstandscommissie</vet></al><al><vet>1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie1.1
                        Benoemingsprocedure</vet></al><al>De gemeente wijst op voordracht van het college van B&amp;W de PUWC,
                    Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit aan als de welstandscommissie. </al><al>De gemeenteraad mandateert het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke
                    Regeling PUWC om de voorzitter en deskundige leden van de rayoncommissies en hun
                    plaatsvervangers te benoemen en te ontslaan. De PUWC legt de gemeente een lijst
                    voor met de beoogde commissieleden alvorens deze benoemd worden door het
                    Algemeen Bestuur. Voorzitters worden voorgedragen uit de kring van leden van het
                    Algemeen Bestuur en hun plaatsvervangers. </al><al>Indien gewenst, vindt overleg plaats tussen de PUWC en de gemeente.</al><al>Voor de benoeming van burgerleden en hun plaatsvervangers geldt een afwijkende
                    procedure. Burgerleden worden benoemd door de gemeenteraad. Alvorens dit te
                    doen, overleggen B&amp;W met de PUWC over het gewenste profiel van het burgerlid
                    of de burgerleden. Er mogen maximaal twee burgerleden in de welstandscommissie
                    worden benoemd. Burgerleden ontvangen via de gemeente een
                    onkostenvergoeding.Alle leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers
                    worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van
                    verlenging met nog eens drie jaar. Bij afwezigheid van de voorzitter of de leden
                    van de commissie, treden plaatsvervangers op in de commissievergadering. De
                    rayonarchitect kan zich door een collega rayonarchitect of de directeur van de
                    PUWC laten vervangen. De voorzitter, de rayonarchitect, de externe deskundigen,
                    het burgerlid/de burgerleden en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten
                    opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan
                    geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten
                    wordt beïnvloed. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk
                    welstandsbeleid. De commissie streeft naar voortdurende afstemming met het
                    beleid inzake de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.</al><al><vet>1.2 Samenstelling van de commissie</vet></al><al>De welstandscommissie bestaat uit een bestuurlijk voorzitter, de rayonarchitect
                    van de PUWC, tenminste twee externe deskundigen van buiten het bureau en
                    maximaal twee door de gemeenteraad benoemde burgers. De rayonarchitect fungeert
                    tevens als secretaris-deskundige van de commissie. Naast de rayonarchitect zijn
                    tenminste twee commissieleden deskundig op het terrein van architectuur,
                    stedenbouw en aanverwante vakgebieden. De welstandscommissie kan zich naar eigen
                    inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van de PUWC of
                    daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur- en bouwhistorie, en
                    landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden
                    beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen
                    stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd. </al><al>De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste drie
                    leden aanwezig zijn (waaronder de rayonarchitect of zijn/haar vervanger) en
                    waarvan tenminste twee leden deskundig zijn op het gebied van welstand. </al><al><vet>2. Taakomschrijving 2.1 Taakomschrijving welstandscommissie</vet></al><al>De welstandscommissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet
                    wettelijk verplichte taken. De wettelijke taken van de welstandscommissies van
                    de PUWC worden uitgevoerd op grond van de Woningwet 2002. De commissie is
                    beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals dat is
                    vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.</al><al><vet>2.1.1 Wettelijke taken</vet></al><al>1.Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken.</al><al>De commissie is bevoegd om B&amp;W te adviseren over de welstandsaspecten van
                    reguliere en gefaseerde aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in artikel 44,
                    lid 1 van de Woningwet 2002. Regulier vergunningplichtige bouwaanvragen worden
                    in de regel binnen twee weken na behandeling van een welstandsadvies
                    voorzien.</al><al>2.De gemeente handelt in principe licht-vergunningplichtige bouwaanvragen zelf
                    af.</al><al>De commissie kan in uitzonderingsgevallen om moverende redenen door het college
                    van B&amp;W verzocht worden om te adviseren over de welstandsaspecten van
                    aanvragen om een lichte bouwvergunning als bedoeld in artikel 44, lid 2 van de
                    Woningwet 2002. De licht-vergunningplichtige bouwaanvragen worden in de regel
                    binnen één week na behandeling van een welstandsadvies voorzien. </al><al>3.Jaarverslag welstandscommissie.</al><al>De welstandscommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van
                    de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste
                    uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria.
                    Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een
                    evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en
                    de welstandscommissie. </al><al>2.1.2<vet>Niet wettelijk verplichte taken</vet></al><al>De welstandscommissie krijgt indien door de gemeente gewenst de opdracht om
                    naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te
                    voeren.</al><al>a.Beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de gemeentelijke APV). b.
                    Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de</al><al>gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met</al><al>betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen. </al><al>c.Desgevraagd adviezen uitbrengen aan B&amp;W over de welstandsaspecten van
                    in</al><al>voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, </al><al>beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante </al><al>beleidsstukken.d. Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en
                    architectonische</al><al>ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de </al><al>gemeente.e. Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden
                    in het</al><al>uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn. f.
                    Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, B&amp;W en</al><al>burgers.</al><al>2.2<vet>Taakomschrijving commissieleden</vet></al><al><vet>2.2.1 Taken van de rayonarchitect</vet></al><al>De rayonarchitect van de PUWC is secretaris-deskundige van de commissie. Hij/zij
                    voert als gemandateerd lid van de welstandscommissie de eerste gesprekken – het
                    vooroverleg - met de gemeente, planindieners, ontwerpers en andere
                    belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van
                    bouwplannen in de welstandscommissie voor. De plannen waarvoor de rayonarchitect
                    een mandaat heeft, worden door hem/haar van een advies voorzien (Zie verder 4.2
                    Gemandateerde behandeling).De rayonarchitect stelt de agenda voor de
                    commissievergadering op en geeft die door aan de behandelend ambtenaar van Bouw-
                    en Woningtoezicht. Tijdens de commissievergadering introduceert de
                    rayonarchitect de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante
                    welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of gebied. Onder de
                    verantwoordelijkheid van de rayonarchitect wordt de beraadslaging en conclusie
                    over een bouwplan uitgewerkt in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen
                    één week na de commissievergadering verzonden wordt.</al><al><vet>2.2.2 Taken voorzitter</vet></al><al>De voorzitter van de welstandscommissie wordt gekozen uit de kring van
                    gemeentebestuurders. Hij/zij is verantwoordelijk voor het functioneren van de
                    commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat de commissie
                    adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid. Tijdens de
                    openbare vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/-vrouw voor alle
                    aanwezigen. Hij/zij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie
                    van de aanwezigen bij een bepaald plan wil inspreken. Indien een plan in het
                    vooroverleg is besproken, geeft de voorzitter (of de rayonarchitect) een korte
                    samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces besproken is. De
                    voorzitter leidt de discussie en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun
                    mening voldoende naar voren te brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat na een
                    inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag een voor alle aanwezigen korte en
                    heldere samenvatting wordt gegeven. De voorzitter bewaakt verder de voortgang
                    van de agenda.Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) en met
                    de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten. De voorzitter
                    organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van de
                    werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijks
                    verslag van de welstandscommissie.</al><al>2.2.3<vet> Taken externe deskundigen</vet></al><al>In de commissies hebben tenminste twee externe deskundigen op het gebied van de
                    architectuur en stedenbouw zitting. Zij geven vanuit hun ervaring en inzicht in
                    het vakgebied een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen. Op het moment dat
                    een extern commissielid op de een of andere wijze een zakelijke binding heeft
                    met een bepaald bouwplan laat hij/zij zich voor de betreffende
                    commissievergadering vervangen. Bij langlopende projecten waarbij de inbreng van
                    de commissie verwacht wordt en waarbij de extern deskundige een zakelijke
                    binding heeft, treedt deze in overleg met de commissie en het bureau tijdelijk
                    terug.Ook kan op verzoek van de gemeente de advisering over een dergelijk plan
                    in overleg met de commissie plaatsvinden door een commissie uit een aangrenzend
                    rayon.</al><al><vet>3. Werkwijze Bouw- en Woningtoezicht</vet>De welstandsprocedure begint met
                    een selectie van bouwplannen bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht in licht-
                    en regulier-vergunningplichtige aanvragen.Bouw- en Woningtoezicht toetst een
                    bouwplan eerst op de vereisten in het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten
                    behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of het bouwplan is
                    voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen. Welke gegevens
                    nodig zijn, is vastgelegd in de AMvB ‘Indieningsvereisten aanvraag
                    bouwvergunning’ en in de gemeentelijke bouwverordening. <vet>4. Werkwijze van de
                        welstandscommissie4.1 Vooroverleg over bouwplannen</vet></al><al>De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid, om een nog niet formeel
                    aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de welstandscommissie toe te lichten
                    en te bespreken. De rayonarchitect maakt altijd een verslag van het vooroverleg.
                    Dit verslag wordt openbaar als het bouwplan formeel aan de commissie wordt
                    voorgelegd. Vooroverleg vindt in principe in het openbaar plaats. Hiervan kan
                    worden afgeweken na overleg tussen de gemeente, de aanvrager en de
                    welstandscommissie. </al><al><vet>4.2 Gemandateerde behandeling</vet></al><al>De rayonarchitect behandelt in de regel om de twee weken op locatie de
                    bouwplannen. Hij/zij heeft een mandaat van de commissie om zelfstandig
                    bouwplannen af te handelen. Het uitgangspunt voor de mandaatverlening is dat de
                    rayonarchitect alleen de plannen beoordeelt van een relatief geringe ruimtelijke
                    betekenis, of plannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de mening
                    van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel legt de
                    rayonarchitect het bouwplan voor aan de welstandscommissie. De rayonarchitect
                    heeft voor vergunningplichtige plannen alleen het mandaat om positieve adviezen
                    uit te brengen. Bij licht-vergunningplichtige plannen mag de rayonarchitect ook
                    negatief adviseren. De commissie zelf is eindverantwoordelijk voor het
                    welstandsadvies. Tenminste één keer per jaar vindt overleg plaats tussen de
                    rayonarchitect en de welstandscommissie over het mandaat.</al><al><vet>4.2.1 Mandaat ‘ kleine commissie’</vet></al><al>De gemandateerde rayonarchitect wordt – op verzoek van de welstandscommissie, de
                    gemeente of op eigen verzoek - bijgestaan door een ander commissielid. Deze
                    ‘kleine commissie’ beschikt over hetzelfde mandaat als de rayonarchitect.</al><al><vet>4.2.2 Het mandaatadvies</vet></al><al>De rayonarchitect brengt welstandsadviezen uit aan B&amp;W over de vraag of 'het
                    uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf
                    als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet is
                    strijd is met redelijke eisen van welstand’ (art. 12 lid 1 Ww 2002). Dit wordt
                    beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een
                    positief mandaat-welstandsadvies wordt uitgebracht door een stempel ‘het plan
                    voldoet aan redelijke eisen van welstand’ op het adviesformulier en de
                    bijbehorende plantekeningen te plaatsen. Een negatief mandaatadvies (alleen bij
                    licht-vergunningplichtige plannen) wordt schriftelijk gemotiveerd met een
                    verwijzing naar de relevante criteria uit de welstandsnota.</al><al><vet>4.2.3 Openbaarheid gemandateerde behandeling</vet></al><al>De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. </al><al>Via het huis-aan-huis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van het
                    tijdstip en plaats van de gemandateerde behandeling. De agenda wordt op het
                    gemeentehuis ter inzage gelegd.</al><al><vet>4.2.4 Toelichting opdrachtgever/ontwerper</vet></al><al>Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de
                    gemandateerde behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien
                    zij bij de behandeling aanwezig willen zijn, vermelden ze dit op het daarvoor
                    bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente
                    zorgt voor de uitnodigingen.</al><al><vet>4.2.5 Spreekrecht</vet></al><al>Tijdens de gemandateerde behandeling wordt de mogelijkheid tot spreekrecht
                    geboden aan opdrachtgevers en ontwerpers.</al><al><vet>4.3 Openbare commissievergadering</vet></al><al>De welstandscommissie vergadert in de regel één keer per twee weken. De
                    rayonarchitect behandelt in de tussenliggende periode de kleinere bouwplannen
                    (zie 2.2.1 t/m 2.2.3 voor taken rayonarchitect, voorzitter en externe
                    deskundigen tijdens de commissievergadering).</al><al><vet>4.3.1 Locatie vergadering</vet></al><al>De welstandscommissie vergadert op een vaste locatie in het rayon.</al><al>Bij de behandeling van belangrijke bouwplannen kan – op verzoek van de gemeente
                    - worden besloten om in de eigen gemeente te vergaderen.</al><al><vet>4.3.2 Publicatie agenda</vet></al><al>De agenda voor de commissievergadering word op de volgende manier gepubliceerd.
                    Via het huis-aan-huis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van het
                    tijdstip en plaats van de commissievergadering. De agenda wordt op het
                    gemeentehuis ter inzage gelegd.</al><al>De openbaarheid geldt voor de beraadslaging over bouwplannen, de beoordeling
                    daarvan en voor de adviezen. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is
                    niet openbaar in gevallen als bedoeld in art. 10, eerste lid, van de Wet
                    Openbaarheid van Bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet
                    opweegt tegen de in art. 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.</al><al><vet>4.3.3 Toelichting opdrachtgever/ontwerper</vet></al><al>Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de
                    behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de
                    behandeling aanwezig willen zijn, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde
                    formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente zorgt voor de
                    uitnodigingen.</al><al><vet>4.3.4 Spreekrecht</vet></al><al>Tijdens de openbare vergadering wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden
                    aan opdrachtgevers en ontwerpers.</al><al><vet>4.4 Het welstandsadvies</vet></al><al>De welstandscommissie brengt heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan
                    B&amp;W over de vraag of 'het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een
                    standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te
                    verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van
                    welstand’ (art. 12 lid 1 Ww 2002). Dit wordt beoordeeld aan de hand van de
                    criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een welstandsadvies kan de
                    volgende uitkomsten hebben:</al><al>Akkoord</al><al>De welstandscommissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing
                    zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
                    Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk. </al><al>Akkoord mits</al><al>De welstandscommissie is van oordeel dat het plan op onderdelen niet voldoet aan
                    de toetsingscriteria uit de welstandsnota, tenzij wordt voldaan aan de
                    voorwaarden zoals de welstandscommissie die – verwijzend naar de
                    welstandscriteria - heeft geformuleerd. De commissie geeft nauwkeurig aan welke
                    onderdelen van het plan gewijzigd moeten worden. De aanvrager krijgt vervolgens
                    de gelegenheid zijn plan aan te passen, voor zover de gemeente van oordeel is
                    dat dit nog binnen de resterende vergunningtermijn kan worden gerealiseerd.
                    B&amp;W kan ook besluiten om de voorwaarden van het welstandsadvies op te nemen
                    in de bouwvergunning.</al><al><onderstreept>Niet akkoord</onderstreept></al><al>De commissie is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen
                    van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat een bouwplan ingrijpend
                    moet worden gewijzigd. Adviseert de commissie negatief, dan geeft ze een
                    nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het
                    ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria
                    en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.</al><al>Aanhouden</al><al>De welstandscommissie kan het advies aanhouden – waarbij Bouw- en Woningtoezicht
                    aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningtermijn -
                    wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is. </al><al><vet>4.5 Afwijken van het welstandsadvies en/of -criteria</vet></al><al>B&amp;W hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere dan welstandsgronden,
                    af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking moeten bij de
                    bekendmaking van het besluit worden vermeld.</al><al>B&amp;W kunnen, eventueel op advies van de welstandscommissie, gemotiveerd (op
                    welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria zelf. Dat kan bij plannen
                    die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél aan redelijke eisen van
                    welstand. B&amp;W verwijzen in dat geval naar de algemene criteria in de
                    welstandsnota.</al><al><vet>4.5.1 Second opinion</vet></al><al>Alvorens een second opinion te vragen, bieden B&amp;W eerst de vaste
                    welstandscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte
                    advies. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de
                    welstandscommissie. Bij een second opinion wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan
                    de beroepscommissie van de PUWC danwel aan een commissie buiten de PUWC.
                    Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Welstand.</al><al><vet>5. Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota</vet></al><al><vet>5.1 Jaarverslag B&amp;W</vet></al><al>B&amp;W leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een verslag voor
                    waarin zij uiteenzetten:</al><lijst><li nr="-"><al>Op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de
                            welstandscommissie;</al></li><li nr="-"><al>In welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte
                            bouwvergunning niet aan de welstandscommissie hebben voorgelegd en op
                            welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de
                            welstandscriteria.</al></li><li nr="-"><al>In welke categorieën van gevallen:</al></li></lijst><al>* zij tot aanschrijving op grond van art. 19 Ww 2002 zijn overgegaan en daarbij
                    de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving, ofwel
                    het slopen van het bouwwerk of de standplaats binnen de door hen te bepalen
                    termijn, en</al><al>* zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 19 Ww 2002 zijn
                    overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 26 Ww
                    2002.</al><al><vet>5.2 Jaarverslag welstandscommissie</vet></al><al>De welstandscommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van
                    de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste
                    uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria.
                    Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een
                    evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en
                    de welstandscommissie (Zie ook onder punt 2.1.1).</al><al><vet>Bijlage 10 Tabel 2.6.1. behorende bij artikel 2.6.1.
                        (brandmeldinstallaties)</vet></al><table><tgroup cols="13"><colspec colname="col1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colwidth="35*"/><colspec colname="col3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colwidth="5*"/><colspec colname="col6" colwidth="7*"/><colspec colname="col7" colwidth="5*"/><colspec colname="col8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colwidth="6*"/><colspec colname="col10" colwidth="5*"/><colspec colname="col11" colwidth="5*"/><colspec colname="col12" colwidth="5*"/><colspec colname="col13" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Leden van</al><al> Toepassing</al></entry><entry colname="col6" nameend="col9" namest="col6"><al>Grenswaarden</al></entry><entry colname="col10" nameend="col13" namest="col10"><al>Omvang van bewaking</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col5"><al>Kwaliteit</al></entry><entry colname="col6"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col7"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col8"><al>Aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers</al></entry><entry colname="col9"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col10"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col11"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col12"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col13"><al>Doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col5"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col6"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col7"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col8"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col9"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col10"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col11"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col13"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1a</al></entry><entry colname="col7"><al>1b</al></entry><entry colname="col8"><al>1c</al></entry><entry colname="col9"><al>1d</al></entry><entry colname="col10"><al>1a</al></entry><entry colname="col11"><al>1b</al></entry><entry colname="col12"><al>1c</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie niet van een woonwagen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen in
                                        combinatie met permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen zonder
                                        permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overig woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4
                                        jaar.</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>200</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>2,4</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="7"><al>Overige bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten </al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Overige gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al> *</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20&lt;50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lichte industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="3"><al>Overige industriefunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al> *</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20&lt;50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Logiesgebouw </al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="18"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="31*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="0*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="0*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="6*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="0*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="6*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="0*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="7*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="6*"/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth="6*"/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth="6*"/><colspec colname="col16" colnum="16" colwidth="6*"/><colspec colname="col17" colnum="17" colwidth="6*"/><colspec colname="col18" colnum="18" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col9" namest="col4"><al>Leden van toepassing</al></entry><entry colname="col10" nameend="col14" namest="col10"><al>Grenswaarden</al></entry><entry colname="col15" nameend="col18" namest="col15"><al>Omvang van bewaking</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>Kwaliteit</al></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col12"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col13"><al>Aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers</al></entry><entry colname="col14"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col15"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col16"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col17"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col18"><al>Doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col13"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col14"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col15"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col16"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col17"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col18"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al/></entry><entry colname="col10" nameend="col11" namest="col10"><al>1a</al></entry><entry colname="col12"><al>1b</al></entry><entry colname="col13"><al>1c</al></entry><entry colname="col14"><al>1d</al></entry><entry colname="col15"><al>1a</al></entry><entry colname="col16"><al>1b</al></entry><entry colname="col17"><al>1c</al></entry><entry colname="col18"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Onderwijsfunctie </vet></al></entry><entry colname="col5" morerows="4" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" morerows="4" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" morerows="4" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>500</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>250</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>20&lt;50</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col5" morerows="4" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" morerows="4" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" morerows="4" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>1000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>500</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>20&lt;50</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="8"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="8" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Winkelfunctie </vet></al></entry><entry colname="col5" morerows="8" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" morerows="8" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" morerows="8" nameend="col10" namest="col9"><al> *</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>1000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>500</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col12"><al>5000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col12"><al>10000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col12"><al>1000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col12"><al>5000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col12"><al>10000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>50&lt;70</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2" nameend="col4" namest="col2"><al>Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col5" morerows="2" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" morerows="2" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" morerows="2" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>1000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>* </al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>2500</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>1000</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>-</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>2500</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al>13</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>-</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>F</al></entry><entry colname="col12"><al>F</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>*</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>F</al></entry><entry colname="col12"><al>F</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry><entry colname="col16"><al>*</al></entry><entry colname="col17"><al>*</al></entry><entry colname="col18"><al>*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4. Bij de toepassing van de in
                    de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften
                    wordt in tabel 2.6.1 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing.</al><al>* : het hele artikel is van toepassing.</al><al>&gt; : alle waarden groter dan de achter dit teken aangegeven waarde.</al><al>≤ : alle waarden kleiner of gelijk aan de achter dit teken aangegeven
                    waarde.</al><al>F : in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                    2.6.1, eerste lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere
                    criteria.</al><al>a : zonder doormelding naar een brandweeralarmcentrale.</al><al>1 : indien in combinatie met een grenswaarde in m2: deze voorziening dient
                    altijd aanwezig te zijn, ongeacht de grootte van het vloeroppervlak.</al><al>Wanneer in de tabel twee grenswaarden of prestatie-eisen in dezelfde rij van de
                    tabel worden gegeven, moet aan beide criteria worden voldaan. </al><al>Voorbeeld:</al><al>Bij de winkelfunctie komt in tabel 2.6.1 van bijlage 10 het meest duidelijk tot
                    uitdrukking dat aan het vereiste van twee criteria moet worden voldaan voordat
                    een brandmeldinstallatie nodig is.</al><al>Bijeenkomstfunctie niet zijnde de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van
                    sport – wanneer het gebruiksoppervlak groter is dan 1.000 m2 en er meer dan 1
                    verblijfsruimte bestemd voor bezoekers is, dan is gedeeltelijke bewaking en
                    doormelding noodzakelijk.</al><al>Wanneer in de tabel grenswaarden of prestatie-eisen in verschillende regels van
                    de tabel worden gegeven, moet aan één van de criteria worden voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4 jaar – wanneer het
                    gebruiksoppervlak groter is dan 200 m2 of er een vloer op een hoogte ligt van
                    meer dan 2,4 meter ten opzichte van het meetniveau, dan is volledige bewaking en
                    doormelding vereist.</al><al><vet>Bijlage 11 Tabel 2.6.5. behorende bij artikel 2.6.5.
                        (ontruimingsinstallaties)</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.6</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>woonfunctie niet van een woonwagen bestemd voor minder
                                        zelfredzame personen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesgebouw</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwijsfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Winkelfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>overige besloten gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>-</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>-</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.6 en 2.6.7. Voor de toepassing van de in de
                    artikelen 2.6.5 tot en met 2.6.7 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt
                    in tabel 2.6.5 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al>*: het hele artikel is van toepassing;</al><al><vet>Bijlage 12 Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8
                        (vluchtrouteaanduiding)</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.9</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woongebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Cellengebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwijsfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Winkelfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer</al></entry><entry colname="col3"><al>F</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ander bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.9 en 2.6.10. Voor de toepassing van de in de
                    artikelen 2.6.8 tot en met 2.6.10 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt
                    in tabel 2.6.8 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al>*: het hele artikel is van toepassing;</al><al>F: in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                    2.6.8, eerste lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere
                    criteria.</al><al>Artikel B Overgangsbepalingen</al><al>OP een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die
                    is ingediend voor het tijdstip waarop deze gewijzigde bouwverordening van kracht
                    wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van
                    de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidde voor aanpassing van de
                    wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde
                    bepalingen worden toegepast.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 juni 2010.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>mevrouw drs. D.E. van der Kamp de heer E.L. Jansen BA</al></bijlage></regeling></body></cvdr>