<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348587_1</dcterms:identifier><dcterms:title>gemeenschappelijke regeling van het openbaar lichaam WHW-bedrijven</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP 29 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>gemeenschappelijke regeling van het openbaar lichaam WHW-bedrijven</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>gemeenschappelijke regeling van het openbaar lichaam WHW-bedrijven</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>a) Regeling : de Gemeenschappelijke Regeling WHW-bedrijven;</al><al>b) WHW-bedrijven : het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1
                            van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 2 van de
                            Regeling;</al><al>c) gemeenten: : de aan de Regeling deelnemende gemeenten Binnenmaas,
                            Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen;</al><al>d) gemeenteraden : de raden van de gemeenten;</al><al>e) colleges : de colleges van burgemeester en wethouders van de
                            deelnemende gemeenten;</al><al>f) het bestuur : het algemeen en dagelijks bestuur;</al><al>g) ingezetenen : de inwoners van de gemeenten; </al><al>h) de wet : de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet;</al><al>i) Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van de provincie
                            Zuid-Holland;</al><al>j) werknemer : degene die ingevolge de Participatiewet danwel artikel 2,
                            eerste lid, van de Wsw een dienstbetrekking met WHW-bedrijven
                            heeft;</al><al>k) personeelslid : degene die een publiekrechtelijke dan wel een
                            privaatrechtelijke arbeidsrelatie heeft met het bestuur van het openbaar
                            lichaam, anders dan als werknemer als bedoeld onder k.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam: overdracht van taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: "WHW-bedrijven"</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Oud-Beijerland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belang, doelstelling en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. WHW-bedrijven behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke
                                belangen van de gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Wet
                                sociale werkvoorziening, zoals die taken en bevoegdheden door de wet
                                aan de gemeenten is opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Ter verwezenlijking van de in artikel 3, lid 1 genoemde belangen
                                dragen de raden en de colleges van de gemeenten, ieder voor zover
                                bevoegd op grond van de Participatiewet, Wsw, de uitvoering van de
                                Wsw en alle daarmee samenhangende bevoegdheden over aan het bestuur
                                van WHW-bedrijven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Het bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>De bestuursorganen van het openbaar lichaam zijn:</al><al>a) het algemeen bestuur;</al><al>b) het dagelijks bestuur;</al><al>c) de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Samenstellen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Elke gemeenteraad wijst uit zijn midden, de voorzitter
                                inbegrepen, en uit de wethouders twee leden van het algemeen bestuur
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor elk lid wijst de desbetreffende gemeenteraad een
                                plaatsvervangend lid aan. Voor hem gelden dezelfde rechten en
                                verplichtingen als die van het lid dat wordt vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur, verenigbaarheid functies en ontslag</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een
                                    periode gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad.</al></li><li nr="·"><al>2. De aanwijzing van de leden vindt plaats uiterlijk in de
                                    tweede vergadering van de raad in de nieuwe samenstelling na
                                    gehouden verkiezingen, dan wel zo spoedig mogelijk na het
                                    openvallen van een vacature. Afgetreden leden kunnen opnieuw als
                                    lid worden aangewezen.</al></li><li nr="·"><al>3. De leden van het bestuur treden af op het moment waarop de
                                    leden van de gemeenteraad aftreden.</al></li><li nr="·"><al>4. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
                                    geeft hiervan terstond kennis aan de voorzitter van het bestuur
                                    en de raad die hem heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in
                                    het bestuur totdat in de opvolging is voorzien. De raad voorziet
                                    zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden, in de
                                    vacature.</al></li><li nr="·"><al>5. Voorts eindigt het lidmaatschap van het bestuur door:</al><lijst><li nr="o"><al>- het aftreden als lid van de raad of college;</al></li><li nr="o"><al>- tussentijds ontslag als lid van de raad of het
                                            college;</al></li><li nr="o"><al>- overlijden.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien sprake is van een van de voornoemde situaties, dan is de laatste
                            volzin van het vierde lid van dit artikel van overeenkomstige
                            toepassing.</al><lijst><li nr="·"><al>6. Van elke benoeming tot lid van het bestuur geeft de raad of
                                    het college van de betreffende deelnemer binnen acht dagen
                                    kennis aan de voorzitter van het bestuur.</al></li><li nr="·"><al>7. Een lid dat ontslag heeft genomen behoudt zijn lidmaatschap
                                    totdat onherroepelijk in zijn opvolging als lid van de
                                    gemeenteraad of het college van B&amp;W is beslist.</al></li><li nr="·"><al>8. Het lid dat wordt aangewezen ter voorziening in een
                                    tussentijds ontstane vacature treedt aan op het tijdstip waarop
                                    degene in wiens plaats hij is aangewezen aftreedt.</al></li><li nr="·"><al>9. Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het
                                    algemeen bestuur zijn onverenigbaar met:</al><lijst><li nr="a)"><al>een arbeidsrechtelijke relatie met WHW-bedrijven als personeelslid
                            dan wel werknemer zoals bedoeld in artikel 1, sub k en l van deze
                            regeling;</al></li><li nr="b)"><al>een rol als toezichthouder op grond van enig wettelijk voorschrift op
                            de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen taken. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De voorzitter van het bestuur en zijn plaatsvervanger worden door
                                en uit het algemeen bestuur aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De voorzitter treedt af bij het beëindigen van zijn lidmaatschap
                                van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In afwijking van het vorige lid blijft de voorzitter bij het
                                einde van een zittingsperiode in functie totdat in zijn opvolging is
                                voorzien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee maal
                                    en voorts zo dikwijls als het bestuur of de voorzitter dit nodig
                                    oordeelt, of tenminste twee leden zulks schriftelijk, onder
                                    opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoeken. In het
                                    laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken na
                                    ontvangst van het verzoek gehouden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Op de vergaderingen van het bestuur is het bepaalde in de
                                    artikelen 22 en 23 van de Wgr van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Elk lid van het bestuur heeft in de vergadering één
                                    stem.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van
                                    orde vast. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt
                                    aan de gemeenten toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ondertekening van stukken</titel></kop><al>De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan, worden door de
                                voorzitter en de secretaris ondertekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen
                                    bestuur uit zijn midden aangewezen in de eerste vergadering van
                                    het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling van een
                                    zittingsperiode.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het algemeen bestuur benoemt uit het algemeen bestuur
                                    uitsluitend die leden van het dagelijks bestuur die tevens lid
                                    van het college van de deelnemende gemeenten zijn. Hierbij wordt
                                    het dagelijks bestuur zodanig samengesteld dat van elke gemeente
                                    één lid van het college is vertegenwoordigd in het dagelijks
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een lid van het dagelijks bestuur verliest zijn functie
                                    wanneer hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. In afwijking van het derde lid behouden aftredende leden van
                                    het dagelijks bestuur bij het einde van een zittingsperiode hun
                                    functie tot aan de eerste vergadering van het algemeen bestuur
                                    in de nieuwe zittingsperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit
                                    nodig oordeelt of indien ten minste twee leden hem dat
                                    schriftelijk onder opgave van redenen verzoeken. Een aldus
                                    verlangde vergadering wordt door de voorzitter binnen twee weken
                                    gehouden. Bij in gebreke blijven van de voorzitter kunnen de
                                    indieners van het verzoek zelf een vergadering bijeen
                                    roepen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het dagelijks bestuur mag niet beraadslagen of besluiten,
                                    indien niet drie leden (de voorzitter inbegrepen) aanwezig
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Indien het in het vorige lid vereiste aantal leden niet is
                                    opgekomen belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, die niet
                                    wordt gehouden binnen 48 uur na de eerstbedoelde vergadering. De
                                    leden worden voor deze vergadering schriftelijk opgeroepen met
                                    vermelding van de te behandelen zaken. In de aldus belegde
                                    vergadering kan over de in deze oproeping vermelde zaken een
                                    besluit genomen worden door de aanwezige leden of het aanwezige
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een
                                    reglement van orde vast, dat ter kennis wordt gebracht van het
                                    algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. leder lid van het dagelijks bestuur heeft een stem.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Besluiten worden bij volstrekte meerderheid genomen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter
                                    doorslaggevend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Ondertekening van stukken</titel></kop><al>Alle stukken van het dagelijks bestuur uitgaande, worden door de
                                voorzitter en de secretaris ondertekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>De secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><al>Als secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur functioneert de
                                directeur van de ambtelijke organisatie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.4</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Leden algemeen bestuur - gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de gemeenteraden alle
                                    informatie die door een of meer leden van die raden gevraagd
                                    wordt, voorzover het verstrekken van die informatie niet in
                                    strijd is met het openbaar belang of met rechten op grond van de
                                    Wet bescherming persoonsgegevens, van bestuursleden en
                                    werknemers en personeelsleden als bedoeld in artikel 1 sub k en
                                    sub l van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de
                                    gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen, schriftelijk of
                                    een andere door die raad te bepalen wijze, de door een of meer
                                    leden van die raad verlangde informatie, voorzover het
                                    verstrekken van die informatie niet in strijd is met het
                                    openbaar belang of met rechten op grond van de Wet bescherming
                                    persoonsgegevens, van bestuursleden en werknemers en
                                    personeelsleden als bedoeld in artikel 1 sub k en sub l van deze
                                    regeling.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een lid van het algemeen bestuur is aan de gemeenteraad die
                                    hem als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor
                                    het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het
                                    afleggen van verantwoording geschiedt volgens de daarvoor bij de
                                    betrokken gemeenteraad geldende regels.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De verplichtingen in dit artikel zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op leden van het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>(Leden) dagelijks bestuur- algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan
                                    het algemeen bestuur alle informatie die door een of meer leden
                                    van het algemeen bestuur gevraagd wordt, voorzover het
                                    verstrekken van die informatie niet in strijd is met het
                                    openbaar belang of met de rechten op grond van de Wet
                                    bescherming persoonsgegevens, van bestuursleden en werknemers en
                                    personeelsleden als bedoeld in artikel 1 sub k en sub l van deze
                                    regeling.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden is aan het
                                    algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het
                                    dagelijks bestuur of het desbetreffende lid gevoerde
                                    beleid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur
                                    ontslaan als deze vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer
                                    bezit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.5</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De leden van het algemeen en dagelijks bestuur genieten op jaarbasis
                                een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in hun
                                kosten, overeenkomstig een door het algemeen bestuur bij verordening
                                vast te stellen regeling.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bevoegdheden algemeen bestuur.</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Aan het hoofd van het openbaar lichaam staat het algemeen
                                    bestuur.</al></li><li nr="·"><al>2. Aan het algemeen bestuur behoren alle bevoegdheden toe die
                                    niet bij of krachtens de deze regeling en met inachtneming van
                                    artikel 33 Wgr, de Participatiewet en artikel 1, lid 2 juncto
                                    artikel 2, lid 1 van de Wsw, zijn opgedragen aan het dagelijks
                                    bestuur.</al></li><li nr="·"><al>3. Het algemeen bestuur is voorts bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a)"><al>het vaststellen van de begroting en de rekening van
                            WHW-bedrijven;</al></li><li nr="b)"><al>het vaststellen van een exploitatieplan en het jaarverslag van
                            WHW-bedrijven;</al></li><li nr="c)"><al>alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur zijn
                            opgedragen;</al></li><li nr="d)"><al>d) het vaststellen van verordeningen die noodzakelijk zijn voor de
                            uitvoering van de taken en de uitoefening van bevoegdheden uit hoofde
                            van de Participatiewet en de Wsw. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Aan het dagelijks bestuur behoren alle bevoegdheden die bij
                                    of krachtens deze regeling en met inachtneming van artikel 33
                                    Wgr, de Participatiewet en artikel 1, lid 2 juncto artikel 2,
                                    lid 1 van de Wsw, zijn opgedragen aan het dagelijks
                                    bestuur.</al></li><li nr="·"><al>2. Het dagelijks bestuur is voorts bevoegd tot alle besluiten
                                    welke nodig zijn in het kader van het dagelijks bestuur en het
                                    beheer van WHW-bedrijven.</al></li><li nr="·"><al>3. Met inachtneming van het eerste en tweede lid worden onder de
                                    voornoemde bevoegdheden in ieder geval begrepen:</al><lijst><li nr="a)"><al>het aangaan, schorsen en beëindigen van een dienstbetrekking met een
                            werknemer en het uitvoeren van de daarmee samenhangende bepalingen van
                            arbeidsrecht, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24;</al></li><li nr="b)"><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel en het uitvoeren van
                            de daar mee samenhangende rechtspositievoorschriften;</al></li><li nr="c)"><al>het bedrijfsmatig en financieel beheer van WHW-bedrijven;</al></li><li nr="d)"><al>de zorg voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt voor de
                            controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="e)"><al>het besluiten tot het aangaan van contracten zoals het aannemen van
                            werk, het verrichten van diensten, het leveren van producten;</al></li><li nr="f)"><al>het aantrekken van geldleningen ter voorbereiding en financiering van
                            projecten voor werkvoorziening;</al></li><li nr="g)"><al>het beheer en onderhoud van gebouwen, materieel, werken en
                            inrichtingen van WHW-bedrijven;</al></li><li nr="h)"><al>het voeren van rechtsgedingen namens WHW-bedrijven, alsmede het maken
                            van bezwaar en het instellen van beroep tegen besluiten van andere
                            bestuursorganen en het inbrengen van zienswijzen over, en bedenkingen
                            tegen, besluiten van andere bestuursorganen in voorbereiding;</al></li><li nr="i)"><al>het behartigen van de belangen van WHW-bedrijven in het algemeen en
                            in concrete gevallen;</al></li><li nr="j)"><al>het houden van gedurig toezicht op alles wat WHW-bedrijven betreft en
                            aangaat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen en
                                dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent, samen met de secretaris,
                                alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur
                                uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De voorzitter ontvangt en opent alle aan het algemeen en
                                dagelijks bestuur gerichte stukken en stelt die terstond aan de orde
                                waar dit behoort.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De voorzitter is in spoedeisende gevallen bevoegd naar aanleiding
                                van de stukken voorbereidend onderzoek te doen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De voorzitter is bevoegd inlichtingen in te winnen bij de
                                werknemers en het personeel zoals bedoeld in artikel 1, sub k en l.
                                Laatstgenoemden zijn verplicht hem de gevraagde inlichtingen te
                                verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Vertegenwoordiging</titel></kop><al>De voorzitter vertegenwoordigt WHW-bedrijven in en buiten rechte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Organisatie, directeur; personeel en werknemers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Organisatiestructuur</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt de organisatiestructuur van WHW-bedrijven
                            vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>De directeur</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De directeur wordt door het algemeen bestuur benoemd en
                                ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor een benoeming doet het dagelijks bestuur een
                                aanbeveling.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het dagelijks bestuur kan de directeur schorsen. Het dagelijks
                                bestuur geeft hiervan onverwijld kennis aan het algemeen bestuur,
                                dat binnen een maand in vergadering bijeenkomt voor het nemen van
                                nadere besluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Taken en bevoegdheden directeur</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De directeur geeft leiding aan de werknemers en het personeel
                                zoals bedoeld in artikel 1, sub k en l, met inachtneming van de door
                                het algemeen bestuur vastgestelde organisatie-structuur en van de
                                instructies die het dagelijks bestuur kan geven of vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De directeur geeft leiding aan de werknemers en de
                                personeelsleden zoals bedoeld in artikel 1, sub k en l, met
                                inachtneming van de door het algemeen bestuur vastgestelde
                                organisatiestructuur en van de instructies die het dagelijks bestuur
                                kan geven of vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De directeur staat het dagelijks bestuur, de leden van het
                                algemeen bestuur en de voorzitter bij in het vervullen van hun
                                taak.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De directeur woont de vergaderingen van het algemeen en dagelijks
                                bestuur bij.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Rechtspositie personeel</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Op het personeel zijn van toepassing de Collectieve
                                arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten en de
                                Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) voor zover de rechtspositie niet
                                in bijzondere gevallen bij afzonderlijke verordening wordt
                                geregeld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het dagelijks bestuur stelt instructies en taakomschrijvingen
                                vast voor het personeel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van
                                het beheer van vermogenswaarden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor het voeren van de administratie van WHW-bedrijven wordt de
                                directeur bijgestaan door een administrateur. De administrateur is
                                voor de juistheid van de boekhouding en het financieel beheer
                                rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Ten aanzien van het financiële beleid, het financiële beheer, de
                                boekhouding en de inrichting van de financiële administratie zijn de
                                artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Financiële relatie tot gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De gemeenten stellen aan het samenwerkingsverband de volledige
                                rijksbijdragen (middelen)ter beschikking die de gemeenten ontvangen
                                van het Rijk in het kader van de uitvoering van de Participatiewet
                                en de Wsw.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De gemeenten verbinden zich bij te dragen in een eventueel
                                exploitatietekort van WHW-bedrijven zulks naar rato van het aantal
                                inwoners van de gemeenten op 1 januari van het desbetreffende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Per vijftiende van elke maand betalen de gemeenten aan
                                WHW-bedrijven de maandelijks door hen ontvangen rijksmiddelen zoals
                                bedoeld in lid 1 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert
                                deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur
                                onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot
                                toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De gemeenten waarborgen de voldoening van rente, aflossing en
                                kosten van door te sluiten vaste geldleningen alsmede van gelden die
                                WHW-bedrijven in rekening-courant of bij wijze van geldlening zal
                                opnemen, naar evenredigheid van het aantal inwoners per 1 januari
                                van het jaar waarin de overeenkomst inzake de desbetreffende
                                transactie wordt gesloten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Het archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van
                                de organen ingesteld bij de gemeenschappelijke regeling
                                overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen
                                regeling. Deze regeling wordt aan gedeputeerde staten
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de onder a aan het
                                algemeen bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden
                                overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden,
                                voorzover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats
                                van de gemeente Oud-Beijerland.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De archivaris van de gemeente Oud-Beijerland oefent toezicht uit
                                op het onder 3 genoemde beheer.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet
                                1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling
                                genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de
                                gemeente Oud-Beijerland. De hier bedoelde archiefbescheiden worden
                                beheerd door de archivaris van de gemeente Oud-Beijerland.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Wijziging en opheffing; toe- en uittreding; geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Wijziging van de regeling geschiedt door daartoe strekkende
                                besluiten van de raden en de colleges van burgemeester en wethouders
                                van tenminste tweederde van de gemeenten, omvattende tenminste 60 %
                                van het aantal inwoners van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voorstellen tot wijziging van deze regeling kunnen uitgaan van
                                het algemeen bestuur en van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een wijziging van de regeling treedt in werking op de eerste dag
                                van de maand volgende op die waarin de wijziging is opgenomen in het
                                provinciaal register, als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de
                                Wgr, tenzij het wijzigingsbesluit een andere datum van ingang
                                aangeeft.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Opheffing van de regeling geschiedt door daartoe strekkende
                                besluiten van de raden en de colleges van burgemeester en wethouders
                                van tenminste tweederde van de gemeenten, omvattende tenminste 60%
                                van het aantal inwoners van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Indien de regeling wordt opgeheven besluit het algemeen bestuur
                                tot liquidatie van WHW-bedrijven, stelt hiervoor de nodige regels en
                                treft hiertoe de nodige maatregelen. Het op te stellen
                                liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten om alle
                                rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten
                                te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Tevens regelt het
                                plan de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Toe- en uittreding</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Tot deze regeling kunnen, onder door het algemeen bestuur te
                                stellen voorwaarden, andere gemeenten toetreden indien de raden van
                                tenminste tweederde van de gemeenten daarmee instemmen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een deelnemende gemeente kan, onder door het algemeen bestuur te
                                stellen voorwaarden, uittreden indien de raden van tenminste
                                tweederde van de gemeenten daarmee instemt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Geschillen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten
                                wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een
                                geschillencommissie. De commissie brengt advies uit over de
                                mogelijkheid partijen tot overeenstemming te brengen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De samenstelling van de geschillencommissie wordt door het
                                algemeen bestuur geregeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze gewijzigde regeling treedt in werking op de dag volgende op die
                                van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling van
                                het openbaar lichaam WHW-bedrijven’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Het gemeentebestuur van Oud-Beijerland draagt zorg voor de
                                    toezending als bedoeld in artikel 26 van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="·"><al>2. De besturen van de gemeenten dragen er zorg voor dat de
                                    opname in het gemeentelijk register als bedoeld in artikel 27
                                    van de Wet gemeenschappelijke regelingen plaatsvindt binnen 14
                                    dagen na inwerkingtreding.</al></li></lijst><al>De laatste wijziging vastgesteld in de openbare vergadering van </al><al>de raad van de gemeente Cromstrijen, </al><al>gehouden 4 november 2014</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van </ondertekening><ondertekening>burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen</ondertekening><ondertekening>gehouden op 7 oktober 2014</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>