<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348471_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125790.html">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Lelystad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>151330339</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR384661_1">Verordening rioolheffing Lelystad 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al/><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 18 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al>VERORDENING op de heffing en de invordering </al><al>van de rioolheffing 2015</al><al>(Verordening rioolheffing Lelystad 2015).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling,</al><al> verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of
                                grondwater, in eigendom, in</al><al> beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, hemelwater of grondwater;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "rioolheffing" wordt geheven:</al><al>een heffing van de gebruiker van een eigendom dat in gebruik of
                                bestemd is als woning van waaruit afvalwater direct of indirect op
                                de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
                                        dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht
                                        gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte
                                        als bedoeld in artikel 3 - ten gebruik is afgestaan: degene
                                        die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als
                                        gebruik door een door de in artikel 231, tweede lid,
                                        onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                        aan te wijzen lid van dat huishouden;</al></li><li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven is bevoegd het recht als zodanig te
                                        verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd het recht als zodanig te verhalen op degene aan wie
                                        die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden die
                        rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per belastingjaar voor een perceel dat wordt
                                gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>door 1 persoon € 45,84;</al></li><li nr="b."><al>door 2 of meer personen € 125,84.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal personen dat van een perceel gebruik maakt wordt
                                vastgesteld naar de toestand op 1 januari van het
                                belastingjaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                wordt het aantal personen dat van een perceel gebruik maakt
                                vastgesteld naar de toestand op het tijdstip van de aanvang van</al><al> de belastingplicht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar gelang van
                            tijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar op het tijdstip van
                            aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar op het tijdstip
                            van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van minder dan € 50,00 en een belastingaanslag van
                            € 5.000,00 of meer worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00
                            worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 en in
                            afwijking van het tweede lid van dit artikel geldt dat, zolang een
                            belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00 door
                            middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, deze
                            aanslag moet worden betaald in elf gelijke termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt :</al><lijst><li nr="a."><al> indien de dagtekening van de aanslag voor het kalenderjaar in
                                    de maanden januari, februari, maart of april van dat
                                    kalenderjaar ligt, op de laatste dag van de maand volgend op die
                                    welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later;</al></li><li nr="b."><al>in alle overige gevallen van automatische betalingsincasso, op
                                    de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden
                            gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden van dit
                            artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            rioolheffing en andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening rioolheffing Lelystad 2014” van 17 december 2013, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing Lelystad
                            2015”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lelystad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>