<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348448_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125789.html">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing Lelystad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>151330339</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR384621_1">Verordening afvalstoffenheffing Lelystad 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al/><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 18 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende </al><al/><al>VERORDENING op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                        2015</al><al>(Verordening afvalstoffenheffing Lelystad 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>1.Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als
                        bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al><al>2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                        afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik maken van een
                        perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                        milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                        afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afvalstoffen geldt.</al><al>2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker door de in
                        artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                        gemeenteambtenaar aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik door meer leden van een huishouden: een lid van een
                                huishouden;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van delen van een perceel: degene die de delen van het
                                perceel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="c."><al>bij ter beschikking stellen voor volgtijdig gebruik: degene die het
                                perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per belastingjaar voor een perceel dat wordt
                                gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>door 1 persoon € 235,15;</al></li><li nr="b."><al>door 2 of meer personen € 277,92.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal personen dat van een perceel gebruik maakt wordt
                                vastgesteld naar de toestand op1 januari van het belastingjaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                wordt het aantal personen dat van een perceel gebruik maakt
                                vastgesteld naar de toestand op het tijdstip van de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar gelang van
                            tijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar op het tijdstip van
                            aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar op het tijdstip
                            van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van minder dan € 50,00 en een belastingaanslag van
                            € 5.000,00 of meer worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00
                            worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 en in
                            afwijking van het tweede lid van dit artikel geldt dat, zolang een
                            belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00 door
                            middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, deze
                            aanslag moet worden betaald in elf gelijke termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt :</al><lijst><li nr="a."><al> indien de dagtekening van de aanslag voor het kalenderjaar in
                                    de maanden januari, februari, maart of april van dat
                                    kalenderjaar ligt, op de laatste dag van de maand volgend op die
                                    welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later;</al></li><li nr="b."><al>in alle overige gevallen van automatische betalingsincasso, op
                                    de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden
                            gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden van dit
                            artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            rioolheffingen en andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening afvalstoffenheffing Lelystad 2014” van 17 december 2013,
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                            ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                            op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing
                            Lelystad 2015”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lelystad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>