<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348436_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125788.html">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Lelystad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=221">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>151330339</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR384606_1">Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Lelystad 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en
            bedrijfsruimten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al/><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 18 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet; </al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende </al><al/><al>VERORDENING op de heffing en de invordering van belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2015</al><al>(Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Lelystad
                        2015)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten” worden
                            ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom,
                                    bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                    noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als</al><al> gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft
                                    gesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde (deel van een) bedrijfsruimte
                            in gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                            belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of een
                            deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een bedrijfsruimte,
                            met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in een van de
                            ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde
                            monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een
                            hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de
                            vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een ruimte in
                            aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede lid.
                            Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of gedeelte
                            daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Wabo is afgegeven
                            en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de
                            beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte, die
                            deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen
                            landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
                            Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van
                            een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                            van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                            vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk
                            of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden
                            geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                            buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
                                    merken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1
                            januari 2014 heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte op
                            de waardepeildatum verkeert.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het
                            kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al> wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing,
                                    verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering van
                                    bestemming, of </al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid,
                                    wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de
                                    staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor :</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,0620%;</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><al>1. voor woonruimten 0,2001%;</al><al>2. voor bedrijfsruimten 0,5873%.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op roerende
                            woon- en bedrijfsruimten of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerst lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van minder dan € 50,00 en een belastingaanslag van
                            € 5.000,00 of meer worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerst lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00
                            worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 en in
                            afwijking van het tweede lid van dit artikel geldt dat, zolang een
                            belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00 door
                            middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, deze
                            aanslag moet worden betaald in elf gelijke termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de dagtekening van de aanslag voor het kalenderjaar in de
                                    maanden januari, februari,</al><al> maart of april van dat kalenderjaar ligt, op de laatste dag van
                                    de maand volgend op die welke </al><al> in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                                    de volgende termijnen telkens</al><al> een maand later;</al></li><li nr="b."><al>in alle overige gevallen van automatische betalingsincasso, op
                                    de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden
                            gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden van dit
                            artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en andere heffingen
                            aangemerkt als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de belasting op roerende woon- of bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                            Lelystad 2014” van 17 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de
                            in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening belastingen op
                            roerende woon- en bedrijfsruimten Lelystad 2015”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lelystad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>