<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348428_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125787.html">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220a">Gemeentewet, art. 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220b">Gemeentewet, art. 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220c">Gemeentewet, art. 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220d">Gemeentewet, art. 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220e">Gemeentewet, art. 220e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220f">Gemeentewet, art. 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220h">Gemeentewet, art. 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>151330339</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR384350_1">Verordening onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al/><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 18 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al>VERORDENING op de heffing en de invordering </al><al>van onroerende-zaakbelastingen 2015 </al><al>(Verordening onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2015).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                            buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de
                            bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan bij de krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
                                    voorwaarden, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                    eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="k."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel k van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                            voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van
                            gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan
                            wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,0620%;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><al>1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,2001%;</al><al>2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,5873%.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.</al><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van minder dan € 50,00 en een belastingaanslag van
                            € 5.000,00 of meer worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            een belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00
                            worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en
                            in afwijking van het tweede lid van dit artikel geldt dat, zolang een
                            belastingaanslag van € 50,00 of meer doch minder dan € 5.000,00 door
                            middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, deze
                            aanslag moet worden betaald in elf gelijke termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt :</al><lijst><li nr="a."><al>indien de dagtekening van de aanslag voor het kalenderjaar in de
                                    maanden januari, februari,</al><al> maart of april van dat kalenderjaar ligt, op de laatste dag van
                                    de maand volgend op die welke in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later;</al></li><li nr="b."><al>in alle overige gevallen van automatische betalingsincasso, op
                                    de laatste dag van de maand</al><al> volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                    vermeld en elk van de</al><al> volgende termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden
                            gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden van dit
                            artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende-zaakbelastingen en andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2014” van 17
                            december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                            onroerende-zaakbelastingen Lelystad 2015”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lelystad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>