<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348274_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 17-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-087</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel 2014-087, titel: Vaststellen Beheersverordening
                        gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al><al>Gelet op het advies van de commissie bestuur en middelen om een wijziging
                        aan te brengen in artikel 4 lid 3 punt b.;</al><al><vet><onderstreept>BESLUIT</onderstreept></vet></al><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al><vet>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug
                            2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats: de begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="1."><al>de nieuwe algemene begraafplaats aan De Traaij 301 te
                                            Driebergen – Rijsenburg;</al></li><li nr="2."><al>de oude algemene begraafplaats ter hoogte van de woning
                                            Traaij 106 te Driebergen – Rijsenburg;</al></li><li nr="3."><al> de nieuwe algemene begraafplaats aan de Holleweg 33 te
                                            Amerongen;</al></li><li nr="4."><al>de oude algemene begraafplaats aan de Rijksstraatweg te
                                            Amerongen;</al></li><li nr="5."><al>de nieuwe algemene begraafplaats aan de Burg v.d.
                                            Boschlaan 65 te Leersum;</al></li><li nr="6."><al>de oude algemene begraafplaats aan de Scherpenzeelseweg
                                            te Leersum;</al></li><li nr="7."><al>de nieuwe algemene begraafplaats aan de Jacob van
                                            Wassenaerlaan 2 te Maarn;</al></li><li nr="8."><al>de nieuwe algemene begraafplaats aan de Oude Arnhemse
                                            Bovenweg 18 te Doorn;</al></li><li nr="9."><al>de oude algemene begraafplaats aan de Amersfoortseweg te
                                            Doorn.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf of keldergraf</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden
                                    bijgezet;</al></li><li nr="d."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen</al></li><li nr="f."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken. De
                                    gemeente bepaalt wie daarin wordt begraven of bijgezet en er kan
                                    geen uitsluitend recht op het graf worden gevestigd;</al></li><li nr="h."><al>urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet houden van een of meerdere asbussen met of
                                    zonder urnen;</al></li><li nr="i."><al>urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet houden van een of meerdere asbussen met of
                                    zonder urnen;</al></li><li nr="j."><al>strooiveld: een terrein op de begraafplaats dat bestemd is om
                                    permanent as op te verstrooien als bedoeld in de Wet op de
                                    lijkbezorging;</al></li><li nr="k."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een
                                    graf;</al></li><li nr="l."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="m."><al>algemene gedenkplaats: een plaats waar nabestaanden overledenen
                                    kunnen gedenken.</al></li><li nr="n."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse
                                    coördinatie van de gang van zaken op de begraafplaatsen of
                                    degene die hem vervangt;</al></li><li nr="o."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een
                                    urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die
                                    redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden;</al></li><li nr="p."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of een rechtspersoon aan wie het
                                    recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is
                                    verleend, dan wel degene die redelijkerwijs geacht kan worden in
                                    diens plaats te zijn getreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrip particulier graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder ‘particulier graf’ mede verstaan:
                            urnengraf, urnennis en particuliere gedenkplaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk tussen
                                zonsopgang en zonsondergang, het college kan voor een of meerdere
                                begraafplaatsen afwijkende openingstijden vaststellen. Het college
                                maakt deze tijden alsdan openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende een tijd dat een begraafplaats niet voor
                                het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op een begraafplaats verrichten, zijn verplicht zich
                                in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>fietsen of bromfietsen te berijden of mee te voeren, met
                                        dien verstande dat dit verbod niet van toepassing is op het
                                        meevoeren van fietsen of bromfietsen met het doel deze in de
                                        daartoe bestemde stalling op te bergen;</al></li><li nr="b."><al>dieren bij zich te hebben, met uitzondering (in opleiding
                                        zijnde) geleidehonden of sociale-hulphonden;</al></li><li nr="c."><al>op de graven te lopen of de begraafplaats te
                                        verontreinigen;</al></li><li nr="d."><al>bloemen of andere waren te koop aan te bieden of
                                        aanbiedingen te doen voor grafbedekking;</al></li><li nr="e."><al>reclame te maken voor handel of bedrijf</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op een begraafplaats te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoeren van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de verboden, bedoeld in de
                                aanhef en onder b en e van het derde lid, alsmede van het verbod als
                                bedoeld in de aanhef en onder a van het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op een begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvonden nadat deze tenminste vier weken tevoren zijn gemeld aan
                                de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop
                                deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de
                                beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is
                                schriftelijk kennis aan de beheerder. Het college kan hieromtrent
                                nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lijk, dan wel het omhulsel, alsmede de asbus of urn, dienen bij
                                aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een duurzaam
                                identiteitskenmerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openen van een zandgraf ter begraving of voor het bezorgen van
                                as, en het daarna sluiten van een zandgraf, alsmede het bedienen van
                                de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van
                                de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
                                De nabestaanden en/of de begrafenisondernemer kunnen de hulpmiddelen
                                onder toezicht van de beheerder zelf bedienen en/of het graf
                                symbolisch (door middel van een kleine hoeveelheid zand) sluiten,
                                indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 10.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop de begraving en bijzetting zal
                                plaatsvinden, mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar
                                hebben gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen
                                van de beheerder op te volgen. De zaterdag geldt voor de toepassing
                                van deze bepaling niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het openen van een keldergraf ter begraving of voor het bezorgen van
                                as, en het daarna sluiten van een keldergraf, alsmede het bedienen
                                van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel
                                van de begraafplaats of door een steenhouwer op aanwijzingen en
                                onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden en/of de
                                begrafenisondernemer kunnen de hulpmiddelen onder toezicht van de
                                beheerder zelf bedienen indien zij hun wens daartoe uiterlijk om
                                10.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving
                                of bijzetting zal plaatsvinden, mondeling of schriftelijk aan de
                                beheerder kenbaar hebben gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden
                                de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De zaterdag geldt
                                voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Iedere rechthebbende moet gedogen dat tijdelijk grond wordt
                                neergelegd op het graf waarop zijn recht betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende die een begraving of bijzetting wil laten
                                plaatsvinden in een particulier graf of in een urnengraf, c.q. een
                                opgraving van een lijk of een asbus wil laten verrichten, is
                                verplicht op zijn kosten de voor of op het graf aanwezige
                                grafbedekking, inclusief eventuele afdekplaten door een steenhouwer
                                of een ander terzake kundig persoon weg te doen nemen, indien deze
                                naar het oordeel van de beheerder de begraving, bijzetting of
                                opgraving zouden verhinderen of onevenredig zouden
                                bemoeilijken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De in het zesde lid bedoelde rechthebbende dient zo spoedig mogelijk
                                na voltooiing van de werkzaamheden over te gaan tot herplaatsing van
                                afdekplaten en grafbedekking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimte(n) of de aula moet uiterlijk om
                                10.00 uur van de werkdag, voorafgaande aan de dag waarop van de
                                bedoelde voorziening gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd
                                bij de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze
                                bepaling niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontvangstruimten c.q. de aula staan voor iedere plechtigheid
                                gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur en tegen het
                                daarvoor krachtens afzonderlijke verordening vast te stellen bedrag
                                ter beschikking van de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op aula’s en ontvangstruimtes die
                                niet door de gemeente worden beheerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder geliktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels omtrent de tijden van begraven en
                                asbezorging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op zondagen en op algemeen erkende feestdagen vindt geen begrafenis
                                of asbezorging plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in de vorige
                                leden afwijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De tijdstippen voor opgraven, herbegraven en het ruimen van graven
                                worden door het college per geval bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de nieuwe algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg:
                                        particuliere graven, urnengraven en algemene graven</al></li><li nr="b."><al>de oude algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg:
                                        gesloten begraafplaats waarop geen uitgifte van nieuwe
                                        graven of begravingen meer plaatsvinden, met uitzondering
                                        van bijzetting van asbussen, welke uitsluitend zijn
                                        toegestaan in bestaande graven; </al></li><li nr="c."><al>de nieuwe algemene begraafplaats te Amerongen: particuliere
                                        graven, urnennissen en algemene graven</al></li><li nr="d."><al>de oude algemene begraafplaats te Amerongen: geen uitgifte
                                        van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in
                                        bestaande graven;</al></li><li nr="e."><al>de nieuwe algemene begraafplaats te Leersum: particuliere
                                        graven, urnengraven, urnennissen en algemene graven;</al></li><li nr="f."><al>de oude algemene begraafplaats te Leersum: geen uitgifte van
                                        nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande
                                        graven;</al></li><li nr="g."><al>de nieuwe algemene begraafplaats te Maarn: particuliere
                                        graven, urnennissen en algemene graven</al></li><li nr="h."><al>de nieuwe algemene begraafplaats te Doorn: particuliere
                                        graven, urnengraven, urnennissen en algemene graven;</al></li><li nr="i."><al>de oude algemene begraafplaats te Doorn: geen uitgifte van
                                        nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande
                                        graven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na ruiming van graven of door andere oorzaken op een in het
                                eerste lid onder d, f of i bedoelde begraafplaats mogelijkheden
                                ontstaan voor uitgifte van nieuwe graven, bepaalt het college bij
                                nadere regels de inrichting van de beschikbaar gekomen ruimte en de
                                onderverdeling in categorieën.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen waarop nieuwe graven kunnen worden uitgegeven
                                kunnen voorts particuliere gedenkplaatsen worden uitgegeven, wanneer
                                daarvoor naar het oordeel van het college een dringende reden
                                aanwezig is, zoals langdurige vermissing of een geval waarin het
                                lijk of de as van een in het buitenland overledene niet naar
                                Nederland kan worden vervoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en
                                de uitgifteduur van de particuliere graven en stelt voorschriften
                                vast omtrent de inrichting en het gebruik van de urnennissen. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de in het eerste lid onder a, c, e, g en h bedoelde
                                begraafplaatsen wordt ruimte geboden voor begraving in algemene
                                graven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                lijken worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zolang daarin niet wordt voorzien in de Wet op de lijkbezorging
                                bepaalt het college tevens de duur van het recht op het gebruik van
                                een algemeen graf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorschriften omtrent de bezorging van as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het is verboden op de begraafplaats as te verstrooien, tenzij dit
                                met inachtneming van de bij of krachtens deze verordening
                                vastgestelde regels plaatsvindt op een door het college aangewezen
                                strooiveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een asbus met of zonder urn te plaatsen op een
                                particulier graf of een urnengraf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen buiten de volgorde
                                van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet
                                bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vooruitgifte van particuliere graven vindt niet plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te
                                dienen aanvraag, voor de tijd van tien of twintig jaar het recht op
                                een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop
                                het particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid van dit artikel bedoelde rechten worden op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16a</nr><titel>Lijkomhulsel en grafgiften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren
                                uitsluitend lijkhoezen die voldoen aan de bij of krachtens de Wet op
                                de lijkbezorging, dan wel op basis van publiekrechtelijke
                                verordeningen, privaatrechtelijke reglementen of algemene
                                voorwaarden, gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van
                                vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en
                                biologische afbreekbaarheid. Genoemde regels zijn vastgesteld in het
                                Besluit op de lijkbezorging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het
                                verlof tot begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door
                                te geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen
                                die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of
                                vervuilend zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regels bepalen dat grafkelders
                                uitsluitend mogen worden aangebracht op een daartoe aangewezen
                                gedeelte van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Grafkelders mogen uitsluitend worden aangebracht door daartoe
                                terzake kundige personen en onder toezicht van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf waarop een grafkelder is
                                aangebracht, is na afloop van dat recht verplicht om de grafkelder
                                op zijn kosten te doen verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overschrijven van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                                maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Melding grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking dient een schriftelijke
                                melding te worden gedaan bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende / gebruiker, of een door hem gemachtigde, van een
                                particulier graf dient de melding voor het hebben van een
                                grafbedekking in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Omtrent de wijze van indienen van de melding,, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het
                                college nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de door hem vastgestelde
                                nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college gaat akkoord met de melding indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking geen afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen voldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking deugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorschriften omtrent beplanting</titel></kop><al>1.Het college stelt nadere regels omtrent beplanting op een graf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21a</nr><titel>Aansprakelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de
                                rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem,
                                ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende
                                oorzaken, of ontstaan door het weghalen en/of terugplaatsen van
                                monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van
                                heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of
                                opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening
                                en risico van de rechthebbende of gebruiker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21b</nr><titel>Urnennissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente is niet verantwoordelijk voor schade, diefstal of
                                vandalisme, toegebracht aan de afdichtvoorziening of in de urnennis
                                bevindende asbussen, urnen of andere voorwerpen, tenzij aan de zijde
                                van de gemeente schuld aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de afdichtvoorziening behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de afdichtvoorziening niet meer te herstellen is dient in
                                overleg met de gemeente de afdichtvoorziening, volgens de geldende
                                regels, te worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij schade van de afdichtvoorziening komen de herstelkosten voor
                                rekening van de rechthebbenden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het
                                college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd, door het college bekendgemaakt
                                bij het graf en bij de hoofdingang van de begraafplaats, tenzij het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende, wanneer het een
                                algemeen graf betreft, bij het college bekend is. In dat geval maakt
                                het college aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip
                                per brief het voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na het verstrijken van
                                de graftermijn nog gedurende vier weken ter beschikking van degene
                                die een melding als bedoeld in artikel 20 had gedaan of aan wie een
                                vergunning voor de grafbedekking was verleend. De aanvraag kan
                                worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend,
                                        is verstreken.</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking in het in het derde lid bedoelde geval niet
                                        binnen vier weken na het verstrijken van de graftermijn, is
                                        verwijderd.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover het onderhoud niet bij de gemeente berust, is de
                                rechthebbende verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden
                                of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ongeacht de vraag of het onderhoud bij de gemeente berust, blijft de
                                rechthebbende / gebruiker te allen tijde verantwoordelijk voor
                                herstelwerkzaamheden, waaronder het opnieuw stellen van gedenktekens
                                na verzakking, alsmede het vervangen van eventuele tot de
                                grafbedekking behorende voorwerpen of beplanting en het vervangen
                                c.q. schilderen van de belettering van gedenktekens.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gebruiker is verplicht het door hem gebruikte gedeelte van een
                                algemeen graf, inclusief de daarop aanwezige grafbedekking,
                                behoorlijk te onderhouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zonodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                vier weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en
                                vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding
                                verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of
                                gebruiker behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht
                                over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                bekendmaking bij het graf en bij de hoofdingang van de begraafplaats
                                als het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend
                                is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen dan
                                wel onderhoud aan de grafbedekking te verrichten binnen de door het
                                college gestelde termijn indien de beschadiging of de mate van
                                onderhoud zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het
                                uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
                                beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.
                                Indien niet binnen de door het college in de aanschrijving gestelde
                                termijn wordt overgegaan tot het verrichten van onderhoud of herstel
                                van de grafbedekking, is het college bevoegd tot het verrichten van
                                onderhoud of herstel, zulks op kosten van de rechthebbende of
                                gebruiker. In gevallen waarin er naar het oordeel van het college
                                sprake is van een onmiddellijke dreiging dat zich schade zal
                                voordoen, kan het college onverwijld maatregelen doen treffen, zulks
                                op kosten van de rechthebbende of gebruiker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente draagt zorg voor het algemene onderhoud van en op de
                                begraafplaats. Onder algemeen onderhoud wordt niet verstaan
                                onderhoud aan individuele graven. De rechthebbende is verplicht voor
                                het algemene onderhoud een bedrag te betalen. De hoogte van dit
                                bedrag wordt vastgesteld in een afzonderlijke verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is uitsluitend van toepassing op een
                                na inwerkingtreding van deze verordening uit te geven grafrecht,
                                alsmede op een voor inwerkingtreding van deze verordening uitgegeven
                                grafrecht dat na inwerkingtreding van de verordening wordt verlengd,
                                zulks vanaf de datum van verlenging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor grafrechten die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn
                                uitgegeven waarbij met de rechthebbende een regeling is getroffen
                                omtrent het verrichten van onderhoud door de gemeente, blijft de
                                rechthebbende verplicht om voor dit onderhoud een bedrag te betalen.
                                De hoogte van dit bedrag wordt vastgesteld in een afzonderlijke
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeente draagt zorg voor onderhoud aan graven indien dit bij
                                overeenkomst is bepaald. De termijn van dit onderhoud is altijd
                                gelijk aan de termijn waarvoor het grafrecht is verleend c.q.
                                verlengd. Na het verstrijken van de termijn is de gemeente niet meer
                                tot enig onderhoud aan het graf verplicht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf
                                geruimd zal worden door middel van een bekendmaking bij het graf en
                                bij de hoofdingang van de begraafplaats ter kennis van de
                                belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende of
                                belanghebbende op het graf aan het college bekend is. In dat geval
                                stelt het college hem schriftelijk van het voornemen tot ruiming in
                                kennis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat de met de bij de ruiming van
                                het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol
                                wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met
                                menselijke resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden op de begraafplaats ter aarde besteld en de as wordt
                                verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de
                                begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een
                                particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder
                                een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders
                                bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschappen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels die gelden voor het overige gedeelte van de
                                begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in
                                kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en
                                herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college
                                onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen
                                dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor iedere gemeentelijke begraafplaats wordt een register van de
                                begraven lijken en de bezorgde as bijgehouden. Het college kan
                                nadere regels vaststellen omtrent dit register. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de daartoe door het college aan
                                te wijzen ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun
                                adres aan het college door te geven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Afwijking op grond van religieuze belangen</titel></kop><al>In gevallen waarin dringende belangen van religieuze aard nopen tot een
                            afwijking van het bepaalde in deze verordening, is het college bevoegd
                            om daarvan af te wijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>De Beheerder</titel></kop><al>Het college wijst voor alle gemeentelijke begraafplaatsen tenminste één
                            beheerder aan en voorziet tevens in vervanging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan bij de vaststelling van nadere regels bepalen dat deze
                            slechts gelden voor één of meerdere daarin te noemen
                            begraafplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug
                                gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inwerkingtreding van deze verordening brengt geen wijziging met zich
                                mee voor wat betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>de termijnen waarvoor uitsluitende rechten op particuliere
                                        graven zijn verleend.</al></li><li nr="b."><al>een krachtens de in het vorige artikel bedoelde
                                        verordeningen met een rechthebbende getroffen regeling
                                        omtrent het verrichten van onderhoud door de gemeente, een
                                        en ander zolang de werkingsduur van deze regeling, krachtens
                                        het in die regeling bepaalde, nog niet is verstreken;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van een van de in het vorige lid
                                bedoelde verordeningen is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is
                                beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van
                            deze verordening, indien toepassing van de verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, lid 3, of artikelen 4,
                            leden 3 en 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug
                            2011, vastgesteld op 9 december 2010 en de 1e wijziging op de
                            Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug
                            2011, vastgesteld op 17 december 2012, worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2014,</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> W. Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>