<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348168_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 18-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>Verordening Toeristenbelasting 2015</al><al/><al>De raad van de gemeente Loon op Zand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        11 november 2014, nummer 2014/72;</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende verordening “Verordening op de heffing en
                        invordering van Toeristenbelasting 2015”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde
                                    mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd
                                    voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere
                                    recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="2."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                    enig ander onderkomen of voertuig of gewezen voertuig of een
                                    gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een
                                    omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in
                                    artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
                                    onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn
                                    bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf; </al></li><li nr="3."><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere
                                    verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
                                    kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak
                                    bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
                                    doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                                    doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;</al></li><li nr="4."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                    voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een
                                    zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;</al></li><li nr="5."><al>jaarplaats: een vaste standplaats die 7-12 maanden beschikbaar
                                    is;</al></li><li nr="6."><al>seizoenplaats: een vaste standplaats die 3-7 maanden beschikbaar
                                    is in de periode tot 1 november;</al></li><li nr="7."><al>voorseizoenplaats: een vaste standplaats die maximaal 3 maanden
                                    beschikbaar is in de periode tot 1 juli. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven
                            voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen
                            een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als
                            ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen
                            zijn ingeschreven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot
                                            verblijf als bedoeld in artikel 2. </al></li><li nr="2."><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als
                                            zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als
                                            bedoeld in artikel 2.</al></li><li nr="3."><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid
                                            biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die
                                            verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: </al><lijst><li nr="1."><al>Van degene die verblijft in een toegelaten instelling als
                                    bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                    Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>Van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor
                                    welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="4."><al>Op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                                    verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                            belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                            overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal
                                overnachtingen op een bij aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair
                                worden vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                                standplaatsen wordt per standplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op:</al><lijst><li nr="-"><al>jaarplaatsen 2,9</al></li><li nr="-"><al>seizoenplaatsen 2,91</al></li><li nr="-"><al>voorseizoenplaatsen 2,86</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het aantal nachten is vastgesteld op:</al><lijst><li nr="-"><al>jaarplaatsen 40,22</al></li><li nr="-"><al>seizoenplaatsen 44,19</al></li><li nr="-"><al>voorseizoenplaatsen 23,29</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het
                            werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt, dat dit aantal lager is dan het op grond
                            van artikel 6 berekende aantal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting op/in:</al><lijst><li nr="a."><al>Een hotel € 1,88</al></li><li nr="b."><al>Vakantie-onderkomen € 1,42</al></li><li nr="c."><al>Overige accommodaties € 1,08</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Gen belastingaanslag wordt opgelegd als het aantal overnachtingen,
                            waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar
                            minder dan tien zal of heeft belopen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de voorlopige aanslagen worden ingevorderd in twee gelijke
                                termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                twee maanden volgend op de maand die in de dagtekening van de
                                aanslag is vermeld, en de tweede vijf maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de overige aanslagen betaald worden in twee gelijke termijnen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor
                            de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                            gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en
                            d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening toeristenbelasting 2014” van 12 december
                                            2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                            ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                            achtste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="1."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2015</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                            toeristenbelasting 2015”. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loon op Zand van </ondertekening><ondertekening>11 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>