<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348161_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 18-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, eerste lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rioolheffing Loon op Zand 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit</vet></al><al><vet>De raad van de gemeente Loon op Zand;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        11 november 2014, </al><al>nummer 2014/72;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de
                        invordering van Rioolheffing 2015”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking</al><al> heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Het recht wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom of een gedeelte daarvan, dat in hoofdzaak
                                    wordt gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                    uitzondering van de gebouwen voor onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>een gebouwd eigendom dat in hoofdzaak is bestemd voor de
                                    openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                    bezinningsbijeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater
                                dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                                kubieke meters water dat in de laatste verbruiksperiode naar het
                                eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode
                                niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de
                                hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die
                                herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
                                maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het tweede lid, eerste volzin, niet kan worden toegepast,
                                wordt, in afwijking van het daar gestelde, het aantal kubieke meters
                                afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de
                                verbruiksperiode waarop de afrekeningnota van Brabant Water N.V.
                                betrekking heeft, is toegevoerd of is opgepompt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie, moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
                                        kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het tweede of derde lid berekende hoeveelheid
                                toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid
                                water die niet als afvalwater is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt</al><al>per maand:</al><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>voor 1 tot en met 250 kubieke meter afvalwater €
                                            19,19</al></li><li nr="b."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 251 kubieke meter
                                            tot en met 500 kubieke meter € 32,63</al></li><li nr="c."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 501 kubieke meter
                                            tot en met 750 kubieke meter € 46,06</al></li><li nr="d."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 751 kubieke meter
                                            tot en met 1.000 kubieke meter € 57,57</al></li><li nr="e."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 1.001 kubieke meter
                                            tot en met 5.000 kubieke meter € 57,57 vermeerderd met
                                            een bedrag van € 0,01 per kubieke meter boven de 1.000
                                            kubieke meter afvalwater</al></li><li nr="f."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 5.001 kubieke meter
                                            en meer wordt het onder e verschuldigde vermeerderd met
                                            een bedrag van € 0,02 per kubieke meter boven de 5.000
                                            kubieke meter afvalwater </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid is het
                                            tarief, indien het belastingtijdvak gedeelten van
                                            kalenderjaren omvat, gelijk aan de som van zoveel
                                            twaalfde delen van het voor het desbetreffende
                                            kalenderjaar geldende tarief als daarvan kalendermaanden
                                            behoren tot het belastingtijdvak.</al></li><li nr="3."><al>Voor de berekening van de onder e van het eerste lid van
                                            dit artikel genoemde opslag dient het verbruik op volle
                                            eenheden van 10 kubieke meter naar beneden afgerond te
                                            worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>1.Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel
                            van afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt, de verbruiksperiode zoals die voor de
                            betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende perceel geldt. In
                            afwijking daarvan is voor de in artikel 8, derde lid, bedoelde gevallen
                            het belastingtijdvak gelijk aan het gedeelte van de verbruiksperiode
                            waarin heffing plaatsvindt op de in de eerste volzin bedoelde
                            wijze.</al><al>2.In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld, is het
                            belastingtijdvak gelijk aan het</al><al>2. kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht per verbruiksperiode wordt geheven bij wege van een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de
                            afrekening van Brabant Water N.V.. Als dagtekening van de kennisgeving
                            geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. </al><al>Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de
                            voorschotnota of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
                            voorschotbedragen.</al></li><li nr="2."><al>Het recht per kalenderjaar wordt geheven bij wege van
                                    aanslag.</al></li><li nr="3."><al>Belastingplichtige kan uiterlijk tot een maand voor de aanvang
                                    van een belastingtijdvak schriftelijk verzoeken de wijze van
                                    heffing te wijzigen. Indien het verzoek is gericht op overgang
                                    naar heffing bij wege van aanslag, gaat de wijziging in met
                                    ingang van het eerstkomende belastingtijdvak voor die wijze van
                                    heffing. Indien het verzoek is gericht op overgang naar heffing
                                    bij wege van schriftelijke kennisgeving, gaat de wijziging in
                                    met ingang van de maand waarin het volgende belastingtijdvak
                                    voor heffing bij wege van aanslag zou aanvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorlopig gevorderde bedragen</titel></kop><al>Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is, kunnen na de
                            aanvang van het belastingtijdvak aan de belastingplichtige per kwartaal
                            voorlopig gevorderde bedragen worden opgelegd ter grootte van een factor
                            3 van het overeenkomstig artikel 7 van toepassing zijnde tarief.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Indien het recht bij wege van aanslag wordt geheven, ontstaat de
                            belastingschuld bij de aanvang van het belastingtijdvak, of indien de
                            belastingplicht op een later tijdstip aanvangt, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen en wijze van betaling</titel></kop><al>Het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde
                            bedrag moet worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het
                            voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant
                            Water N.V. moet worden betaald.</al><al>De belasting die wordt geheven bij wege van aanslag moet worden betaald
                            uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de heffing als bedoeld in artikel 2 wordt voor
                            maximaal 75% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsregeling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening rioolrecht 2014" van 12 december 2013, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de betreffende in het derde lid genoemde datum van ingang
                                    van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li></lijst><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Rioolheffing
                            2015".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loon op Zand van </ondertekening><ondertekening>11 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>