<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR348131_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie Tytsjerksteradiel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie Tytsjerksteradiel 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>college</vet>: het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="b."><al><vet>gemeenteraad</vet>: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="c."><al><vet>wet</vet>: Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al><vet>maatschappelijke participatie</vet>: deelname aan
                                        sociaal-culturele, sportieve, en/of educatieve activiteiten
                                        die sociaal isolement dienen te voorkomen of te
                                        doorbreken;</al></li><li nr="e."><al><vet>bijstandsnorm</vet>: de op betrokkene van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm, zoals genoemd in hoofdstuk 3,
                                        paragraaf 3.1 t/m 3.3 van de Participatiewet; </al></li><li nr="f."><al><vet>inkomen</vet>: inkomen zoals omschreven in artikel 32
                                        en 33 van de Participatiewet, waarbij artikel 31
                                        Participatiewet van overeenkomstige toepassing is;</al></li><li nr="g."><al><vet>vermogen</vet>: vermogen zoals omschreven in artikel 34
                                        Participatiewet, waarbij artikel 31 Participatiewet van
                                        overeenkomstige toepassing is;</al></li><li nr="h."><al><vet>vermogensgrens</vet>: vermogensgrenzen zoals genoemd in
                                        artikel 34 lid 3 Participatiewet;</al></li><li nr="i."><al><vet>aanvrager</vet>: alleenstaande of het gezin;</al></li><li nr="j."><al><vet>gezin</vet>: - gehuwden tezamen;</al><lijst><li nr="-"><al>gehuwden met de tot hun last komende kinderen;</al></li><li nr="-"><al>alleenstaande ouder met de tot zijn last komende
                                                kinderen;</al></li><li nr="-"><al>artikel 3 en 4 Participatiewet zijn van
                                                overeenkomstige toepassing;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al><vet>schooljaar</vet>: een schooljaar loopt van 1 september
                                        tot 1 september van het daaropvolgende jaar;</al></li><li nr="l."><al><vet>schoolgaand kind</vet>: het ten laste komend kind als
                                        bedoeld in artikel 4 Participatiewet dat voltijd voortgezet
                                        onderwijs volgt;</al></li><li nr="m."><al><vet>voortgezet onderwijs</vet>: voortgezet onderwijs volgt
                                        op basisonderwijs;</al></li><li nr="n."><al><vet>computer</vet>: een computer kan zijn een desktop en
                                        monitor, een laptop, of een tablet. Ook andere toebehoren
                                        als een toetsenbord, een muis, een printer, of een
                                        beschermhoes worden meegenomen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechthebbenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorwaarden voor een vergoeding van kosten van maatschappelijke
                                participatie zijn dat aanvrager ten tijde van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>inwoner is in de gemeente Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="-"><al>een inkomen ontvangt lager dan 110% van de bijstandsnorm;
                                        en</al></li><li nr="-"><al>een vermogen bezit dat de vermogensgrens niet
                                        overschrijdt;</al></li><li nr="-"><al>kosten heeft gemaakt voor maatschappelijke participatie in
                                        het betreffende kalenderjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorwaarden voor een vergoeding van kosten voor een computer bij een
                                schoolgaand kind zijn dat de aanvrager ten tijde van de
                                aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18jr. of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>inwoner is in de gemeente Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="-"><al>een inkomen ontvangt dat lager is dan 110% van de
                                        bijstandsnorm; en</al></li><li nr="-"><al>een vermogen bezit dat de vermogensgrens niet overschrijdt;
                                        en </al></li><li nr="-"><al>een schoolgaand kind heeft, welke het oudste kind binnen het
                                        gezin is en in het betreffende schooljaar voor het eerste
                                        schoolgaand is; en </al></li><li nr="-"><al>niet eerder een computer ontving op grond van deze
                                        regeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorwaarden voor een vergoeding van kosten voor indirecte
                                schoolkosten zijn dat de aanvrager ten tijde van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18jr. of ouder is; en</al></li><li nr="-"><al>inwoner is in de gemeente Tytsjerksteradiel; en</al></li><li nr="-"><al>een inkomen ontvangt dat lager is dan 110% van de
                                        bijstandsnorm; en</al></li><li nr="-"><al>een vermogen bezit dat de vermogensgrens niet overschrijdt;
                                        en</al></li><li nr="-"><al>een schoolgaand kind heeft, welke in het betreffende
                                        schooljaar voor het eerst schoolgaand is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het recht op een vergoeding op schriftelijke
                                aanvraag vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag kan slechts worden ingediend door middel van het
                                daarvoor bestemde formulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag moet zijn gedaan in het kalenderjaar waarin de kosten
                                worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor iedere rechthebbende kan één keer per jaar een aanvraag
                                ingediend worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de belanghebbende vragen aanvullende bewijsstukken
                                te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte vergoeding maatschappelijke participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding, voor rechthebbenden als genoemd in
                                artikel 2 lid 1, bedraagt het aangevraagde bedrag per gezinslid, met
                                een maximumbedrag van € 92,00 per gezinslid per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van hetgeen is opgenomen in lid 1 van dit artikel
                                bedraagt voor gezinsleden in de leeftijd van 12 jaar tot 18 jaar de
                                hoogte van de vergoeding maximaal € 182,00 per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd conform het CBS en
                                afgerond naar boven op hele Euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte vergoeding kosten voor een computer schoolgaand
                                kind</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding, voor rechthebbenden als genoemd in
                                artikel 2 lid 2, bedraagt (eenmalig) het aangevraagde bedrag met een
                                maximumbedrag van € 500,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd conform het CBS en
                                afgerond naar boven op hele Euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte vergoeding indirecte schoolkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding, voor rechthebbenden als genoemd in
                                artikel 2 lid 3, bedraagt (eenmalig) het aangevraagde bedrag met een
                                maximumbedrag van € 269,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd conform het CBS en
                                afgerond naar boven op hele Euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Betaling van de vergoeding vindt plaats op een bankrekening ten name van
                            de belanghebbende of eventueel een bewindvoerder, of leverancier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Controle rechtmatigheid: verantwoording en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding kosten voor een computer schoolgaand kind en
                                vergoeding startpakket indirecte schoolkosten moet de aanvrager een
                                bewijs van inschrijving overleggen van de school waar het
                                betreffende kind dat jaar onderwijs volgt of zal gaan volgen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten voor een computer schoolgaand kind
                                geldt dat bij aanvraag een offerte danwel een factuur/bon moet
                                worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de belanghebbende na afloop van het kalenderjaar
                                vragen om de besteding van de ontvangen tegemoetkoming aan te tonen.
                                De belanghebbende dient hiertoe tot 1 april van het jaar volgend op
                                het jaar waarop de vergoeding betrekking heeft betalingsbewijzen te
                                bewaren en deze op eerste verzoek aan het college te
                                overleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de belanghebbende de besteding van de ontvangen tegemoetkoming
                                naar het oordeel van het college niet of niet volledig aantoont, kan
                                het college het niet verantwoorde deel van de tegemoetkoming
                                terugvorderen. Hierbij zijn de bepalingen van paragraaf 6.4 van de
                                Participatiewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoering en bevoegdheid college (hardheidsclausule)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onvoorziene gevallen: In gevallen, met betrekking tot de uitvoering
                                van deze verordening, waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening
                            maatschappelijke participatie gemeente Tytsjerksteradiel ”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op januari 2015.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel op december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Met de komst van de Participatiewet worden de mogelijkheden voor gemeenten om
                    categoriaal bijzondere bijstand te verstrekken beperkt. Voor de gemeente
                    Tytsjerksteradiel houdt dat op het gebied van maatschappelijke participatie in
                    dat de reductieregeling en de regeling schoolgaande kinderen (pc regeling en
                    startpakket) niet langer uitgevoerd kunnen worden omdat de Participatiewet dat
                    niet langer mogelijk maakt. We maken wel de bewuste keuze om de mogelijkheden
                    ter bevordering van maatschappelijke participatie in stand te houden, en hebben
                    daarbij gezocht naar mogelijkheden en vormen om deze regelingen toch in stand te
                    houden. Hiervoor is deze verordening ontwikkeld. </al><al>De gemeente kan op basis van de gemeentewet een declaratiefonds inrichten. Op
                    basis van artikel 108 (en artikel 121) Gemeentewet kan de gemeente regels
                    stellen, en op basis van artikel 149 Gemeentewet heeft de gemeenteraad de
                    bevoegdheid om een verordening te maken die hij in het belang van de gemeente
                    nodig oordeelt. De gemeenteraad kan daarbij bepalen hoe, voor welke doelgroep,
                    en voor welke uitgaven deze regels dienen, gericht op maatschappelijke
                    participatie (ziektekosten kunnen bijvoorbeeld niet worden vergoed via een
                    dergelijk fonds). </al><al>De inhoud van de reductieregeling en de regeling schoolgaande kinderen hebben
                    als basis gediend voor dit declaratiefonds. We kiezen ervoor om deze regelingen
                    in deze verordening te bundelen om één duidelijk herkenbare regeling te creëren
                    voor de inwoners.</al><al>Het doel van de declaratieregeling is het stimuleren van het maatschappelijk
                    participeren van inwoners met een laag inkomen. Onder maatschappelijke
                    participatie wordt verstaan het deelnemen aan activiteiten waardoor contacten
                    met anderen in de samenleving worden gestimuleerd. Tevens wordt ingezet op het
                    wegnemen van belemmeringen, bijvoorbeeld voor schoolgaande kinderen, ten behoeve
                    van deelname op het voortgezet onderwijs. </al><al>De reductieregeling maakte deelname aan sociaal-culturele of sportieve
                    activiteiten mogelijk. En daarmee kon een eventueel sociaal isolement worden
                    voorkomen of doorbroken. Binnen de regeling schoolgaande kinderen was het
                    mogelijk onder voorwaarden een pc aan te schaffen of kon een startpakket worden
                    bekostigd. In deze verordening is geregeld dat hier ook aanspraak op gemaakt kan
                    blijven worden, ondanks het verdwijnen van deze vormen van categoriaal
                    bijzondere bijstand. En hoewel het mogelijk blijft voor gemeenten om met de
                    gemeentewet als wettelijke basis, bepaalde groepen aan te wijzen, zal er wel
                    (meer) sprake zijn van een individuele beoordeling, omdat de vergoedingen op
                    basis van een declaratie gelden. Hiervoor moet een aanvraag worden ingediend, en
                    iedere aanvraag dient individueel beoordeeld te worden. Een ander belangrijk
                    verschil is dat categoriaal bijzondere bijstand geen vergoeding was van
                    daadwerkelijk gemaakte kosten, maar een tegemoetkoming (vooraf) daarin. Ondanks
                    dat werkelijke kosten voor verschillende activiteiten wellicht hoger kunnen
                    liggen, hebben we wel een maximum bijdrage ingesteld.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die in de Participatiewet, WWB, Awb of de gemeentewet voorkomen
                        hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in deze wetten. Dit
                        voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de
                        betreffende wetten ook de verordening moet worden gewijzigd. Ten aanzien van
                        een aantal begrippen die als zodanig niet in deze wetten staan, is een
                        definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met betrekking tot het begrip maatschappelijke participatie (uitgelegd met
                        deelname aan sociaal-culturele, sportieve, en/of educatieve activiteiten)
                        hanteren we een brede oriëntatie. Waarvoor kan bijvoorbeeld een declaratie
                        in het kader van maatschappelijke participatie worden aangevraagd
                        (onderstaande lijst is niet limitatief)?</al><lijst><li nr="·"><al>Lidmaatschap openbare bibliotheek;</al></li><li nr="·"><al>Abonnement zwembad;</al></li><li nr="·"><al>Lidmaatschap sportvereniging;</al></li><li nr="·"><al>Abonnement krant, telefoon, internetaansluiting;</al></li><li nr="·"><al>Lidmaatschap muziek-, dans-, zangvereniging;</al></li><li nr="·"><al>Cursus bloemschikken;</al></li><li nr="·"><al>Lidmaatschap ouderenvereniging;</al></li><li nr="·"><al>Peuterspeelzaal;</al></li><li nr="·"><al>Schoolzwemmen;</al></li><li nr="·"><al>Deelname schoolreisje;</al></li><li nr="·"><al>Theater bezoek (toegangsbewijs);</al></li><li nr="·"><al>Volkstuin;</al></li><li nr="·"><al>Enz.</al></li></lijst><al>Ook voor indirecte schoolkosten kunnen diverse onderwerpen worden benoemd,
                        als voorbeeld noemen we hieronder enkele (deze lijst is niet
                        limitatief):</al><lijst><li nr="·"><al>schooltas</al></li><li nr="·"><al>leermiddelen</al></li><li nr="·"><al>fiets </al></li><li nr="·"><al>bureau</al></li><li nr="·"><al>enz.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechthebbenden</titel></kop><al>Voor wie is deze regeling nu bedoeld? Er is een splitsing gemaakt met
                        betrekking tot de verschillende vergoedingen. Voor de vergoedingen voor
                        maatschappelijke participatie, de computer voor schoolgaand kind, en het
                        startpakket (voor schoolgaande kinderen) geldt dat gezinnen of personen uit
                        de gemeente Tytsjerksteradiel met een inkomen dat niet hoger is dan 110% van
                        de voor hen geldende bijstandsuitkering (en waarvan het vermogen niet hoger
                        is dan de aangegeven grens) in aanmerking komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Aanvragen kunnen slechts worden ingediend op een daarvoor bestemd formulier.
                        Om voor één persoon niet bijvoorbeeld 5x een aanvraag te ontvangen voor een
                        vergoeding bepalen we dat er per rechthebbende 1x één aanvraag kan worden
                        ingediend per jaar. Slechts in het geval dat een aanvraag wordt afgewezen,
                        mag een nieuwe aanvraag worden ingediend die wel voldoet aan de juiste
                        voorwaarden. Voor een vergoeding aangaande een computer voor een schoolgaand
                        kind geldt dat vooraf een offerte of factuur moet worden meegegeven bij de
                        aanvraag. Als het niet duidelijk is vanuit een aanvraag en de daarbij
                        geleverde bewijsdocumenten, kan verzocht worden om aanvullende documentatie
                        aan te leveren alvorens een aanvraag in behandeling te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4, 5, en 6</nr><titel>Hoogte vergoedingen</titel></kop><al>Voor de verschillende onderwerpen zijn verschillende (maximum)vergoedingen
                        vastgesteld. Wanneer een aanvraag is ingediend voor een vergoeding van de
                        kosten voor maatschappelijke participatie, of voor een startpakket
                        schoolgaand kind, geldt dat het benoemde bedrag wordt uitgekeerd. De
                        aanvrager dient wel de bonnen / facturen / bewijzen te verzamelen en te
                        bewaren, omdat de gemeente in een controle achteraf wil kunnen vaststellen
                        of het betreffende bedrag is besteedt aan de juiste zaken. </al><al>In het geval van een vergoeding voor een computer voor een schoolgaand kind
                        geldt dat de hoogte van de daadwerkelijke uitgaven, of te maken kosten,
                        bepalen wat de hoogte van de uit te keren vergoeding is: Als de declaratie
                        lager is dan het maximumbedrag dan wordt het aangevraagde bedrag uitgekeerd.
                        Als de declaratie hoger is dan het maximumbedrag wordt het vastgestelde
                        maximumbedrag uitgekeerd. Het meerdere is dan voor rekening van de aanvrager
                        zelf.</al><al>De (maximum)bedragen voor de vergoedingen worden jaarlijks geïndexeerd,
                        conform het CBS en bedragen worden naar boven afgerond op hele Euro’s. De
                        specifieke index waarnaar wordt gekeken is de prijsindex voor
                        consumentenprijzen/inflatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betalingen</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt ineens uitbetaald. In specifiek geval is het
                        mogelijk om de tegemoetkoming direct over te maken aan een bewindvoerder of
                        leverancier.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verantwoording en terugvordering</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat de aanvrager de tegemoetkoming besteedt aan het doel
                        waarvoor hij/zij deze ontvangen heeft, namelijk maatschappelijke
                        participatie van zichzelf en zijn gezinsleden. Het college gaat uit van
                        vertrouwen, maar controleert na afloop van het kalenderjaar
                        (steekproefsgewijs) een aantal verstrekkingen. De aanvrager zal daarom tot
                        en met drie maanden na afloop van het kalenderjaar op verzoek van het
                        college bewijsstukken van de besteding van de tegemoetkoming moeten kunnen
                        overleggen. Het college bepaalt de omvang van deze steekproef.</al><al>Wanneer de aanvrager de besteding niet of niet volledig aan kan tonen,
                        vordert het college het niet verantwoorde deel van de tegemoetkoming terug.
                        Hierbij zijn de terugvorderingbepalingen van de Participatiewet van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al>Met betrekking tot de computer voor een schoolgaand kind geldt dat een
                        aanvraag wel vergezeld moet worden van een offerte / bon / factuur / enz. In
                        dit geval geldt dat voordat kan worden overgegaan tot een positieve
                        beslissing op de aanvraag en uitbetaling ook wordt nagegaan of de uitgaven
                        ook daadwerkelijk zijn gedaan of worden gedaan bij een leverancier.</al><al>Voor de vergoedingen van een computer en/of startpakket voor een schoolgaand
                        kind geldt dat ook een (kopie van) bewijs van inschrijving op een
                        betreffende school voor voortgezet onderwijs is vereist bij de
                        aanvraag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>In lid 1 is bepaald dat het college is belast met de uitvoering van de
                        individuele inkomenstoeslag.</al><al>In lid 2, onvoorziene gevallen, is bepaald dat het college moet voorzien in
                        specifieke situaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking per januari 2015.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>