<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>348077_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Beuningen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Overheid.nl &gt; Gemeenteblad en op www. beuningen.nl, 30 december 2014.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Beuningen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, artikel 36b, eerste lid en artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW14.00883</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Beuningen, bijeen in zijn openbare vergadering van
                        16 december 2014; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2014,
                        BW14.00883; </al><al>gelet op artikel 36b, eerste lid en artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en
                        derde lid, van de Participatiewet; </al><al>gezien het advies van de Cliëntenraad Beuningen; </al><al></al><al>besluit vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet Beuningen 2015.<vet></vet></al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. Het
                        verzoek kan op ieder moment worden ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Het college beoordeelt of een persoon behoort tot de doelgroep zoals vermeld
                        in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Het college kan een
                        advies van een arbeidsdeskundige vragen wanneer zij dit nodig acht.
                        Betrokkene is verplicht zijn medewerking te verlenen aan dit onderzoek.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toekenning en verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag wordt, indien een persoon tot de doelgroep
                            behoort, toegekend voor de periode waarin het verzoek is ingediend en in
                            één keer voor die bewuste periode uitgekeerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eerste periode loopt van 1 februari tot en met 31 augustus (7
                            maanden) en de tweede periode loopt van 1 september tot en met 31
                            januari (5 maanden). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De individuele studietoeslag dient voor iedere periode opnieuw te worden
                            aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De individuele studietoeslag wordt niet voor voorafgaande perioden
                            verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode in aanmerking komen
                            voor een individuele studietoeslag. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent toekenning en verstrekking
                            van de individuele studietoeslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt voor de eerste periode, genoemd
                            in artikel 3, tweede lid, € 455,- en voor de tweede periode, genoemd in
                            artikel 3, tweede lid, € 325,-.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op hele
                            euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet Beuningen 2015. </al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2014.</al><al>De griffier, De voorzitter</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening individuele studietoeslag Participatiewet
                        Beuningen 2015 </titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al></al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al></al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Verordeningsplicht </tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid </tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele
                    studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in
                    beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een
                    studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel
                    36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer
                    en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele
                    studietoeslag.</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><al>• 18 jaar of ouder is; </al><al>• recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000
                    of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet
                    tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><al>• geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                    Participatiewet heeft; en </al><al>• een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie heeft. </al><al></al><al>Ten aanzien van het laatste criterium geldt dat het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon onmogelijk moet zijn door in de persoon gelegen oorzaken, waar hij
                    zelf geen invloed op heeft. Een bewuste keuze om minder te gaan werken, om
                    zodoende meer tijd aan de studie te kunnen besteden leidt bijvoorbeeld niet tot
                    toekenning van de individuele studietoeslag. Dat een persoon recht moet hebben
                    op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon
                    ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het
                    recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                    leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                    Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                    individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een
                    individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft
                    op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van
                    de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al></al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>