<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347766_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-089h</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel 2014-089h (titel: Verordening op de heffing en de
                        invordering van precariobelasting 2015.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015
                        (Verordening precariobelasting 2015)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Voorwerp van belasting, belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen, onder, op of boven de voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond bedoeld of genoemd in deze
                            verordening en de daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel ten behoeve van wie de voorwerpen
                                worden aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                                een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                                rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid,
                                tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op
                                of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening heffingsmaatstaf; tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het hebben van voorwerpen op of boven de voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke
                                door de voorwerpen wordt overdekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hebben van voorwerpen onder de voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond, wordt de oppervlakte bepaald op die
                                uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeelten van de in de tarieventabel genoemde tijds- en andere
                                eenheden worden voor een geheel gerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Begripsomschrijvingen en ontstaan belastingplicht</titel></kop><al>Voor de toepassing vande tarieventabel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>Week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c."><al>Maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>Jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>Vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                    gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan
                                    een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de
                                    openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;</al></li><li nr="f."><al>Reclamevoorwerp: voorwerpen met daarop openbare aankondigingen,
                                    zoals (uithang)borden, lichtbakken, sandwichborden, vlaggen en
                                    dergelijke, met uitzondering van halteborden, wegwijzers en
                                    soortgelijke voorwerpen.</al></li><li nr="g."><al>Kabels en leidingen: kabels, leidingen en buizen of daarmee
                                    gelijk te stellen voorwerpen bedoeld voor het transport van
                                    energie of andere materialen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het
                                belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar waarin de voorwerpen
                                aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak de
                                maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met
                                dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk
                                kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
                                het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak
                                de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande
                                dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de
                                vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de
                                    voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het
                                    voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond
                                    van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet,
                                    dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is
                                    overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                    voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>overige vrijstellingen:</al><lijst><li nr="1."><al>voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift,
                                            een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden
                                            gedoogd;</al></li><li nr="2."><al>het hebben van wegwijzers en verkeersaanduidingen van de
                                            Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere
                                            overeenkomstige instellingen;</al></li><li nr="3."><al>het hebben van voorwerpen of werken, welke noodzakelijk
                                            voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak,
                                            door het rijk, de provincies, de gemeente of door
                                            waterschappen, veenschappen en veenpolders zijn
                                            aangebracht of geplaatst;</al></li><li nr="4."><al>het hebben van borden, masten, palen en dergelijk die in
                                            verband met verkiezingen van publieksrechtelijke
                                            lichamen zijn aangebracht;</al></li><li nr="5."><al>het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een
                                            liefdadig doel;</al></li><li nr="6."><al>het gebruik maken van de gemeentegrond tot 1 meter
                                            vanuit de voorgevel van de opstal gemeten;</al></li><li nr="7."><al>buizen in de grond tot lozing van fecaliën van huishoud-
                                            of van hemelwater.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven, dan wel
                                door een gedagtekende nota of andere schriftelijke kennisgeving
                                waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingbedragen minder dan € 10,00 worden niet opgelegd, met dien
                                verstande dat voor de toepassing van het eerste zinsdeel het totaal
                                van de op één aanslagbiljet, gedagtekende nota of andere schriftuur
                                verenigde aanslagen aangemerkt wordt als één belastingaanslag, nota
                                of andere schriftuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder, worden
                                niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het
                                totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als
                                één aanslag</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak
                                of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een
                                voorwerp een aanvang neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het
                                hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, beloopt
                                de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen
                                bedrag als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het
                                tijdvak resteren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de
                                voorwerpen zijn verwijderd voor het verstrijken van het
                                belastingtijdvak, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar
                                evenredigheid ontheffing verleend voor zoveel twaalfden van het over
                                een jaar te betalen bedrag na de verwijdering resterende volle
                                maanden van het belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al><vet>1.</vet> De aanslag moet worden betaald binnen één maand na de
                            dagtekening van de aanslag, nota of andere schriftuur.</al><al><vet>2</vet>. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
                            het voorgaande lid gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            precariobelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2014 vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op 16
                            december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede
                            lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening precariobelasting
                            2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2014.</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL VERORDENING PRECARIOBELASTING 2015</titel></kop><al>Behoort bij raadsvoorstel van 15 december 2014,</al><al><vet>A. ALGEMEEN TARIEF</vet></al><al>Voor het gebruik of genot van of voor het hebben van voorwerpen onder, op of
                    boven openbare gemeentegrond per m² gemeten naar de grootste horizontale of
                    verticale oppervlakte, en zover niet benoemd elders in deze tarieventabel,
                    bedraagt het tarief:</al><lijst><li nr="1."><al>per dag € 0,85</al></li><li nr="2."><al>per maand € 3,76</al></li><li nr="3."><al>per jaar € 45,05</al></li></lijst><al><vet>B. Leidingen, kabels en buizen</vet></al><al>Voor het gebruik of genot van of voor het hebben van kabels, leidingen en buizen
                    onder, op of boven openbare gemeentegrond, bedraagt het tarief € 0,63 per
                    strekkende meter per jaar, met inachtneming van het overige in deze verordening
                    bepaalde.</al><al><vet>C. Bouwactiviteiten</vet></al><al>Voor het hebben van schuttingen, steigers, loodsen, keten, bouwmaterialen, puin,
                    afval, werktuigen ten dienste van bouw- of sloopwerkzaamheden en andere
                    soortgelijke objecten, bedraagt het tarief bij een oppervlakte van:</al><lijst><li nr="1."><al>0 – 10 m² per week of gedeelte daarvan € 17,81</al></li><li nr="2."><al>10 – 25 m² per week of gedeelte daarvan € 35,63</al></li><li nr="3."><al>25 – 50 m² per week of gedeelte daarvan € 53,42</al></li><li nr="4."><al>50 m² of meer, per 50 m² of een gedeelte daarvan, per week of gedeelte
                            daarvan € 53,42</al></li></lijst><al><vet>D. APV activiteiten</vet></al><al><onderstreept>Tentoonstellingenwedstrijden</onderstreept></al><al>Voor het houden van een tentoonstelling het geven van een sportfeest, het hebben
                    van een circus, kermis en overige commerciële evenementen, een wedstrijd - met
                    uitzondering van een motor- of rijwielwedstrijd -, bedraagt het tarief per dag
                    voor:</al><lijst><li nr="1."><al>de eerste 250 m² of minder, per m² € 0,32</al></li><li nr="2."><al>voor elke volgende m² € 0,07</al></li></lijst><al><vet>E. Terrassen</vet></al><al>Voor het hebben van een terras (banken, tafeltjes en stoelen, tochtschermen,
                    bloemen- of plantenbakken en dergelijke), per m²,</al><lijst><li nr="1."><al>0 – 25 m² per maand € 2,51</al></li><li nr="2."><al>groter dan 25 m² per maand € 3,26</al></li></lijst><al><vet>F. Uitstallingen</vet></al><al>Voor het plaatsen van verkoopwagens, kraampjes, wagens, manden of dergelijke
                    voorwerpen tot verkoop van waren, uitgezonderd de plaatsing daarvan op kermissen
                    of op de weekmarkt, wordt per standplaats voor ambulante handel een bedrag
                    geheven van:</al><lijst><li nr="1."><al>tot en met 9 m² per jaar € 123,74;</al></li><li nr="2."><al>van 9 m² tot 27 m² per jaar € 247,49;</al></li><li nr="3."><al>vanaf 27 m² per jaar € 247,49 per 27m² of gedeelte daarvan;</al></li></lijst><al>voor iedere dag of gedeelte ervan per week dat de standplaats mag worden
                    ingenomen. </al><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2014.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</al></bijlage></regeling></body></cvdr>