<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347759_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, 12-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2014.0079-G</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder het college: het college
                                van burgemeester en wethouders </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wint advies in bij het Uitvoeringsinstituut Werknemers
                                Verzekeringen met betrekking tot het oordeel of een persoon met
                                voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                                arbeidsparticipatie. </al></li><li nr="2."><al>Indien in de voorafgaande 12 maanden reeds is geadviseerd over de
                                mogelijkheden van arbeidsparticipatie van een persoon en op basis
                                hiervan het college voldoende zicht heeft op deze mogelijkheden is
                                het inwinnen van een advies als bedoeld in lid 1 niet noodzakelijk. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per 6 maanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                                aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></li><li nr="2."><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmaal per 6 maanden
                                uitbetaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de individuele studietoeslag bedraagt 25 % van de
                                bijstandsnorm voor een alleenstaande van 21 jaar en ouder. </al></li><li nr="2."><al>De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><titel>Verordening individuele studietoeslag</titel></kop><al><vet>Algemene toelichting  </vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        wettelijk minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te
                        verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de
                        positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers
                        dat iemand gemotiveerd is en capaciteiten heeft. </al><al/><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2).</al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                        ze niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen.</al><al/><al><vet><cursief>Verordeningsplicht</cursief></vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al><vet><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag</cursief></vet></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                                WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook
                                daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet
                                ontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van
                                iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht
                                gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet geregeld en is
                                geen vereiste voor het ontvangen van een individuele studietoeslag
                                op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                                studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft
                                op studiefinanciering of een tegemoetkoming. </al><al>De persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten
                                maken dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming
                                heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs
                                van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al/><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                                toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel
                                36b, tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden
                                ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet
                                als lening worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag
                                schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk
                                niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                                tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de
                                Participatiewet is niet van toepassing op de individuele
                                studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Dit
                                maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in
                                de vorm van een voorschot.</al><al/><al><cursief>Studenten met een medische urenbeperking hebben ook
                                    recht!</cursief></al><al>Door het vereiste dat een student niet in staat is om met
                                    <cursief>voltijdse arbeid</cursief> het wettelijk minimumloon te
                                verdienen, is de studietoeslag niet toegankelijk voor studenten met
                                alleen een medische urenbeperking. Deze studenten zijn wel in staat
                                per uur het wettelijk minimumloon te verdienen, maar kunnen dit maar
                                een beperkt aantal uren. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer
                                werd de wens geuit dat ook deze studenten gebruik kunnen maken van
                                de studietoeslag. </al><al>Aan deze wens wordt tegemoetgekomen. De wet moet hier echter op
                                worden aangepast. Er wordt naar gestreefd deze wijziging voor 1
                                januari 2015 te hebben doorgevoerd.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet , Algemene
                                wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                                gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van
                                toepassing op deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Indienen verzoek </vet></al><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden
                                ingediend</al><al>door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                                de Participatiewet. </al><al/><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek,
                                een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van
                                de Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan
                                de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid,
                                van de Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek
                                van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van
                                de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden
                                ingediend (artikel 4:1 van de Awb).</al><al/><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek
                                als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet
                                worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het
                                verzoek moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld
                                formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals
                                bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                                schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt
                                ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van
                                de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                                beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de
                                Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor
                                de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid,
                                van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                                aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals
                                bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon
                                </vet></al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke
                                gevallen het college op verzoek van een persoon, gelet op diens
                                individuele omstandigheden, een individuele studietoeslag kan
                                verlenen. Dit is het geval indien een persoon op de datum van de
                                aanvraag:</al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al/><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het college
                                advies in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het
                                gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met
                                voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie heeft.</al><al/><al>Bij de eerste adviesaanvraag wordt het UWV verzocht een prognose
                                voor de toekomst te geven. Indien voor 100% vaststaat dat de
                                situatie van de aanvrager niet zal verbeteren is verder onderzoek in
                                de toekomst niet noodzakelijk.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Eenmaal per 6 maanden </vet></al><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden
                                in aanmerking komen voor een individuele studie toeslag. Doorgaans
                                kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                                beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een
                                individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de
                                aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de
                                Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts
                                eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking kan komen
                                voor een individuele studietoeslag. Studeert een persoon na die zes
                                maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel
                                36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in
                                aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Met de periode
                                van 6 maanden wordt aangesloten bij de halfjaarlijkse inschrijf- en
                                startmomenten die doorgaans gelden voor opleidingen. </al><al/><al>Dit kan bijvoorbeeld doeltreffend zijn omdat een persoon enkel op
                                het moment van aanvraag moet voldoen aan de uit artikel 36b van de
                                Participatiewet voortvloeiende voorwaarden voor aanspraak te maken
                                op een individuele studietoeslag. Stel dat een persoon slechts
                                eenmaal per twaalf maanden in aanmerking kan komen voor een
                                individuele studietoeslag, dan wordt deze toeslag toegekend voor een
                                periode van twaalf maanden waarbinnen de mogelijkheid bestaat dat
                                deze persoon al lang geen studie meer volgt. Immers, alleen op
                                moment van aanvraag moet een persoon voldoen aan de voorwaarden van
                                artikel 36b van de Participatiewet. Als hij op enig moment na de
                                aanvraag hier niet meer aan voldoet, heeft dat geen gevolgen voor
                                het recht op een individuele studietoeslag.</al><al/><al>Na afloop van de periode van 6 maanden dient de studietoeslag
                                opnieuw te worden aangevraagd. Een persoon dient zelf het initiatief
                                hiertoe te nemen. Een advies aanvraag bij het UWV is niet
                                noodzakelijk indien bij een eerder advies reeds voor 100% vast is
                                komen te staan dat de situatie niet zal verbeteren.</al><al/><al><cursief>Betaling </cursief></al><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmaal per 6 maanden
                                uitbetaald. Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan
                                artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op
                                enig moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat hoe
                                dan ook geen gevolgen voor het recht op een individuele
                                studietoeslag. Bepaald is namelijk dat uitsluitend de situatie op de
                                datum van de aanvraag bepalend is. Na 6 maanden kan een persoon
                                opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Hoogte individuele studietoeslag</vet></al><al>In artikel 5 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                                studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon
                                die voldoet aan de voorwaarden toegekend. </al><al>Bij de bepaling van de hoogte is aansluiting gezocht bij de
                                vergoeding die het UWV thans uitkeert aan Wajongers. Dit is 25% van
                                het wettelijk minimumloon. Omdat dit een bruto bedrag is en de
                                bijstand netto bedragen zijn is uitgegaan van de bijstandsnorm per
                                maand voor een alleenstaande. Het betreft de bijstandsnorm inclusief
                                vakantie toeslag. Dit bedrag wordt dan eenmaal toegekend voor een
                                periode van een halfjaar (zie ook artikel 4 van deze
                                verordening).</al><al/><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                                voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij beiden
                                afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag van
                                25% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>