<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347754_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2014, 47</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8a, eerste lid Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB14.0115</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Participatieverordening</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-17868</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Den Helder;</al></li><li nr="b."><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van Den Helder;</al></li><li nr="c."><al>de wet(ten): de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening
                                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                                        werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                        (Ioaz);</al></li><li nr="d."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        onder a, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt
                                        op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="f."><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                        hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende
                                        door personen uit diens directe omgeving, waarbij
                                        zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale
                                        relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                                        overstijgt;</al></li><li nr="g."><al>re-integratie-instrumenten: de instrumenten die het college
                                        ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als
                                        bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="h."><al>traject: gecombineerde inzet c.q. aaneenschakeling van
                                        re-integratie-instrumenten ten behoeve van leden van de
                                        doelgroep;</al></li><li nr="i."><al>voorzieningen: regelingen c.q. maatregelen ter ondersteuning
                                        van de re-integratie-instrumenten;</al></li><li nr="j."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle maatschappelijk
                                        aanvaardbare arbeid. De werkzaamheden die niet algemeen
                                        geaccepteerd zijn of ingaan tegen de integriteit van de
                                        persoon zijn uitgesloten;</al></li><li nr="k."><al>Wet SUWI: Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en
                                        Inkomen;</al></li><li nr="l."><al>UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;</al></li><li nr="m."><al>uitkeringsgerechtigde: degene(n) die een periodieke
                                        uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet.
                                        Met degene die een uitkering ontvangt wordt gelijk gesteld
                                        degene die een uitkering ontvangt op grond van de Wet
                                        Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of op grond
                                        van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; (Ioaz);</al></li><li nr="n."><al>niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon die geen uitkering
                                        ontvangt;</al></li><li nr="o."><al>werknemer: lid van de doelgroep dat een dienstverband heeft
                                        met een werkgever;</al></li><li nr="p."><al>werkgever: contractuele wederpartij van de werknemer waarmee
                                        een arbeidsovereenkomst is afgesloten. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor het ondersteunen van
                                uitkeringsgerechtigden, niet-uitkerings-gerechtigde werkzoekenden
                                (nuggers) en personen met een uitkering in het kader van de Algemene
                                Nabestaandenwet (Anw-ers) bij het verkrijgen van algemeen
                                geaccepteerde arbeid en, voor zover nodig, het aanbieden van
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                re-integratie-instrumenten. Het college houdt daarbij rekening met
                                de aard en omvang van door het college te bepalen doelgroepen en de
                                instrumenten die het meest geschikt zijn voor de leden van die
                                doelgroepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan
                                re-integratie-instrumenten prioriteiten stellen in verband met de
                                financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en
                                conjuncturele ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de
                                opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor leden van de doelgroep,
                                voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of
                                voor deelname aan re-integratie-instrument, of voor het bereiken van
                                het doel van een traject of een re-integratie-instrument. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel en ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het college streeft actief naar deelname aan het arbeidsproces c.q.
                            maatschappelijk proces van de doelgroep, zoals die is gedefinieerd in
                            artikel 7 eerste lid onder a van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoeringsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een uitvoeringsplan vast, waarin beleidsprioriteiten
                                worden aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het uitvoeringsplan als bedoeld in het eerste lid bevat het oordeel
                                van de cliëntenadviesraad of diens rechtsopvolger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verantwoordt via de jaarrekening aan de gemeenteraad
                                over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en de effecten van het
                                beleid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vorm van ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject,
                                waarbij zonodig re-integratie-instrumenten kunnen worden ingezet, of
                                door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar
                                andere instanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inzet van re-integratie-instrumenten wordt gekozen voor dat
                                instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor
                                het doel dat beoogd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Re-integratie-instrumenten die gericht zijn op arbeidsinschakeling
                                worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende die door het college een re-integratie-instrument
                                en/of een hierop afgestemde voorziening wordt aangeboden is
                                verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende die deelneemt aan een traject is gehouden aan de
                                verplichtingen die gelden op grond van de wet, de Wet SUWI, deze
                                verordening alsmede aan de nader op te leggen verplichtingen die het
                                college aan het aangeboden traject en/of voorziening heeft
                                verbonden, waaronder in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van de inlichtingen aan het college die
                                        nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject,
                                        geschikt re-integratie-instrument en/of een geschikte
                                        voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld
                                        in artikel 9 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende
                                        onderdelen van het traject;</al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het
                                        traject of van de re-integratie-instrumenten belemmert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een traject en/of
                                voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan
                                kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is
                                bepaald in de Afstemmingsverordening Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een traject en/of een voorziening, niet voldoet
                                aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van
                                het traject en/of de voorziening dan wel de verstrekte subsidie
                                geheel of gedeeltelijk terugvorderen op grond van het Burgerlijk
                                Wetboek Boek 6 artikel 203.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Evenwichtige verdeling en financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening
                                opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en
                                functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in
                                ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de
                                mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of
                                gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt
                                in ieder geval verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar;</al></li><li nr="b."><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Personen met een inkomen dat hoger is dan de voor hen geldende
                                bijstandsnormen zoals bepaald in de wet en een vermogen hoger dan de
                                vermogensgrenzen zoals bepaald in de wet kunnen geen aanspraak maken
                                op ondersteuning bij arbeidsinschakeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen als: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de
                                        Participatiewet en de op grond van artikel 55 van de
                                        Participatiewet opgelegde bijzondere verplichtingen, niet
                                        nakomt; of</al></li><li nr="b."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
                                        behoort tot de doelgroep; of</al></li><li nr="c."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
                                        geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
                                        gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen,
                                        tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, onderdeel a, van de wet; of</al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                        bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; of</al></li><li nr="e."><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
                                        geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
                                        voorziening; of</al></li><li nr="f."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar
                                        behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of</al></li><li nr="g."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
                                        voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
                                        gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aangeboden voorziening moet leiden tot de kortste weg naar
                                betaald werk. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voorzieningen aanbieden die niet in de verordening
                                zijn genoemd indien dit een meer passende weg is naar
                                arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen voor de doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Het college kan, voordat besloten wordt tot een traject of tot de inzet
                            van re-integratie-instrumenten, een onderzoek (laten) doen naar de
                            mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van
                            de re-integratie-instrumenten of andere vormen van begeleiding. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkstage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een persoon een werkstage gericht op
                                    arbeidsinschakeling aanbieden als deze: </al><lijst><li nr="a."><al>behoort tot de doelgroep; en</al></li><li nr="b."><al>nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een
                                            afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige
                                            werkloosheid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het
                                    leren functioneren in een arbeidsrelatie. </al></li><li nr="3."><al>De duur van de werkstage is maximaal zes maanden met eventueel
                                    een verlenging van nogmaals maximaal zes maanden.</al></li><li nr="4."><al>Uitkeringsgerechtigden verrichten de werkstage met behoud van
                                    uitkering.</al></li><li nr="5."><al>Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. </al></li><li nr="6."><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval
                                    vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de werkstage; en</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep
                                activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor
                                zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen
                                geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt
                                gemaakt van een voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Sociale activering heeft als doel de belanghebbende, door het
                                aanbieden van onbetaalde werkzaamheden, werkritme op te laten doen
                                en/of te laten behouden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Werkzaamheden in het kader van sociale activering worden alleen
                                verricht bij organisaties zonder winstoogmerk. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gedurende maximaal zes maanden de in het eerste lid
                                bedoelde activiteiten aanbieden aan de belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een
                                scholingstraject aanbieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van het scholingstraject is maximaal twee jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al>het scholingstraject leidt op tot een erkend diploma of
                                        certificaat; en</al></li><li nr="b."><al>het scholingstraject vergroot de kansen van de
                                        belanghebbende op de arbeidsmarkt; en</al></li><li nr="c."><al>het scholingstraject is afgestemd op de mogelijkheden van de
                                        belanghebbende. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op
                                algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde
                                additionele werkzaamheden laten verrichten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele
                                werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
                                die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon
                                die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt €
                                100, - per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is
                                meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ondersteuning bij leer-werktraject</titel></kop><al>Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep
                            ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject
                            nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een
                            leer-werktraject en het personen betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de
                                    kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet
                                    is geëindigd; of</al></li><li nr="b."><al>van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben
                                    behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bemiddeling naar een proefplaatsing kan een onderdeel zijn van een
                                traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende, door het
                                aanbieden van onbetaald werk, te laten wennen aan aspecten die
                                samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de
                                hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte
                                of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier
                                werk en een proefplaatsing geïndiceerd is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De proefplaatsing kan maximaal drie maanden duren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitstroompremie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een
                                langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen
                                geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene
                                bijstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon
                                die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of
                                langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor de premie bedraagt het salaris van de
                                belanghebbende het wettelijk minimumloon bij aanvaarding van
                                werk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De premie kan worden aangevraagd vanaf de 13<sup>de</sup> maand na
                                de indiensttreding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van de premie bedraagt € 750, -.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De belanghebbende die een uitstroompremie heeft ontvangen kan
                                gedurende 36 maanden na de nieuwe ingangsdatum van de uitkering niet
                                opnieuw in aanmerking komen voor een uitstroompremie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vergoeding voor kosten</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken aan een lid van de doelgroep
                            voor noodzakelijke kosten die gemaakt worden in het kader van
                            re-integratie of voor noodzakelijke kosten die gemaakt moeten worden bij
                            indiensttreding. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voorzieningen voor werkgevers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Compensatie loonkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een compensatie van de loonkosten, in de vorm van
                                een loonkostensubsidie, verstrekken aan een werkgever die met een
                                belanghebbende een arbeidsovereenkomst sluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere werkgever kan in aanmerking komen voor een compensatie van de
                                loonkosten ongeacht de vestigingsplaats. Als werkgever wordt
                                eveneens aangemerkt een uitzendbureau of re-integratiebedrijf dat
                                een belanghebbende in dienst neemt en detacheert naar een reguliere
                                werkgever.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De compensatie van de loonkosten wordt verstrekt voor een duur van
                                minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden. Bij een duur van
                                zes maanden bedraagt de compensatie € 6000, - en bij een duur van
                                twaalf maanden bedraagt de compensatie van de loonkosten €
                                12.000,-.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden om in
                                aanmerking te komen voor een compensatie voor de loonkosten en over
                                de wijze betaling. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
                                grond van de Participatieverordening, die moet worden beëindigd op
                                grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover
                                wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Participatieverordening voor
                                de duur: </al><lijst><li nr="a."><al>van 6 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze
                                        verordening, of</al></li><li nr="b."><al>dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als
                                        bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan na afloop van de in het eerste lid, onderdeel a,
                                bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Participatieverordening blijft van toepassing ten aanzien van een
                                voortgezette voorziening als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Re-integratieverordening
                            Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking met ingang van
                                    1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt
                                    de Participatieverordening, door de raad vastgesteld in zijn
                                    vergadering van 19 december 2011, ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 20 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Den Helder/i246778.pdf">Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>