<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347722_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening hondenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 226</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-089f</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel 2014-089f (titel: Verordening op de heffing en de
                        invordering van hondenbelasting 2015.)</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2015
                        (Verordening hondenbelasting 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het houden van een of meer honden binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is de houder van de hond(en).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                                hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt
                                aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel
                                231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:</al><lijst><li nr="a."><al>die door een erkend instituut zijn opgeleid tot en/of
                                    daadwerkelijk dienen als hulphond en in hoofdzaak als zodanig
                                    door een persoon met een functiebeperking worden gehouden;</al></li><li nr="b."><al>die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel
                                    is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5,
                                    tweede lid, van genoemd besluit;</al></li><li nr="c."><al>die uitsluitend ten verkoop of aflevering worden gehouden in een
                                    bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van
                                    het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen
                                    in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van
                                    genoemd besluit;</al></li><li nr="d."><al>die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de
                                    moederhond worden gehouden;</al></li><li nr="e."><al>waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma van de
                                    Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder
                                    zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij
                                    gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te
                                    stellen;</al></li><li nr="f."><al>waarvan de houder is aangesloten bij de Stichting Internationale
                                    Reddingshonden Groep en de Stichting Inzet Honden
                                    Nederland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt
                            gehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond
                                    € 69,36; b. voor een tweede hond € 115,68; c. voor iedere hond
                                    boven het aantal van twee € 155,76;</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor
                                    honden, gehouden in een kennel zoals deze is geregistreerd bij
                                    de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 436,80
                                    per kennel. Indien geen erkende registratie bij de Raad van
                                    beheer op kynologisch gebied kan worden overhandigd, gelden de
                                    tarieven zoals vermeld onder lid1.</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid blijft buiten toepassing indien
                                    belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde
                                    belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal honden, als
                                    blijkt dat dit bedrag lager is dan het op de voet van het tweede
                                    lid bepaalde bedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het
                                    belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de
                                    hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden,
                                    verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                    verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                    belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal
                                    honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het
                                    belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                    zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                    belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                    belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal
                                    honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
                                    toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                    aanslag.</al></li><li nr="5."><al>Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder,
                                    worden niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin,
                                    wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    aangemerkt als één aanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen
                                    waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                                    op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                    vermeld en de tweede één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht
                                    gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Indien tot tweemaal toe geen toereikend saldo beschikbaar is op
                                    de betaalrekening van de belastingschuldige waarvan door middel
                                    van automatische betalingsincasso geld wordt afgeschreven, wordt
                                    er een nieuwe termijn vastgesteld en komt de afgegeven
                                    machtiging tot automatische incasso te vervallen.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 2 geldt ingeval het totaalbedrag van de op
                                    één aanslagbiljet verenigde aanslagen als bedoeld in artikel 1
                                    of meerdere andere heffingen: a.Lager is dan € 50,00 of meer is
                                    dan € 2.500,00 dat de aanslagen wordt geïncasseerd in twee
                                    termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later. b. Hoger
                                    is dan of gelijk is aan € 50,00 maar lager is dan € 75,00 dat de
                                    aanslag wordt geïncasseerd in drie termijnen, waarvan de eerste
                                    vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                                    in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens een maand later. c. Hoger is dan of
                                    gelijk is aan € 75,00 maar lager is dan € 100,00 dat de aanslag
                                    wordt geïncasseerd in vier termijnen, waarvan de eerste vervalt
                                    op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag
                                    gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de
                                    voorgaande leden van overeenkomstige toepassing, voor zover deze
                                    wordt opgelegd met de aanslag.</al></li><li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van hondenbelasting kan uitsluitend kwijtschelding
                            worden verleend voor het houden van de eerste hond. Een verzoekformulier
                            om kwijtschelding van hondenbelasting, als bedoeld in artikel 5, lid1,
                            sub a moet binnen drie maanden na dagtekening van de aanslag zijn
                            ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2014
                            vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op 16
                            december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede
                            lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting
                            2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2014.</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>