<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347672_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening BI-zone Centrum Bladel 2015 voor gebruikers</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-181611.html">Gemeenteblad, 21 december 2016, nr. 181611</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening BI-zone Centrum Bladel 2015 voor gebruikers</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=156">Gemeentewet, art. 156, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2016.122h</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-28625</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening BI-zone Centrum Bladel 2015 voor gebruikers</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bladel;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2016,
                        R2016.122;</al><al>gelet op de Wet op de Bedrijveninvesteringszones en artikel 156, eerste lid,
                        van de Gemeentewet en de tussen de gemeente Bladel en de Stichting BIZ
                        Ondernemers Centrum Bladel gesloten Uitvoeringsovereenkomst van 27-10-2014,
                        kenmerk 14it.02085/R2014.107e;</al><al>overwegende dat de huidige Verordening BI-zone Centrum Bladel 2015 voor
                        gebruikers enkele redactionele aanpassingen behoeft;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet><vet>1<sup>e</sup> wijziging </vet>Verordening BI-zone Centrum Bladel
                            2015 voor gebruikers</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de
                                    gemeente waarbinnen de BI-bijdrage wordt geheven. De BI-zone is
                                    het gebied van het centrum van Bladel. Het aangewezen gebied is
                                    vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan
                                    deeluitmakende kaart;</al></li><li nr="b."><al>de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bladel;</al></li><li nr="d."><al>Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Bladel en de
                                    Stichting BIZ Ondernemers Centrum Bladel gesloten
                                    Uitvoeringsovereenkomst van 27 oktober 2014, kenmerk 14it.02085
                                    / R2014.107e.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing Stichting</titel></kop><al>De Stichting BIZ Ondernemers Centrum Bladel (hierna: de Stichting) wordt
                            aangewezen als Stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Belastingbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de
                            openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen
                            van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of
                            de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de
                            bedrijveninvesteringszone. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 3 jaar jaarlijks
                                geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die
                                niet in hoofdzaak tot woning dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het
                                kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet
                                krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht,
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt
                                aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                                waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient
                                en die niet is genoemd in artikel 220d, eerste lid, van de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de
                                waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in
                                hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak
                                die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV
                                van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject
                                vastgestelde waarde voor het eerste jaar (2015) bedoeld in artikel
                                4, tweede lid, van deze verordening. De in het eerste jaar (2015)
                                vastgestelde waarde is tevens voor 2016 en 2017 van toepassing
                                (conform artikel 2, eerste lid van de Wet op de
                                Bedrijveninvesteringszones). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri’s , hekken en palen;</al></li><li nr="b."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 2,10 per € 1.000,00
                                vastgestelde WOZ-waarde, met een minimaal te heffen bedrag van €
                                500,- per onroerende zaak en een maximaal te heffen bedrag van €
                                800,00 per onroerende zaak. De in het eerste jaar (2015)
                                vastgestelde waarde is tevens voor 2016 en 2017 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de heffingsmaatstaf beneden € 12.000,- blijft, wordt geen
                                belasting geheven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                voorgaande lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de BIZ-bijdrage.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Subsidiebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene
                            subsidieverordening Welzijn 2008 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stichting BIZ Ondernemers Centrum Bladel wordt aangewezen als de
                                stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst
                                als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is
                                gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie
                                wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te
                                ontvangen BIZ-bijdragen die in de in artikel 4, eerste lid, bedoelde
                                periode worden geheven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van betalen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt betaald in de vorm van voorschotten, bestaande uit
                                twee termijnen van de begrote subsidie. De eerste termijn wordt
                                betaald op 1 januari en de tweede termijn op 1 juli van elk jaar
                                waarin de BI-bijdrage wordt geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de
                                wijze van verrekening van de meer- en minderopbrengsten van de
                                geheven BIZ-bijdragen ten opzichte van de betaalde
                                voorschotten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Melding van relevante wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                                de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar
                                financiële situatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                                de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering
                                of beëindiging van activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen
                                subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger
                            wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de
                            Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    van de bekendmaking. De ingangsdatum van de heffing is 1 januari
                                    2017.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Eerste wijziging
                                    Verordening BI-zone Centrum Bladel 2015 voor gebruikers”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 15 december
                        2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, L.A.J. Dirks</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, A.J.A. van Dun</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>Bijlage A. </al><al>Gebiedskaart BI-zone Centrum Bladel 2015 voor gebruikers</al><al><extref doc="/cvdr/images/Bladel/i281544.pdf">Bijlage A.</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>