<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347671_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Zoetermeer 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">11 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Zoetermeer 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, eerste lid, onder c en derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Doc-2014-003415</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Zoetermeer
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een digitale of schriftelijke aanvraag. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 -Oordeel verdienen wettelijk minimumloon </label></kop><al>Het college stelt - indien nodig na het advies van een derde - vast of een
                        persoon met arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                        minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 - Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen </label></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 600,- per zes maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks per 1 januari
                            geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex
                            volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar
                            boven afgerond op hele euro's. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt als één bedrag vooruit betaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, tenzij over
                                onderdelen ervan, binnen twee weken na de bekendmaking daarvan, een
                                inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                studietoeslag gemeente Zoetermeer 2015.</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raad op 1 december 2014</al><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTINGAlgemeen </titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (zie
                    TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onder d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Vast te leggen regels in verordening </tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onder c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid</cursief>Het verlenen van een
                    individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit
                    betekent dat het college aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel
                    36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele studietoeslag kan
                    toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels
                    aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag.
                    Het college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid,
                    van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van
                    welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag.</al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>achttien jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met arbeid niet in staat
                            is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    Wtos-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nader toelichting behoeven worden hier behandeld.
                    </al><tussenkop>Artikel 1 - Indienen verzoek</tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Dit
                    betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:</al><lijst><li nr="·"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onder b en c, 35,
                            vierde lid, onder b en c, en 36, derde lid, onder b en c, van de Wet
                            werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit
                            arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten
                            minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die
                            twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend; </al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
                        </al></li><li nr="·"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en</al></li><li nr="·"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een digitale of schriftelijke aanvraag. Een schriftelijke
                    aanvraag wordt ondertekend door de aanvrager en bevat ten minste de naam en het
                    adres van de aanvrager, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die
                    wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook
                    de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en
                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid,
                    van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als
                    een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                    Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 2 - Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>achttien jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met arbeid niet in staat
                            is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het college - indien nodig
                    - advies in bij een derde. Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel of
                    een persoon met arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><tussenkop>Artikel 3 - Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen </tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag. Doorgaans kan een persoon
                    halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de beoordeling of een
                    belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag wordt de
                    situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal
                    binnen een periode van zes maanden in aanmerking kan komen voor een individuele
                    studietoeslag (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon na die zes
                    maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste
                    lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag.</al><al> Voor de beoordeling of een persoon in aanmerking komt voor een individuele
                    studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel
                    36b, eerste lid, van de Participatiewet). </al><tussenkop>Artikel 4 - Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. </al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag. </al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                    opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden
                    vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                    bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren.</al><tussenkop>Artikel 5 - Betaling individuele studietoeslag</tussenkop><al>Een individuele studietoeslag wordt in één bedrag vooruit betaald. Dit is het
                    bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na zes maanden kan
                    een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit
                    volgt uit artikel 3 van deze verordening.</al><al>Er is bewust gekozen voor een eenmalige uitbetaling omdat eenmalige bijzondere
                    bijstand een onbelaste verstrekking is. Zou daarentegen zijn gekozen voor een
                    periodieke uitbetaling van de individuele studietoeslag, dan is er sprake van
                    een periodieke verstrekking van bijzondere bijstand. Bij periodieke betaling van
                    de studietoeslag dient de gemeente rekening te houden met de fiscale gevolgen.
                    Volgens de Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen
                    2014 is periodieke bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar
                    inkomensaanvullend namelijk een belaste verstrekking. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>