<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347620_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing van forensenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-089d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing van forensenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel 2014-089d (titel: Verordening op de heffing en de
                        invordering van forensenbelasting 2015.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2015
                        (Verordening forensenbelasting 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van
                                    de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>waarde in het economische verkeer: de waarde als bedoeld in
                                    artikel 17, tweede lid, van de Wet Waardering onroerende zaken
                                    (hierna: Wet WOZ), zoals die is vastgesteld voor de onroerende
                                    zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ waarvan de woning
                                    hoofdzaak is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting
                                    geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente
                                    hoofdverblijf te hebben, er meer dan 90 dagen van het
                                    belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning
                                    beschikbaar houden.</al></li><li nr="2."><al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de
                                    omstandigheden beoordeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een
                            openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een
                            algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap
                            bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de
                            gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per woning € 210,00.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven,</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen
                                    waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                                    op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                    vermeld en de tweede één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht
                                    gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Indien tot tweemaal toe geen toereikend saldo beschikbaar is op
                                    de betaalrekening van de belastingschuldige waarvan door middel
                                    van automatische betalingsincasso geld wordt afgeschreven, wordt
                                    er een nieuwe termijn vastgesteld en komt de afgegeven
                                    machtiging tot automatische incasso te vervallen.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 2 geldt ingeval het totaalbedrag van de op
                                    één aanslagbiljet verenigde aanslagen als bedoeld in artikel 1
                                    of meerdere andere heffingen meer is dan € 2.500,00 dat de
                                    aanslagen wordt geïncasseerd in twee termijnen, waarvan de
                                    eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    de tweede één maand later.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van forensenbelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting
                            2014 vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op 16
                            december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede
                            lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel</titel></kop><al/><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting
                            2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2014.</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>