<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347617_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afval en reiniging 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 15:33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-089b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel 2014-089b (titel: Verordening op de heffing en de
                        invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2015 (Verordening afval en reiniging 2015).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder </al><al>-‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in
                            de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; </al><al>-grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                            afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                            hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al><al>-</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994,
                            80).</al><al>2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                            verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al><al>2Ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: wordt
                            als gebruiker aangemerkt degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                            afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals
                            opgenomen in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke
                                gedagtekende kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een
                                stempelafdruk, zegel, nota, aanslag of andere schriftuur, waarop het
                                gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al><al>4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop
                            van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                            als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden
                            overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die
                            periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de
                            belastingschuld na wijziging.</al><lijst><li nr="5"><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                    ander perceel gebruik maakt.</al></li><li nr="6"><al>Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
                                    toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                    aanslag.</al></li><li nr="7"><al>Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder,
                                    worden niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin,
                                    wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    aangemerkt als één aanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                één maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tot tweemaal toe geen toereikend saldo beschikbaar is op de
                                betaalrekening van de belastingschuldige waarvan door middel van
                                automatische betalingsincasso geld wordt afgeschreven, wordt er een
                                nieuwe termijn vastgesteld en komt de afgegeven machtiging tot
                                automatische incasso te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 2 geldt ingeval het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen als bedoeld in artikel 1 of
                                meerdere andere heffingen: a. Lager is dan € 50,00 of meer is dan €
                                2.500,00 dat de aanslagen wordt geïncasseerd in twee termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede één maand later;</al><lijst><li nr="b."><al>Hoger is dan of gelijk is aan € 50,00 maar lager is dan €
                                        75,00 dat de aanslag wordt geïncasseerd in drie termijnen,
                                        waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                        volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                        telkens een maand later;</al></li><li nr="c."><al>Hoger is dan of gelijk is aan € 75,00 maar lager is dan €
                                        100,00 dat de aanslag wordt geïncasseerd in vier termijnen,
                                        waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                        volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                        telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden
                                van overeenkomstige toepassing, voor zover deze wordt opgelegd met
                                de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen
                                in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar
                                feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke
                                gedagtekende kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een
                                stempelafdruk, zegel, nota, aanslag of andere schriftuur, waarop het
                                gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
                            bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al><al>5.Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.</al><al>6.Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder, worden
                            niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal
                            van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                            aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd
                            bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik
                            van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                één maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tot tweemaal toe geen toereikend saldo beschikbaar is op de
                                betaalrekening van de belastingschuldige waarvan door middel van
                                automatische betalingsincasso geld wordt afgeschreven, wordt er een
                                nieuwe termijn vastgesteld en komt de afgegeven machtiging tot
                                automatische incasso te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 1, 2 en 3 geldt ingeval het totaalbedrag van de
                                op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als bedoeld in artikel 1 of
                                meerdere andere heffingen: a. Lager is dan € 50,00 of meer is dan €
                                2.500,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede één maand later;</al><lijst><li nr="b."><al>Hoger is dan of gelijk is aan € 50,00 maar lager is dan €
                                        75,00 dat de aanslag dient te worden voldaan in drie
                                        termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                                        de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                        telkens een maand later;</al></li><li nr="c."><al>Hoger is dan op of gelijk is aan € 75,00 maar lager is dan €
                                        100,00 dat de aanslag dient te worden voldaan in vier
                                        termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                                        de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                        telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden
                                van overeenkomstige toepassing, voor zover deze wordt opgelegd met
                                de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van hoofdstuk 3 van de
                                bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden voldaan
                                binnen 1 maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving
                                zoals bedoeld in Hoofdstuk II, artikel 7 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.4 van
                                hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel
                                moeten terstond, na het doen van de kennisgeving zoals bedoeld in
                                artikel 14, lid 2, contant betaald worden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invordering van reinigingsrechten, als bedoeld in artikel 1,
                                aanhef, onderdeel b, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de invordering van afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden
                                verleend. Een verzoekformulier om kwijtschelding van
                                afvalstoffenheffing, als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel a,
                                moet binnen drie maanden na dagtekening van de aanslag
                                afvalstoffenheffing zijn ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kwijtschelding voor een extra GFT container en/of een Rest container
                                wordt niet verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van de
                            Utrechtse Heuvelrug op 16 december 2013, wordt ingetrokken met ingang
                            van de in artikel 21, tweede lid genoemde datum van ingang van de
                            heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afval en reiniging
                            2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2014.</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL</titel></kop><al>W.Behorende bij de “Verordening op de heffing en de invordering van de
                    afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Utrechtse Heuvelrug 2015”.</al><al>HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING</al><lijst><li nr="1.1.1."><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 167,80</al></li><li nr="1.1.2."><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt indien het perceel op
                            1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later
                            aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, word gebruikt door meer
                            dan één persoon vermeerderd met € 41,93</al></li><li nr="1.1.3."><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 wordt
                            vermeerderd voor het in bruikleen hebben van: 1. een extra GFT container
                            € 71,76; 2. een extra Rest container € 136,20 </al></li></lijst><al><vet>HOOFDSTUK 2 MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN
                        REINIGINGSRECHTEN</vet></al><lijst><li nr="2.1.1."><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van
                            bedrijfsafval, exclusief het hoge Btw-tarief € 249,36</al></li><li nr="2.1.2."><al>De belasting als bedoeld in de onderdeel 2.1.1 wordt vermeerderd voor
                            het in bruikleen hebben van: 1. een extra GFT container, exclusief het
                            hoge Btw-tarief € 71,76; 2. een extra Rest container, exclusief het hoge
                            Btw-tarief € 136,20 </al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3 MAATSTAVEN EN TARIEVEN OVERIGE AFVALSTOFFENHEFFING EN
                    REINIGINGSRECHTEN</al><lijst><li nr="3.1."><al>Het recht bedraagt voor: 3.1.1. vervangen afvalpasje bij verlies,
                            diefstal of beschadiging binnen 5 jaar € 19,80</al></li><li nr="3.1.2."><al>bij een defect zonder schuld of pasje ouder dan 5 jaar kosten nihil,
                            indien oude pasje retour.</al></li><li nr="3.1.3."><al>het achterlaten van asbestplaten met een maximum van 20 platen, per m2 €
                            3,20</al></li><li nr="3.1.4."><al>autobanden met velg tot 16 inch € 640</al></li></lijst><al>W.Behoort bij raadsbesluit van 15 december 2014.</al><al>W.De raad voornoemd,</al><al>W.de griffier, de voorzitter,</al><al>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</al></bijlage></regeling></body></cvdr>